R1 oftewel Radweg Eins is een onderdeel van een fietsroute, die van Calais tot St. Petersburg loopt. Het eerste deel loopt dus over de Noordzeeroute (LF1), die Ada en ik vorig jaar gereden hebben. Vanaf Den Haag is er een aftakking naar Duitsland over de LF4a. In de Duitstalige Bikeline-gids begint de routebeschrijving in Arnhem en loopt tot de Oder op de grens van Duitsland en Polen.
Wij hebben de R1 gevolgd tot de Weser, waarbij het deel tussen Höxter en Holzminden samenviel. Het deel vanaf Holzminden tot Berlijn, het doel van veel fietsers op de R1, hebben wij dus niet gereden. Voor degenen, die van plan zijn om deze route te gaan fietsen, wil ik hier enkele ervaringen weergeven.
Ik laat de R1 beginnen bij de Duitse grens, waar het meteen mooi begint met Zwillbrocker Venn, waar ook flamingo's huizen. Helaas waren ze niet zichtbaar aanwezig, toen we er waren.
Het eerste, waar we aan moesten wennen, was, dat slechts af en toe een bordje met R1 te zien was. Als de R1 met andere regionale fietsroutes samenviel, werden deze samen verder verwezen door een wit bordje met een rode of groene fiets met een pijl met de te volgen route. Het resultaat van deze "efficiency" is, dat als je één keer een bordje gemist had, je vervolgens kilometers de mist in ging. Dit is ons helaas een aantal keer overkomen.
Een tweede ding, waar je op bedacht moet zijn, is het geringe aantal campings langs de route. Wij werden hier al meteen de eerste dag mee geconfronteerd. Tussen Vreden en Stadtlohn, net over de grens bij Winterswijk, stond een camping ingetekend op de kaart. Die camping is er nog wel, doch uitsluitend voor caravans. Wij konden dus 's avonds om 6 uur nog op zoek naar een camping bij Gescher, Brinkmanns Hof, een uur fietsen, o.a. over de vluchtstrook van een drukke provinciale weg, waar behoorlijk hard wordt gereden.
De volgende camping was bij de mooie stad Münster, bekend van de Vrede van Münster in 1648, die een einde maakte aan zowel de 80-jarige als de in Duitsland desastreuze 30-jarige oorlog.
Ook hierbij geldt, dat één van de campings, die in Handorf, niet toegankelijk is voor kampeerders met een tent. Maar geen nood: de camping ten oosten van stadsdeel St. Mauritz kan ik van harte aanbevelen. De afstand van Gescher naar Münster: 92 km.
De volgende etappe moet er zelfs 120 km overbrugd worden. Direkt aan de route heb je 2 campings. De eerste, Jägerkrug, hebben we letterlijk links laten liggen. Deze ligt nl. pal aan een Autobahn.
Een paar km verder heb je een zeer ruime Campingplatz, "Am Furlbach", vlak bij het dorpje Stukenbrock-Senne. Voor de volgende etappe heb je de keuze uit 2 prachtig aan de Weser gelegen campings, nl. in Höxter en bij Holzminden. Wij hebben alleen ervaring met de laatste. Het is een heel aparte camping, hetgeen al in de naam naar voren komt: "Mobilpark Holzminden". Het is een camping, speciaal gericht op campers. Voor fietsers is een strook gras, direkt aan de Weser gelegen, gereserveerd. Prachtig uitzicht is gegarandeerd.
En met € 6,- per nacht is deze Campingplatz ook nog eens de goedkoopste! Vanaf Stukenbrock-Senne moet je wel op ruim 90 km fietsen rekenen. Kortom, de R1 is niet bepaald voor watjes.
Maar het is absoluut een mooie route. Het landschap is behoorlijk afwisselend, met glooiend boerenland, prachtige bossen, korte klimmetjes in het westen en pittige heuvels als je het Teutoburgerwald door gaat. Je komt door tal van leuke plaatsjes, zoals Darfeld, Münster, Warendorf, Harsewinkel, Heiligenkirchen, Holzhausen, Höxter, Holzminden en Bevern. Kortom, pal over de grens ligt een fantastisch fietsgebied!
's Nachts wakker van een korte, hevige bui. Gelukkig was het kort, want in de binnentent lekte het al. Weer ingeslapen tot 7 uur. Ada sliep nog als een roos. Om half 8 toch maar gaan douchen. Er hing een nevel over de camping, maar de mistflarden trokken gauw op.
Ada ging om kwart voor 8 douchen, terwijl ik de binnentent afbrak. De buitentent was nog niet helemaal droog, dus deze ging na het ontbijt los in de fietstas.
Net op tijd, want het begon te spetteren. Om half 10 verlieten we Campingplatz "Am Furlbach" en reden over dezelfde route als gisteren naar Augustdorf, waar op het punt, waar Ada gisteren verkeerd afsloeg, een vader en een zoon dat nu ook deden.
Ik wenkte hen in de goede richting.
"Das ist nicht eindeutig" zei de vader over de rode fiets met pijl, die de richting zo aangaf, dat je 2 kanten op zou kunnen.
Via een mooi bos daalden we af naar Detmold, waarvan we alleen de buitenwijken "aan deden". Bij de Jugendherberge, die we onderweg bij een paar mooie uitzichtspunten tegenkwamen, haalden we Kaffee mit Milch und heisse Schokolade uit de drankautomaat.
Het volgende reisdoel was Heiligenkirchen, waar het grote klimmen ging beginnen. Met een paar afdalingen tussendoor klommen we feitelijk constant tot Holzhausen.
Hier zouden de Externsteine staan, een bijzondere rotsformatie.
Na de eerste zware regenbui van deze fietsdag stuitten we in Holzhausen op een groot houten bord met Externsteine. Hier begon halverwege de dag het maken van foute keuzes. Ada en Bert konden het niet meteen eens worden, dus lieten we het bord Externsteine voor wat het was en vervolgden de R1. Na een paar km fietsen, waaronder een behoorlijke afdaling, was er niets, wat er op wees, dat die Externsteine nog zouden komen.
We reden, lees klommen, weer terug naar Holzhausen, waar bij een parkeerplaats een onduidelijk bord met wandelroutes naar de Externsteine verwees. Eén van die paden was de Hermannsweg. We besloten deze rechtstreekse weg over de heuveltoppen te nemen.
Van een andere fietsvakantie in het Teutoburger Wald, in 1995 bij Ibbenbüren, kenden we de prachtige Hermannsweg al. Daar liep deze langs de rotsformatie "Das hockende Weib".
Alles ging goed, tot er halverwege de afdaling een beukeboom op het pad lag. We moesten de zwaar bepakte fietsen over takken op kniehoogte tillen, maar wel zo, dat de fietsen niet vast kwamen te zitten in de bovenste takken. Met veel pijn en moeite en ten koste van enkele schrammen lukte dit.
We daalden af naar de prachtig aan een meertje gelegen Externsteine, waar we op een bankje onze lunch tot ons namen. Over 2 km afstand hadden we ruim een uur gedaan!
Om half 2 betaalden we € 1,50 p.p. om twee van deze stenen te mogen beklimmen. Vanaf het platform op de top had je inderdaad een prachtig uitzicht. De tweede steen lieten we voor wat deze was, om aan Ada's black out te beginnen.
Voor het beklimmen van de rots zei Ada, dat we tussen de Externsteine door moesten voor de R1. Nadat Ada met een Nederlandse vrouw had gepraat, gingen we een heel andere kant uit. Over een parkeerplaats kwamen we bij Horn uit. We reden zelfs een buitenwijk van Horn in, waar Ada, met het boekje van de R1, ons rechtomkeer liet maken. We reden terug naar het grote parkeerterrein, waar we de kaart en de ligging van de vijvers goed bestudeerden. Een paar minuten later fietsten we tussen de Extrensteine door, precies de route, die Ada eerst gezegd had!
Daar vonden we al snel Radweg Eins. Kortom, als we 2 uur geleden een paar honderd meter verder hadden gefietst....
Door de prachtige bossen reden we via Silbermühle naar Leopoldstal, waar de hemelsluizen pas goed open gingen. Mijn regenjas bleek absoluut niet meer waterdicht. Na 10 minuten fietsen in de stromende regen gingen we toch maar schuilen in een openstaande garage langs de weg.
Nadat de bui was over getrokken, fietsten we verder door het prachtige beekdal in de richting van Visebeck. Je kon zien, dat het hier nauwelijks geregend had. Als we niet al die foute keuzes gemaakt hadden....
In dit dal kwamen we een paar Nederlanders tegen, die tot Nieheim met ons op fietsten. Zij hadden, met het oog op het onbestendige weer, een pension gereserveerd. Achteraf bleek dit trouwens de enige échte regendag van de vakantie te zijn geweest. Iedere fietsvakantie tref je er trouwens wel eentje aan. Voor de rest hadden we wel eens buien, maar eigenlijk hebben we 2 weken lang uitstekend fietsweer gehad!
Op weg naar Mariënmünster had je op het boerenland, dat op en neer golfde, een prachtig uitzicht op de omringende heuveltoppen. Een nieuwe pikzwarte lucht diende zich aan ter hoogte van Bredenborn. We raceten naar een boerenschuur, waar we een half uur schuilden. Behalve harde regen waren er ook een paar donderklappen.
Na de bui daalden we vanaf Eilversen zo'n 10 km af door de bossen en door dorpjes als Ovenhausen en Lütmarsen naar Höxter.
Hier hadden we nog even een discussie, of we naar de camping of naar de jeugdherberg zouden gaan. We kozen voor het laatste. Na € 49,- voor de nacht te hebben neergeteld, daalden we wandelend de steile helling af naar de prachtige Altstadt van Höxter. Aan de snel stromende Weser lag de camping in de zonneschijn....
Soms voel je je een schlemiel.
Wie in Duitsland rondfietst, kan niet om dit lied van "unsere" Heintje heen.
Overal kom je in het prachtige landschap Schlösser tegen. In Münsterland bestaat er zelfs een rondrit langs 100 Schlösser. Het was dus onvermijdelijk, dat wij er af en toe ook eentje tegen kwamen. Nu kan ik uitgebreide verhalen gaan vertellen, maar de meesten waren, zoals te verwachten was, omgeven door een heuse slotgracht.
Toch zitten er grote verschillen tussen het ene slot en het andere. Ik kan het uitgebreid gaan beschrijven, maar een plaatje zegt vaak meer dan 1000 woorden.
Nu had Ada zo haar eigen ideeën bij het woord Schloss. Na een rit via Bremen door Ost-Friesland naar Oldenburg langs o.a. de Hunte, zag het er naar uit, dat het weer laat zou worden, voordat we bij een camping zouden zijn. Bij het binnenrijden van Oldenburg via het Stadtsfrost kwamen we op een industrieterrein uit, waar ook Ikea was gevestigd. Ik stelde voor, om daar te gaan eten. Goed eten en niet al te duur.
We zetten de fietsen tegen elkaar vast en namen de voortassen mee. Ada was nog niet tevreden en deed de kabel ook nog door de achtertassen, voor we naar binnen gingen.
Na voor € 7,50 p.p. zalm met tortellina en salade te hebben gegeten, mochten we het gebruikelijke rondje Ikea door het enorme pand lopen. In Duitsland is allers immers groter dan bij ons.
Bij de fietsen gekomen wachtte ons een verrassing. Ada had, nadat ze de kabel alsnog door de achtertassen had gedaan, haar sleutels in de fiets laten zitten. Gelukkig stond die er nog!
We reden vanaf Ikea linea recta naar de Hauptbahnhof. Onderweg, toen we net langs het riviertje de Hunte reden, hoorde ik, na over een hobbel gereden te hebben, een krak, alsof er iets metaalachtigs brak. Ik keek, maar ik kon niets ontdekken. Toen we bij Ikea waren, pakte ik de bepakte fiets bij het stuur en het zadel, en daar kwam toen een stuk ijzer uit zetten. Natuurlijk had ik het liever gehad bij een beklimming van een steile helling. Dan had ik tenminste kunnen zeggen: "Ik gaf zoveel kracht, dat mijn zadel het begaf!"
Bij de fietsenstalling van het Hauptbahnhof kocht ik een superzadel voor € 56,-. Als je 9000 km per jaar rijdt, is zitcomfort geen overbodige luxe. Het zadel werd er sofort opgezet, zodat we verder konden rijden over de schöne Ammerland-route naar Bad Zwischenahn voor de slotavond van de vakantie, waar het grote meer, das Zwischenahner Meer, in ijswinters trouwens volop wordt geschaatst langs de kanten.
Volgens het Prisma Duits-Nederlands woordenboek betekent Kollosion botsing of conflict. Daar een aanrijding in Rintern een groot deel van de vakantie bepaald heeft, wil ik hier een speciaal stuk aan wijden. Ada had wat dat aangaat niet haar gelukkigste vakantie.
Nu heb ik ooit "Drama in drie bedrijven" van Agatha Christie gelezen, één van die schitterende romans van "the Queen of crime", die je telkens weer op het verkeerde been weet te zetten, hetgeen heerlijk leesvoer oplevert voor de vakantie. Ik neem altijd afgeschreven pockets uit de bibliotheek mee als ik op fietsvakantie ga. Als je ze uit hebt, laat je ze achter of je geeft ze aan andere Nederlandse campinggasten. Maar deze tip terzijde: Ada beleefde wat dat aangaat deze vakantie pech met haar fiets in drie bedrijven.
Het eerste bedrijf begon in der Altstadt von Höxter, een plaatsje met prachtige vakwerkhuizen.
In een boekhandel kochten we het boek Weser-Radweg van Bikeline en 10 Ansichtkarten. Helaas hadden ze geen Briefmarke für Holland, dus daarvoor moesten we naar het postkantoor. Terwijl ik op de postzegels uit ging en € 200,- pinde, ging Ada zitten lezen aan de Weser. Toen ik bij haar kwam, kwam Ada met het voorstel om naar het begin van de Weser in Hann.Münden te rijden.
Soms zijn spontane invallen de beste, dus ik stemde in met dit plan van Ada. Daar ging de geplande rustdag, maar het idee om de rivier vanaf het samenvloeien van de Werra en de Fulda tot in ieder geval Bremen te volgen, leek mij wel wat. Maar eerst gingen we brood kopen voor onderweg. Op weg naar een supermarkt kwamen we een sportzaak tegen. Ada reed door naar een levensmiddelenwinkel, ik ging kijken voor een waterdicht jack, daar mijn ademende regenjas alleen nog maar ademde.
Om kwart voor 12 reden we op weg naar Hann.Münden. Het eerste bord van de Weser-Radweg, dat we zagen, was op een plek, waar we het niet verwachtten. Ik stopte snel. Ada deed dat schielijk, omdat er een auto achter haar zat. Later op de dag bleek deze misstap nog gevolgen te krijgen. Maar zo ver was het bij lange na nog niet.
We fietsten in zuidelijke richting langs de Weser. Vaak reden we over een vrij breed fietspad zonder ander verkeer.
Wel kwam je vaak andere fietsers met bepakking tegen. De beschrijving van de prachtige landschappen en schattige plaatsjes, die we onderweg passeerden over deze grotendeels vrij vlakke route, zal ik besparen.
Eén Duitser, die we onderweg gesproken hadden over onze plannen, zei: "Die Weser Radweg? Wunderhaft!"
En daarvan was geen woord gelogen. Wat een fantastisch gebied om in te fietsen!
Na het schattige plaatsje Barsfelde begon het klimmen vlak na Glashütte, in een bos tot we een meter of 40 boven de Weser waren. Hemeln was weer zo'n prachtig dorpje met veel vakwerkhuizen, maar de laatste 10 km naar Hann.Münden (spreek uit als Hannover Münden) waren de zwaarste, vooral voor Ada, die last kreeg van haar voet. We klommen etage voor etage hoger en bij Ada ging het kaarsje langzaam uit. Bij Gimte, een voorstadje van Hann.Münden, gaf ze boekje met de route aan mij, om ons door Hann.Münden te loodsen.
Dat lukte, maar er is een gezegde, dat luidt: in het zicht van de haven stranden. Dat gebeurde met Ada. Terwijl we de camping aan de andere kant van de Fulda al zagen liggen, stapte Ada af. Ze nam een paracetamol, want ze werd rillerig van de pijn. Na 10 minuten in het gras te hebben gezeten, kon ze het opbrengen om de laatste km van de 73 te fietsen. Over 2 bruggen kwamen we op de op een eiland gelegen camping.
Terwijl Ada op het terras met haar been omhoog zat, zette ik in mijn eentje de tent op. Daarna haalde ik Ada op, die meehinkelde. Gelukkig hielp het koelen in het water goed tegen de zwelling van de verstuikte voet. Ondertussen had Ada naar huis gebeld voor wat adviezen. Toch handig, een dochter, die fysiotherapie studeert.
Het spreekt voor zich, dat we de volgende dag een rustdag hielden in Hann.Münden.
Dat was geen straf, want het is een schitterend stadje. 's Ochtends verkende ik het hardlopend en daarna wandelden we in een rustig tempo en namen noodgedwongen regelmatig ons toevlucht tot een terrasje....
Het tweede bedrijf speelde na 2 dagen fietsen door het Wesergebirge in het stadje Rinteln. We hadden net boodschappen gedaan en waren op weg naar Campingplatz Doktor-See. We staken de drukke, doorgaande weg over, waarbij we een paar Duitse fietsers, die we de hele middag tegengekomen waren, inhaalden. Ik reed op kop op het fietspad langs de Hartlerstrasse aan de linkerkant van de weg, Ada daarachter, gevolgd door de Duitsers. Ik passeerde het eerstvolgende kruispunt, Die Drift, waar een auto stilstond. Wij kwamen van rechts en hadden voorrang. Meteen na mij trok de automobiliste op en ze reed Ada omver.
Ada stond gelukkig gelijk weer op en op wat schaafwondjes en blauwe plekken na, leek de schade mee te vallen. De fiets was er erger aan toe. Het stuur stond scheef. Dat was zo recht gebogen, maar het voorwiel was een heel ander verhaal. Er zat een dusdanige slag in, dat het niet meer normaal kon draaien. Het was inmiddels bijna half 7, dus de fietsenmakers zouden wel gesloten zijn. In mijn beste Duits legde ik aan de vrouw uit, dat zo onze vakantie in het honderd liep.
De net als wij geschrokken vrouw zocht derhalve naar hulp. "Ich werde mein Mann anrufen!" Een klein kwartier later kwam hij inderdaad aanrijden met een grotere wagen: een busje van de Feuerwehr.
Na enig overleg bracht hij Ada met fiets en bagage naar Campingplatz Doktor-See. De fiets nam hij daarna mee om te kijken, of hij vanavond nog te repareren was. Wij zetten, toch wel aangeslagen, de tent op en het mobieltje aan, zodat we telefonisch bereikbaar waren voor de brandweerman.
Ada kookte een kopje soep, toen de wagen van de Feuerwehr voor kwam rijden. Het karwei was geklaard. Ze hadden het voorwiel van een collega-brandweerman "getauscht", de banden verwisseld en zo konden ze om een uur of half 8 de fiets al weer afleveren. Bovendien kregen we een doos met wat lekkers.
Wij waren opgelucht, dat we de volgende dag onze reis gewoon konden vervolgen. Hoewel, gewoon? Je rijdt in het begin toch een stuk voorzichtiger. Je kunt het vergelijken met de eerste keren schaatsen, nadat je tegen de boarding bent geknald. Dan rij je toch langzamer en voorzichtiger, maar langzaam maar zeker krijg je weer meer durf en ga je op den duur weer in je eigen tempo rijden.
Deze dag reed Ada reden we naar Stolzenau. Stolz betekent trots, en dat ben ik op Ada, die de dag na de aanrijding zonder zeuren of klagen 80 km aflegt met een bepakte fiets. Siebe heeft dit vermogen tot afzien niet van een vreemde!
Het derde bedrijf speelt in de Stevenshof. Na een prachtige fietstocht door Ost-Friesland van Bad Zwischenahn kwamen we Bad Nieuwerschans, zoals de Duitsers het noemen. In Nieuwerschans hadden de de trein naar Groningen en na een overstap op Schiphol fietsten we vanaf Leiden Centraal naar huis.
Normaal gesproken eindig ik een vakantiedagboek met de dagafstand en de totaalafstand van de vakantie, in dit geval resp. 90 en 1295 km, gevolgd door een slotzin met een kwinkslag. Maar dankzij Ada was het geen gewone fietsvakantie. Toen de de Stevenshofdreef in 2 etappes overstaken, lag Ada weer op de grond. Het frame van haar fiets was doormidden gebroken. Ada had een zere knie en ontvelde vingers. En uiteraard zeer veel schrik in haar lijf.
We zetten de fiets, met hulp van een man, die ik van gezicht ken van het hardlopen, aan de kant van de weg. Ik reed door naar huis om de bagage snel af te laden en om terug te rijden voor Ada's bagage, ook om Ada's knie te kunnen ontzien. Zo eindigde de vakantie zonder het gebruikelijke "Samen uit, samen thuis".
Weer bij de Stevenshofdreef aangekomen, laadde Ada de bagage op mijn fiets en reed er mee naar huis, terwijl ik zo goed en zo kwaad als het ging de twee delen van het frame thuisbracht.
Het is een beetje zoals het verhaal van Paul Baumer, de hoofdpersoon uit "Van het Westelijke front geen nieuws" van Erich Maria Remarque, die 4 jaar lang de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog heeft overleeft en vlak voor het einde van die gruwelijke oorlog, terwijl een tijdelijke wapenstilstand is ingegaan, alsnog wordt doodgeschoten.
Gelukkig is dit veel minder ernstig, maar het was wederom stranden in het zicht van de haven. Maar het had allemaal veel ernstiger af kunnen lopen. Wat had er allemaal niet kunnen gebeuren, als het breken van het frame was gebeurd bij het uberqueren van een drukke weg of in een afdaling met hellingen van 10%. Ada verzuchtte dan ook: "Ik heb een goede beschermengel!"
Desalniettemin: de slotzin, die ik al had bedacht voor de rondrit door, langs en over LF4a, R1, Weser-Radweg en Ost-Friesland ging voor Ada helaas niet meer op: immer geradeaus und so weiter.
Wir sind wieder zurück. En dat moet je in zorgvuldig in het Duits neerschrijven, want ik heb het idee dat "Wir sind wieder zu rück" iets heel anders betekent.
Dat ik dit stukje met een Duitse openingszin begin, is niet toevallig. Ik ben met Ada in Deutschland wezen fietsen.
De komende week zal ik het een en ander uit mijn vakantiedagboekje op internet zetten over deze prachtige fietstocht. We zijn van huis uit begonnen en zijn via de Midden-Nederlandroute, ook wel bekend als LF4a, naar de Achterhoek gefietst, waar wij in Groenlo bij mijn neef Jan van der Post en zijn vrouw Jeann op familiebezoek zijn geweest. Vanuit Groenlo reden we een paar dagen over de Europa Radweg R1, die vanaf Arnhem lang parallel liep met de LF4a. De R1 loopt door naar Berlijn. Zo ver gingen wij niet. Door het fraaie Münsterland en het Teutoburgerwoud fietsten we naar Höxter aan de Weser.
Vandaar fietsten we naar Hann.Münden, het beginpunt van de Weser-Radweg, om vanaf de samenvloeiing van Werra en Fulda door het prachtige Weserbergland te fietsen naar de in de Noordduitse laagvlakte gelegen Hanzestad Bremen.
Vandaar trapten we door Ost-Friesland naar Nieuwerschans, om de trein terug te nemen naar Leiden.
En we moeten eerlijk zeggen: we hebben Duitsland als fietsland leren kennen. Wat een prachtig land! En nog lekker dichtbij ook. Met de Duitsers hadden we over het algemeen een goed contact. De meeste Oosterburen zijn gewoon vriendelijk en gastvrij.
Al met al hebben we samen 1295 km gefietst in 15 dagen. In die 2 weken ben ik 2 kilo afgevallen, dus wie met wat overgewicht zit...
Die paar weken, ben je op elkaar aangewezen. Pa Beenakker, de vader van vrienden van me, gaf als iemand met een nieuwe vlam aan kwam zitten, altijd het advies: "Ga eerst maar een paar weken met elkaar op vakantie." Juist in zulke situaties leer je elkaar goed kennen.
Dat doe ik nu al een kleine 30 jaar met Ada, en het leuke is: je ziet telkens weer, waarom je voor iemand gekozen hebt. En zo spookte op een gegeven moment telkens het lied "Du" van Peter Maffay door mijn hoofd, en dan speciaal de zinsnede "Du bist das Mädchen, dat zu mir gehört!"
Hier heb ik niets meer aan toe te voegen.
Temeer, daar het voor ons beiden een onvergetelijke vakantie was, doordat Ada is aangereden, gelukkig zonder blijvend letsel. Ik zal hier een apart verhaal over schrijven op dit blog.
Vraag echter nooit de weg aan een Duitser, want het antwoord bevat altijd de woorden "Immer geradeaus", terwijl elders in de bedachtzaam geformuleerde zinnen de woorden "Und so weiter" regelmatig op zullen duiken.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.