Vanochtend ging ik het weer proberen: werken. Ik voelde me bij het ontbijt redelijk fit, maar dat ik na een paar dagen griep een jasje had uit gedaan, was mij wel duidelijk, toen ik om 8 uur op mijn fiets stapte. Ik had me natuurlijk geen hoge snelheden voorgesteld, maar dat het gemiddelde op 14,7 km per uur uit zou komen vandaag....
Op deze herfstachtige dag was alles totaal anders dan zondag bij Aalsmeer.
Toen was ik na 183 km fietsen bij Ride for the Roses nog niet zo moe als vanochtend na 9 km rijden.
In een paar dagen van topvorm naar tobvorm.
Op zulke momenten voel je je echt een oud mannetje.
donderdag 8 september 2011
woensdag 7 september 2011
Op het slappe koord
Zondagmiddag zei Wim van Huis tegen mij, dat ik er afgetraind uit zag. Zo voelde ik me ook. Vrijdag en zaterdag had ik in totaal ruim 75 km geskeelerd en ongeveer 40 km gefietst, zondag kwam daar bij Ride for the Roses 183 km op de tweewieler bij. In totaal toch een kleine 300 km. Ik voelde me dus topfit.
Dat gevoel was de volgende avond verdwenen. Ik was overdag naar Manuscripta geweest, waar ik 's ochtends mijn collega Aafke van Duijn tegenkwam en 's middags met mijn vriend Bas Warnink optrok. Thuis gekomen werd ik rillerig.
Soms helpt het, als je vroeg naar bed gaat, maar daar was nu geen sprake van. De volgende ochtend moest ik me dus ziek melden. Ik had gewoon een griep te pakken.
Een bekend verschijnsel trouwens: als je in topvorm bent, ben je hier ook vatbaarder voor. Je balanceert dan als het ware op het slappe koord.

Het meest opvallende verschijnsel, buiten het je slap voelen, rillerigheid en spierpijn, is de afwezigheid van eetlust. Ik heb gisteren twee beschuitjes met honing en een schaaltje appelmoes op. Niet bepaald hetgeen je sportvoeding noemt.
Dat gevoel was de volgende avond verdwenen. Ik was overdag naar Manuscripta geweest, waar ik 's ochtends mijn collega Aafke van Duijn tegenkwam en 's middags met mijn vriend Bas Warnink optrok. Thuis gekomen werd ik rillerig.
Soms helpt het, als je vroeg naar bed gaat, maar daar was nu geen sprake van. De volgende ochtend moest ik me dus ziek melden. Ik had gewoon een griep te pakken.
Een bekend verschijnsel trouwens: als je in topvorm bent, ben je hier ook vatbaarder voor. Je balanceert dan als het ware op het slappe koord.

Het meest opvallende verschijnsel, buiten het je slap voelen, rillerigheid en spierpijn, is de afwezigheid van eetlust. Ik heb gisteren twee beschuitjes met honing en een schaaltje appelmoes op. Niet bepaald hetgeen je sportvoeding noemt.
maandag 5 september 2011
Angrilu
Gisteren eindigde de Ronde van Spanje op de Angrilu. Deze berg, met als bijnaam het "Beest van Asturias" is vermoedelijk de meest gevreesde berg in het wielerpeloton. Niet zo verwonderlijk, als je de stijgingspercentages ziet, met als maximum 23,6%. Gisteren werd "onze" Wout Poels keurig tweede achter de nieuwe leider van de Vuelta a España, Juan José Cobo.
Cobo kent deze omgeving behoorlijk goed, want hij komt uit het aan Asturias grenzende Cantabrië. Zo gek is het dus niet, dat hij op de Alto de Angrilu als winnaar naar boven kwam. Hij zal die berg wel eens vaker beklommen hebben en precies weten waar je welk verzet moet gebruiken. Voor ons was de etappe naar de Angrilu ook een bijzondere. Onze zoon Siebe woont in Oviedo en de vijftiende etappe voerde door zijn trainingsgebied heen. Wij zijn er vorig jaar op vakantie geweest en ik kan u verzekeren: daar liggen aardig wat grote puisten!
zondag 4 september 2011
Ride for the Roses

De wekker stond op half 7. Niet bepaald mijn gewoonte op de zondagmorgen. Maar ik moest dan ook om kwart voor 9 in bij de veiling in Aalsmeer zijn, waar ik met Toerclub "De Wokken" mee zou doen aan Ride for the Roses 2011. Maar de wekker hoefde niet eens af te gaan, want ik was er om kwart over 6 al uit. En om het nog erger te maken: ik was toen al een uur wakker. Dat is het grote probleem op dagen met een flinke krachtsinspanning: je gaat liggen hanewaken.
Gisterenavond had ik nog op buienradar gekeken en gezien, dat om een uur of 7 een flinke bui precies boven het gebied zou hangen, waar ik zou gaan fietsen. En als je in dit jaargetijde op de grens van koude en warme lucht zit, zoals vandaag, heb je een grote kans op onweer. Niet echt aanlokkelijk.
's Nachts had het al wel geregeld, maar daar heb ik niets van gemerkt. De slaap was dus kort, maar diep.
Om kwart over 6 trok ik mijn wielerkleding aan, ging in mijn eentje ontbijten (vreemd, hé) en keek nog even op buienradar. En ziedaar, een heel ander plaatje dan gisterenavond. De meeste buien zouden boven de Noordzee hun lading lozen!
Om 7 uur zat ik op de fiets. Ik kan u verzekeren: op dit tijdstip kom je in Leiden bijna niemand tegen.
In de miezerregen en met een licht windje in de rug reed ik via de Leidse binnenstad naar Oud-Ade, Rijpwetering en Nieuwe Wetering, ongeveer de skeelerroute van gisteren in omgekeerde volgorde. Bij de Ringvaart aangekomen sloeg ik rechtsaf richting Oude Wetering en over de Ringvaartdijk reed ik via Burgerveen en Rijsenhout naar Aalsmeer. Hoe dichter je de Bloemenveiling naderde, hoe meer fietsers je zag.

Op dit enorme complex moest ik even zoeken naar de hal van Melle Jongkind, waar we verzamelden. Her kreeg ik van Wim Blokker mijn startnummer overhandigd. Ik zou met 7872 rijden. In de Tour de France moet je de hele dag van voren rijden om hem als meest strijdlustige renner te krijgen. Bij deze kan ik u wel verklappen, dat ik de hele dag geen meter van voren gereden heb. Niet verder vertellen, hoor!
Om 9 uur werden de groepsfoto's gemaakt. Eerst waren ruim 100 man van "Aalsmeer Fietst" aan de beurt, daarna eenzelfde aantal van "De Wokken".
De foto werd gemaakt op een dijk, zodat ik na 56 jaar eindelijk eens een keer op de laatste rij kon gaan staan bij een groepsfoto's.

Dat krijg je, als je een klein opdondertje bent.
Om kwart over 9 pakten we onze fietsen en reden in colonne naar de enorme veilinghal.
Deze is zo groot, dat als alle fietsers voor de 100, de 60 en de 25 km vertrokken zouden zijn, er een hardloopwedstrijd zou zijn: Run for the Roses. Trainingsmaat Robert Nozeman zou er aan meedoen.

In het startvak, waar we behoorlijk lang moesten wachten voor het startschot, kletste ik met deze en gene, waaronder een Venneper van 71, die dagelijks flinke afstanden fietste. Verder kwam ik Gerie Otte tegen, met wie ik 7 jaar in de klas heb gezeten op de lagere school in Nieuw-Vennep en ook nog een aantal jaren gevoetbald in de onderste regionen bij DIOS.
Gedurende het wachten zag je van alle kanten deelnemers aan Ride for the Roses aan komen rijden.
Maar om 10 over 10 was het, na een serie toespraken, dan eindelijk zo ver. Een zangeres zong het "clublied" van Ride for the Roses, "The Rose" van Bette Middler.
Meteen daarna klonk het startschot. En hoewel we vrij vooraan startten, duurde het nog een half uur, voordat we daadwerkelijk van start gingen. Om kwart voor 11 reden we de veilinghal uit om meteen de woorden van de speaker te logenstraffen. We zouden beginnen met een vaartje van ongeveer 20 km om de rest van de tocht ongeveer 27 km per uur te rijden.
Nou, vergeet het maar. Op de provinciale weg naar Hoofddorp ging het meteen met de gaskraan open. We reden, terwijl de spieren na 2 uur wachten niet bepaald soepel waren, na 1 km al 39 km in het uur.

Bij Rozenburg zakte het tempo gelukkig ietsje in, maar 35 in het uur vind ik nog flink hard.
En nu kwam het meest verbazingwekkende van deze toertocht: terwijl er minstens 1000 mensen hen voor gingen, reed een half peloton verkeerd. Ze moesten langs de Zwanenburgbaan naar de Hoofdweg fietsen, maar zij reden te ver door langs de Kruisweg. Zo reden Gerie en ik, zo'n beetje gestart als hekkensluiters van "De Wokken", plotseling als een van de eerste rijders in het mooie rooie shirt van voren.
Op de Hoofdweg hadden we de wind in de rug, dus we kwamen zonder moeite weer in de buurt van 40 in het uur, ware het niet, dat we af en toe in de remmen moesten knijpen als het enorme peloton van ongeveer 6000 man bij wegversmallingen opstroopte.
Bij Lijnden reden we de Ringvaartdijk op, waar we meten stapvoets gingen rijden. Een halve kilometer verder werd duidelijk waarom: langs de kant van de weg lag een vrouw, die ingepakt was in een aluminiumfoliedeken. Het slachtoffer van een valpartij, gezien de verwondingen aan haar kin.
Voorbij Zwanenburg trok ik tegen de wind iets te hard door en loste zo ongewild Gerie Otte. In zo'n peloton, dat 6 dik over de dijk rijdt, moet je zo min mogelijk omkijken. Je hebt alle concentratie nodig bij wat er voor je gebeurt!
Gelukkig stroopte het een paar kilometer verderop weer op, zodat Gerie en Loek Troost me weer bijhaalde. Loek raakten we in het gedrang op een gegeven moment kwijt in de massa, maar met Gerie ben ik de rest van de tocht opgetrokken.
Bij de Cruquius sloegen we af naar Heemstede, waar we langs de oude villa van Pedagogische Academie "De la Salle" kwamen, waar ik 3 heerlijke jaren heb mogen doorbrengen.
Overal stond publiek langs de kant van de weg. Bij tijd en wijle werd je behoorlijk aangemoedigd. Via Hillegom en Beinsdorp reden we over de Venneperweg naar Nieuw-Vennep. Boven op de Hillegommerdijk had je een prachtig uitzicht op het kleurige lint, dat zich kilometerslang voor je ontrold had.

In Nieuw-Vennep wachtte een warm bad. Wat een enthousiasme. Gerie had bij "De Bolle Olifant" afgesproken met zijn vrouw, zijn schoondochter en zijn kleinkind. Ik kwam ook diverse bekenden tegen, waaronder Kees en Rinus Bakker, mijn broer Paul en mijn schoonzus Trudy, mijn zwager Henk en mijn nicht Marion en haar kinderen.
Bij "De Rustende Jager" was een feesttent klaargezet, waar een koor stond te zingen. Het had iets weg van Franeker bij de Elfstedentocht.
In Nieuw-Vennep stroopte het dusdanig op, dat het een minuut of 10 duurde, voor we weer echt op gang waren. Vrij constant reden we rond de 30 in het uur.
Bij Burgerveen zagen we een slachtoffer van een valpartij. Hij was in de stabiele zijligging gelegd en volgens mij niet bij kennis.
Bij Leimuiden was de drukke provinciale weg N207 helemaal afgesloten voor alle verkeer, behalve voor fietsers. Zes, zeven en soms acht rijen dik reden we over deze brede weg. Maar ook hier zagen we wederom iemand langs de kant van de weg zitten, die slachtoffer was van een valpartij, net als een paar kilometer verder in Langeraar. Het zag er uit, alsof deze vrouw haar sleutelbeen had gebroken. De vermoeidheid begint toe te slaan en daarmee het concentratieverlies en dat kun je je in zo'n veelkoppig peloton niet veroorloven.
Voorbij Leimuiden had je trouwens het mooiste uitzicht van de dag. Vermoedelijk was dit de hoogste brug. Voor je zag je het peloton over de volle breedte van de weg, en links van je zag je de meute als een lang koord zich in de richting van Langeraar bewegen. Verder veel weilanden met koeien, wat boerderijen en houtwallen en daarboven de bewolking, waar de zon doorheen brak met Hollandse luchten. Een sprookjesachtig gezicht.
Als je daarna door een dorp rijdt, waar je als wildvreemde toerrijder wordt aangemoedigd, raak je toch in een euforie.
Via Vrouwenakker en Kudelstaart reden we naar de Veilinghallen in Aalsmeer, waar het mentaal moeilijkste deel van Ride for the Roses kwam: we moesten nog een rondje rijden via Uithoorn en Amstelveen. Ook hier was veel publiek uitgelopen op deze onverwachts mooie zondagmiddag. Het was 22 graden en de hele tocht was het al droog. Toch iets anders dan de hele week al was voorspeld, tot aan gisterenavond laat toe!
Langs de Amstel besloten Gerie en ik ons uit te laten bollen en te gaan genieten van het mooie uitzicht. Het peloton was verbrokkeld geraakt in vele kleine groepen, dus je kon wat meer om je heen kijken.
Samen met Chris Jongkind van "Aalsmeer Fietst", die vrijwel de hele tocht bij ons in de buurt gereden had, fietsten we de laatste 5 kilometer door Aalsmeer-Noord naar de Bloemenveiling. Aan de begroetingen te merken kent deze fietser half Aalsmeer.
Om half 3 waren we bij de Bloemenveiling, waarbij het er naar uit zag, dat het nog behoorlijk lang zou duren, voor we de veilinghal binnen konden rijden.

Ik nam afscheid van mijn oud-klasgenoot Gerie Otte, zocht een plek om de blaas te legen en na het wildplassen moest ik mijn weg zien te vinden naar de Ringvaart. Dat was best lastig, want op de meest voor de hand liggende wegen kwamen tientallen fietsers me tegemoet.
Zodoende kwam ik, geheel ongepland, uit bij de zuidrand van het Amsterdamse Bos. Ik reed over de brug over de Ringvaart bij Schiphol-Oost, zodat ik nog een paar kilometer extra tegen de wind in moest tornen. Niet iets, waar je na 150 km fietsen op zit te wachten. Uiteindelijk zou ik 183 km fietsen vandaag, met als maximum 48 km per uur!
Wie mij achteraf wil sponsoren: dat kan via Ride for the Roses.
Over dezelfde weg als vanochtend reed ik naar Leiden terug, waar ik om kwart over 4 nog net op tijd bij het uitvaartcentrum aan het Levendaal was om mijn trainingsmaat Jan Versteegen te condoleren met het overlijden van zijn vrouw Christine. Voor Jan was het nu letterlijk "Adios Corazon".
Ik had geen tijd meer om me thuis te gaan douchen. Dan was ik te laat geweest om Jan en zijn tweelingbroer Henk te kunnen condoleren. Maar deze tweeling en de ook aanwezige Wim van Huis kennen me zo het beste: flink ruikend naar zweet.
zaterdag 3 september 2011
Rondje Kaag
Het was de warmste dag van de afgelopen weken. Na 's ochtends boodschappen te hebben gedaan, stapte ik om kwart voor 2 op de fiets en reed naar Jaap de Gorter. Samen fietsten we naar het station, waar we Anneke tegenkwamen, met wie we vanmiddag zouden gaan skeeleren. Mijke Hartendorp kwam met de trein naar Leiden Centraal.
Om een uur of half 3 hadden we bij Levkov betaald en skeelerden we over het fietspad langs het spoor naar de Merenwijk en vandaar naar Warmond.
Hier reden we over de weg. Het asfalt reed redelijk. Dat gold niet voor het eerste stuk fietspad. De stoeptegels lagen af en toe schots en scheef. Het tweede gedeelte was echter super: betonnen platen, die spiegelglad waren.

We wilden langs de A44 naar de Kaag skeeleren, maar door de bouw van station Sassenheim was het fietspad aan alle kanten afgesloten. Er bestond een mogelijkheid om door het zand te "klûnen" met de skeelers. Daar zagen we na kort overleg van af.
Derhalve moesten we het viaduct over de A44 over. Dat was geen probleem. Het rijdt een beetje zwaar. Maar je moet ook weer een keer naar beneden. Jaap, Anneke en Mijke hebben een betere remtechniek. Ik begon te snel met afdalen en op het bochtige fietspad maakte ik steeds meer snelheid. Feitelijk reed ik boven mijn kunnen. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt denken: "God zegene de greep" en verder afdalen in de hoop, dat je nergens tegenop botst. Of je kunt kiezen voor een grasstop.
Ik koos voor de laatste optie. In de bocht naar rechts rende ik het gras in, struikelde en viel voorover. Op een klein schaafwondje op mijn knie na kwam ik er verder heelhuids van af.
Met een rustiger vaartje daalde ik af. We hoopten, dat we in Sassenheim terug konden buigen naar het fietspad langs de A44, maar ook hier was alles afgesloten. Zodoende moesten we langs de doorgaande weg richting centrum skeeleren. We hoefden gelukkig niet tussen het winkelend publiek door, maar het fietspad langs de rondweg was ook geen pretje. Lange stukken over tegels.
Bij de afslag naar de A44 kregen we echter prima asfalt. We haalden tientallen bootjes, die op weg waren naar de Kagerplassen, in. Over een door boomstronken af en toe flink hobbelig fietspad tussen snelweg en Schiphollijn in reden we naar de Kaagbrug.
Door ondervinding wijs geworden daalde ik hier een stuk rustiger af, want halverwege moet je een haakse bocht maken. Bij het hekje beneden kwamen we Kees Olsthoorn tegen. Hij benutte deze zonnige septemberdag om een lekker stuk weg te trappen op zijn racefiets.
Langs de Ringvaart hadden we prima asfalt. We schoten lekker op met brede slagen. Ik moest de andere drie laten gaan: niet alleen mijn remtechniek is ontoereikend. We hadden afgesproken om bij café "De Hanepoel" wat te gaan drinken.
Zo reed ik in mijn eentje het stuk van Buitenkaag naar Huigsloot. Ik vond het verder niet erg. Ik genoot er van om te trainen op een paar meter afstand van het water, waar we hopelijk komende winter weer op kunnen schaatsen.

Het supertrio reed een tijdje gelijk op met een wielrenner. Ze reden 27 km in het uur. Ik denk, dat ik een km of 4 langzamer ging, dus zo traag ging het nou ook weer niet.

Op het terras van "De Hanepoel", genoemd naar het meertje aan de overzijde van de Ringvaart, dat nu verscholen was achter de rietpluimen, was de ober vanochtend niet met zijn beste been uit bed gestapt. Zodoende besloten we, om alleen wat drinken te bestellen en geen appeltaart.
Met icetea, cola en 7 up lesten we onze dorst. Op weg naar Nieuwe Wetering zag ik, dat er nog graan van het land gehaald werd. De combines waren druk in de weer. Als geboren en getogen Haarlemmermeerder weet ik, dat 3 september bijzonder laat is.
De ouderwetse draaibrug bij Nieuwe Wetering stond nog open, toen we er aan kwamen. Als ik alle luxe jachten, die ik langs heb zien varen, in ogenschouw neem, denk ik: "Crisis, what crisis?"
Tussen de vele fietsers staken we de smalle brug over om meteen af de buigen naar de HSL. Hiernaast ligt een spiegelglad fietspad, waar je uitstekend op kunt skeeleren. We pakten aan het eind nog een klein stukje Nieuwe Wetering mee en reden over het Joop Zoetemelkpad naar Rijpwetering.
Jaap kwam achter me rijden en duwde me, terwijl ik zelf flink doorskeelerde, lichtjes. Je voelt, dat je dan meteen een paar kilometer harder gaat. Bij het schaatsen noemen ze dit "opgelegd rijden". Voor wedstrijdrijders in de Elfstedentocht is het verboden. Ik begrijp nu, waarom.
Bij "De Vergulde Vos" begon het slechtste deel van ons rondje Kaag. De klinkers rijden voor geen meter, terwijl de stoep slechts 3 tegels breed is. Je kunt daar dus niet echt goed afzetten.
Het fietspad naar Oud-Ade is een stuk beter, ook al zitten er af en toe ruwe stukken tussen. Langs "'t Vennemeer" reden we naar de hoge brug, waar we een korte pauze namen en mijmerden over de mooie Molentochten, die we hier gereden hadden.
Wij reden door naar de rotonde bij Leiderdorp, waar we over het vrij nieuwe fietspad richting Leiden rolden.
Anneke wist in Leiderdorp enkele kruip door sluip door wegen met goed asfalt. Langs de Zijl namen we de weg. Het betegelde fietspad is niet echt vlak te noemen.
De Lage Rijndijk reden we uit met zoveel enthousiasme, dat we uitkwamen op het terras van "De Zijlpoort".

Nu weten jullie, dat ik daar helemaal niet van houd, maar ja, samen uit, samen thuis, nietwaar. En terwijl half Leiden in hun boten en sloepen langs vaarde, aten we wat bitterballen en dronken twee rondjes. Gelukkig was het nog maar een klein stukje naar Leiden Centraal over de Singels, dus ik kon me wat goudgeels veroorloven, ondanks de hoge goudprijzen.
Om kwart over 6 waren we terug bij de plek van vertrek. Mijke ging met de trein terug naar huis, Anneke op de skeelers en Jaap en ik op de fiets. We hebben 4 uur over een kilometer of 35 gedaan, maar dat komt vooral, omdat we de tijd namen om letterlijk en figuurlijk met volle teugen te genieten van het rondje Kaag!
Om een uur of half 3 hadden we bij Levkov betaald en skeelerden we over het fietspad langs het spoor naar de Merenwijk en vandaar naar Warmond.
Hier reden we over de weg. Het asfalt reed redelijk. Dat gold niet voor het eerste stuk fietspad. De stoeptegels lagen af en toe schots en scheef. Het tweede gedeelte was echter super: betonnen platen, die spiegelglad waren.

We wilden langs de A44 naar de Kaag skeeleren, maar door de bouw van station Sassenheim was het fietspad aan alle kanten afgesloten. Er bestond een mogelijkheid om door het zand te "klûnen" met de skeelers. Daar zagen we na kort overleg van af.
Derhalve moesten we het viaduct over de A44 over. Dat was geen probleem. Het rijdt een beetje zwaar. Maar je moet ook weer een keer naar beneden. Jaap, Anneke en Mijke hebben een betere remtechniek. Ik begon te snel met afdalen en op het bochtige fietspad maakte ik steeds meer snelheid. Feitelijk reed ik boven mijn kunnen. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt denken: "God zegene de greep" en verder afdalen in de hoop, dat je nergens tegenop botst. Of je kunt kiezen voor een grasstop.
Ik koos voor de laatste optie. In de bocht naar rechts rende ik het gras in, struikelde en viel voorover. Op een klein schaafwondje op mijn knie na kwam ik er verder heelhuids van af.
Met een rustiger vaartje daalde ik af. We hoopten, dat we in Sassenheim terug konden buigen naar het fietspad langs de A44, maar ook hier was alles afgesloten. Zodoende moesten we langs de doorgaande weg richting centrum skeeleren. We hoefden gelukkig niet tussen het winkelend publiek door, maar het fietspad langs de rondweg was ook geen pretje. Lange stukken over tegels.
Bij de afslag naar de A44 kregen we echter prima asfalt. We haalden tientallen bootjes, die op weg waren naar de Kagerplassen, in. Over een door boomstronken af en toe flink hobbelig fietspad tussen snelweg en Schiphollijn in reden we naar de Kaagbrug.
Door ondervinding wijs geworden daalde ik hier een stuk rustiger af, want halverwege moet je een haakse bocht maken. Bij het hekje beneden kwamen we Kees Olsthoorn tegen. Hij benutte deze zonnige septemberdag om een lekker stuk weg te trappen op zijn racefiets.
Langs de Ringvaart hadden we prima asfalt. We schoten lekker op met brede slagen. Ik moest de andere drie laten gaan: niet alleen mijn remtechniek is ontoereikend. We hadden afgesproken om bij café "De Hanepoel" wat te gaan drinken.
Zo reed ik in mijn eentje het stuk van Buitenkaag naar Huigsloot. Ik vond het verder niet erg. Ik genoot er van om te trainen op een paar meter afstand van het water, waar we hopelijk komende winter weer op kunnen schaatsen.
Het supertrio reed een tijdje gelijk op met een wielrenner. Ze reden 27 km in het uur. Ik denk, dat ik een km of 4 langzamer ging, dus zo traag ging het nou ook weer niet.
Op het terras van "De Hanepoel", genoemd naar het meertje aan de overzijde van de Ringvaart, dat nu verscholen was achter de rietpluimen, was de ober vanochtend niet met zijn beste been uit bed gestapt. Zodoende besloten we, om alleen wat drinken te bestellen en geen appeltaart.
Met icetea, cola en 7 up lesten we onze dorst. Op weg naar Nieuwe Wetering zag ik, dat er nog graan van het land gehaald werd. De combines waren druk in de weer. Als geboren en getogen Haarlemmermeerder weet ik, dat 3 september bijzonder laat is.
De ouderwetse draaibrug bij Nieuwe Wetering stond nog open, toen we er aan kwamen. Als ik alle luxe jachten, die ik langs heb zien varen, in ogenschouw neem, denk ik: "Crisis, what crisis?"
Tussen de vele fietsers staken we de smalle brug over om meteen af de buigen naar de HSL. Hiernaast ligt een spiegelglad fietspad, waar je uitstekend op kunt skeeleren. We pakten aan het eind nog een klein stukje Nieuwe Wetering mee en reden over het Joop Zoetemelkpad naar Rijpwetering.
Jaap kwam achter me rijden en duwde me, terwijl ik zelf flink doorskeelerde, lichtjes. Je voelt, dat je dan meteen een paar kilometer harder gaat. Bij het schaatsen noemen ze dit "opgelegd rijden". Voor wedstrijdrijders in de Elfstedentocht is het verboden. Ik begrijp nu, waarom.
Bij "De Vergulde Vos" begon het slechtste deel van ons rondje Kaag. De klinkers rijden voor geen meter, terwijl de stoep slechts 3 tegels breed is. Je kunt daar dus niet echt goed afzetten.
Het fietspad naar Oud-Ade is een stuk beter, ook al zitten er af en toe ruwe stukken tussen. Langs "'t Vennemeer" reden we naar de hoge brug, waar we een korte pauze namen en mijmerden over de mooie Molentochten, die we hier gereden hadden.
Wij reden door naar de rotonde bij Leiderdorp, waar we over het vrij nieuwe fietspad richting Leiden rolden.
Anneke wist in Leiderdorp enkele kruip door sluip door wegen met goed asfalt. Langs de Zijl namen we de weg. Het betegelde fietspad is niet echt vlak te noemen.
De Lage Rijndijk reden we uit met zoveel enthousiasme, dat we uitkwamen op het terras van "De Zijlpoort".

Nu weten jullie, dat ik daar helemaal niet van houd, maar ja, samen uit, samen thuis, nietwaar. En terwijl half Leiden in hun boten en sloepen langs vaarde, aten we wat bitterballen en dronken twee rondjes. Gelukkig was het nog maar een klein stukje naar Leiden Centraal over de Singels, dus ik kon me wat goudgeels veroorloven, ondanks de hoge goudprijzen.
Om kwart over 6 waren we terug bij de plek van vertrek. Mijke ging met de trein terug naar huis, Anneke op de skeelers en Jaap en ik op de fiets. We hebben 4 uur over een kilometer of 35 gedaan, maar dat komt vooral, omdat we de tijd namen om letterlijk en figuurlijk met volle teugen te genieten van het rondje Kaag!
vrijdag 2 september 2011
Rondje Vlietlanden
Om 2 uur zat mijn werk er op voor deze week en ik fietste de 9 km naar huis. Het was prachtig nazomerweer. In Amerika noemen ze dit een "Indian summer".
Thuis moest ik nog even wat via de mail regelen, waarna ik mijn skeelerspullen bij elkaar zocht en aantrok. Daarbij zag ik, dat de beschermers, die ik gekocht had, van K2 waren. Daarbij ben ik dus onbedoeld door het oog van de naald gekropen, want stel je voor, dat ik aan was komen zetten met beschermers van K3....
Gewapend met een handtasje vertrok ik om half 4 om langs de rand van de Stevenshof naar de Velostrada te skeeleren. Hier moest je af en toe uitkijken voor plukjes gemaaid gras, die af en toe op het fietspad lagen, evenals wat kleine takjes en, toch wel bijzonder vroeg, de eerste eikels.
Bij de Horstlaan gekomen reed ik naar het tunneltje onder de Veurse weg naar de Kniplaan. Bij de brug over de Vliet was het druk met fietsers, die van beide kanten kwamen aangereden. Om te voorkomen, dat ik door hen aangereden zou worden, hield ik me aan de railing vast, tot de kust veilig was. Ik liet los en de wieltjes zetten zich uit zichzelf in beweging.
Zo kwam ik bij de Vogelplas uit. Aan het eind van het fietspad sloeg ik linksaf en nam het Meeslouwepad. Geen geweldig skeelerasfalt. Ik heb er, vooral met Hans Boers, heel vaak gelopen, maar dan doet de ondergrond minder ter zake. Met skeeleren ligt dat toch een tikkeltje anders.
Ooit moet het fietspad een gladde bovenlaag gehad hebben, maar daar was nu geen sprake van. Je golfde een paar kilometer lang constant een beetje op en neer. Dit ging door tot de afslag naar de blauwe brug naar Voorschoten. Daarbij ontdekte ik, dat de weg wel perfect skeelerasfalt had en het ernaast gelegen fietspad niet. Dus wat doe je als Hollander. Inderdaad!!!

Na het brede gladde asfalt nog een keer op en neer gereden te hebben, skeelerde ik over redelijk tot zeer redelijk asfalt langs de Vliet naar de Kniplaan toe. Daar het nog redelijk vroeg was, plakte ik er het stuk naar Leidschendam aan vast. Dit stuk asfalt is beduidend minder van kwaliteit.
Vlak voor Leidschendam daalde ik af over een vrij nieuw fietspad, waarna ik weer terug boog naar de Kniplaan. Dit fietspad heeft ook uitstekend asfalt. Een genot om hier met brede slagen over heen te zoeven. Zo kwam ik weer uit bij de Vogelplas, waar ik op een bankje mijn waterflesje leegdronk en een bounty at.
Via de Kniplaan en de Velostrada reed ik weer terug naar huis, met een kort ommetje naar het huis van mijn schoonouders. Er was echter niemand thuis.
Om kwart voor 6 was ik thuis. Ik had in ruim 2 uur een marathon bij elkaar geskeelerd. Het was inderdaad genieten van het rondje Vlietlanden in de "Indian summer".
Thuis moest ik nog even wat via de mail regelen, waarna ik mijn skeelerspullen bij elkaar zocht en aantrok. Daarbij zag ik, dat de beschermers, die ik gekocht had, van K2 waren. Daarbij ben ik dus onbedoeld door het oog van de naald gekropen, want stel je voor, dat ik aan was komen zetten met beschermers van K3....
Bij de Horstlaan gekomen reed ik naar het tunneltje onder de Veurse weg naar de Kniplaan. Bij de brug over de Vliet was het druk met fietsers, die van beide kanten kwamen aangereden. Om te voorkomen, dat ik door hen aangereden zou worden, hield ik me aan de railing vast, tot de kust veilig was. Ik liet los en de wieltjes zetten zich uit zichzelf in beweging.
Zo kwam ik bij de Vogelplas uit. Aan het eind van het fietspad sloeg ik linksaf en nam het Meeslouwepad. Geen geweldig skeelerasfalt. Ik heb er, vooral met Hans Boers, heel vaak gelopen, maar dan doet de ondergrond minder ter zake. Met skeeleren ligt dat toch een tikkeltje anders.
Ooit moet het fietspad een gladde bovenlaag gehad hebben, maar daar was nu geen sprake van. Je golfde een paar kilometer lang constant een beetje op en neer. Dit ging door tot de afslag naar de blauwe brug naar Voorschoten. Daarbij ontdekte ik, dat de weg wel perfect skeelerasfalt had en het ernaast gelegen fietspad niet. Dus wat doe je als Hollander. Inderdaad!!!
Na het brede gladde asfalt nog een keer op en neer gereden te hebben, skeelerde ik over redelijk tot zeer redelijk asfalt langs de Vliet naar de Kniplaan toe. Daar het nog redelijk vroeg was, plakte ik er het stuk naar Leidschendam aan vast. Dit stuk asfalt is beduidend minder van kwaliteit.
Vlak voor Leidschendam daalde ik af over een vrij nieuw fietspad, waarna ik weer terug boog naar de Kniplaan. Dit fietspad heeft ook uitstekend asfalt. Een genot om hier met brede slagen over heen te zoeven. Zo kwam ik weer uit bij de Vogelplas, waar ik op een bankje mijn waterflesje leegdronk en een bounty at.
Via de Kniplaan en de Velostrada reed ik weer terug naar huis, met een kort ommetje naar het huis van mijn schoonouders. Er was echter niemand thuis.
Om kwart voor 6 was ik thuis. Ik had in ruim 2 uur een marathon bij elkaar geskeelerd. Het was inderdaad genieten van het rondje Vlietlanden in de "Indian summer".
donderdag 1 september 2011
Natte zomer
Het is nu officieel bekend gemaakt door het KNMI: we hadden de natste meteorologische zomer sinds 1906.
Gevoegd bij het droogterecord, dat dit voorjaar gevestigd werd, kun je toch wel spreken van een zeer uitzonderlijk jaar. Door de bank genomen kom je zo wel aardig bij het meerjarengemiddelde uit, maar dat zegt natuurlijk niet zo veel.
Wat zegt dit voor de komende winter?
Daar is het nu nog redelijk vroeg voor. Toch wil ik een kleine vingerwijzing plaatsen naar 2 jaren, die hetzelfde patroon vertoonden: 1993 en 1996. In beide gevallen was er sprake van een zeer droog voorjaar en een natte zomer. Welnu: zowel de winter van 1994 als van 1997 gaf een natuurijsperiode.
Na enorme wateroverlast in december 1993 konden we in 1994 ongeveer 12 dagen de ijzers onderbinden op natuurijs en in 1997 plusminus 21 dagen, met daarbij de befaamde Elfstedentocht!
Kortom: er gloort hoop, ook al weet ik drommels goed, dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Maar het weer is dit jaar dusdanig extreem, dat het mij niet zou verbazen, als er ergens een periode met extreem koud weer te voorschijn zou komen....
Abonneren op:
Posts (Atom)
