maandag 31 augustus 2009

Knieval

Op een zeer mooie zaterdag in januari 2003 waren we met 8 IJVL-ers naar het huis van Van Huis getrokken, waar we bespraken, waar we zouden gaan schaatsen op natuurijs. De keus ging tussen de Alblasserwaard, de Rottemeren en de Nieuwkoopse plassen. Na ampel beraad kozen we de laatste mogelijkheid. In 2 auto's reden we, Frits van Huis, Bert Schotanus, Mariët Spierings, Wil Verbeij, Hans Boers, Jaap de Gorter, Jos Drabbels en Bert Breed, naar restaurant "de Ziende", waar we onze ijzers onderbonden voor een prachtige tocht tussen zeer veel rietkragen door. Schaatsen op natuurijs is immers onze gemeenschappelijke "Wintertime love"!

Er lag een laag sneeuw op het ijs, zodat je goed kon zien, waar je kon schaatsen: waar sneeuw lag, had het een week lang gevroren, en dat was dus redelijk betrouwbaar. Mooi zwart ijs daarentegen, hoe verleidelijk ook, was van recenter datum en dus onbetrouwbaar. De sneeuw had echter één groot nadeel: je zag de scheuren niet. Na 100 meter kwam ik zo met een flink vaartje in zo'n onzichtbare scheur vast te zitten en maakte zodoende een pijnlijke knieval.
Opstaan en doorgaan. Met pijn kun je immers ook schaatsen. Je laat je het schaatsplezier op een mooie windstille dag met temperaturen net onder nul niet ontnemen door een vroege buiteling. Met een pijnlijke rechterknie reed ik achter het zevental aan over de Meije. Eerst schaatsten we tussen de rietkragen door, vervolgens reden we naar het dorpje Meije. Op dit stuk kwamen we flink wat bruggen tegen. De meesten konden we bukkend passeren, slechts een paar keer moesten we klûnen.

Na het dorpje gepasseerd te zijn kwamen we bij de rietkragen uit. Zigzaggend reden we door dit prachtige natuurgebied naar het plaatsje Noorden toe. Hier moesten we over een stuk zwart ijs. De ervaringen in Giethoorn hadden diverse personen toch wel voorzichtig gemaakt, zodat we zo dicht mogelijk langs de rietkragen dit stuk overstaken. In Noorden namen we een korte eetpauze, alvorens door te rijden naar Woerdense Verlaat.

Het ijs was op dit stuk beduidend minder van kwaliteit, met zeer veel scheuren. Diverse personen kwamen zodoende ook onprettig met het ijs in aanraking. In Woerdense Verlaat staken we klûnend de dam over, waarna een stuk zeer slecht ijs volgde met dooiijs aan de randen. Dit deed ons besluiten om niet bij de sluis over te steken, maar terug te schaatsen naar Noorden.

In een snackbar bestelden we tosti's, broodjes, koffie, warme chocomel e.d. Hier zaten we ruim een half uur. Douwe en Jilles Kinkel kwamen ook binnen en vertelden, dat de Grecht tussen Woerdense Verlaat en Woerden 8 km prachtig zwart ijs had. Derhalve reden we weer naar de dam toe. Aanvankelijk zag ik dat niet zo zitten, want ik had in de snackbar toch behoorlijk wat last van mijn knie gekregen. Maar kennelijk kwam dit door het stilzitten, want naarmate we langer schaatsten, werd de pijn minder.
Mariët had ondertussen ook een knieval gemaakt, zodat we op de Grecht de achterhoede vormden van ons groepje. We konden hoe dan ook genieten van heerlijk, sneeuwvrij glijijs. Een gouden tip van de Kinkels. In Woerden zaten de anderen al te eten, toen we daar aankwamen. Daar schaatsen toch wel hongerig maakt, volgden wij dit voorbeeld.

Op de terugweg reden Mariët en ik wederom in een heerlijk duurtempo, dat je uren vol kan houden, achter de anderen aan. Ondanks dat we een eind achter lagen, merkte je toch wel het verschil tussen geoefende schaatsers en zij, die niet iedere week trainen: we zijn op de 8 km niet één keer ingehaald, we haalden alleen maar in.
Bij de sluis kwamen we Letty Ruhaak en Pieter en Thijs Smit tegen, die hun wagen in Woerden hadden geparkeerd.
Vanaf Woerdense Verlaat reden we over de Meije terug naar ons startpunt. Een prachtige tocht in de schemering, met wel om de 100 meter een bruggetje. We hebben in ieder geval vaak moeten bukken. Soms heeft het voordelen als je klein bent....
Bij het dorpje Meije kwamen we Joost Wösten tegen, die nog naar Woerden wilde schaatsen in zijn eentje. Dit hebben we hem uit zijn hoofd weten te praten, want in het donker zie je alle eendenwakken niet en dan wordt schaatsen in je eentje al spoedig zwemmen bij het eendje.
Zodoende reden we met 9 IJVL-ers naar restaurant "de Ziende", waar we nog even wat gingen drinken en na konden genieten van een 90 km lange tocht op een prachtige winterdag. Zelf kon ik nog 3 weken na "genieten" van een gekneusde rechterknie. Wijs geworden rijd ik daarna altijd met kniebeschermers. Je weet immers maar nooit, wanneer je weer een knieval moet maken....

zondag 30 augustus 2009

"It kin net"

Op vrijdag de 13e gaan schaatsen draagt een zeker risico in zich. Aanvankelijk waren we van plan het volgende verhaal niet verder te vertellen, maar daar het de IJVL reeds doorgezongen heeft, is het beter om het als ooggetuige aan het woord te komen.
Welnu, rond 9 december 2002 begon het dankzij transportkou in Nederland flink te vriezen. De harde noordoostenwind voorkwam, dat de sloten al snel dicht lagen, maar op woensdag 11 december kon je voor het eerst deze winter op natuurijs.
Jaap de Gorter kwam op het illumineuze idee om naar Giethoorn te gaan in het weekend. Hij had daar een paar keer gewandeld en hij wist een leuk hotel aan het water. Er was nog plek in hotel "de Harmonie", gelegen op de plek van het afgebrande hotel, dat bekend was geworden door de humoristische film "Fanfare" van Bert Haanstra.

Na wat rondbellen hadden we een groepje van 6 IJVL-ers: Jaap de Gorter, Wil Verbeij, Jos Drabbels, Arien Stuijt, Hen van den Haak en Bert Breed. Na op donderdag de smaak van het schaatsen op natuurijs op ondiepe plassen en sloten geproefd te hebben, konden we 's avonds de schaatsen nog even slijpen en de boel pakken voor de volgende dag. De plannen veranderden nog een beetje: Sjaak Stuijt, Frits van Huis en Kees Olsthoorn zouden ook meegaan, maar zij zouden vrijdagavond weer terugrijden naar Leiden. Het zou iets anders lopen....
Twee auto's met 4 personen vertrokken onafhankelijk van elkaar naar Giethoorn, terwijl Jaap met trein en taxi naar de plaats van bestemming trok. Om half 12 waren we allemaal bij hotel "de Harmonie". Na de droge kleren in onze kamers gezet te hebben, bonden we onze schaatsen onder en rond het middaguur reden we door Giethoorn-Noord onder de bekende hoge bruggetjes door. Genieten dus.
Daar Frits had gezegd, dat we nu maar een klein rondje zouden schaatsen, lieten we onze rugzakken bij het beginpunt staan. Het tempo lag vanaf het begin flink hoog. Net als de dag ervoor betekende dat, dat ik de hele middag aan de staart van de groep zou bungelen, maar nog vaker, dat ik gewoon achter deze groep aan zou rijden tot het moment, dat het even stil zou vallen, als er gekluund moest worden of als er gezocht moest worden naar de juiste route.
Via een klein meertje kwamen we bij een sloot met 3 lage bruggen. Deze voerde ons naar Giethoorn, bekend van alle mooie foto's. Even voorbij Giethoorn kwamen we een man tegen, die ons vertelde, dat hij in Zwartsluis was gestart. Daar konden we dus ook naar toe. Via een sloot tussen de rietkragen door schaatste de groep in hoog tempo zuidwaarts, twee meertjes langs de rand passerend.
Het ijs was op de meren wisselend van kwaliteit: veel grondijs of hobbelig ijs, afgewisseld met spiegelglad zwart ijs. Het ijs op de sloten had veel minder last gehad van de wind en dat was over het algemeen goed glijdend ijs. Tenslotte kwamen we op een driesprong: linksaf konden we naar Zwartsluis, rechtsaf naar Belt-Schutsloot. We kozen voor Zwartsluis.
Op 100 meter klûnen na konden we in dit plaatsje aan het Zwarte Water komen, maar er was helaas geen plek aan het water, waar we wat konden eten of drinken. We maakten dus rechtsomkeer en reden naar Belt-Schutsloot, waar we in het kleine café aan de haven koffie of warme chocomel met slagroom met appeltaart nuttigden.

Alleen Sjaak reed is zijn eentje nog een half uur rond, terwijl wij ons laafden. Met zijn negenen reden we daarna noordwaarts.
Zo kwamen we bij de Belterwiede. Hier moesten we kiezen: terug door de rietlanden of over het maagdelijke ijs van het meer. En ja, op vrijdag de 13e wil de keuze soms verkeerd uitvallen, dus werd er gekozen om het meer dwars over te steken. In het begin was het hobbelig ijs, maar na 100 meter kregen we prachtig zwart ijs.
Bij de dijk aangekomen zouden we een stuk moeten klûnen om vervolgens op een ander meer rechtstreeks naar Giethoorn te kunnen schaatsen. Overmoedig geworden door de geslaagde tocht, viel de keuze niet op de veilige route, maar werd gekozen voor het avontuur. Op zo'n 50 meter uit de kant reden we met de wind in de rug met een flinke snelheid over het Belterwiede. Sjaak wist daar nog een brug te liggen, die ons via een paar rietsloten naar Giethoorn zou leiden.


Zo ver zouden we echter niet komen. Halverwege het meer ging het mis. Vier van de vijf koplopers zakten door het ijs. Alleen Frits, die een meter of 20 links van de groep reed, ontsprong de dans. Arien was binnen een seconde uit het water, Jos deed er een seconde langer over. Wil was met 5 seconden uit het water, maar toen was er even paniek: Sjaak was onder het ijs geschoten. Gelukkig wist hij op eigen kracht snel het wak te vinden, zodat hij na zo'n 15 seconden gewond uit het ijs gehesen kon worden. Het ijs op de rand van het windwak was zo dik, dat er 5 man konden staan.
Jaap en Bert reden snel maar voorzichtig naar de weg, om auto's aan te kunnen houden. Jaap liep door naar de parkeerplaats, terwijl Bert auto's tot stoppen probeerde te bewegen. Een echtpaar uit Giethoorn was eerst doorgereden, maar iets in de gebaren van Bert zei hen, dat het toch ernstiger was dan alleen natte kleren. Ze keerden om en zo stonden er 2 auto's gereed, toen de pechvogels van het ijs kwamen.
Sjaak had een flinke jaap op zijn schedel en diverse kleine verwondingen aan zijn hoofd en met een verband om zijn hoofd werd hij samen met zijn zoon naar de lokale huisarts gereden. Jos en Wil werden in de andere wagen naar het hotel gebracht.
Voorzichtig reed het overgebleven vijftal terug, de sporen van de heenweg nauwkeurig volgend. Een tweetal schaatsers, dat in onze voetsporen was getreden, wezen we op het gevaar en zij reden met ons mee terug.
Bij de Blauwe Hand staken we klûnend de dijk en de brug over en vervolgden daarna over het volgende meer de tocht naar Giethoorn. De zon begon al te zakken en zette het plaatsje in een schitterende oranje gloed. Om 4 uur waren we bij het lage bruggetje, waar een flinke plas bloed op het ijs lag. Kennelijk iemand anders, voor wie vrijdag de 13e geen geluksdag is...
Bij het hotel gekomen hoorden we van Arien, die net onder de warme douche vandaan kwam, dat Sjaak door de dokter, die zelf de dag ervoor door het ijs gezakt was, gehecht was. Daar hij water in zijn longen had gekregen, werd hij later op de middag naar het ziekenhuis van Meppel gebracht ter observatie: hij kreeg antibiotica om een eventuele longontsteking te kunnen onderdrukken.
Wil ging ook naar de huisarts toe, daar hij pijnlijke ribben had overgehouden aan zijn onvrijwillige duik in het water: hij had een paar ribben gekneusd. Al met al werd het een vrij chaotische avond met zeer veel mobliel gebel."
"Over een jaar maken we er geintjes over" zeiden we, om de zaak te kunnen relativeren. Twee weken later bleek dat inderdaad al het geval. We maakten grollen over het NK wakzwemmen in Giethoorn met als hoofdprijs een volledig verzorgd weekend Meppel.
Om een uur of 9, na een voorgerecht gegeten te hebben, gingen Frits en Kees naar Leiden terug, terwijl de rest in Giethoorn bleef.
De volgende ochtend ging Arien met de taxi naar het Diaconessenhuis in Meppel, terwjl wij nog een uur of 3 in en om Giethoorn schaatsten: uiteraard alleen waar anderen al gereden hadden. Daar het tempo iers rustiger was dan de voorgaande dagen, hadden we ook tijd om te genieten van het Venetië van het Noorden en het prachtige natuurgebied De Wieden.
Om 1 uur verlieten we het ijs. Na nog wat gegeten en gedronken te hebben, gingen we op weg naar huis, uiteraard via het ziekenhuis van Meppel. Met Sjaak ging het al een stuk beter, hoewel hij nog een nacht langer ter observatie moest blijven.

Al met al hadden we een onvergetelijke schaatsdag gehad, die samengevat kan worden in de gevleugelde uitdrukking uit de Friese Beerenburgerreclame: "It kin net." In het Nederlands te vertalen als: "'t Kan nat."

De onvermijdelijke Erica Terpstra


Iedere zichzelf respecterende sporter komt, behalve de man met de hamer, ook Erica Terpstra een keer tegen. Er is in Nederland immers niemand te vinden, die vaker startschoten lost, stempelt of op andere wijze duidelijk aanwezig is bij aansprekende sportevenementen.
Zo ook op 8 maart 2001, bij de start van de 24 uur van de Uithof, waar Douwe Kinkel en ondergetekende het genoegen mochten smaken om de IJVL te vertegenwoordigen bij een in de ogen van Erica Terpstra belangwekkend sportevenement. Als de triatloncommissie nog iemand zoekt voor het startschot geeft bij de run-skate-run van 2010.....

In een mistige Uithof vertrokken zo'n 50 doordouwers om 8 uur, een tiental voor een etmaal schaatsen, de rest voor wat realistischer afstanden. Douwe had een blessure als gevolg van een val op het ijs en hij zou wel zien, waar het schip zou stranden. Dit bleek ruim 50 ronden verder te zijn.
De mist beloofde snel uitgeslagen ijs, hetgeen uitkwam, dus een half uur glad ijs en anderhalf uur werkijs. Ik zat in een treintje met 6 Scheveningers, die in januari voor niets naar de Weissensee gereden waren, waar ze geen meter geschaatst hadden. Eén persoon hield de rondetijden van gemiddeld 59 seconden bij. Om de 10 ronden nam een ander kop. Zelf draaide ik ook mee in het kopwerk.
De eerste 10 km ging in 26.08, 3 minuten langzamer dan vorig jaar, maar na 270 rondjes had ik mijn eerste p.r. van het seizoen te pakken: 4 uur 28.27 op de 100 km, ruim 3 minuten sneller. Vlak voor de 300e ronde ging mijn voorganger onderuit. Ik kon hem niet meer ontwijken en viel over hem heen. Meteen schoten mijn benen "vol". Ik kreeg een heuse inzinking.
Een extra eet- en drinkpauze genomen en proberen de man met de hamer te overwinnen door langzaam 5 rondjes te rijden voor de volgende pauze. Meestal ovewin je een inzinking zo na 10 á 15 km, maar vandaag kwam dit punt echter niet. De vorm was redelijk, maar de scherpte van vorig jaar ontbrak, ondanks een duidelijk verbeterde techniek. De oorzaak: twee zweepslagen tijdens de droogtraining. Gelukkig was er sprake van een evenwichtige trainingsopbouw: in juni de linkerkuit, in september de rechterkuit. Al met al was mijn zomertraining behoorlijk in de war gestuurd.
Dat was dit hele seizoen merkbaar in een duidelijk mindere vorm. Wie nog twijfelt aan het nut van droogtraining, moet maar eens met me komen praten.
De inzinking bleef dus, dus ook het "schema" van 5 rondjes rijden en dan pauzeren. Vooral het linkerbeen wilde niet meer. Druk zetten op de linkerschaats lukte niet meer goed. Maar stukje bij beetje vorderde de tocht op de Uithof. Toen ik nog 50 km te gaan had, kwam de IJVL-jeugd trainen. Zij gaven me net die stimulans om door te zetten, toen ik het het hardste nodig had.
Vermoeidheid heeft effect op het concentratievermogen. Ik vergat mijn schaatsbeschermers uit te doen, toen ik een paar rondjes met Ada Breeuwer op wilde schaatsen. Een fraaie smak op het ijs volgde.
Intussen waren de ronden veel ruimer geworden: van de binnenbaan naar de buitenban. Het was dus verantwoord om het schema te veranderen van 372 meter per ronde naar 400 per ronde. Dat betekende dus 500 ronden in plaats van 540. Dat past ook in het beeld van het hele seizoen: net niet! De volle 200 km werd een kleine 200, maar zo kon ik me toch een beetje sparen voor de wintertriatlon van 18 maart. Op die zondagmorgen bleek het rijden van 500 ronden vlak voor de triatlon geen succes. Ik kon absoluut geen kracht uit de benen laten komen. Het verlies ten opzichte van mijn p.r. bedroeg dan ook 23 minuten.
Tergend traag vorderde de tocht. Om 8 uur 's avonds had ik de 1000 bochten doorgeworsteld. De officiële tijd stond op 10 uur 50.23. Het verval in de tweede helft was enorm. Maar ja, een inzinking van 80 km maak je ook niet iedere dag mee. Als je mij voor de keuze stelt, wie ik liever tegenkom, de man met de hamer of Erica Terpstra, nou, dan weet ik het wel.....

20 x 10

Om 6 uur verliet ik het huis , om met de trein en de tram naar de Uithof te gaan, alwaar ik om half 8 binnen wandelde. De bikkels van de 24 uur waren al aanwezig of kwamen net binnen. TV-West was al aanwezig om Ton Rueck te interviewen. Deze organisator was een van de 7 deelnemers aan de 24 uur van de Uithof in maart 2000. Om 8 uur klonk het startschot en kon ik beginnen aan mijn 200 kilometer.
In een rustig maar pittig tempo reed ik mijn eerste 27 rondjes in 23.08.97. Dit betekende, dat de eerste 10 km 42 seconden sneller waren dan mijn officiële p.r. op deze afstand. Na wat gedronken te hebben, sloot ik aan bij een peloton van een man of 20. In de slipstream reed ik zo de tweede 10 km, om vervolgens na 48.03 weer wat te gaan drinken. Dit patroon van om de 10 km stoppen om wat te gaan drinken, zou ik de rest van de dag zo veel mogelijk volhouden: dus 20 x 10.
Het eerste uur reed ik gemiddeld 25 km. Na de derde pauze was ik net te laat om bij het peloton aan te sluiten. Toen maakte ik de fout om dat gat zo snel mogelijk dicht te rijden. Ik voelde het aan mijn bovenbenen. Ik bleef lekker aan de staart van het peloton hangen, tot het tempo aan de kop omhoog ging van rondjes 53 naar rondjes 47. Dat tempo was mij te hoog om het nog 160 km vol te houden. In eigen tempo reed ik naar 1.41.00 op de 40 en 2.07.41 op de 50 km. Het ging lekker tot de eerste dweilpauze.
Na de dweilpauze ging het nog beter en reed ik een kilometer of 5 aan kop van het peloton. Het was inmiddels veel drukker geworden. Zo'n 150 man reed mee met de diverse toertochtafstanden. Het ijs gleed aanvankelijk weer zeer goed, maar langzamerhand werd het werkijs. Rond de 80 km kreeg ik de eerste dip te verwerken. Even een extra stop om wat te drinken en weer verder. Rond de 90 km moesten we van het ijs voor de tweede dweil. Bij het ietwat onhandig aandoen van de schaatshoezen voelde ik een krampscheut door mijn rechterdijbeen schieten. Het gedwongen kwartier rust kwam me dus niet slecht uit.
Na de pauze begon ik dus voorzichtig. Met 4.31.54 had ik de eerste 100 km erop zitten en kon het aftellen beginnen. De rondjes 53 uit het begin en 57 in de 2e 50 km maakten nu plaats voor rondjes van een minuut. Alles ging redelijk vlat, tot ik na 120 km een inzinking had. Veel drinken, wederom een cyclon-fruitzakje naar binnen gewerkt en iedere keer een paar kilometer rijden en dan weer even rusten. Een kopje soep, dat ik van een van de afhakers kreeg, was zeer welkom.
Het werd steeds stiller op de baan. Ik was kennelijk niet de enige, die de man met de hamer, na 5 uur en 3 kwartier schaatsen, was tegengekomen. Ondanks dat ik de bochten zo min mogelijk met pootje over en zoveel mogelijk "stiekem" naar binnen glijdend, was ik 324 rondjes doorgekomen. Vanaf km 130 was ik de inzinking te boven gekomen. De rondetijden gingen weer omlaag en met name de bochten kon ik weer veel beter doorkomen. Pas bij 150 km zat ik met 7.33.20 voor het eerst op een schema net boven de 10 uur.
Na een nieuwe dweilpauze liep het nog soepeler, terwijl de eerste deelnemers aan de recordwedstrijden op de 1500 meter binnen kwamen druppelen. Tot de 180 km kon ik het tempo goed volhouden. Daarna kwam de man met de hamer nogmaals langs. De laatste 54 ronden zat ik er volledig doorheen. Ralf Nijssen was, na de wintertriatlon, voor de tweede maal een redder in nood. Hij ging in een langzaam tempo voor mij rijden, zodat ik van de slipstream kon profiteren op de niet gedweilde inrijbaan, die steeds stroever werd.
Met drinkpauzes om de 5 ronden en een beschamend laag tempo deed ik bijna 3 kwartier over de voorlaatste 10 km. Met aanmoedigingen van de in groten getale opgekomen IJVL-jeugd (waaraan je kunt zien hoe sterk de IJVL in de breedte is), kwam ik stukje bij beetje de zeer zware bochten door. De laatste 10 waren wel de zwaarste, maar als een paard de stal ruikt gaat het toch iets sneller: 40 minuten, om in 10 uur 25 minuten en 8 seconden over de finish te glijden, een clubrecord vestigend op deze incourante kunstijsafstand. Maar ja, ik ben dan ook minimaal een eeuw te laat geboren om een schaatstopper te worden.
Terwijl ik het strijdperk verliet, hadden de voorste 24-uursrijders al 700 ronden gereden tegenover mijn 540. Ik weet hoe ze zich moeten voelen en heb diep respect voor deze doordouwers, die boven de 500 km uit zouden komen. Van Leiden naar Parijs!

Ondanks de inzinking had ik een goed gevoel over deze 20 x 10 kilometer. Het lichaam kon weer eens ervaren, wat het betekent om een zeer alternatieve Elfstedentocht te rijden, terwijl de mentale weerbaarheid weer eens getest werd. Het is zeer zeker voor herhaling vatbaar, maar laat eerst die echte Elfstedentocht maar weer eens komen.
Tot mijn stomme verbazing kon ik de volgende dagen gewoon traplopen. De inzinking bleek dus geen enkele invloed te hebben gehad. Alleen twee blaren en een licht spierpijntje in mijn rug waren de lichamelijke herinneringen aan deze 1080 bochten. Ondanks 6 liter Extran en andere sportdranken bleek ik de volgende ochtend 2 kilo lichter te zijn geworden. Voor wie af wil vallen is dit dus een uitstekend recept.

woensdag 26 augustus 2009

"Jos maakt altijd indrukwekkende geluiden!"

Het was de zoveelste heerlijke zomeravond in de maand augustus. Pieter Smit was weer hersteld van de griepachtige verschijnselen en dat hebben we geweten. Er stond een intensieve training op het programma. Met de schaatsplanken liepen we naar de Bult toe. Bij de kantine van Swift passeerde ik Loek Noest, met wie ik in de winter altijd in de Leidse IJshal schaats. Terwijl ik de schaatsplank voor mijn gezicht droeg, zie ik meesmuilend tegen hem: "Je ziet het, Loek. Ik heb een plank voor mijn kop." "Dat weten we toch al jaren, Bert" was zijn snedige antwoord. Na twee rondjes inlopen hadden we een piramide op de schaatsplanken. Van 30 seconden naar 1 en anderhalve minuut en in omgekeerde volgorde terug. Van alle oefeningen, die we in de zomermaanden voor onze kiezen krijgen, vind ik de schaatsplank het leukste. Het lijkt het meeste op het schaatsen, terwijl het behoorlijk intensief is, dus goed voor de conditie. We moesten een rondje van 675 meter lopen op volle snelheid. Jaap de Gorter, die in een gewoon sportshirt trainde, was door het vele sporten al afgehaakt. Zelf begon ik zo hard mogelijk met het verborgen doel om Hans Boers, die het wel aangedurfd had om in het roze shirt van de Wassenaarse zwemloop mee te doen, voor te blijven. Dan had ik daarna kunnen zeggen: "Zie je wel, dat het Dreamteam beter is!" Helaas, 100 meter voor de eindstreep haalde Hans, die gewoon van nature een betere loper is, mij toch in. Met een meter achterstand finishte ik in 2.25. Overbodig om te zeggen, dat ik wijselijk mijn mond hield. Meteen daarna moesten we in de elastieken 10 keer een heuveltje op sprinten. De eerste keer hield Hans mij tegen. Ook zonder de aanmoediging van Jaap met "Sloop hem" deed Hans dat zo grondig, dat ik zo ver achter de rest eindigde, waardoor Pieter mij ervan verdacht mijn best niet te doen. Pieter nam de taak van Hans over. Iedere verdere sprint omhoog ging ik mijn kuiten meer voelen. Annerieke van der Beek kreeg de lachers op haar hand, toen ze over de na de zoveelste sprint hijgende Jos Drabbels zei: "Jos maakt altijd indrukwekkende geluiden!" Na een rondje uitlopen volgde nog diverse schaatsstappen heuvelopwaarts. Pieter was blij met de opmerking, dat we moe werden. "Dat was ook de bedoeling. Vandaag was de training intensief". Met het uitlooprondje moest ik uitkijken, om geen kramp in mijn kuiten te krijgen. Maar voor de rest: we waren moe, maar voldaan!

zondag 23 augustus 2009

Fietspuzzeltocht door het Kikkerland

Het was een uitgelezen dag voor een fietspuzzeltocht. Na veel moeite is deze datun een week of 6 geleden vastgesteld. En dan is het toch leuk, als de weergoden dan meewerken. Om 11 uur waren Tim de Beer en zijn neef Peter Zwart als eersten aanwezig. Joep Kapiteyn kwam een minuut of 10 later en bas en Nel Warnink sloten de rij. In de tuin begonnen we met appeltaart van appels uit de eigen tuin. Om kwart over 12 vertrokken we voor de fietspuzzeltocht. Ik had iets gedaan, wat mij in 29 jaar niet gelukt is: Ada een zwijgplicht opleggen. Ada kent de omgeving dermate goed, dat ze diverse vragen zo zou kunnen beantwoorden. De tocht begon langs de rand van de Stevenshofpolder. Peter herkende dit stuk van de marathon van Leiden in mei jongstleden. De tocht voerde langs de spoorbaan naar Duivenvoorde, vandaar langs de Vogelplas naar Stompwijk, langs 't Geertje naar Zoeterwoude-Weipoort om uiteindelijk slingerend door de weilanden via Zoeterwoude-Dorp en Cronesteyn langs de Vliet en de Korte Vliet weer naar de Stevenshof toe te fietsen, al met al een kleine 40 km. Onderweg hadden we een picknick bij 't Prielenbos. Voorts aten we boerenijs in Zoeterwoude-Weipoort en dronken we witbier op het terras van brasserie Cronesteyn. Nu is een fietspuzzeltocht vooral leuk, als je er een paar strikvragen en geintjes in verwerkt. Welnu, ik zal er bij deze een paar verklappen. Op het fietspad langs het spoor in Voorschoten tref je op een gegeven moment 4 veeroosters aan. Nu stonden daar aan de kant waar wij vandaan kwamen 2 bordjes met "Pas op wildroosters". Aan de andere kant stonden ook 2 van die bordjes, één met dezelfde tekst, maar de tweede met "Let op wildroosters". De vraag was: "Hoe vaak moet je oppassen voor de wildroosters?" Het juiste antwoord was dus: 3! De tweede strikvraag, midden in de weilanden, die uiteindelijk door Ada opgelost werd, was deze: "Wie zijn er te dik?" Iedereen concentreerde zich op een bordje met de uitleg, waarom hondendrollen zo slecht zijn voor de koeien, maar Ada legde na 10 minuten de link met het andere bordje met daarop de tekst: "Honden aan de lijn". De derde strikvraag was op het Lange Kerkpad. Daar staat midden in de weilanden het beeld van een fors uitgevallen grutto. Vanuit de verte lijkt het een ooievaar. De vraag was: "Op hoeveel plekken kunnen ooievaars landen?" "Geen" kreeg ik als antwoord, maar het juiste antwoord, midden in de weilanden, is natuurlijk "Oneindig veel". De laatste strikvraag ging voor de start al de mist in. Nel las deze vraag in onze tuin hardop voor: "Hoeveel stoplichten ben je onderweg tegengekomen?" Het antwoord was 0, terwijl de Fietspuzzeltocht door het Kikkerland bijna 40 km lang was! Maar vanuit Leiden kun je op de fiets prima in het Groene Hart komen, zonder door druk verkeer gehinderd te worden. Hoewel: op deze prachtige zondagmiddag was het overal zeer druk met fietsers. Aan het eind van de middag kwamen Lotte van Walsteijn en Willem Jongsma ook nog langs. In de tuin aten en dronken we daarna gezellig koutend. Na de Fietspuzzeltocht door het Kikkerland genoten we van de "Lazy sunday afternoon". 

zaterdag 22 augustus 2009

Wassenaarse zwemloop

Vrijdagavond bleek, dat niet alleen ik, maar ook Paul Verkerk, de andere helft van het Dreamteam, last had van griepachtige verschijnselen. Helaas voor Jaap en Hans, ze zouden het derhalve zonder ons lichtende voorbeeld moeten stellen. Maar de Engelsen kunnen het zo mooi zeggen: "Every cloud has a silver lining." Dat geldt dus ook voor het vorige week opgerichte Dreamteam. Paul constateerde in een mailtje terecht: Het Dream Team heeft nog nooit verloren. Onze ongeslagen status kunnen we dus tot nader order handhaven!
Deelname was helaas uitgesloten op deze zonovergoten zaterdag, maar kijken naar het geploeter van Hans en Jaap kon natuurlijk wel. 
Op de fiets reed ik naar Wassenaarse slag, en wandelde het strand op, waar het voor Paul en mij vandaag geen "Sea of joy" was.
Hans beet de spits af met een kilometer zwemmen in zee. Door de sterke stroming kwam hij ver uit de richting aan land, na bijna 3 kwartier. De eerste 4 atleten waren binnen een kwartier al binnen en omgekleed richting duinen aan het lopen. De eerste was zelfs al na ruim 50 minuten gefinisht! Toch was Hans nog niet de laatste deelnemer, die uit zee kwam.
Jaap liep in ongeveer 50 minuten de 10 km over het loodzware parcours door de duinen. Daar de ruiterpaden genomen werden betekende dat veel mul zand. Een alleszins redelijke prestatie. Hij slaagde er in ieder geval in om niet als laatste van de duo's te finishen. Het reserveteam van de IJVL had zich dus naar behoren geweerd. Als dank voor hun geleverde inspanningen kregen de heren allebei een roze t-shirt. Het stond ze goed. Hierin kunnen ze volgend jaar meedoen met de Gay Parade....