zondag 10 april 2011

Meezing Matthäus

Het was de laatste dagen prachtig weer. De eerste zwaluwen zijn weer in het land. En in combinatie met de titel denken veel mensen dan meteen aan Lothar Matthäus, de legendarische Duitse Schwalbekönig.

De Meezing Matthäus betrof een bijzondere uitvoering van het beroemdste koorwerk van Johann Sebastian Bach. In menig kerk of concertzaal in Nederland wordt de komende weken de Matthäus Passion uitgevoerd.

Gisteren fietste ik in mijn eentje naar Haarlem. Ada was naar Oudewater, waar er een reünie was van de Immanuelschool, waar ze in de jaren '70 een kleine 4 jaar voor de klas heeft gestaan. Door de Bollenstreek, met veel geurige en kleurige velden vol narcissen, tulpen en hyacinten reed ik via Voorhout naar Lisse. De route liep voor een behoorlijk groot deel over wegen, die ik vorig jaar gelopen had op weg naar de Keukenhofloop. Op de teller stond exact 20 km.
Ik had me voorgenomen om op een mooi plekje een eetpauze te nemen, maar door de vrij stevige noordwestenwind vorderde ik wat langzamer, dan ik gepland had. Via Hillegom en Zwaanshoek reed ik dus naar Bas Warnink. Bij hem at ik mijn banaan en de mueslibollen, alvorens we doorfietsten naar het centrum van Haarlem, waar in de Grote kerk om half 4 de deuren opengingen.
Samen met Tim de Beer zochten we een plekje in het midden van de kerk, met uitzicht op het enorme orgel, waar om 4 uur de eerste klanken klonken van de Meezing Matthäus.

Daar we niet zo muzikaal zijn, dat we van het blad onze partij uit het achtstemmig koorwerk zonder oefening meteen oppikken, zongen we de hoofdmelodie, gezongen door de sopranen, een octaaf lager. Daar vrijwel alle solopartijen uit de Matthäus Passion weggelaten waren, duurde de Meezing Matthäus ruim een uur, waarvan we ongeveer drie kwartier gezongen hadden.

Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de COV kregen we nog een glaasje wijn. Hier liep ik Wim van Gent, oud-voorzitter van de Stichting Leidse koorprojecten, tegen.
Op de zonovergoten Grote markt zochten we een plekje op een terras. Daar we ons graag voegen naar lokale gebruiken bestelden Bas en ik een Jopen lentebier.
Om kwart over 6 fietsten we weer terug naar Hoofddorp, waar we Nel thuis ophaalden om meteen door te rijden naar Nieuw-Vennep. Bas had 2 kaartjes gewonnen voor de uitreiking van de "Blues awards" in "De Rustende jager". Grote trekpleister was Harry Muskee, beter bekend als Cuby van Cuby & the Blizzards.

In mijn geboorteplaats aten we in snackbar The Family patat met saté. Echte sportvoeding dus. Om half 9 begaven Bas en Nel zich naar "De Rustende jager", terwijl ik met de wind in de rug naar huis fietste, waar het dagtotaal op 83 km uit kwam. Muziek en sport gaan prima samen!

donderdag 7 april 2011

Predroogtraining

Een uur geleden heb ik in mijn eentje een kilometer of 10 gelopen vanuit huis.
Afgelopen dinsdagavond deden we dat met een illuster kwintet vanuit het huis van Hans Boers. Met Jaap de Gorter, Jos Drabbels en Wil Verbeij beten we de spits af van de predroogtraining. De droogtraining van de IJVL begint op 11 mei, wij werken nu al aan de conditie voor het schaatsseizoen 2011-2012.
We liepen naar de sluizen van Leidschendam en vandaar om de Vogelplas heen. Je weet dan weer meteen, waarvoor je traint.

De door buienradar voorspelde regen bereikte ons, toen we op de Veurseweg liepen, zodat we de kortste weg naar het huis van Hans en Morena namen. Daar Hans een week geleden jarig was, had hij voor appeltaart gezorgd. Overbodig om te zeggen, dat dat er na het hardlopen wel inging.
De zomertraining van dit groepje IJVL-ers is in ieder geval zeer gezellig begonnen.

maandag 4 april 2011

Het psalmenoproer

Maassluis is in Nederland vooral bekend als de plaats, die een onuitputtelijke bron van inspiratie vormt voor Maarten 't Hart. Zaterdagavond kwam bij mij zijn historische roman "Het psalmenoproer" voor de geest.

Deze historische roman speelt zich af in Maassluis tijdens de 18e en het begin van de 19e eeuw. In 1773 werd in gereformeerd Nederland een nieuwe psalmberijming ingevoerd. Men moest ook sneller gaan zingen in plaats van de gedragen zang op hele, langgerekte noten. Nederland stond op z'n kop. De commotie over het psalmgezang werd algauw een uitlaatklep van de verpauperde onderklasse. Het vissersstadje Maassluis, dat te kampen heeft met teruglopende haringvangsten, wordt het toneel van een grimmige volksopstand. De muziek- en natuurminnende reder Roemer Stroombreker raakt door een amoureuze affaire met huid en haar betrokken bij het oproer. Naast pikante slaapkamergeheimen en hilarische domineesportretten zorgen natuurbeschrijvingen en muziek voor een levendige invulling van de historische setting.

Ada en ik zouden gaan luisteren, na 's middags gerepeteerd te hebben voor "Die Schöpfung", naar een concert in "Het witte kerkje" in Maassluis.
Het was op deze warme lentedag dus een dag, waar veel muziek in zat. En humor. Dirigent Paul Valk was onaangenaam verrast door de manier, waarop ongeveer de helft van het koor het woord "Sturz" uitsprak: met een Leidse R.
Toen we een stuk wat sneller hadden gezongen dan de bedoeling was, zei hij: "Dat was jullie tempo. Zullen we nu mijn tempo weer doen?"
Maar de uitsmijter was de fuga met een telkens terugkerend "Wir preisen dich in Ewigkeit". Dit moest telkens iets harder. Paul Valk kwam met Herman Finkers op de proppen om het ons duidelijk te maken: "Prijs de Heer, € 5,95. Prijs de Heer, € 7,50.
Prijs de Heer, € 12,50. Ja, we prijzen de Heer steeds meer!"
Na thuis gegeten te hebben waren we met de trein naar Maassluis afgereisd en door het centrum van dit stadje aan de Maas naar de kerk gewandeld, waar Ada een vorig concert van het koor van haar zus Marja had bijgewoond. Bij de Immanuelkerk aangekomen zagen we, dat het niet bepaald een witte kerk was. Er waren wel enkele witgeschilderde vlakken op de buitenmuren, maar om dit nou een witte kerk te noemen, dat was schromelijk overdreven.
Wel werd er een concert gegeven door een groot koor, samen met een shantykoor. Ada twijfelde. "Hoe heet dit koor?", vroeg Ada.
"Chapeau", was het antwoord.
"Dan zitten we hier niet goed", was de conclusie van mijn liefhebbende echtgenote.
Gelukkig waen we vroeg genoeg van huis vertrokken en na 3 keer vragen kwamen we uiteindelijk toch bij "het witte kerkje" terecht. Het kerkje lag in een vooroorlogse volksbuurt, verscholen achter vrij smalle straten.
Zodoende hadden we na een extra wandeling door Maassluis toch onze toegangskaarten voor het concert van Cantabile nog op tijd.

Het thema was "Hollandse meesters", waarbij Jan Pietersz Sweelinck een voorname rol speelde.

Het koor bracht voorts a capella een paar Latijnse nummers en enkele bekende zeemansliederen ten gehore, waarbij diverse zeemansdeunen dwars door elkaar gezongen werden.

Het blokfluitkwartet Capriola voerde daarna met Renaissancefluiten vierstemmig een aantal composities van Nederlandse componisten uit.

Daarna kwam Cantabile weer aan bod.

Na de pauze werd dezelfde volgorde aangehouden. Vooral de Vier redeloze zangen van Albert de Klerk, die humoristische gedichten van Daan Zonderland op muziek had gezet, vonden veel weerklank bij het publiek.

De graaf
Er woonde in Jemeppe
(Een plaatsje dicht bij Luik)
Een graaf die Vlaams en Frans sprak
En bovendien nog buik.

Vlaams sprak hij met de boeren
En Frans met de pastoor
En met zijn knechten sprak hij Vlaams
Met Frans er tussen door.

Doch buik sprak hij uitsluitend
In zijn studeervertrek,
Als hij behoefte voelde
Aan een intiem gesprek.

We hadden, kortom, een genoeglijke avond met mooie muziek. Het is maar goed, dat we bijtijds ontdekt hadden, dat we in eerste instantie niet bij de goede kerk terecht gekomen waren. Zodoende ontsnapte Maassluis aan een tweede psalmenoproer.

zondag 3 april 2011

42e Braassemloop

De weersvoorspellingen beloofden niet veel goeds. Zondag zou er veel regen vallen, na de prachtige lentedag op zaterdag. Maar soms zit het mee. Ik had sowieso wel verwacht, dat de regen minder zou zijn dan voorspeld. De zee is nog behoorlijk koud, dus als de wolken boven het land komen, waar het in dit jaargetijde vaak een stuk warmer is, laten ze hun lading niet meteen vallen en zeker niet helemaal. In het najaar, als de zee warmer is dan de temperatuur boven het land, is het effect omgekeerd. Vrijwel elke bui treffen wij dan de hoofdprijs.
Maar dat het, na de regen vannacht, waar ik niets van gemerkt heb, was het droog en de weersverwachting was bijgesteld: in het westen zou het droog blijven, de buien waren voor het oosten bestemd, waar ze het veel harder kunnen gebruiken.

Om 8 uur zat ik met Ada te ontbijten, waarna ik op de fiets naar Oude Wetering reed. Om half 10 schreef ik mij in voor de halve marathon. Na deze plichtpleging volgde een wandeling naar de sporthal, waar de man met startnummer 1602 de eerste deelnemer aan de Braassemloop was, die de kleedkamer betrad. Om 5 voor 10 begon ik aan het inlopen: het grootste deel van het parcours van de 10 km.
Onder de bewolkte hemel liep ik vanaf de Braasemmermeer naar de bocht naar de brug over de Ringvaart, om daar de route van de 10 km op te pikken. In een marathontempo van ongeveer 11 km per uur liep ik zo de eerste 9 km van de eerste 30 km, die volgens planning op mijn trainingsschema voor de marathon van Leiden vandaag gelopen moest worden.
Uiteraard ging dit deel van de training lekker. De spieren waren door het fietsen lekker warmgedraaid en als goed gertainde duursporter in zo'n rustig tempo krijg je op deze afstand nog geen spierpijn of verval. Om kwart voor 11 wandelde ik naar de sporthal om even wat te eten en te drinken. Onderweg kwam ik Peter Aanhane, vorig jaar winnaar van de Run-Skate-Run en trainingmaat Robert Nozeman tegen. Uiteraard praat je dan even kort met hen.
Daar er lange wachtrijen voor de toiletten stonden, duurde het wat langer, voor ik bij de startstreep was. Op een gegeven moment hoorde ik: "Vijf, vier, drie, twee, één" en iets, wat verdacht veel op een startschot leek.

Met het rustgevende gevoel, dat ik een chip aan mijn voet had, die de bruto tijd zou corrigeren, wandelde ik rustig naar de startstreep, waar ik een weg moest banen tussen de 10-kilometerlopers, die pas over 20 minuten zouden starten.
Met nog een iets snellere laatkomer kon ik meteen in de achtervolging. Pas na 1 kilometer had de fietser, die achter de laatste lopers van de halve marathon zou rijden, in de gaten, dat er nog een wegatleet aan kwam. Het duurde nog een kilometer, voordat ik afgelost werd als hekkensluiter.

Daar begon de inhaalrace, die zou duren tot het 7 kilometerpunt. Daar haalde ik niet meer in en anderen mij ook niet. Ik "zwom" in mijn eentje tussen twee groepen langs de oevers van de Braassemmermeer, waar ik vorige winter nog op geschaatst had.

De route liep verder langs de Wijde Aa tot vlak bij Hoogmade, waarna deze afboog naar Rijpwetering. Bij de tweede drinkpost werd het tijd om een Squeezy energiegel tot me te nemen en deze weg te spoelen met 2 bekers water. De groep, die lang achter me liep, liep nu voor me.
We liepen langs "De Vergulde Vos", bij natuurijsschaatsers een geliefd vertrekpunt voor een dag heerlijk rondzwerven over de Kagerplassen.
De route van vandaag was over het algemeen vrij bochtig. Ideaal om de wet van Pythagoras toe te passen. Met Jaap de Gorter als leermeester ben ik daar inmiddels zeer bedreven in. De beste methode is om vanuit het punt, waar je loopt een loodrechte lijn te trekken naar de volgende bocht en deze lijn zoveel mogelijk volgen. Je loopt dan voor een aanzienlijk deel op het midden van de weg.

Op wegen met veel doorgaand verkeer, zoals de Pastoor van der Plaatstraat in Rijpwetering, werkt de stelling van Pythagoras slechts sporadisch, net zo min als op het kaarsrechte fietspad naar Nieuwe Wetering.
Pas bij de derde drinkpost had ik de groep, die mij bij de tweede voorbij gestoven was, achterhaald. Met een groep van een man of 6 waren we de laatste 5 kilometer ingegaan. Of het door de compressiekousen komt, kan ik nog niet met 100% zekerheid zeggen, maar ik had wederom geen last van mijn kuiten. Het lijkt er echter wel op, dat compressiekousen echt werken!
Zodoende kon ik in de laatste 2 kilometer een gat slaan met de rest van de groep. Bij de klim over het viaduct en vooral in de afdaling ervan sloeg deze veteraan een gat van 100 meter, wat de achtervolgers niet meer dicht konden lopen.
Met een brutotijd van 1.55.22 was ik, ook al was het ruim een kwartier langzamer dan Robert Nozeman, dik tevreden. Het lag dan nog wel 2 minuten boven die van de City-Pier-City, maar toen had ik van te voren geen 9 kilometer gelopen. Ik was benieuwd, hoeveel aftrek ik zou krijgen. Thuis gekomen viel dat tegen: de brutotijd bleef de nettotijd, terwijl ik toch zeker 2 minuten verloren heb door de valse start.
De brutotijd leverde trouwens een gemiddelde van 10,97 km per uur op. Als ik dit tempo bij de marathon van Leiden 42 km vol kan houden....
Na een heerlijke douche fietste ik door naar Nieuw-Vennep, waar mijn broer Leo en zijn vrouw Joke hun verjaardag vierden. Ard en Vera waren over uit Duitsland. Het was erg gezellig. Trudy had de lachers op haar hand, toen ze aan Willem vroeg: "Ben je verkouden, ben je allergisch of moet je huilen, omdat je ons ziet?"
Samen met Ada, die een kwartier na mij ook bij Leo en Joke arriveerde, fietste ik met een lichte tegenwind om half 5 weer naar Leiden. Met 30 km lopen en 51 fietsen durf ik te beweren, dat de conditie goed is. De eerste 30 km ging wel eens minder dan die ik nu liep bij de 42e Braassemloop.

vrijdag 1 april 2011

Heuptas

Het regende gisteren de hele ochtend gestadig door. Volgens mijn trainingsschema voor de marathon van Leiden zou ik 10 km gaan hardlopen. Dat deed ik dus ook. Met de marathon kun je ook regen treffen en dan zeg je ook niet af.

Mijn groen-paarse heuptas was aan het verslijten en begon her en der uit te spruiten. Tijd voor een nieuwe dus. Ik liep via het Morskwartier naar de Leidse binnenstad, waar diverse sportzaken niet al te ver uit elkaar lagen. Als de ene geen geschikte heuptas had, dan zou de andere het wel hebben.
Bij de tweede winkel was het al raak. De oude dankte ik, na minstens 5 jaar intensief gebruik, ter plekke af en met de nieuwe heuptas vervolgde ik mijn looptraining. Het lopen ging erg makkelijk. De loopconditie begint weer terug te keren, al weet ik zondag pas, hoe de vlag er echt bij hangt: dan heb ik mijn eerste 30 km erop zitten.

De heuptas is wat compacter dan de vorige. Ik draag de heuptas zowel met het lopen als met het schaatsen.
De "bretels" van de salopet doe ik nooit over mijn schouders. Als je dan naar de w.c. moet, moet je je immers half uitkleden. Doordat de salopet van elastische stof is, blijft deze toch wel zitten, zeker als je, net als ik, een kleine heuptas draagt voor mijn portemonnee en zakdoek.
Ook bij het schaatsen op natuurijs draag ik altijd mijn heuptas. Uiteraard let ik dan ook op mijn heupinzet!
Ik hoop dan ook van ganser harte, dat ik het komende winter weer vaak op mijn heupen zal krijgen.....

donderdag 31 maart 2011

Wilf O'Reilly


Gisterenavond volgde ik in de Leidse IJshal met nog 15 andere IJVL-ers de KNSB Masterclass bochtentechniek 1 voor trainers.

De masterclass werd gegeven door Wilf O'Reilly, voormalig bondscoach shorttrack van Nederland. Daarnaast is Wilf ook nog wereldkampioen en Olympisch kampioen shorttrack geworden. Voor minder doen we het niet bij de IJVL.
Daarnaast was O'Reilly ook nog Brits kampioen. Ach, niemand is perfect.

Aan de hand van vertraagde filmbeelden van langebaanschaatsers en shorttrackers liet de voormalige bondscoach zien, waar veel schaatsers bij het ingaan van de bocht de fout in gaan. Velen zetten dan niet goed af met het rechterbeen en zetten hun linkerbeen te snel neer. Hiermee verlies je snelheid. Je moet meer schaatsen, alsof je het rechte eind schaatst en dan terugsturen in de richting van de bocht.

Je hebt dan meer tijd om in de bocht naar binnen te vallen, soms in een hoek van slechts 27 graden! Als dat niet laag boven het ijs is....

Je hebt zo ook meer tijd om druk op te bouwen op je rechterschaats. Je moet helemaal klaar zijn met de afzet op rechts, voor je je linkerschaats neerzet.
Wilf O'Reilly deed met een cornerbelt, een aan elkaar genaaide veiligheidsgordel uit een auto van een meter of 6 lengte uit, voor, wat hij bedoelde. Een cornerbelt is om de techniek aan te leren beter geschikt dan een elastiek, omdat je dan constant dezelfde tegendruk hebt. Als vorm van krachttraining is het elastiek daarentegen wel beter.
Waar shorttrackers veel winst uit halen, is de snelle overschakeling van actiebeen naar reactiebeen. Vermoedelijk heeft Shani Davis dit zo geautomatiseerd, dat bij hem het grijze tussengebied tussen actie en reactie zeer klein geworden is. Hier pakt deze Amerikaanse alleskunner zijn winst!

Veel langebaanschaatsers strekken in de bocht hun linkerbeen na, als ze al op hun rechterbeen staan. Een zinloze bezigheid, want er staat geen druk meer op het linkerbeen.
Voorts hebben vrij veel langebaanschaatsers geleerd om het rechterbeen voorlangs over het ijs te laten glijden, waar shorttrackers het rechterbeen over het linkerbeen heenzetten. Het is een korte overstap, want dan kun je meteen weer druk zetten. Daarbij moet je niet wegtrappen, maar wegduwen! Ik hoor het Wierd Wagenmakers letterlijk zo zeggen.
Je stapt dus niet zozeer over, maar je duwt als het ware je rechterbeen over je linkerbeen heen. Je moet zo laat mogelijk gewicht nemen op je nieuwe glijbeen. Het vermogen wordt in het begin van de afzet geleverd. Let er daarbij op, dat je afzet loodrecht op de glijrichting van je schaats is. Dus net als op het rechte eind: zijwaarts afzetten. En probeer ook in de bocht terug te sturen.

Met de cornerbelt liet de Olympische kampioen zien, hoe klein je overstap moet zijn voor een volgende effectieve afzet: ongeveer de lengte van een schoen en een halve schoenlengte naar voren: daar zet je je rechterschaats neer. Het linkerbeen wordt na de afzet effectief achter het zich strekkende rechterbeen doorgehaald.
Let er daarbij op, dat je schouders horizontaal blijven, anders heb je te weinig ruimte voor je heupinzet niet.

Wat verder opviel: shorttrackers glijden in de bocht langer op hun rechterbeen door, dan op hun linker!
Geheel per ongeluk doe ik dat al jaren. Alleen zal ik nog meer druk op beide standbenen moeten gaan geven.
De Britse shorttrackkampioen deed de voorspelling, dat in 2018 en zo mogelijk eerder, Jong Oranje zal bestaan uit alle schaatsdisciplines: shorttrack, sprint, allrounders en stayers. De disciplines zullen meer naar elkaar toegroeien. Ik vermoed, dat hij wel eens gelijk zou kunnen krijgen.
Nadat ik dit seizoen bezig ben geweest mijn bochtentechniek te verbeteren, heb ik op deze zeer leerzame avond veel stof om over na te denken meegekregen. En ik mag dan wel een officieel KNSB-certificaat voor deze masterclass Bochtentechniek hebben gekegen, voor het nieuwe seizoen heb ik heel wat huiswerk opgekregen.

woensdag 30 maart 2011

De magische Magyaren

Nee, het betreft niet de nieuwe titel van Suske en Wiske, die zich vaak kenmerken door een beginrijm.


Het had gisterenavond het begin kunnen zijn van de predroogtraining, ware het niet dat de jarige Hans Boers in de Arena zat bij Nederland-Hongarije. Een gedenkwaardige wedstrijd. Na de oorwassing in het Ferenc Puskasstadion in Boedapest kwam het euvel van de Nederlandse sportploegen weer eens naar voren: na één geweldige wedstrijd denken "we", dat we er al zijn. En als je de tegenstander gaat onderschatten en daardoor nonchalant spelen, wordt het moeilijk om de knop weer om te zetten.
Toen het uiteindelijk door Dirk Kuijt 5-3 werd, zei de commentator: "Dit is een uitslag, zoals die in de jaren '50 voorkwam."
En laten dat nu de topjaren van het Hongaarse voetbal zijn geweest. In 1952 werd het Hongaarse elftal Olympisch kampioen, twee jaar later kwam dit sterrenteam onder leiding van de legendarische Ferenc Puskas, de Hongaarse Johan Cruijff, met oogstrelend voetbal in de finale van het Wereldkampioenschap. De tegenstander was West-Duitsland, dat in de voorrondes met maar liefst 8-3 klop had gekregen van de magische Magyaren. In de finale verloren de Hongaren na een 2-0 voorsprong uiteindelijk met 3-2 van de Duitsers.

Wij zouden met dat trauma 20 jaar later te maken krijgen, toen Oranje de ene na de andere ploeg oprolde met oogstrelend voetbal om uiteindelijk de finale schlemielig te verliezen van onze Oosterburen.
Het verschil met Hongarije is, dat Nederland daarna regelmatig goed is blijven presteren, met nog 2 finaleplaatsen op het WK en het winnen van het EK in 1988. Het Hongaarse elftal viel uiteen in 1956, toen na de Hongaarse opstand veel stervoetballers hun heil in het westen zochten. Puskas werd een grote ster bij Real Madrid. De magie van de Magyaren was uitgewerkt. Die zit nu elders!!
Maar gelukkig hebben de Magyaren hun magische muziek behouden!