Gisteren en eergisteren stond bij de schaatslessen van de kinderen van de IJVL in IJshal De Vliet de Coopertest op het programma. Het was de gebruikelijke Coopertest van 12 minuten. Bij de droogtraining van de IJVL heb ik heel wat Coopertesten gelopen van 20 minuten, de lange variant, hetgeen mij als duursporter pur sang beter ligt.
De opbouw van de les was, dat de trainers met de eigen groepen een kwartier zich voor konden bereiden op de Coopertest. Ik deed dat op mijn eigen wijze.
Daar ik als houder van het baanrecord over de nodige ervaring beschik, legde ik de beginnersgroep uit wat werkt en wat niet.
Zo stonden zij na een stoomcursus duurtraining aan de start met alle andere groepen. Op beide dagen zou ik voorrijder zijn, samen met een snelle jongere. Daar ik met de "Krasse knarren" iedere dinsdag en donderdag 20 rondjes op kop rijd, was dit een kolfje naar mijn hand. Op donderdag reed ik een aflopend schema, beginnend met rondjes 38 en na een serie 37-ers eindigend met 36-ers.
Gisteren ging de jonge voorrijder als een sprinter van start, hetgeen mij noopte om ook sneller te vertrekken dan gebruikelijk. Beginnend met 37-ers kwamen de 36-ers al snel met een serie 35-ers aan het slot met als snelste ronde 34,6.
Het was niet de bedoeling, dat de kinderen mij volgden, maar zij hoefden alleen maar te tellen, hoe vaak ze door de voorrijders waren ingehaald. Dat aantal konden zij aftrekken van mijn 20 rondjes om tot hun eigen totaal te komen.
Daarna deden we in 2 grote groepen spelletjes op ieder de helft van de 250-meterbaan. We begonnen met "Schipper mag ik overvaren", waarna we standbeeldtikkertje deden, gevolgd door tweelingtikkertje. De schaatsles werd afgesloten door in een grote kring naar elkaar toe te glijden en als slotakkoord "De boom wordt hoe langer hoe dikker".
Het waren leuke lessen met de inspanning van de Coopertest en de ontspanning van het spel.
zaterdag 7 februari 2026
Coopertest
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten