zondag 10 mei 2026

"Ik heb nog schaatsles gehad van Bert", of een mooie marathondag met een zwarte rand

De wekker stond vanmorgen om half 6. Ik stapte uit bed en nam mijn bloeddruk op: 128 om 71. Daar kun je mee thuiskomen, ware het niet, dat ik al thuis was. Ik woog 66,7 kilo, hetgeen me na de 8 pannenkoeken van gisterenavond erg meeviel.
Ik kleedde mij aan en ging de tafel dekken. Ada lag nog in bed: "Ik kom ook zo ontbijten."

Dat lukte niet, daar zij weer in slaap viel. Dat gunde ik die lieverd wel op Moederdag.
Om kwart over 7 fietste ik na een normaal ontbijt naar het huis van Jaap de Gorter, waar ik een kwartier later aankwam in een op lopers na rustige zondagmorgen. Na even samen gepraat te hebben wandelden we naar de Koninginnelaan, waar het startschot van de 35e Leiden Marathon zou klinken.

In startvak D wachtten we tot het moment, waarop we van start mochten gaan.

Na het Wilhelmus was dat het geval en konden we in de nog vrij frisse ochtendlucht beginnen aan de 42.195 meter.

Op de Lammenschansweg gekomen liepen we richting Leidse binnenstad.
"Dat gaat een korte marathon worden?", dacht ik.
Maar bij de brug over de Zoeterwoudse singel maakten we een bocht van 180 graden en liepen we aan de andere kant van de Lammenschansweg. Hier kwam ik Gera van Duijvenvoorde tegen, met wie ik in de droogtrainingsgroep van VIJL en IJVL zit.

Waar ik verwacht had, dat we over de tijdelijke fietsbrug over de Vliet zouden lopen, daar liepen we over een strook van de autoweg richting Leiden. Daar ik in Asturias veel klimkilometers had gemaakt, viel deze hoge brug erg mee. Aan de overzijde stond de moeder van Tijmen Snel, in wiens sportkleding ik vandaag de marathon liep.
Op de Vrouwenweg bleek trouwe supporter Carl Flaman op het vroege uur even enthousiast als op een later tijdstip.

In Zoeterwoude kwam ik Frans Overvliet en Wil Verbeij tegen, terwijl ik in de bocht vlak voor de eerste drinkpost van de vrouwelijke speaker te horen kreeg: "Ik heb nog schaatsles gehad van Bert!"
Dat zijn er in de loop van 35 jaar heel wat geweest!
Na de drinkpost werd ik in het Fries aangesproken door een jonge vrouw. Deze jonge Friezin liep haar eerste marathon en een paar kilometer liepen we samen op. Het begon aardig op te warmen, maar de wind in de polder hield de temperatuur aangenaam voor de lopers.

Ook bij Groenendijk kwam ik bekenden tegen. Collega-trainer Bert Hoogeveen stond er met zijn dochter Renske. Over het terrein van de Rijneke Boulevard ging de route naar de pontonbrug, de eenvoudigste wijze om de Rijn over te steken.


Aan de overzijde stond Ada me op te wachten. Ik nam een energiegelletje en een halve fles sportdrank, waarna ik over de Hondsdijk richting Koudekerk liep. Na een kilometer kreeg ik het warm.

Ik was vergeten mijn zweethemd uit te doen en deze mee te geven met Ada. Maar teruglopen en het alsnog meegeven was gekkenwerk.

Ik was inmiddels ingehaald door de pacers van 4.30, maar ik liep er langzaam maar zeker naar toe, zodat ik in hun kielzog Koudekerk binnen liep. Daar zag ik Wim van Huis, de gitarist van "The Shoes", met wie ik even praatte.

Op het fietspad naar Hoogmade zag ik een aanmoediging op het wegdek geschilderd.

Op het fietspad heb ik aardig wat lopers ingehaald. Deze inhaalslag werd volkomen teniet gedaan door de 10 minuten, waar ik met "Krasse knar" Gé van Goozen praatte, die bij de molen in Hoogmade klaarstond met een fles sportdrank. Zo'n 500 meter eerder had ik wat korter gepraat met Marja van Vliet. Niet lang daarna passeerde ik het punt van de halve marathon.
Een paar kilometer verderop gaf ik een magnesiumpil aan een loper, die kramp had gekregen. Een mooi moment om even een foto van onderweg te laten maken.

Ik liep verbazingwekkend soepel. In dit gedeelte van de marathon haalde ik alleen maar in, ook de pacers van 4.45, die me gepasseerd waren bij de molen. Het Asturiaanse trainingsschema met veel korte lopen is dus zo gek nog niet! 

In Nieuwe Wetering haalden zij mij definitief in, terwijl ik bij Joop van Egmond en Anneke Blom, net als ik vaste gasten in "De Hobbit", in de tuin bijpraatte bij een magnesiumpil, een energiegelletje en een sportdrank. Een minuut op 10 later kwam de inhaalslag richting Rijpwetering. Bij de Koppoel was het 30-kilometerpunt.

Op dit gedeelte leek het wel, of ik in een wandeletappe terecht was gekomen. Ik kon gewoon door blijven lopen in een aardig tempo, hoewel ik mijn bovenbenen begon te voelen. Die kunnen echter wel tegen een stootje, want bij een schaatser zijn dit de best ontwikkelde spieren. Met deze beenspieren liep ik wel mooi één van de reserves van het Spaanse voetbalelftal eruit. Dus Ronald Koeman, als je nog iemand met duurvermogen zoekt voor het Wereldkampioenschap in Amerika....

Na even gepraat te hebben bij de drinkpost bij de brandweerkazerne van Rijpwetering, was het nog een kilometer naar het feestgedruis in Oud Ade. De eerste keer dat dit dorp op de route van de marathon lag, presenteerde het zich als het Bartlehiem van deze slijtageslag.

En die reputatie heeft al die jaren stand gehouden. Wat Bartlehiem is voor de Elfstedentocht, dat is Oud Ade voor de Leiden Marathon: een warm bad op het moment, dat de man met de hamer meestal klaar staat.

Weer een kilometer verderop stond niet de man met de hamer, maar de vrouw met de energiegel en de sportdrank op me te wachten. Mijn liefhebbende echtgenote voorzag me bij het Vennemeer van de laatste proviand voor de laatste 8 kilometer van de duurloop.
Voor mij was dit een inhaalrace. Ik had nog energie over, dus ik had de marathon goed ingedeeld. Langs de Zijl liep ik naar Leiden terug. Op de hoek van de Lage Rijndijk en de Herensingel zag ik een verzorgingspost, dat met witte doeken was afgedekt, terwijl er een ambulance met blauwe zwaailichten stond.

"Foute boel", dacht ik en ik vermoedde dat een reanimatie zou kunnen zijn, maar zeker wist je dat natuurlijk niet.
Doch zoals de Tour op niemand wacht, zo doet de marathon dat ook niet, dus ik ging door met mijn inhaalrace. De enige stop, die ik me veroorloofde, was een kort praatje met Teun de Reede, jarenlang speaker bij de marathon en vele andere hardloopevenementen in de omgeving. 

Ik was dusdanig gefocust, dat ik deze aanmoediging op de Rembrandtbrug, toch de steilste van het hele parcours, volledig over het hoofd heb gezien.

In de laatste kilometer kon ik nog versnellen ook.

Ik kwam euforisch over de finish. Als 70-jarige had ik het toch maar weer geflikt om de marathon probleemloos uit te lopen. Na het baanrecord in IJshal De Vliet en 200 kilometer op kop rijden bij de Bert Grotenhuis Bokaal wist ik me verzekerd van een uitstekend duurvermogen, maar schaatsconditie en loopconditie zijn toch 2 verschillende dingen. Mijn twijfel was, of de 15 kilometer lopen als langste afstand niet te kort zou blijken te zijn geweest. Niet dus!
Daarnaast was wat mij betreft het vervroegen van de starttijd naar half 9 een gouden greep geweest. De start was vrij koel, maar je loopt jezelf wel warm. Het hield anderhalf uur korter in warme lucht lopen in.

Na Omroep West te woord te hebben gestaan en mijn vrouw te hebben gesproken, die vlak na de finishlijn stond, haalde ik de medaille met de Blauwe tram op.

Met een jongeman in een Feyenoord-shirt, die ik op weg naar Hoogmade had ingehaald met de vraag "Heeft Robin van Persie je gevraagd om warm te gaan lopen?", dronk ik een welverdiend biertje in zonnig Leiden.

Bij het verlaten van het finishvak hoorden we, dat de 10 kilometer was afgelast, doordat een meisje van 15 jaar uit Oegstgeest was overleden. Zij liep de halve marathon.

De euforie was op slag verdwenen. Een mooie marathondag kreeg op slag een zwarte rand. Wat een vreselijk bericht. Woorden schieten hier tekort.
Dat de organisatie de 10 kilometer en de kidsrun afgelaste, is volkomen begrijpelijk. Met Ada en Jaap wandelde ik door een leegstromend centrum van de Sleutelstad naar Jaaps huis, waar we met Juul in de tuin bijpraatten en nog wat drinken.

Daarna fietsten Ada en ik naar Ada's moeder op Moederdag, waarna ik naar huis fietste om me te douchen en te kijken naar mijn precieze tijd. 


Bij de 70+-ers was ik derde geworden, maar waar trots op deze prestatie normaliter zou overheersen, daar waren mijn gedachten vooral bij de 15-jarige sportster, wier jonge leven abrupt was geëindigd. Ik wens haar familieleden en vrienden heel veel sterkte toe met dit onvoorstelbaar grote verlies.

Sport is slecht de belangrijkste bijzaak in het leven.

Geen opmerkingen: