maandag 1 november 2010

Santander

Na vlak bij de geologische faculteit afscheid te hebben genomen van Siebe, die veldwerk had in de westpunt van Spanje, wandelden wij terug naar El Tayuelu, waar we alle spullen inpakten, de sleutel van kamer 102 inleverden en langs de bakker gingen, voor we naar het busstation liepen, waar we ontbeten.
Voor € 35,- hadden we de snelbus naar Santander. We konden nogmaals genieten van de Cordillera Cantabrica en de Picos de Europa. Het was een feest van herkenning. Eerst de omgeving van Oviedo, daarna het gebied rond Ribadesella, en de kustroute, die we al 4 keer gereden hadden. Vervelen doet het echter nooit. Wat is dit toch een verschrikkkelijk mooi gebied. Of zoals de reclameslogan zegt: "Asturias. Paraiso natural".

Het zal niemand verbazen, dat we langs diverse campings kwamen met heel wat Spaanse caravans.

Rond het middaguur reden we Santander binnen, waar we in het ondergrondse busstation uitstapten, waar we al snel uitgezocht hadden, hoe we de volgende ochtend naar vliegveld konden reizen.Het tweede was wat minder eenvoudig. Siebe had voor ons op internet Hotel Cabo Mayor gevonden. We hadden echter geen adres. We gingen bepakt en bezakt naar Informacion Turist, dat in een mooi park aan zee bleek te liggen. Het hotel daarentegen bleek pal aan het busstation te liggen. We waren er nota bene langs gelopen!
Met het adres erbij bleek het nog lastig te vinden te zijn. Het was een gebouw, waar ook een tandarts zijn praktijk had. Op een bord met een stuk of 20 bellen drukten we zowaar op het juiste knopje. We moesten met de lift naar de 2e etage. Daar waren 2 houten deuren. We drukten op de bel van de rechterdeur en warempel: we zaten nog goed ook.
Dit zul je niet vaak tegenkomen: een hotel, dat zo goed verscholen is. Desondanks hadden we het gevonden en na € 40,- neergeteld te hebben, kregen we de sleutel van kamer 2. We lieten de meeste spullen achter in Hotel Cabo Mayor en wandelden om half 2 door de straten van Santander, een mooie stad met veel luxe winkels en ook veel bedelaars.

Op zoek naar een restaurant voor een menu de diaz belandden we op het terras van Meson Rampalay. Helaas, het dagmenu werd alleen binnen geserveerd. Voor iets meer dan € 25,- aten we een driegangenmenu met een drankje er bij inbegrepen. Bij het hoofdgerecht dacht ik een geroosterde paprika te hebben. Het bleek een geroosterde rode peper te zijn. Gelukkig had ik San Miguel als blusmiddel.
Vanuit Meson Rampelay wandelden we naar de wandelpromenade langs de baai van Santander. De grillig gevormde kust is hier zeer mooi en afwisselend.



Op deze wederom zonnige oktoberdag zaten we een half uur op het strand, tot het zeewater plotseling begon te stijgen. Een mooi moment om verder te kuieren langs het strand.


We liepen naar het schiereiland met zijn grillige klippen en bijzondere grove dennen, die her en der een naturlijke paraplu leken te vormen.


Boven op de punt van het schiereiland stond het fraaie Palacio de la Magdalena, dat een eeuw geleden gebouwd is.


Tijdens de afdaling kwamen we replica's tegen van oude schepen, waarmee in de jaren '70 de Atlantische of de Stille Oceaan is overgestoken.


Aansluitend stuitten we op een zeehondenbassin en op pinguïns, niet iets waar je in eerste instantie aan denkt, als je in España op vakantie bent.
Na een beetje door de woonwijken gedwaald te hebben, kwamen we in het historische centrum uit, waar we op een groot plein een terrasje meepikten.

We vervolgden de historische wandeling langs de kathedraal met een mooie kloostergang, het imposante stadhuis, het museum voor schone kunsten en zeer veel luxe winkels.
Na de Ovenido Oviedo, waar veel Spanjaarden liepen te flaneren, afgelopen te hebben, dwaalden we in het donker door wijken met veel goedkope hoogbouw, waar het pad, dat wij langs de spoorbaan volgden, dood bleek te lopen. Het duurde dus nog even, voor we terug waren in Hotel Cabo Mayor.

Gijon

Om 9 uur liepen we door mistig Oviedo. De laaghangende bewolking was in het dal zo dicht, dat je vanaf Siebes huiskamer het stadion van Real Oviedo nauwelijks kon zien, terwijl het toch maar 100 meter verder lag. We ontbeten in de keuken en maakten brood klaar voor onderweg en wandelden naar Siebes auto.
We reden om het centrum van Oviedo heen naar Gijon, waar we vlak bij het huis van Ana's oma parkeerden. We wandelden door het oude centrum van Gijon naar het strand. De zon scheen en het was al snel lekker warm.

Op de wandelpromenade was het erg druk. Op het strand waren een paar mensen aan het hardlopen, op de promenade nog veel meer. Er waren zelfs een paar skeeleraars. We liepen een stuk over het deel van de promenade boven de rotskust, waar een paar hengelaars een visje probeerden te verschalken, waarna we op onze schreden terugkeerden om in de binnenstad iets te gaan drinken.
Via het El Bibio-parque liepen we naar het schiereiland, het mooiste deel van Gijon.




We zaten op het plein voor de Romaanse Iglesias de San Pedro, een mooie kerk met glas-in-loodramen en vrij veel mozaïekwerk om vervolgens door te gaan naar de punt van het schiereiland, waar bij bunkers uit 1904 een park was aangelegd. Boven de bunkers had je naar alle kanten toe een fantastisch uitzicht.





We verlieten dit prachtige panorama voor een gezellig plein met veel gekleurde huizen rondom, waar we op een bankje de lunch tot ons te nemen.

Dat leek de duiven en mussen een goed plan, zodat de kruimels snel en vakkundig werden afgevoerd. Om half 2 liepen we langs de jachthaven naar het treinstation, waar we Ana tegenkwamen. Ze had pauze van 2 tot 4 en ging bij haar tante eten. Siebe liep met haar mee, zodat hij om 3 uur weer plaats kon nemen in de collegebanken.
Wij gingen terug naar de jachthaven, waar Turist Informacion was gehuisvest voor een plattegrond, om op een bankje bij de jachthaven in het zonnetje te genieten van de zomerse temperaturen. De broekspijpen werden in dit fantastische weer opgestroopt.


We kuierden naar de pier, waar de vissers bezig waren met hun hengels om aansluitend de oude binnenstad weer te betreden. Hier waren veel schilderachtige hoekjes te aanschouwen.
Na enig dwalen kwamen we op het mooie plein uit, waar we geluncht hadden. We gingen zitten op het terras van "El Lavaderu", waar un café con leche y un cerveza geserveerd werden.

Terwijl wij daar zaten, kwam een gitarist op de trappen vlak bij onze tafel zingen en spelen. Hij speelde, voor hij met de pet rond ging, een vijftal nummers, waaronder "La Bamba".

We volgden de route naar de Romaanse kerk,die we bekeken. Buiten de San Pedro zagen we trouwens, dat het stand, zoals Siebe had voorspeld, helemaal weg was. De verschillen tussen eb en vloed moeten in dit deel van de Cantabrische Zee dus behoorlijk groot zijn.

We zwierven op weg naar het station door straten vol winkels en eetgelegenheden. Hier zag Ada een zeer handige leesbril, die in een pennenkoker paste, zodat ook zij een souvenir had.
Bij het station ontdekten we de zegeningen van de privatisering: we hadden twee loketten bezocht om uiteindelijk in een kaartautomaat 2 treinkaartjes naar Oviedo te pinnen. Voor € 5,70 konden we samen naar de hoofdstad van Asturias, waarbij we het landschap weer van een heel andere kant zagen.

zondag 31 oktober 2010

Harry Mulisch

Eén van de allergrootste Nederlandse schrijvers is van ons heengegaan: Harry Mulisch. De meesten van ons zullen op hun boekenlijst wel een boek van hem hebben gezet. In het algemeen wordt "De ontdekking van de hemel" als zijn magnum opus gezien, met in het kielzog daarvan "De aanslag" als tweede meesterwerk. De verfilming van dit boek door Fons Rademakers leverde een Oscar op.

Ik zal de kwaliteit van deze boeken niet betwisten, maar mijn voorkeur gaat uit naar 2 andere meesterwerken van hem. Het eerste boek is "De zaak 40/61" over het proces tegen Adolf Eichmann. Hij was het prototype van de Schreibtischmörder.

Maar het echte hoogtepunt in het oeuvre van Harry Mulisch is toch bij de meeste lezers onbekend. Het is het verhaal "De grens" in de bundel "Oude lucht".

In dit hilarische verhaal, dat geschreven is in de vorm van een brief aan hare majesteit, maakt hij de bureaucratie volkomen belachelijk.
Een auto verongelukt precies op de grens tussen twee gemeentes, dat ook nog eens de grens van twee provincies blijkt te vormen. De schrijver van de brief overleeft het ongeluk, maar de ambulances helpen zijn partner in de auto niet: de collega's van de andere provincie moeten maar helpen. Het slachtoffer overlijdt uiteraard, hetgeen veel bureaucratische rompslomp geeft. Ik heb in ieder geval dubbel gelegen van het lachen om dit verhaal uit "Oude lucht" en hoop, dat jullie dat op een goede dag ook zullen doen!
Ik heb Harry Mulisch nooit gesproken, maar ik heb hem wel een paar keer in levende lijve ontmoet. Eind jaren '70 zat ik op de Frederik Muller Akademie in Amsterdam.
Met een paar klasgenoten van de Bibliotheekakademie ging ik een paar keer onopvallend naar "Americain" aan het Leidseplein, vooral om het volgende verhaal ook eens mee te kunnen maken. Het verhaal ging, dat Harry Mulisch zich een paar keer per dag op liet bellen in "Americain". Door de intercom schalde dan: "Telefoon voor de heer Mulisch. Telefoon voor de heer Mulisch". En dan wandelde hij door de volle ruimte naar de andere hoek van de altijd volle zaak, zodat iedereen hem goed kon zien. Nou ja, wandelen, schrijden is een beter woord.
Uit eigen ervaring kan ik u mededelen, dat dit verhaal over Harry Mulisch klopt.
De uitvinding van het mobieltje zal een ramp zijn geweest voor deze grote schrijver, die nu "De grens" is overgestoken en is begonnen aan "De ontdekking van de hemel".

Comrades of Desire


Naar een blokfluitconcert gaan klinkt niet erg hip. Toch heb ik met volle teugen genoten van een concert van Comrades of Desire onder leiding van Désirée Muurling. Ada heeft blokfluitles van haar, dus de stap naar de uitvoering van dit ensemble van 10 vrouwen en 1 man was niet zo groot.
Met Oscar en Annelies van Wijk reden we naar Wassenaar, waar we te vroeg bij de Jozefkerk aankwamen. Zodoende konden we nog even een wandeling maken door het park, waarbij de herfsttinten je tegemoet kwamen.
Om 3 uur begon het concert met blokfluiten in allerhande vormen en maten, van sopraan tot contrabas. Er werd werk gespeeld van o.a. Cornelis Schuyt, Josquin des Pres, Ludovico da Vaidana en niet te vergeten William Brade, hetgeen in het Engels ongeveer klinkt als William Breed.

Aan het eind werden een aantal vlotte, jazzy nummers gespeeld. Een blokfluitensemble kan dus ook swingen! We hebben in ieder geval een leuke middag gehad met gevarieerde muzikale stijlen op het vermoedelijk meest verguisde muziekinstrument: de blokfluit.

Halloween

Op weg naar de IJshal in Leiden, stuitte ik al fietsend op kleine groepjes kinderen, waak vergezeld van hun ouders, die op weg waren naar de Halloweenoptocht in de Stevenshof.
De naam "Halloween" is afgeleid van Hallow-e'en, ofwel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen, 1 november. In de Iers-Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische nieuwjaar of Samhain (uitspraak Saun, het Ierse woord voor de maand november).
Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar.

Nu is Halloween, net als de Kerstman, een Fremdkörper in de Nederlandse tradities, geïmporteerd uit de Verenigde Staten. Deze "nieuwkomers" verdringen deels onze eigen tradities als Sint-Maarten en Sinterklaas.


In de Leidse IJshal was geen sprake van verdringing. Door drie ziekmeldingen en 4 G-schaatsers, die naar een logeeradres moesten als voorbereiding op zelfstandig wonen, was slechts de helft van de IJVL-ers aanwezig.
Het voordeel was, dat ik de 4 G-schaatsers, die ik onder mijn hoede had, veel individuele aandacht kon geven. Het was voor mij een aangename verrassing om te zien, dat Kevin technisch veel beter was gaan schaatsen. Vorig seizoen "liep" hij nog te veel, nu had hij "de slag" echt te pakken. En doordat ik nu, achter hem aanrijdend, veel individuele aanwijzingen kon geven, kon hij zich verder verbeteren. Als trainer zit je dan écht te genieten!
Om kwart over 9 zat de vierde training in drie dagen er op en kon ik met Gerard van Tol, de coördinator van het G-schaatsen, aan de bar de schaatsles gaan evalueren.

zaterdag 30 oktober 2010

Rake klappen

Een leuke quizvraag: bij welke sporten speelt het uitdelen van rake klappen een belangrijke rol? Vermoedelijk zullen veel mensen onmiddellijk aan boksen denken.

Maar er zijn meer sporten, waarbij rake klappen een belangrijke rol spelen, zoals honk- en softbal, volleybal en niet te vergeten schaatsen.
Afgelopen donderdagmorgen reden we met een vrij kleine groep krasse knarren op het supergladde ijs van de Leidse IJshal. Het ging behoorlijk hard in de op en aflopende piramide van 5 tot 25 ronden en terug. Doordat mijn techniek de afgelopen jaren flink verbeterd is, kon ik moeiteloos mee met dit forse tempo. En dan merk je, dat als je techniek goed is, dat je dan rake klappen uit kunt delen.
Pas bij de laatste 2 blokjes van 10 en 5 ronden ging ik mijn rechterkuit voelen, dus na bijna 2 uur trainen. Een verbetering van bijna een uur ten opzichte van dinsdagavond.Vrijdag was het weer volle bak. Eerst een uur lesgeven bij de buitenschoolse sport, dan een kwartier dweilpauze en vervolgens een uur IJVL-jeugd.
Vanochtend mocht ik eerst naar de bibliotheek in Rijnsburg fietsen, waar ik mijn zaterdagdienst draaide. Om kwart over 1 fietste ik naar huis, kleedde me snel om en fietste naar het station van Voorschoten, waar ik met Hans Boers zou starten voor een duurloop door de Horsten. Het was heerlijk weer: bijna windstil, met een temperatuur van een graad of 15. Het bos was, met al zijn herfsttinten, op zijn mooist. Kortom: het was genieten.

Eigenlijk zouden we in de duinen gaan lopen, als voorbereiding op de Zevenheuvelenloop, maar dat leek mij, met het oog op de overbelaste kuitspier, niet zo'n goed plan. Ook op het vlakke was de kuit soms wat gevoelig, maar het gaat steeds beter.
Vanavond nog een uurtje schaatsles geven aan de G-schaatsers, en dan zit de gedenkwaardige sportweek er weer op, die begon met de historische nederlaag van Feyenoord bij PSV met 10-0. Over rake klappen gesproken....

Wat dat aangaat was mijn sportweek een stuk beter. Er zullen denk ik niet veel mensen zijn, die met een overbelaste kuitspier 2 keer hardlopen en ruim 6 uur op het ijs staan en daar nog rake klappen uitdelen ook.

vrijdag 29 oktober 2010

Sierra Naranco




Na het ontbijt keken we op deze wederom mooie dag naar de foto's, die Siebe gemaakt had, alvorens we naar het wangedrocht, dat Calatrava voor Oviedo ontworpen had. Dit was naast een congresgebouw ook een enorm winkelcentrum. Hier kochten we een usb-stick van 16 Gb, waarop we alle digitale foto's veilig op konden slaan.
Siebe probeerde zijn nieuwe jas te ruilen voor een grotere, maar helaas, hij had al de grootste maat. Met zijn 1.87 is hij in Spanje zeer lang. In dezelfde winkel zag ik een blauw-zwarte blokjesbloes, die ik als souvenir uit Oviedo mee zou nemen.
De telefoon ging. Ana was gearriveerd. Ze moest nog even wat papieren ophalen bij het gebouw van de universiteit, voor ze morgen in Gijon aan de slag zou gaan.
We kuierden daarna met zijn vieren naar deoverdekte markt, waar we als buitenlanders afgezet werden bij de fruitkraam. Ana haalde vis voor haar oma en tante in Gijon. "Je bent nu een viswijf" bracht Siebe liefdevol uit. Met dit viswijf namen we plaats op een terrasje vlak bij de openbare bibliotheek.


Om een uur of half 2 ging ieder zijns weegs. Wij liepen een stuk van de Sint-Jacobsroute. Deze liep pal langs onze kamer, zodat we de spullen, die we niet nodig hadden, achter konden laten. We vervolgden La Argoñosa tot we over het spoor konden. Het pad maakte een tijdelijke omweg, maar daar de poort van de bouwplaats open stond, namen wij de oude route en sneden zo een flinke bocht af.
Aan de uiterste noordwesterrand van Oviedo zaten we op een bank in de zon te lunchen.

Langs de slingerweg klommen we naar San Lázaro de Paniceres. Vanaf hier had je een prachtig uitzicht over de bergen ten zuiden van Oviedo, de Cordillera Cantabrica.



We verlieten de weg en volgden de gele schelpen op een blauw veld over een onverhard pad naar Las Campes. We stegen over een holle weg, tot we bij een kapel aankwamen, de Capilla de el Carmen in Llampaxuga.

Als goede pelgrims zetten we hier onze stempel in het vakantiedagboek.
Na een (dure) appel uit Asturias gegeten te hebben, daalden we over het onverharde pad af naar La Pipera. Het was een vrij steile afdaling naar een beek, zodat we vanaf La Pipera flink konden gaan klimmen. Aanvankelijk ging dit over een asfaltweg, maar na twee keer navraag gedaan te hebben bleek, dat we over een onverhard pad over de top van de Sierra Naranca moesten. Letterlijk en figuurlijk raakten we steeds verder van huis.



De weg naar rechts, waar we op wachtten, kwam steeds maar niet te voorschijn. Uiteindelijk verscheen deze toch. Over de kam van de Naranco, waarvan de Pico Paisano ook deel uitmaakt, sjokten we uiteindelijk in oostwaartse richting. We hadden het verste punt gehad. Vanaf Brañes daalden we af.
Op een plekje uit de wind met uitzicht over het dal beneden ons en de zeer vele bergen daar achter, aten we onze bananen op. Over een weg met haarspeldbochten daalden we af. Zo kwamen we uit in El LLano, waarna we over een op en neer golvende weg naar Ules wandelden, waar het flink bergafwaarts met ons ging.


Zo kwamen we te langen leste in Oviedo uit, waar we de Avenido de los Monumentos oppikten, tot we weer bij "El Tayuelu" waren, waar Ada in het prachtige "Vaslav", de nieuwste roman van Arthur Japin, las.

Uiteraard wil ik dit boek bij iedereen aanbevelen. Ik werkte ondertussen het dagboek bij.
Om even over half 9 ging de telefoon. Het college was klaar. Met Siebe gingen we eten in "La Cruz", een café, waar ook tapas geserveerd werden. We bestelden tapas en een drietal tapasschotels. Ik nam Mahou, terwijl
Ada liet zien, dat ze nog steeds niet in één teug de sidre weg kon drinken.
Siebe kon er de hele avond om lachen.
Als toetje was er een oma-taart: custard met chocolade en een toefje slagroom. Om half 12 verlieten we "La Cruz", € 55,- lichter en een gezellige avond rijker.