Burgemeester Fred van Trigt reikte vandaag een Koninklijke onderscheiding uit aan Elly van Goozen. Zij is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar jarenlange vrijwillige inzet voor de schaatssport.
Wie de afgelopen decennia actief was in de schaatswereld rond Leiden, kent Elly van Goozen. Sinds 1976 heeft zij zich onvermoeibaar ingezet voor IJsclub Zoeterwoude en de regionale schaatsgemeenschap. Wat begon met ondersteuning bij wedstrijden en activiteiten groeide uit tot een uitzonderlijk langdurige inzet voor het organiseren, begeleiden en stimuleren van schaatsers, met name de jeugdleden. Tot op hoge leeftijd gaf ze nog les in de zomervakantie.
Aldus dit correcte bericht op de Facebookpagina van de gemeente Zoeterwoude. Hierachter ging een halve eeuw vrijwilligerswerk schuil bij IJsclub Zoeterwoude, het district Sassenheim van de KNSB, wielervereniging Swift en 15 jaar bestuurslidmaatschap van IJshal Leiden en IJshal De Vliet. Dat hield niet alleen besturen in, maar ook het organiseren van tal van activiteiten zoals de 1000 rondjes van Leiden, het vakantieschaatsen en de kinderpartijtjes, Eisstockschiessen, het draaien van kassadiensten en nog veel meer. Jarenlang deed ze dat samen met haar veel te jong overleden man Piet.
Bij de IJshal werkte ze vaak nauw samen met Hermien Ravensbergen, die vorig jaar Koninklijk onderscheiden werd.
In een volle vergaderzaal kreeg Elly de onderscheiding, die ze volkomen verdiend heeft, opgespeld.
De burgemeester had het meeste gras voor de voeten van de na hem komende sprekers al weggemaaid.
Elly kreeg de onderscheiding op het moment, dat code Oranje nog van kracht was.
Daar gehoorzaamden we volgaarne aan
.
Zelfs de ondergaande zon deed zijn best.
Het is alweer aardig wat jaar geleden, dat ik aan de hele wintertriatlon had meegedaan. Volgens mij was dat in maart 2007, dus 19 jaar geleden. Daarna werd de triatlon omgezet in run-skate-run en later in de biatlon. Tot ook deze een stille dood stierf. Daarna werd er niet meer zo'n duurevenement georganiseerd rond de Leidse IJshal aan de Vondellaan, maar wel een aantal jaren de 1000 rondjes van Leiden. Veel is er in die jaren veranderd, alleen de oude Peugeot-racefiets is hetzelfde gebleven. Ik zou 2 jaar geleden herintreden, maar een griep anderhalve week ervoor gooide roet in het eten. De halve wintertriatlon was toen het hoogst haalbare. Ik was dus heel benieuwd, hoe de hele wintertriatlon na bijna 2 decennia zou gaan.
Om 9 uur vertrok ik naar IJshal De Vliet, waar ik startnummer 235 ophaalde en héél veel bekenden tegenkwam. Aan de Stammtisch met meesterschilders Wil van Leeuwen en Theo Koek nam ik mijn eerste sportgel en sportdrank voordat ik me naar het startvak begaf. Daar kwam ik voormalige "Krasse knar" Aldert Prast, die uiteindelijk 5e zou worden, tegen. Mini en Maxi op de wintertriatlon. Om 20 voor 11 klonk het startschot en konden we vertrekken. Ik liep helemaal achteraan. Dat doe ik bewust. De eerste kilometers gebruik ik om me warm te lopen. Deze truc gebruik ik ook bij de Leiden Marathon. Alle energie, die je bespaart door niet in te lopen, heb je aan het eind nog over.
In de kleding van Olympiër Tijmen Snel haalde ik zoetjesaan een aantal lopers in. Na de eerste ronde nam ik een debuterende vrouw op sleeptouw. De kunst van het doseren beheers ik tot in de puntjes. Michelle van den Hoek zou uiteindelijk 76e worden. Ondanks dat ik 10.000 kilometer per jaar fiets is het mijn slechtste onderdeel. Om snel te fietsen heb je 2 dingen nodig: of pure snelheid, of pure kracht. Nu kun je een hoop van mij beweren, maar pure snelheid heb ik niet. Ik ben verder geen slapjanus, maar er schuilt absoluut geen Jerommeke in mij. Ik moet het juist hebben van souplesse. Daarmee begon ik aan de volgens mijn kilometerteller ruim 48 kilometer fietsen. Ik had een tiental lopers achter me gelaten en voorlopig zat ik aan de goede kant van de streep. Gaandeweg werd ik een prooi voor alle fietsers, waaronder een paar met een heuse tijdritfiets met dichte wielen. Halverwege de tweede ronde werd ik een motor gewaar, nadat ik was ingehaald. Uit eerdere triatlons wist ik genoeg. Ik was de laatste man in koers.
De kans op de Leidse Sleutel voor de laatste triatleet werd steeds groter, maar ik had nog één troef achter de hand: als houder van het baanrecord van de meeste rondjes in IJshal De Vliet moest mijn specialiteit nog komen.
Tot die tijd moest ik zorgen, dat de achterstand niet te groot werd. Ondanks windkracht 5 ging mijn langzaamste volledige rondje in 20.06 en de snelste in 19.22. Hoe vlak wil je het hebben? De temperatuur was prima voor begin maart, maar door de wind voelde het toch wat frisser aan. Ik was blij, dat ik een trainingsjack had aangetrokken na het hardlopen. Bij de laatste ronde om de Vlietlanden bedankte ik de vele vrijwilligers langs de kant, onder wie veel trainingsmaten. Zonder hen zou er geen wintertriatlon mogelijk zijn! Na ruim 2 uur fietsen kon ik mijn zwakste onderdeel afsluiten en naar de 250-meterbaan lopen na een sanitaire stop. Ik trok mijn kluunschaatsen aan na een energiegelletje en kreeg van iemand te horen, dat ik met rondjes 40,6 nog binnen te tijdslimiet binnen zou zijn. Tot de 74e ronde zat ik daar voortdurend onder. Dusdanig, dat ik zelf de laatste plaats aan een andere schaatser over kon dragen. In het begin was het lastig inhalen. Het was zo druk op de baan, dat het soms lastig inhalen was. Af en toe reed men met 4 man in hetzelfde tempo naast elkaar. Maar gaandeweg werd het steeds rustiger op de baan, daar men de wintertriatlon had volbracht. Aan het eind reden we nog maar met zijn drieën op de baan. Ik zag, dat Wieke Eikelenboom er aardig doorheen zat. Ik besloot om haar te helpen door op kop te gaan rijden in een rustiger tempo. Dit hield wel in, dat ik nog 2 rondjes extra moest rijden. Voor mij een peulenschil. En zo gingen de jongste en de oudste deelnemer hand in hand over de finish! De euforie na afloop was snel verdwenen, toen ik mijn schaatsen uittrok en mijn nieuwe sportschoenen aan wilde trekken. Mijn Mizuno's waren verdwenen! Waar ik ook keek, ik kon ze niet vinden. Ik was witheet. Als je bij een georganiseerde wedstrijd niet eens je schoenen langs de kant kunt laten staan, waar je bij natuurijs gewoon je spullen bij het rijden van een toertocht rustig langs de kant van de openbare weg achterlaat om die uren later ze op dezelfde plek terugvindt, dan is er toch iets mis.
Alle open kluisjes werden geopend, ik liep met stoom uit mijn oren naar de organisatie, maar na een kwartier kwam iemand mij melden, dat de schoenen gevonden waren. Een overijverige vrouw vond het rommelig en had ze in mijn schaatstas gestopt en deze dicht gedaan, terwijl ze netjes onder de bank stonden.
Na ruim 6 uur intensief sporten zit je niet te wachten op dit soort onaangename verrassingen. Toen ik mijn schoenen weer aan had, moest ik vrijwel meteen door naar het startvak, dat werd afgebroken, daar de fietsen dan onbeheerd achter zouden blijven.
Maar met de conclusie van het Leidsch Dagblad "Iedereen lijdt, maar met een glimlach. Het is zwaar en mooi" was ik het niet helemaal eens. Ik heb niet geleden. Op mijn oude racefiets reed ik naar de volkstuin, waar ik wat brood at en een chocolademelk dronk. Zo kon ik in een rustig tempo de spieren even los trappen. Nu we het daar toch over hebben: ik ben benieuwd, hoe het traplopen morgen zal gaan.
Ooit heette de Breestraat in Leiden de Breedestraat. Met schaatsen heb ik een brede slag. Pardon, een Breede sLach! Kortom, ik hou de naam Breed in ere. Ik was dan ook aangenaam verrast, dat in de 10 Geboden in Trouw de schrijfster Pauline Slot aan het woord kwam. Aan het slot van het Vierde gebod staat te lezen: "Je kan je leven niet langer maar wel breder maken."
Dat ik daar zelf niet op gekomen ben!!!! Dus vanaf nu ga ik mijn leven breder maken! Vandaag stond er in Trouw een aanbevelenswaardige column van Gerbert van Loenen. De slotzinnen wil ik u niet onthouden. "Lees liever breed, verplaats je in een ander. Lees desnoods boeken die je tegenstaan." Zonder de term "Breed lezen" heb ik dat als goed bibliothecaris mijn hele werkzame leven gedaan. Je moest in dit vak een goed beeld hebben van wat er in de maatschappij speelt en had gesprekken met mensen uit alle lagen van de bevolking. Kortom, als goed bibliothecaris was je breed georiënteerd. Allen noemde ik het nooit breed lezen. Derhalve, de bibliothecaris in mij heeft hierbij beide boeken voor u gezocht. "De migratiemagneet" van Jan van de Beek en "Hoe migratie echt werkt" van Hein de Haas. Bekijk een probleem van meerdere kanten en verdiep u in de standpunten van anderen en lees erover.
De ontregeling begon al bij het ontwaken. Ik mat mijn bloeddruk, maar de app, waarop ik deze altijd invoerde, bleek verwijderd. Het moest opnieuw geïnstalleerd worden, maar dat lukte me niet. Bij aankomst in IJshal De Vliet na 5 kilometer fietsen zag ik, dat net als gisteren het scherm niet op het rondetijdenbord stond. Voor de "Krasse knarren" betekende dit, dat je in den blinde erop moest vertrouwen, dat je een juist tempo reed en niet te hard voor de rest van het peloton.
Deze gave bleek niet iedereen gegeven, zodat het peloton van 12 schaatsers in tweeën en soms zelfs in drieën gespleten werd. Na 40 rondjes schoot het scherm plotsklaps weer op het rondetijdenbord, waarna het schaatsen gelijkmatiger ging. Als er een groepje wegreed, dan zag je rondjes 30 blank verschijnen, hetgeen vermoedelijk in het eerste deel van de training ook geschiedde. De snelste ronde stond van iemand, die uit de groep ontsnapten wegreed: 26 seconden! Kortom, af en toe was het schaatsen ontregeld. Wel zagen we onder in beeld verschijnen, dat op donderdag 12 februari de 250-meterbaan gesloten is, zodat die training van de "Krasse knarren" vervalt. Daar ik dinsdag ook niet kan, daar bij ons het gas wordt afgesloten en we voortaan gasloos gaan koken, en een week later het vakantieschaatsen is in de Krokusvakantie, was dit mijn laatste training met deze geroutineerde schaatsers tot 24 februari.
De handmatige rondenteller, die niet ontregeld was, gaf na de 10 trainingen van de "Krasse knarren", 1000 rondjes aan. Een klassieker. In de Leidse IJshal aan de Vondellaan werd diverse keren de 1000 rondjes van Leiden georganiseerd. Meestal kwam ik daar trouwens nog boven uit. Zie hier het bewijs. Na de Krokusvakantie beginnen we met een schone lei. Met af en toe wat ontregeling....
Vanmorgen fietste ik om 8 uur langs de Korte Vliet en reed ik door naar de Vliet vanwege een mooie zonsopgang, die bij de samenkomst van deze 2 waterwegen op zijn mooist was. In de IJshal was de briefing al geweest en kon ik meteen naar de trainerskleedkamer om mijn schaatsen aan te trekken en het ijs alvast te verkennen. Dinsdagmorgen had ik er voor het laatst op gestaan, dus het werd hoog tijd. Er was een drietal opblaasbare "bruggen" geplaatst. Bij de kleinste hindernis was het mis. Ik appte de ijsmeester en Wiemer Sjoerdsma kwam poolshoogte nemen. De opblaasbare tunnel werd verschoven en het ijs eronder was op een paar plekken al voor een flink deel weggesmolten. De stekker werd uit het stopcontact getrokken en geen minuut te vroeg werd deze hindernis van het ijs afgehaald. Om 9 uur draafden de eerste kinderen op. Woutertje Pieterse mocht de spits afbijten. Met 260 kinderen waren de 3 banen aardig bevolkt. "It giet oan!" Daar Bert Staal en ik de enige trainers waren op de 250-meterbaan hadden we onze handen vol aan de veelal beginnende schaatsers en hadden verder geen oog voor de andere banen. Tijdelijk kregen we hulp van "Krasse knar" Cor Hoogenboom. Tijdens de ochtendpauze en de scholenwissel, werd er water op de oneffen plek van de tunnel gegoten om het wat gelijkmatiger te maken. Daar ik gevoeld had, dat de kussens van de boarding weer nat waren, ging ik er met de douchetrekker weer langs. Na de pauze kwam Jos Dohle, recordhouder op de 1000 rondjes van Leiden, onze gelederen versterken.
Bert Staal had een prachtige opmerking gehoord. Een jongen kwam naar deze trainer toe met de vraag: "Kan de airco aan?" "Je kunt ook gewoon je jas uitdoen", antwoordde hij nuchter. Het bleek een probaat middel voor dit probleem.... De middagpauze werd ietwat bekort, doordat een school een half uur eerder kwam dan gepland. Maar goed, de gezellige chaos van vanmorgen werd gewoon voortgezet. Er waren behoorlijk wat vluchtelingenkinderen en kinderen van een Islamitische school. Niet bepaald een doelgroep die het schaatsen van huis uit heeft meegekregen. Maar het enthousiasme van deze beginnelingen was onverminderd groot. Wat dat aangaat is de integratie al geslaagd. Zo was er een jongen, die al goed kon schaatsen en waarmee ik in het Engels een kort gesprek voerde: "I love skating!" "I see, that you have been skating for a long time!", constateerde ik. "This is my first time", kreeg ik als antwoord. "How did you learn it?" "On rollerskates", was het korte en bondige antwoord. Het was een leuk evenement geworden dat voor herhaling vatbaar is. Met de trainers aten we nog wat broodjes in de kantine, waarbij de lachspieren aan het werk werden gezet. Voor mij was de koek nog niet op. Om kwart voor 5 begon de eerste training van de IJVL. Het was een leuke les, waarbij ik voort kon bouwen op de schaatslessen van vorig seizoen. Een tiental kinderen van vorig seizoen bevolkte nu mijn groep. Het was een gezellig weerzien.
Naschrift: (Klik op de foto om de tekst te vergroten. Bron LD 10-10-25)
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.