Extrapoleren is het uitbreiden van een reeks getallen met punten die buiten die reeks liggen. Hierbij wordt dus een voorspelling of schatting gemaakt. Bij extrapoleren heb je dus te maken met onzekere factoren.
Een paar weken geleden had ik het er met Hans Boers over tijdens het hardlopen. Hij liep zijn eerste 30 km, ik een halve marathon. Want er schuilt bij extrapoleren altijd een addertje onder het gras.
Als je bijvoorbeeld een marathon gaat lopen, kun je je tijd op de halve marathon als uitgangspunt nemen. Je vermenigvuldigt het met 2 en je weet je eindtijd op de marathon. Mijn snelste tijd op de halve marathon is 1.34.59. Vermenigvuldigd met 2 kom ik dan uit op 3.10. Ik zou er blind voor tekenen!
Zelfs de extrapolatie van de 30 km kan tot een droomtijd leiden. Mijn snelste tijd op deze afstand is 2.33.55. Omgerekend zou een tijd van 3.36 op de marathon dus mogelijk moeten zijn. Mijn beste tijd op de 42.195 meter is echter 3.52.06. Daar zit dus een gat van 16 minuten tussen! Meer dan een kwartier verschil over 12 km.
Extrapolatie geeft een duiding aan, maar niet meer dan dat.
Een tweede voorbeeld geeft mijn kilometerteller. In maart moest er een nieuwe batterij in. De teller begon weer op 0 en exact een half jaar later zat ik op 5520 km. Vermenigvuldig je dit met 2, dan kom je uit op 11.040 km. In werkelijkheid kom ik ieder jaar op ongeveer 9200 km uit. Het enorme "verval" in het komende halfjaar is heel simpel te verklaren: de 1058 km van de fietsvakantie in Duitsland zat bij de 5520 km.
Vanochtend heb ik 8 km hard gelopen in het zonnetje. Met een gewicht van 66 kg ging het lopen opmerkelijk makkelijk. Zondag ga ik met Hans Boers de Dam tot Damloop doen: 16 km van Amsterdam naar Zaandam. Het is natuurlijk heel verleidelijk om de looptijd van vanochtend met 2 te vermenigvuldigen, maar de ervaring leert: meten is weten, gissen is missen! Ik ga deze keer niet extrapoleren....
donderdag 15 september 2011
woensdag 14 september 2011
Schaatsplank
In september staat steevast de schaatsplank op het programma bij de droogtraining. Naarmate de opening van het schaatsseizoen dichter bij komt, komt de schaatstechniek een prominentere rol spelen en de schaatsplank benadert deze techniek het beste.
Daarnaast is deze vinding van vijfvoudig Olympisch kampioen Eric Heiden ook nog best intensief. Kortom, een ideale trainingsvorm.
Het nadeel is echter, dat het wel droog moet zijn, daar je anders te veel afremt, met kans op vallen. Gisterenavond begonnen we een half uur eerder en dat was ons geluk, want daardoor konden we beginnen met de schaatsplank, na een rondje inlopen op "De Bult". Eerst konden we even wennen aan het glijden op sokken over de sportschoenen heen op de gladde plank, aansluitend kregen we een piramide van 1, anderhalve, 2 minuten, anderhalve en 1 minuut voluit.
Het ging erg lekker. Maar dat komt ook, omdat ik er vee plezier in heb. De schaatsplank is mijn favoriete trainingsvorm bij de droogtraining.
Helaas viel de tweede piramide na een rondje uitlopen letterlijk in het water door een regenbui.
Wij gingen ons weer vermaken met de touwladder en tot slot met de elastieken. Hier kon je in tweetallen goed de valbeweging oefenen in samenhang met het diep zitten. Ook een technische oefening, die behoorlijk zwaar is. Maar daar doen we het allemaal voor: in oktober goed beslagen op het kunstijs verschijnen. En wat is er dan beter dan krachtoefeningen, die én de techniek én de conditie bevorderen.
Daarnaast is deze vinding van vijfvoudig Olympisch kampioen Eric Heiden ook nog best intensief. Kortom, een ideale trainingsvorm.
Het nadeel is echter, dat het wel droog moet zijn, daar je anders te veel afremt, met kans op vallen. Gisterenavond begonnen we een half uur eerder en dat was ons geluk, want daardoor konden we beginnen met de schaatsplank, na een rondje inlopen op "De Bult". Eerst konden we even wennen aan het glijden op sokken over de sportschoenen heen op de gladde plank, aansluitend kregen we een piramide van 1, anderhalve, 2 minuten, anderhalve en 1 minuut voluit.
Het ging erg lekker. Maar dat komt ook, omdat ik er vee plezier in heb. De schaatsplank is mijn favoriete trainingsvorm bij de droogtraining.
Helaas viel de tweede piramide na een rondje uitlopen letterlijk in het water door een regenbui.
Wij gingen ons weer vermaken met de touwladder en tot slot met de elastieken. Hier kon je in tweetallen goed de valbeweging oefenen in samenhang met het diep zitten. Ook een technische oefening, die behoorlijk zwaar is. Maar daar doen we het allemaal voor: in oktober goed beslagen op het kunstijs verschijnen. En wat is er dan beter dan krachtoefeningen, die én de techniek én de conditie bevorderen.
maandag 12 september 2011
De Stichtse Lustwarande
Het was deze zomer 2 keer uitgesteld: onze fietstocht met Paul Crezee door het gebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Nederrijn. Maar geheel in de lijn van de natte zomer vielen de geplande data letterlijk in het water. Ook ditmaal leek het er op, dat er op zondag veel hemelwater naar beneden zou komen.
Maar gelukkig viel de meeste regen op zaterdagavond en in de nacht. Deze onweersbuien gingen gepaard met een enorm aantal ontladingen: 800 per 5 minuten.
Om 9 uur vertrokken Ada en ik dus goed geluimd met de fiets naar Leiden Centraal. Met de trein reisden we naar Maarn, waar vandaan we naar Doorn fietsten.

Bij Huis Doorn, het laatste woonhuis van de laatste Duitse keizer, de tragische Wilhelm II, hadden we afgesproken met Paul, die met de auto was gekomen.
Langs de in de bossen zeer beschut gelegen ijs- en skeelerbaan van Doorn reden we over een rustig weggetje naar de Gooyerdijk en vandaar naar de kastelen Sandenburg en Walenburg.
Met de wind in de rug reden we over de Langbroekerdijk naar Overlangbroek, om langs de Amerongerwetering naar Leersum te trappen. Op weg naar Amerongen passeerden we landgoed Zuylenstein. In Amerongen begaven we ons naar het gelijknamige kasteel.


Op het terras dronken we koffie of warme chocolademelk en aten we een mokkagebakje, hier omgedoopt tot kastelentaartje.
Aansluitend wandelden we door de mooie kasteeltuin. Wat een leuke doorkijkjes, wat een bloemenweelde!


Over de Rijndijk zetten we koers naar Wijk bij Duurstede, in de Middeleeuwen beter bekend als Dorestad. Op de dijk voelde je pas, hoe hard de wind was. Ada en Paul waren het er over eens, dat ik mijn werk als windbreker uitmuntend verrichtte.
Bij de bocht bij Oud Kolland had je een prachtig uitzicht: je keek uit over de Nederrijn, terwijl de Utrechtse Heuvelrug boven de rivier en de polders uittorende. Een Hollands en buitenlands uitzicht tegelijk!
Door het fraaie centrum van Wijk bij Duurstede reden we in de regen naar het kasteelpark, waar we op een bank onder een oude beuk droog zaten tijdens onze lunch. Na een kort ritje reden we langs de stadwal naar de befaamde molen, waar we over de Lekdijk naar de sluizen fietsten.
Over de Trechtweg en de Bredeweg rolden onze fietswielen naar Cothen, dat we via de molen doorkruisten op weg naar Langbroek.

Hier passeerden we de kastelen Lunenburg, Hinderstein en Leeuwenburg. Over een halfverhard pad bij laatstgenoemde landgoed hobbelden we linea recta naar Doorn, waar we naar het Von Gimbornpark gingen. In het Arboretum wandelden we nog een uur in het zonnetje.

Het Arboretum is erg mooi. Er stonden aardig wat bomen, waarvan ik het bestaan niet kende. Het bestaan van de muggen kende ik al wel, en zij waren erg actief. Het was zitten en meteen prikken. Drie bulten en 4 dode muggen later later verlieten we de idyllische hoek bij de vijver om naar de nog mooiere heidetuin te kuieren. Wat een kleurenpracht!



Terwijl alle vrijwilligers de bomentuin al verlaten hadden, volgden wij een kwartier later het Von Gimbornpark. Van het Arboretum fietsten we een kilometer naar Pannenkoekenrestaurant "De Wensput".
Het duurde even, voor we onze bestelling op tafel kregen, maar het was zeer voedzaam. Zo voedzaam, dat zelfs ik geen coupe ijs met aardbeien meer hoefde.
We namen afscheid van Paul en fietsten langs "Het Grote Bos" naar station Driebergen-Zeist. Terwijl wij wachtten op de trein naar Utrecht, brak een fikse regenbui los. In de trein en op station Utrecht zag je een prachtige regenboog boven de Domstad uit torenen.
We namen de stoptrein naar Leiden Lammenschans, waarna we met 64,5 km op de teller thuis kwamen van een prachtige dag fietsen en wandelen door de Stichtse Lustwarande.
Maar gelukkig viel de meeste regen op zaterdagavond en in de nacht. Deze onweersbuien gingen gepaard met een enorm aantal ontladingen: 800 per 5 minuten.
Om 9 uur vertrokken Ada en ik dus goed geluimd met de fiets naar Leiden Centraal. Met de trein reisden we naar Maarn, waar vandaan we naar Doorn fietsten.

Bij Huis Doorn, het laatste woonhuis van de laatste Duitse keizer, de tragische Wilhelm II, hadden we afgesproken met Paul, die met de auto was gekomen.
Langs de in de bossen zeer beschut gelegen ijs- en skeelerbaan van Doorn reden we over een rustig weggetje naar de Gooyerdijk en vandaar naar de kastelen Sandenburg en Walenburg.
Met de wind in de rug reden we over de Langbroekerdijk naar Overlangbroek, om langs de Amerongerwetering naar Leersum te trappen. Op weg naar Amerongen passeerden we landgoed Zuylenstein. In Amerongen begaven we ons naar het gelijknamige kasteel.
Op het terras dronken we koffie of warme chocolademelk en aten we een mokkagebakje, hier omgedoopt tot kastelentaartje.
Aansluitend wandelden we door de mooie kasteeltuin. Wat een leuke doorkijkjes, wat een bloemenweelde!
Over de Rijndijk zetten we koers naar Wijk bij Duurstede, in de Middeleeuwen beter bekend als Dorestad. Op de dijk voelde je pas, hoe hard de wind was. Ada en Paul waren het er over eens, dat ik mijn werk als windbreker uitmuntend verrichtte.
Bij de bocht bij Oud Kolland had je een prachtig uitzicht: je keek uit over de Nederrijn, terwijl de Utrechtse Heuvelrug boven de rivier en de polders uittorende. Een Hollands en buitenlands uitzicht tegelijk!
Door het fraaie centrum van Wijk bij Duurstede reden we in de regen naar het kasteelpark, waar we op een bank onder een oude beuk droog zaten tijdens onze lunch. Na een kort ritje reden we langs de stadwal naar de befaamde molen, waar we over de Lekdijk naar de sluizen fietsten.
Over de Trechtweg en de Bredeweg rolden onze fietswielen naar Cothen, dat we via de molen doorkruisten op weg naar Langbroek.
Hier passeerden we de kastelen Lunenburg, Hinderstein en Leeuwenburg. Over een halfverhard pad bij laatstgenoemde landgoed hobbelden we linea recta naar Doorn, waar we naar het Von Gimbornpark gingen. In het Arboretum wandelden we nog een uur in het zonnetje.
Het Arboretum is erg mooi. Er stonden aardig wat bomen, waarvan ik het bestaan niet kende. Het bestaan van de muggen kende ik al wel, en zij waren erg actief. Het was zitten en meteen prikken. Drie bulten en 4 dode muggen later later verlieten we de idyllische hoek bij de vijver om naar de nog mooiere heidetuin te kuieren. Wat een kleurenpracht!
Terwijl alle vrijwilligers de bomentuin al verlaten hadden, volgden wij een kwartier later het Von Gimbornpark. Van het Arboretum fietsten we een kilometer naar Pannenkoekenrestaurant "De Wensput".
Het duurde even, voor we onze bestelling op tafel kregen, maar het was zeer voedzaam. Zo voedzaam, dat zelfs ik geen coupe ijs met aardbeien meer hoefde.
We namen afscheid van Paul en fietsten langs "Het Grote Bos" naar station Driebergen-Zeist. Terwijl wij wachtten op de trein naar Utrecht, brak een fikse regenbui los. In de trein en op station Utrecht zag je een prachtige regenboog boven de Domstad uit torenen.
We namen de stoptrein naar Leiden Lammenschans, waarna we met 64,5 km op de teller thuis kwamen van een prachtige dag fietsen en wandelen door de Stichtse Lustwarande.
Dun dunne
Het Abspecken der blubberbuik lukte afgelopen zomer, ondanks ruim 1000 km fietsen in Duitsland, niet echt.
Maar soms helpt de natuur een handje. Vorige week was ik 2 dagen thuis, doordat ik geveld was door de griep. Ik at een dag nauwelijks en een dag de helft van wat ik normaal eet. Dat ik toen 66 kilo woog, telde ik niet echt mee. "Easy come, easy go", nietwaar.
Maar vannacht moest ik 4 keer snel mijn bed uit.
En weer woog ik 66 kilo. Het kwijtraken van de blubberbuik gaat zo toch nog lukken. Al prefereer ik uiteraard de methode van flink trainen....
Maar soms helpt de natuur een handje. Vorige week was ik 2 dagen thuis, doordat ik geveld was door de griep. Ik at een dag nauwelijks en een dag de helft van wat ik normaal eet. Dat ik toen 66 kilo woog, telde ik niet echt mee. "Easy come, easy go", nietwaar.
Maar vannacht moest ik 4 keer snel mijn bed uit.
En weer woog ik 66 kilo. Het kwijtraken van de blubberbuik gaat zo toch nog lukken. Al prefereer ik uiteraard de methode van flink trainen....
zondag 11 september 2011
9/11

Het zal niemand ontgaan zijn: de herdenking van 10 jaar 9/11. Met de daarbij horende vraag: "Waar was jij toen het gebeurde?"
Welnu, ik werkte die dinsdagmiddag als hoofd in de bibliotheek van Hoornes/Rijnsoever. Internet was toen vrij nieuw, en zeker de nieuwsfilmpjes. Zo zag ik live in een klein schermpje het tweede vliegtuig zich in de tweede toren van het WTC boren.
Een vrij gewoon verhaal, dus.

Een meer bijzonder verhaal had Wil Verbeij. Arien Stuijt, die destijds als journalist voor het Rotterdams Dagblad werkte, had wel in de gaten, dat de wekelijkse droogtraining op dinsdagavond niet haalbaar zou worden. Hij pakte zijn mobieltje, koos uit de telefoonnummers met trainingsmaten die van Wil Verbeij en belde: "Hoi Wil, ik kom vanavond niet naar de droogtraining. Er is een vliegtuig het World Trade Centre binnen gevlogen."
"Hoi Arien", antwoordde Wil met de historische woorden: "Ik ben er vanavond ook niet bij. Ik rij hier door de savanne. Ik ben op dit moment op safari in het zuiden van Afrika!"
zaterdag 10 september 2011
De sluizen van Leidschendam
Het was weer een warme zaterdag, maar niet zo warm als vorige week. Dat kwam vooral, doordat de zon niet makkelijk door de wolken brak. Het was kortom heerlijk weer.
's Ochtends had ik mijn zaterdagdienst in Rijnsburg. Het was toch nog loperiger, dan ik had verwacht.
's Middags was ik om half 2 thuis. Ik trok mijn sportkleding en mijn skeelers aan en reed naar de Velostrada, die ik bij de Horstlaan verliet. Over het fietspad langs de Veurseweg skeelerde ik naar Leidschendam, waar ik Hans Boers een onaangekondigd bezoek bracht.
In de tuin dronk ik een glas melk, waarna ik op aanwijzingen van Hans een route zocht naar de sluizen van Leidschendam. Over het algemeen kon je behoorlijk skeeleren, alleen het stuk voor de katholieke kerk was een lijdensweg. Een ongelijk liggend visgraatmotief van smalle klinkers. Iedere ervaren skeeleraar weet dan genoeg.
Bij de sluizen moest ik wachten, want door het mooie weer stond de brug open voor een hele serie boten.

Aan de oostzijde van de Vliet lag eerst ook een visgraatmotief, maar dit was wat minder verzakt geraakt en de klinkers waren veel breder, dus hier ging het wat beter. Bij het bruggetje was geasfalteerd en net buiten Leidschendam sjeesde ik omlaag van de dijk af om over het gladde asfalt naar de Vogelplas te skeeleren. In een bocht in het bos moest ik behoorlijk afremmen. Een paardentram kwam me tegemoet.

Ja, en dan is een breed fietspad ineens heel smal. Dat deed ik zelf ook maar en zo kon ik de tram zonder brokken passeren en op weg naar de Vogelkijkhut. Maar dat bleek een onhaalbare kaart, want daar aangekomen zag ik grote borden met "Vogelobservatiehut".
Wie verzint er zo'n naam? Het klinkt, alsof het een ziekenhuis is, waar de vogels ter observatie worden opgenomen. Als er deze winter weer op het betreffende meertje geschaatst kan worden, zal ik de uitnodiging aan jullie aanpassen. Als ik er aan denk, dan spreek ik voortaan van Vogelobservatieplas!

Via de Kniplaan en de Horstlaan kwam ik weer bij de Velostrada uit. Hier moest je trouwens op sommige stukken stapvoets rijden, daar het fietspad door de stormachtige wind van deze week juist op de luwe plekken bezaaid was met kleine takjes.
Om 4 uur was ik na ruim 25 km skeeleren weer thuis. Het was weer genieten vandaag.
's Ochtends had ik mijn zaterdagdienst in Rijnsburg. Het was toch nog loperiger, dan ik had verwacht.
's Middags was ik om half 2 thuis. Ik trok mijn sportkleding en mijn skeelers aan en reed naar de Velostrada, die ik bij de Horstlaan verliet. Over het fietspad langs de Veurseweg skeelerde ik naar Leidschendam, waar ik Hans Boers een onaangekondigd bezoek bracht.
In de tuin dronk ik een glas melk, waarna ik op aanwijzingen van Hans een route zocht naar de sluizen van Leidschendam. Over het algemeen kon je behoorlijk skeeleren, alleen het stuk voor de katholieke kerk was een lijdensweg. Een ongelijk liggend visgraatmotief van smalle klinkers. Iedere ervaren skeeleraar weet dan genoeg.
Bij de sluizen moest ik wachten, want door het mooie weer stond de brug open voor een hele serie boten.
Aan de oostzijde van de Vliet lag eerst ook een visgraatmotief, maar dit was wat minder verzakt geraakt en de klinkers waren veel breder, dus hier ging het wat beter. Bij het bruggetje was geasfalteerd en net buiten Leidschendam sjeesde ik omlaag van de dijk af om over het gladde asfalt naar de Vogelplas te skeeleren. In een bocht in het bos moest ik behoorlijk afremmen. Een paardentram kwam me tegemoet.

Ja, en dan is een breed fietspad ineens heel smal. Dat deed ik zelf ook maar en zo kon ik de tram zonder brokken passeren en op weg naar de Vogelkijkhut. Maar dat bleek een onhaalbare kaart, want daar aangekomen zag ik grote borden met "Vogelobservatiehut".
Wie verzint er zo'n naam? Het klinkt, alsof het een ziekenhuis is, waar de vogels ter observatie worden opgenomen. Als er deze winter weer op het betreffende meertje geschaatst kan worden, zal ik de uitnodiging aan jullie aanpassen. Als ik er aan denk, dan spreek ik voortaan van Vogelobservatieplas!

Via de Kniplaan en de Horstlaan kwam ik weer bij de Velostrada uit. Hier moest je trouwens op sommige stukken stapvoets rijden, daar het fietspad door de stormachtige wind van deze week juist op de luwe plekken bezaaid was met kleine takjes.
Om 4 uur was ik na ruim 25 km skeeleren weer thuis. Het was weer genieten vandaag.
vrijdag 9 september 2011
Liften
Heden ten dage denkt men bij liften vooral aan personenliften in gebouwen. Over het algemeen geen avontuurlijk gebeuren, hoewel zowel Roald Dahl als Annie M.G. Schmidt hier heel anders over dachten.


Maar liften heeft ook een andere betekenis. Voor de jongeren onder ons: dit is met de duim omhoog proberen om langs de kant van de weg proberen om met automobilisten, die jouw kant op gaan, mee te kunnen rijden.
Tegenwoordig zie je het niet zo veel meer, maar in mijn jeugd was dit anders. Ik zal niet zeggen, dat het schering en inslag was, maar er werd behoorlijk veel gelift, zeker in de zomermaanden. Er waren kennissen van me, die zo heel Europa doorkruisten.

Sterker nog, bij het Staatsexamen VWO in 1976 sprak ik een paar andere hippies, die dat jaar liftend naar en van India gereisd waren dwars door landen als Iran en Pakistan.
Ik geef het toe: het was een andere tijd. Net als het verdwenen touwtje uit de brievenbus gaat liften immers uit van vertrouwen. De automobilist moet immers degene(n) vertrouwen, die hij een lift geeft, omgekeerd moet de lifter de hem onbekende automobilist vertrouwen.
Mogelijk hebben de OV-studentenkaart en de spotgoedkope vliegtarieven de noodzaak om te gaan liften tot een minimum teruggebracht. Helemaal verdwenen is het echter nog niet.
Zo heeft mijn dochter Ike in de tijd, dat ze bestuurslid was van een alternatieve studentenvereniging in Utrecht, een keer een liftwedstrijd georganiseerd naar Berlijn. In tweetallen moest je proberen om al liftend zo snel mogelijk in de Duitse hoofdstad te komen. De avonturiers bestaan dus nog.
Zelf heb ik de afgelopen 30 jaar maar een drietal keer staan liften. De laatste keer was in december 2002, toen een viertal trainingsmaten van me ondervond, dat het ijs op de Belterwiede nog niet betrouwbaar was en zij zo snel mogelijk naar huisarts of hotel moesten. Ik had heel snel een tweetal wagens kunnen regelen.

De twee keer daarvoor waren in Friesland. Het was in februari 1996, toen ik met Gerard Günthardt, de man van onze veel te vroeg overleden collega Edith, bij Berlikum de poging om de Elfstedentocht te volbrengen, staakte. Het was inmiddels donker geworden. Normaal gesproken heb je dan als mannelijk duo weinig kans, maar met twee schaatsen om de nek gelden in Fryslân andere wetten. We hadden binnen een paar minuten een lift, volgens mij bij de derde wagen die ons passeerde. Deze zette ons netjes in Leeuwarden af.
Het jaar erop hadden Jaap de Gorter en ik op ons tandvlees de Bonkevaart gehaald. Wachtend op een taxi of een bus poogden we om liftend naar het centrum van Leeuwarden te komen. Acht auto's verder kregen we al een lift van een voormalig Elfstedenschaatser, die ons keurig afzette bij de boerderij in Boksum, het eerste dorp ten zuiden van Leeuwarden, waar we overnachtten.

Hieruit kun je concluderen, dat je met schaatsen om de nek een grote kans hebt om snel een lift te krijgen.
Maar ik adviseer, om het in dit jaargetijde niet op deze manier te proberen. Men mocht eens denken, dat er een steekje los aan je zit....


Maar liften heeft ook een andere betekenis. Voor de jongeren onder ons: dit is met de duim omhoog proberen om langs de kant van de weg proberen om met automobilisten, die jouw kant op gaan, mee te kunnen rijden.
Tegenwoordig zie je het niet zo veel meer, maar in mijn jeugd was dit anders. Ik zal niet zeggen, dat het schering en inslag was, maar er werd behoorlijk veel gelift, zeker in de zomermaanden. Er waren kennissen van me, die zo heel Europa doorkruisten.
Sterker nog, bij het Staatsexamen VWO in 1976 sprak ik een paar andere hippies, die dat jaar liftend naar en van India gereisd waren dwars door landen als Iran en Pakistan.
Ik geef het toe: het was een andere tijd. Net als het verdwenen touwtje uit de brievenbus gaat liften immers uit van vertrouwen. De automobilist moet immers degene(n) vertrouwen, die hij een lift geeft, omgekeerd moet de lifter de hem onbekende automobilist vertrouwen.
Mogelijk hebben de OV-studentenkaart en de spotgoedkope vliegtarieven de noodzaak om te gaan liften tot een minimum teruggebracht. Helemaal verdwenen is het echter nog niet.
Zo heeft mijn dochter Ike in de tijd, dat ze bestuurslid was van een alternatieve studentenvereniging in Utrecht, een keer een liftwedstrijd georganiseerd naar Berlijn. In tweetallen moest je proberen om al liftend zo snel mogelijk in de Duitse hoofdstad te komen. De avonturiers bestaan dus nog.
Zelf heb ik de afgelopen 30 jaar maar een drietal keer staan liften. De laatste keer was in december 2002, toen een viertal trainingsmaten van me ondervond, dat het ijs op de Belterwiede nog niet betrouwbaar was en zij zo snel mogelijk naar huisarts of hotel moesten. Ik had heel snel een tweetal wagens kunnen regelen.

De twee keer daarvoor waren in Friesland. Het was in februari 1996, toen ik met Gerard Günthardt, de man van onze veel te vroeg overleden collega Edith, bij Berlikum de poging om de Elfstedentocht te volbrengen, staakte. Het was inmiddels donker geworden. Normaal gesproken heb je dan als mannelijk duo weinig kans, maar met twee schaatsen om de nek gelden in Fryslân andere wetten. We hadden binnen een paar minuten een lift, volgens mij bij de derde wagen die ons passeerde. Deze zette ons netjes in Leeuwarden af.
Het jaar erop hadden Jaap de Gorter en ik op ons tandvlees de Bonkevaart gehaald. Wachtend op een taxi of een bus poogden we om liftend naar het centrum van Leeuwarden te komen. Acht auto's verder kregen we al een lift van een voormalig Elfstedenschaatser, die ons keurig afzette bij de boerderij in Boksum, het eerste dorp ten zuiden van Leeuwarden, waar we overnachtten.
Hieruit kun je concluderen, dat je met schaatsen om de nek een grote kans hebt om snel een lift te krijgen.
Maar ik adviseer, om het in dit jaargetijde niet op deze manier te proberen. Men mocht eens denken, dat er een steekje los aan je zit....
Abonneren op:
Posts (Atom)
