zondag 14 augustus 2011

Prinsenroute

Na onze terugkeer uit Duitsland afgelopen dinsdagavond heb ik minder gesport dan gebruikelijk. Voor de droogtraining was ik te laat (en eerlijk gezegd ook te moe) en door de nasleep van de fietsvakantie kwam het er woensdagavond ook niet van om te gaan skeeleren.
Resteerde twee keer hardlopen, hetgeen ik tijdens de fietsvakantie niet had gedaan. Donderdagochtend liep ik 8 km, gisterenmiddag 10 km. Het ging erg makkelijk. Kennelijk werkt rust nemen op een bepaald trainingsgebied. Je komt er op een of andere manier dan frisser uit.
Vandaag zijn Ada en ik naar Maasland gefietst. Haar zus Marja was jarig geweest, onze zwager Dick is het komende week.
Ada zei: "Zo houden we de goede conditie van de fietsvakantie langer vast!"
Nou kwam de geest hiervan al direct tevoorschijn bij het pakken van de bidons. Ik pakte er een, die ik mee had moeten nemen bij de Oranjeroute: een blauwe bidon met een oranje dop.

"Die had ik mee moeten nemen met de vakantie!"
Na de regenbuien van vannacht en vanochtend was het lekker zonnig, toen we om 12 uur langs het ADO-stadion en door het Delftse Hout naar Maasland reden. Vanaf Delft kregen we telkens het bordje van de Prinsenroute te zien.

Na de high tea fietsten we, nu met de wind in de rug, weer op huis aan, dit keer via Rijswijk. En weer zagen we regelmatig het bovenstaande bordje van de Prinsenroute.
U ziet het, niet alleen conditioneel, maar ook qua sfeer zaten we nog helemaal in de Oranjeroute.

Edersee

Tijdens het avondeten kwamen de onweerswolken heel dichtbij. We bereidden ons voor op een fikse bui, maar tot onze verbazing trok de bui over. Ik deed de vaat en daarna utterden we nog wat in de tent, zodat we om 9 uur uiteindelijk op pad gingen om wat te drinken.
Dat viel even tegen. De kantine met terras ging om 8 uur al dicht! We wandelden door naar de Edersee, die hier niet meer was dan een stroompje onder de brug, waar we overheen liepen. Morgen gaan we wandelen aan de overkant.
We zagen de voetveer hoger op de met riet begroeide helling liggen ten teken, dat het water toch wel eens beduidend hoger staat dan nu.
We wandelden over het fietspad R6 en kwamen zo vlak bij onze tent uit, waar we het vanavond moesten doen met een kopje thee, terwijl Ada verder las in "Eva Luna" van Isabel Allende en ik het dagboek bijwerkte van een lang, maar wederom zeer mooie fietstocht door het Edertal.
's Nachts tikte de regen zachtjes op het tentdoek van onze Esvo Blackfoot, maar om 7 uur werd het wat droger. Om half 9 haalde ik in de campingwinkel 2 croissantjes en 4 meergranenbolletjes. We ontbeten op een veld tegenover onze tent, waar we in de zon zaten. Ik schreef ons nog even in bij die Rezeption en om 10 uur verlieten we camping Asel Süd.
De wandeling begon op de camping. We klommen omhoog, waarbij we op de E moesten letten, die her en der aangaf, welke kant we op moesten. De E stond voor Ederhöhenweg en dat klopte wel, want het bos liep vrij steil af naar het dal.
We bewandelden de Urwaldsteig door een van de laatste stukjes oerbos in het Duitse middelgebergte. Na een paar kilometer begon het pad flink te slingeren over de bergrug van het Kellerwald.

Het begon flink warm te worden, dus de bloes en de afgeritste broekspijpen verdwenen in de stuurtas. We passeerden de Hardl van 394 meter hoogte en kwamen op een wat opener terrein. Het uitzicht was, mede door het heldere weer, grandioos. Bergrug na bergrug was te zien op de plek, waar we Nationalpark Kellerwald-Edersee verlieten en het fietspad naar Herzhausen vonden.

We aten een appel op een houten bank, waarbij Ada in iets kleverigs was gaan zitten: hars. Dat betekende een extra wasbeurt. Er volgde een lange, steile helling, die we af mochten dalen.
"Een echte Siebe-helling", zei ik, terwijl ik fietsers met een elektromotor omhoog zag ploeteren.
We kwamen uit bij het informatiepunt aan de drukke weg naar Korbach, waar we gisteren een stukje langs gefietst hadden. We hadden een korte discussie over hoe het pad verder ging. Ada dacht rechtdoor en omhoog, ik dacht linksaf.
We probeerden de laatste mogelijkheid uit en klommen over een bergwand door een bos om uiteindelijk uit te komen op de plek, waar we gisteren onder de Autobahn waren door gereden.
Over een brug wandelden we Herzhausen binnen, waarbij ik tegen Ada zei: "Kijk, een krokodil!", wijzend op een boomstam, die daar in het water dreef. Toen we een meter of 15 verder waren, hoorden we een Hollandse fietser, die ons inhaalde, tegen zijn vrouw zeggen: "Kijk, een krokodil!"
We namen plaats op het terras van "Ederblick", waar we een Salatteller bestelden. Behalve sla, radijs, geraspte wortel, paprika en tomaat zaten er ook gebakken kipreepjes op.
Van de eigenaar hoorden we, dat het meer normaal gesproken veel hoger stond dan het snelstromende beekje, dat het nu was. Op de pilaren van de brug kon je op een meter of 4 tot 5 hoogte aan de donkere kleur zien, dat het nu absurd laag water was. Veel watersporters bleven nu weg.
Na de rekening voldaan te hebben verlieten we het halfvolle terras van "Ederblick". We volgden de waterlijn en kwamen zo op een dijk, op een gegeven moment uit bij een vers pad door een veld vol bloemen.

We zaten verkeerd. We hadden het kunnen weten. Er lagen boeien op de dijk, een teken, dat hier normaliter water stond. Maar we hadden volop genoten van deze niet geplande doodlopende weg.



We wandelden over het tegelpad, tot we bij een parkeerplaats kwamen, waar de route, die we wandelden, officieel begon. Op dit gedeelte was weinig schaduw, dus de hitte viel op je. Vanaf het parkeerterrein kwamen we al snel in de bossen. Over een onverhard pad hoog boven de drooggevallen Edersee, kletsten we over van alles en nog wat, terwijl we ook oog hadden voor het natuurschoon.
We klommen, daalden, klommen weer en liepen intussen met flinke bochten om twee inhammen van de Edersee heen. Na een vrij lang stuk afdalen kwamen we bij een asfaltweg uit. Hier moesten we nog een kilometer afdalen, voor we bij het pontje naar Asel-Süd kwamen. Het veer voer niet, bij gebrek aan water....
Het alternatief was de stenen brug van het voormalige dorp Asel, dat een eeuw geleden onder water werd gezet om de Weser, en dan vooral de havenstad Bremen, van een constante waterstroom te kunnen voorzien. Drie dorpen moesten voor dit stuwmeer wijken.


De brug, waarover wij liepen, was gelegen in een brede met riet begroeide vlakte met aan beide kanten de heuvels tot ruim 300 meter hoog. Het was heel bijzonder, dat je überhaupt over deze brug, met daaraan boeien, kon lopen.

Voor degenen, die voor de watersport waren gekomen, was het zuur, maar wij hadden volop genoten van de wandeling van 20 km, inclusief 2 km voor het verkeerd lopen.
Tussen de brug en de camping stond een wagen, waar Italiaans ijs werd verkocht. Met dit warme weer ging het er wel in.
Op de zwoele zomeravond gingen Ada en ik na het eten nog een stukje wandelen. Eerst de Ederhöhenweg op en aansluitend nog een stukje de berg op over een graspad tussen de akkers. Via een graspad daalden we weer af richting camping, waarbij we een wasbeertje zagen lopen.

zaterdag 13 augustus 2011

Edertal

Om kwart over 8 zaten we aan het ontbijt. Frau Schmidt vroeg, of we ook "Butterbrot" wilden. We dachten, dat ze croissantjes bedoelde, maar het bleek brood voor onderweg te zijn. Als echte Hollanders namen we dus wat mee.
Om kwart over 9 vertrokken we vanaf das Bauernhof.

We zaten meteen op de route en begonnen met klimmen. Bij Birkelbach staken we de Eder over en over een onverhard pad klommen en daalden we kilometers lang, genietend van het uitzicht. Dit klimmen en dalen ging met korte onderbrekingen door tot Berghausen.

Een blik op de kaart leerde ons, dat in Raumland voorlopig de laatste mogelijkheid was om wat te drinken. De zon was door de bewolking gebroken en op het terras van Hotel Raumland met zijn prachtige mineralen in de vitrine, dronken we koffie, melk en aten twee Käse-Sahne Torte.
Het afdalen ging beginnen. Heel langzaam, maar wel zeker. Over een onverhard pad volgden we de sterk meanderende Eder naar Arfeld.

Hier vond Ada, dat de beschrijving in het boekje van de Oranjeroute niet klopte met de werkelijkheid. Dat klopte, want wij volgden de zomervariant, die ruim 2 km langer was. Na een smalle houten brug kwamen beide varianten weer bij elkaar. We volgden de ook als Ederauen-Radweg aangegeven route tot Beddelhausen in ons regenpak, want het regende behoorlijk door.

Vanaf deze plaats volgden we de R8 tot Holzhausen. Radweg 8 had gloednieuw skeelerasfalt. Her en der ontbraken de teksten op de bordjes nog bij de oude spoorlijn, die was omgetoverd tot fietspad. Zo schoten we flink op. Om 1 uur nuttigden we in Reddinghausen op een bankje onder 2 treurberken ons "Butterbrot".
Na een flinke bocht van de rivier kwamen we om half 2 langs de fraai gelegen camping bij Dodenau, die we in eerste instantie als ons reisdoel voor vandaag op het oog hadden. Daar we zo vroeg waren, besloten we om door te rijden naar de Edersee.
Dodenau is een leuk dorp. We passeerden Battenberg, bekend van de Engelse Lord Mountbatten, die oorspronkelijk Battenberg heette, maar na de Eeerste Wereldoorlog liever niet aan zijn Duitse achtergrond herinnerd wilde worden.
Het Edertal werd hier veel breder en met de wind in de rug stampten we flink door tot Frankenberg, waar we proviand in sloegen.

We moesten een paar km langs een drukke provinciale weg fietsen, tot we bij Viermünden de veel bredere Eder over staken.

Over een onverhard pad klommen en daalden we kilometers lang, tot we bij Ederbringhausen aan het laatste onverharde stuk naar Kirchlotheim begonnen.

We fietsten door naar Asel Süd langs de Edersee. Het zag er echter niet zo uit. In het midden meanderde de Eder voort te midden van zeer veel planten. Na wat klim- en daalwerk reden we om 10 voor 6 camping Asel Süd op. De receptie was al gesloten, maar er hing een briefje met nummers, die nog vrij waren. Zo kozen we na 106 km fietsen nummer 44, aan een voetbalveldje.
Daar de lucht begon te betrekken en we in de verte het gerommel van Gewitter hoorden, ruimden we de tent in met donkerpaarse wolken in het westen.

Rothaargebirge

De tent was, net als de voorafgaande dagen, gedeeltelijk drooggestoomd. Van de beheerder van Meerbornsheide kreeg ik na het betalen van € 26,- voor overnachting, 4 bolletjes en een paar biertjes, een Radwanderkarte Hesse, met daarop alle fietsroutes in deze deelstaat.
Even overwogen we om de R8 te volgen, maar dit betekende flink klimmen. We zagen af van deze verkorting van de Oranjeroute. Om 10 over half 10 reden we van de camping af. We daalden af naar Dillenburg, waar we ansichtkaarten kochten voor de thuisblijvers. In de hitte volgden we de Dill naar Sechshelden.
Voorbij Haiger verlieten we de bewoonde wereld en fietsten langs Steinbach over een onverhard bospad, dat langzaam maar zeker omhoog klom. Het grote voordeel was, dat het een bos was, dus we reden een kleine 10 km in de schaduw. Dat was heerlijk koel.
Op het pad lag een kleine slang.

Wat niet zo cool was, was de steile klim van 3 km, die aanvankelijk verhard was, maar de laatste 2 km was met stenen bezaaid. Fietsen ging hier bijna niet meer. Om een fiets met bepakking omhoog te krijgen, moet je op de trappers gaan staan, maar dan slipt je achterwiel weg op de losse stenen. Dat werd de laatste kilometer dus lopen en de fiets omhoog duwen.
Ik hoor mijn vrienden al vragen: "En, nog wat leuks gedaan in de vakantie?"
Maar er komt een moment, dat je de top bereikt, in dit geval van de Rothaarsteig. Het uitzicht was naar alle kanten toe fenomenaal.

Met als bonus een lange afdaling. Ada dacht hier heel anders over, want net als gisteren liep haar ketting er af.

Tien minuten en tien vieze vingers later konden we weer verder naar Rudersdorf, waar we om half 1 onze koffiestop hadden. We hadden 3 uur gedaan over 27 km....
In een Konditorei vergeleken we bij de koffie, koude melk en lekkere koeken, de twee routes en besloten we om Siegen links te laten liggen. Tot Deuz konden we de Oranien Fahrrad Route blijven volgen. Daar zouden we naar de bron van de Sieg moeten klimmen. Want hoe we ook naar Erndtebrück wilden gaan, we moesten hoe dan ook over een heuvel van 600 meter heen.
Om 1 uur fietsten we naar Gernsdorf, waar we net als bij Steinbach een steile klim was, die niet in het routeboek van de Oranjeroute stond.

De kleinste klimmetjes staan aangegeven met een pijl, de echte kuitenbijters lijken op papier vlak.
En dat met deze hitte.
Na weer omhoog lopen op een grindpad daalden we af naar Irmgarteichen, waar we op een bankje twee brodjes kaas met paprika en komkommer aten, terwijl de buitentent te drogen hing.
Na een paar korte klimmetjes daalden we af van Salchendorf naar Deuz, waar we een bordje "Erndtebrück 20 km" zagen. We volgden de bovenloop van de Sieg. "Hier ben je voor op vakantie", riep ik op een gegeven moment uit. We reden op een vrij vlak fietspad vrij hoog boven een lieflijk tegen de heuvels geplakt dorpje met vakwerkhuizen, omzoomd met heuvels met koeienweiden en bossen.

Helaas hield dit sprookjesbeeld na een paar km op en begonnen we aan een nieuwe klim in het Roothaargebirge. De haarspeldbochten op de kaart beloofden niet veel goeds. We moesten een km of 7 klimmen, maar echt steil werd het nergens. Telkens dacht je: "Hier is de top", maar om de bocht ging de weg steeds verder omhoog.
Bij een driesprong zagen we een bord: "Erndtebrück 10 km", met een verwijzing naar het steilste stuk van de beklimming. We aten nog een boterham met kaas, dronken een multivitaminesap en klommen weer verder, maar nu in de felle zon. Op de top dronken we het laatste water.

We begonnen aan de afdaling. Bij Benfe vroeg ik aan een vrouw om onze bidons te vullen. Met koel, helder water daalden we de laatste 9 km af naar Erndtebrück, waar we via de Tourist Information een Zimmer mit Frühstück regelden. Langs het postkantoor reden we naar een Bauernhof. Na ruim 60 km kwamen we zo, hoe toepasselijk op een dinsdagavond, terecht bij Pension Schmidt.

Moe maar voldaan spoelden we het zweet van ons lijf, voor we om half 7 naar die Stadtmitte reden, waar we op het terras van Pizzaria Bella Italia op deze zwoele zomeravond de inwendige mens versterkten.

Dillenburg

Het beloofde een mooie dag te worden. De buitentent was nog goed nat, dus we ruimden eerst de binnentent op. Bij het ontbijt zagen we de buitentent aan de zonzijde droogstomen.
Om kwart voor 10 reden we in t-shirt langs het spoor naar Solms en vandaar grotendeels langs een drukke autoweg naar Wetzlar. De laatste paar km reden we weer langs de Lahn. In de Altstadt van Wetzlar zochten we een schaduwrijk terras, waar we hetzelfde bestelden als gisteren.


Met de fietsen in de hand wandelden we door Wetzlar, voor we op zoek gingen naar de Dill-route, die vanaf hier parallel liep aan de Oranjeroute.
Alles ging goed, tot we het industrieterrein bij Dillfeld gepasseerd waren. We moesten onder een tunnel door en ineens waren er geen bordjes meer. We gingen, zoals op de kaart was aangegeven, onder de tweede tunnel door. En toen sloeg de twijfel toe.
Rechtsaf ging een onverhard pad het bos in, linksaf een verharde een heuvel op, om zich na 200 meter te splitsen in een weg rechtdoor langs de Autobahn en een weg de berg op. Wij kozen, na enig aarzelen, afdalen naar de viaduct en weer de korte klim voor de laatste variant. Na een kilometer steil klimmen hadden we een prachtig uitzicht, maar de weg eindigde in een karrenspoor naar een boerenschuur.
We moesten terug, maar beneden hadden we nog totaal geen idee, waar we naar toe moesten. Ik baalde. We reden terug naar de plek, waar we het laatste bord Oranien Fahrrad Route gezien hadden. Ada las de tekst in het boekje. Mogelijk, dat op de plek, waar afgravingen waren geweest, onze afslag had gelegen.
Und jawohl! We vonden na een half uur zoeken en vergeefs klimmen eingelijk de weg naar Klein-Altenstädten. Via Asslar reden we door naar Werdorl om net voor Berghausen te lunchen. We zaten op een bankje bij een visvijver met daarbij twee borden. De eerste luidde: Betreten der Teichanlage verboten. Insbesonderes Schlittschulaufen.

Daaronder het bord: Betreten der Eisfläche verbote.

Maar volgens mij lag er nog helemaal geen ijs op!

We reden verder langs de Dill naar Ehringhausen om via Dillheim naar Edingen te slingeren, waar Ada's ketting van haar tandwielen af liep. Met een halve kettingkast is het een heel gedoe, om de ketting er weer op te krijgen.
Via Sinn reden we naar Herborn, waar we de romantische Altstadt aan de voet van het Westerwald goeddeels aan ons voorbij lieten gaan, want we wilden zo snel mogelijk naar Dillenburg fietsen.



Door het mooie centrum fietsten we eerst naar de Tourist Information. Er bleek inderdaad een camping te liggen op Meerbornsheide. Deze was net dit jaar opgeknapt.
We reden naar de winkelstraat, waar we bij een ijssalon een hoorntje namen alvorens bij een supermarkt boodschappen in te slaan voor het avondeten. Vervolgens begon het klapstuk van onze fietsroute van vandaag: de klim naar Meerbornsheide. Vanaf Dillenburg klommen we in een paar kilometer naar 350 meter hoogte. Aanvankelijk zeer geleidelijk, maar allengs steiler en steiler. Ik kan u verzekeren: 11% op een fiets met bepakking valt niet mee!
Maar het welkom op Campingplatz Meerbornsheide was allerhartelijkst. We kregen een drankje aangeboden, wat na 58 km fietsen op deze warme dag zeer goed van pas kwam. Op internet staat deze camping niet goed aangeschreven, maar dat heeft alles te maken met de vorige eigenaar, die de boel verwaarloosde. Er staat een gloednieuw, zeer fraai toiletgebouw met prima douches. Gratis!
De nieuwe campingeigenaren doen hun best om de boscamping helemaal op te knappen.

Alleen de campinggasten ontbreken nog. Verder is het een leuke, gemoedelijke boscamping.

Limburg

Om 8 uur ruimden we onze droge tent op. Het was bewolkt, vrij koud, maar wel droog. Ik trok, tot verbijstering van Ada, mijn oranje kleding aan. Je moet je immers weten te kleden voor de gelegenheid en bij de Oranjeroute hoort nu eenmaal oranje!
We ontbeten onder de appelboom en om half 10 zaten we op de fiets, waar we vanaf de camping begonnen met klimmen. Niet echt lekker met nog niet warm gedraaide spieren.
Nadat we Diez gepasseerd waren, zagen we eindelijk Schloss Oranienstein liggen.
We waren de vakantie begonnen in Limburg, nu reden we naar Limburg toe.
Limburg is een prachtig stadje met steile kasseienstraten. We keken hier een beetje rond, maar na 7 km fietsen neem je nog geen pauze.

Langs de Lahn hadden we bij het verlaten van Limburg nog een prachtige Ansicht op dit stadje met de dominante Sankt-Georgs Dom.

Toen we net buiten Limburg fietsten, hoorden we "Dat is Bert" zeggen. Jaap Hoek en zijn vrouw, bezoekers van de Katwijkse bibliotheek, hadden dit prachtige dal ook uitgezocht voor hun vakantie.


Langs deze rivier fietsten we door naar Runkel, een plaatsje met 2 kastelen van met elkaar ruziënde kasteelheren. Obelix had volkomen gelijk: "Rare jongens, die Gothen!"
In het Altstadt-Café bestelden we koffie, chocolademelk en 2 amandelkoeken.
Om 12 uur hadden we net 20 km gefietst. Het begon wat warmer te worden. Bij Villmar staken we der Lahn weer over en fietsten qua natuurschoon een van de mooiste stukken van de dag, tot we voorbij Aumenau aan de verkeerde kant van de spoorbaan kwamen. Pas bij Fürfurt kwamen we weer aan de rivier.

Op een bank langs de R7 aten we een drietal boterhammen, terwijl tientallen kano's ons passeerden. We vervolgden de hier flink meanderende Lahn naar Weilburg, waar we samen met 2 Limburgers naar het lokale Schloss klommen. Het was het zoveelste leuke plaatsje, dat we tijdens onze vakantie doorkruisten.

De zon was inmiddels doorgebroken, zodat we in racebroek en t-shirt onze tocht vervolgden naar Löhnberg en aansluitend langs de B49, die we telkens kruisten. Op de kaart stonden allemaal pijltjes getekend, dus wij dachten, dat het net zo'n zwaar traject zou worden als gisteren tussen Laurenberg en Geilnau, maar dat viel erg mee. Het waren veel korte klimmetjes.
Vlak voorbij Lahnbahnhof vonden we een camping. Of eigenlijk 4 kleine campings, die tegen elkaar aangebouwd waren. Om 4 uur zetten we onze tent op de camping van een kanovereniging op.

Na de verkwikkende douchestralen begon ik te lezen in "Olivier en Adriaan", het tweede deel uit de Leonhard Huizinga geschreven serie vol humoristische avonturen van de tweeling Duysz ther Ghast. Ideale boeken voor de vakantie.

Om half 6 vertrokken we naar Braunfels. Aanvankelijk was het vanaf Lahnbahnhof een geleidelijke klim, maar de laatste 2 km was pittig te noemen, maar het was de moeite waard. De Altstadt van Braunfels is prachtig. We dwaalden een beetje door de straten met veel vakwerkhuizen, waarbij goed onderhouden exemplaren uit 1520.


Op het terras van "Solmser Hof" aten we Grieks, waarna we het Middeleeuwse plein overstaken om bij een Eiskaffee Italiaans ijs te kopen. Ach so, Holländer in Deutschland.
Zowel voor als na het eten wandelden we door de poort van het kasteel en door het leuke stadscentrum. Om half 9 vertrokken we naar de camping met de wigwams, om voor het donker de afdaling achter de rug te hebben.
Met 73 km op de teller raakte ik in gesprek met Danny en Twan uit Gennep, onze buren op de camping. De dag begon in Limburg en eindigde met Limburgers.

vrijdag 12 augustus 2011

Van Scheidt naar Geilnau

Om kwart voor 7 werd ik wakker. De tent was kletsnat van de miezerregen. De eerste tegenvaller van de dag. De lucht zag er nog loodgrijs uit, dus de katoenen buitentent zou niet droog worden. We hingen deze te drogen onder een hazelnotenboom, waar we ook ontbeten.
Om kwart over 9 reden we Camping Rhein-Mosel af om door het centrum van Koblenz te zwerven teneinde bij de Rijn uit te komen, waar we bij de spoorbrug deze rivier over staken.

Ter hoogte van Stolzenfels, door Koot & Bie ongetwijfeld vertaald als Trotsrots, begon das Lahntalroute.

Langs deze rivier passeerden we Lahnstein. Helaas passeerde een flinke regenbui, zodat we onze regenbroek aan moesten doen.
Door het prachtige Lahntal fietsten we pal langs de rivier naar Bad Ems. Wim Beenakker had het ons van harte aanbevolen: "Het Lahntal is één van mijn favoriete plekken in Duitsland!"
Nu zijn Wim en ik het in tal van dingen grondig oneens met elkaar, hetgeen ons, door de manier, waarop we dat naar elkaar toe ventileerden, in de eerste klas van Pedagogische Academie "De la Salle" in Heemstede de benaming "Adriaan en Olivier" opleverde.

Maar op het gebied van Duitsland kun je blind op Wim vertrouwen.
In Bad Ems trokken we onze regenbroeken uit en op het terras van een Konditorei genoten we, zoals bijna iedere dag, wan de Milchkaffe, heisse Kakao en twee soorten koek.
De eerste klim kwam, toen we het mooie en gezellige Bad Ems verlieten, op weg naar Nassau, het beginpunt van de Oranier Fahrrad Route.

In Nassau deden we wat inkopen voor onderweg en probeerden we bij de Tourist Information adressen van campings in het middendeel van de Oranjeroute te achterhalen.
Om 1 uur verlieten we Nassau voor de fietstocht naar Diez.


Na een flinke klim en een dito afdaling vond ik mijn bagagedrager wel erg wiebelen. Dat klopte, want er was een schroef afgebroken, die de voorbagagedrager op het stuurframe vastpinde. Met de reserve snelbinders zette ik het wat vaster, terwijl de flinke klim naar Kloster Arnstein nog moest beginnen, uitmondend in een lange afdaling met als apotheose een helling van 16%.
Met flink ingeknepen remmen daalde ik daar af. Bij de brug over de Lahn was een kanoverhuurder. Met een drietal tieraps borgden we de voorbagagedrager zo goed mogelijk. Terwijl we in een bushokje lunchten, haalde ik wat zwaardere dingen uit de voortassen om deze elders weg te bergen.


We vervolgden de route langs der Lahn naar Laurenberg, waar we op het fietspad met glad asfalt een drietal skeeleraars tegenkwamen. Op dit stuk zagen we ook een kano, die was omgeslagen. Een paar mannen klommen drijfnat op de kant. Lekker met dit koude weer!
Tenslotte kwamen we twee vierkante houten rondvaartboten tegen met de Duitstalige versie van "Doe je handen in de hoogte". Een hoog Kabouter Plop-gehalte dus. Maar ze draaiden op speciaal verzoek van Paul Verkerk ook het door hem aan de boorden van de Weissensee zo fraai gezongen "Marmer, Stein und Eisenbricht" van Drafi Deutscher.
Bij Laurenberg kregen we de zwaarste klim van de dag voorgeschoteld.

Het stuk tot Burg Laurenberg, die we van buiten bekeken, was behoorlijk zwaar, maar de twee haarspeldbochten naar Scheidt deed er nog een schepje bovenop.

Het uitzicht vergoedde veel. We klommen nog even door naar Holzappel, waar we de piek van de dag bereikten.

Kilometers lang daalden we af, waarvan een flink deel 12% was, met een aantal haarspeldbochten. We bereikten de Lahn weer in Geilnau.
In een parkje aten we een appel, voor we over een vrij vlakke weg naar Balduinstein trapten. Hier verlieten we de weg voor een slingerend fietspad naar Diez. Over een opgeknapte brug, die officieel nog niet open was, reden we Diez binnen.

We fietsten vrij snel door naar camping Oranienstein, waar we voor € 12,- onze natte tent op konden zetten.
Na een verfrissende douche, geen overbodige luxe na 70 km fietsen door de heuvels van de Taunus, wandelden we naar het centrum van Diez, waar we na het bekijken van die Altstadt bij "Klein Prag" Boheemse gerechten tot ons namen.