donderdag 17 maart 2011

Einde van het seizoen


Op de laatste donderdagochtend van het mooie schaatsseizoen 2010-2011 reden we met de krasse knarren het schema, dat ik vorige week al had aangekondigd. We begonnen met 15 rondjes, dan 2 rondjes rust en vervolgens 14 rondjes en zo steeds een rondje minder en weer 2 rust.

Wim van Huis gaf het goede voorbeeld en nam de eerste 15 rondjes het kopwerk voor zijn rekening. Telkens nam een andere schaatser een slinkend aantal rondjes voor zijn rekening. Zo naderden we langzaam maar zeker het einde van het seizoen.

Tussendoor werden nog wat foto's genomen van de veteranengroep.


Het ging in een goed tempo, dat steeds ietsje sneller ging. Slechts één keer gingen alle remmen los. Arthur van Winsen wilde een rondje lappen en kopman Bert Raaphorst wilde dat voorkomen. De snelheid vloog omhoog en het peloton werd uit elkaar getrokken.

De traditionele groepsfoto mocht natuurlijk niet ontbreken.

Daarna werden de schaatsen uitgetrokken en gingen we met een groep van een man of 14 naar de kantine. Waar anderen konden genieten van koffie of warme chocolademelk was het voor mij peentjes zweten. Vergeleken met vorig jaar was de opkomst dit seizoen gehalveerd. En dan heb je als coach natuurlijk een hoop uit te leggen. Er zijn er, die voor minder ontslagen zijn.
Maar ik heb mij in duizend bochten had gewrongen, een act waarbij Houdini slechts kinderspel was.

Om de aanwezigen gunstig te stemmen, had ik een bedankje meegenomen om namens de krasse knarren aan te bieden aan Hermien Ravensbergen en Teun de Reede, die op dinsdag- en donderdagochtend in het kassahok zitten en voor Jan van Rijn en Piet Harskamp, die op die ochtenden zorgden voor een gladde ijsvloer in de Leidse IJshal.
Kennelijk heeft het geholpen, want nu mag ik het volgend seizoen toch nog een keer proberen.
Dus, heeft u nog krasse knarren in de aanbieding, waarbij een lichte beschadiging geen bezwaar is en die op dinsdag- en/of donderdagochtend beschikbaar zijn....

woensdag 16 maart 2011

Laatste kans

Wat gaat zo'n schaatsseizoen toch snel. Gisterenavond alweer de laatste disdagavondtraining in de Leidse IJshal. Net als vorige week was het nog behoorlijk druk. De vaste klanten ontbraken, maar er waren aardig wat nieuwkomers. Dat levert soms wat remproeven op. Dit keer was er een drietal kunstschaatsters, die op de buitenring op het gedeelte van de hardrijders rustig kwebbelend het "treintje" nagenoeg tot stilstand dwongen.
Voor mij was het de laatste om een uur doorschaatsen te trainen.

Zondag is de winterbiatlon en het zilver van vorig jaar bij de veteranen schept enige verplichtingen. De laatste test reed ik op mijn kluunschaatsen.

Ik voelde mijn bovenbenen nog van de City-Pier-City van twee dagen eerder. Maar vergeleken met de week ervoor voelde de bovenbenen een stuk beter aan. En het ging ook een stuk beter. Ik kon een uur lang aan de staart van het eerste peloton mijn rondjes meedraaien. Martien Wijnands reed een half uur lang een heerlijk tempo, waarna diverse andere schaatsers het stokje van hem overnamen.
Ik had niet verwacht, dat ik al zo hersteld zou zijn, dat ik een uur lang een in vrij hoog tempo mee kon schaatsen. Desondanks verwacht ik niet, dat ik dit jaar op het podium beland. Dat is geen valse bescheidenheid, maar gewoon een reële inschatting. En niet hoger willen springen dan je polsstok lang is, hoort bij de mentale voorbereiding op goede prestaties.
Er zijn een paar essentiële zaken anders. Allereerst het deelnemersveld: Jos Drabbels en Robert Nozeman zijn atleten, die normaliter én harder lopen én harder schaatsen dan deze diesel. Daarnaast is Jaap de Gorter beter in vorm dan vorig jaar.
Daarnaast is mijn beste onderdeel, de 3 km hardlopen na het schaatsen, eruit gehaald. Bij de laatste editie van de run-skate-run heb ik in de twee mijl nog 3 deelnemers ingehaald.
En de belangrijkste reden: ik ben gewoon minder in vorm. Mijn piek lag wat dat aangaat afgelopen seizoen in december bij het schaatsen op de Gouwzee en bij de 1000 rondjes van Leiden, toen ik bijna 3 kwartier van mijn toptijd op de 100 km afsnoepte.
Waar ik in februari 2010 met IJsstrijd "slechts" 105 km geschaatst had, was ik eind februari heel wat dieper gegaan, met op de eerste dag 200 km en op de tweede ruim 50.

Op een of andere manier is de scherpte er dan toch vanaf. Maar als stayer wil je bij de feestelijke finale van het schaatsseizoen 2010-2011 natuurlijk wel zo goed mogelijk voor de dag komen. Dus greep ik mijn kans om met gevoelige bovenbenen een uur lang behoorlijk snel door te schaatsen. Zondag moeten we ook afzien!

Bij het verlaten van de baan sprak ik nog met een betrekkelijke nieuwkomer. Hij was een flink stuk jonger dan ik en had vorig jaar en het jaar daarvoor ook diverse keren op de Kaag geschaatst. "Ik dacht, dat ik behoorlijk kon schaatsen, maar dan werd ik ingehaald door een groep vijftigers, die veel harder reden en het zag er nog moeiteloos uit ook!"


Ik kon hem een hart onder de riem steken. Die ervaring had ik ook, toen ik zo oud was als hij. Maar jarenlange trainingsarbeid en sleutelen aan de techniek werpt vroeger of later toch zijn vruchten af.
Wat dat aangaat is er bij schaatsen nooit sprake van een laatste kans. Bij welke andere sport kun je zeggen, dat je op 55-jarige leeftijd nog steeds beter wordt?
Dan had, tot grote vreugde van Inter-fan Arien Stuijt, Louis van Gaal het gisterenavond een stuk moeilijker. Ik hoorde de Bayern-coach dit keer niet zeggen: "Ben ik nou zo slim, of zijn jullie nou zo dom?"
Maar ja, dit keer deed Inter Milan waar de Duitsers het patent op hebben: het benutten van de laatste kans!

maandag 14 maart 2011

Meltdown


In mijn jeugdjaren heb ik heel wat kilometers gewandeld bij protestdemonstaties tegen kernenergie en haar tweelingbroer de kernbewapening. We zijn inmiddels 30 jaar verder en na Harrisburg en Tsjernobyl krijgen we voor de derde keer de bevestiging van de gevaren van kernenergie, waar we destijds voor waarschuwden.

Na de zware aardbeving en de verwoestende tsunami krijgt Japan nu ook nog te maken met radioactiviteit, doordat de koeling in de kerncentrales van Fukushima is uitgevallen.

Op dit moment wordt met man en macht gewerkt om met zeewater een complete meltdown te voorkomen.

Het laatste redmiddel, een wanhoopspoging dus, want zeewater maakt een kernreactor voor altijd onbruikbaar.

De overigens zeer effectieve kernenergielobby werd niet moe om de gevaren van nucleaire energie te bagatelliseren.

Radioactief afval, dat duizenden jaren gevaarlijk blijft, werd teruggebracht tot een minimale hoeveelheid, dat bij wijze van spreken in een schuurtje opgeslagen zou kunnen worden.

Politici, die bij de huidige forse bezuinigingen, die vooral de gewone burgers treffen, verklaren, dat we onze kinderen niet met onze financiële schulden op mogen zadelen, hoor je over deze ethische vraag niet. Mogen we onze kinderen wel met ONS radioactieve afval opzadelen????

Hopelijk valt het mee en krijgt Japan na de verwoestingen van de aardbeving en de tsunami niet ook nog eens te maken met forse hoeveelheden radioactieve neerslag.
Want ondanks alle veiligheidsvoorschriften en technische voorzieningen kon deze onmogelijk geachte gedeeltelijke meltdown toch plaatsvinden en moeten wij er ernstig rekening mee houden, dat het een volledige meltdown kan worden.
Maar bij alle ellende kun je van één ding op aan. De autoriteiten zullen altijd verklaren: "Er is geen gevaar voor de volksgezondheid!"

zondag 13 maart 2011

City-Pier-City

Een gevleugelde uitspraak van Joop Zoetemelk is: "De Tour wordt in bed gewonnen!"

Wat dat aangaat heb ik het gisteren uitstekend gedaan. Na aan het weblog gewerkt te hebben, las ik languit op de bank liggend de krant. Om 10 uur legde ik de zaterdageditie van Trouw terzijde en viel vervolgens als een blok in slaap.
Met wat korte onderbrekingen sliep ik door tot 8 uur. Een aardige nachtrust. Ik droomde, dat ik in de Leidse IJshal aan het schaatsen was, en dat ik uit vorm was.

Met deze opbeurende mededeling uit het onderbewustzijn fietste ik om 1 uur naar Jaap de Gorter. Met de trein reisden we naar Den Haag Centraal, waar, tot onze stomme verbazing, Hans Boers op ons stond te wachten, samen met zijn levenspartner Morena. We wandelden naar het Malieveld, waar Jaap en ik ooit samen naar een concert van The Rolling Stones waren geweest.

We gaven onze tassen af bij de bewaakte garderobe.
Het was heerlijk weer. Het was bewolkt maar in tegenstelling tot eerdere weerberichten was het wel droog. De temperatuur lag dik boven de 10 graden. De lente zat in de lucht.

De eerste hobbel, die we te nemen hadden, was om met zijn drieën in vak D te komen. Met de tijd van vorig jaar op de City-Pier-City had ik ingevuld, dat ik boven de 1.50 zou lopen. Jaap en Hans hadden een tijd onder de 1.50 ingestuurd. Maar pal achter Jaap lopend kwam deze loper uit vak E gewoon in vak D terecht.

Om half 3 klonk ergens in de verte het startschot. We passeerden de startstreep na 2 minuut 30. Het parcours was gewijzigd en daardoor sneller. De fuiken in de Haagse binnenstad waren eruit, net als die bij de pier. Zodoende konden we lekker doorlopen.

Aanvankelijk liepen we met zijn drieën, na een kilometer of 5 liep Jaap op lichte achterstand. Bij de eerste drinkpost op 7 km namen wij water en AA, waardoor Jaap ons weer inhaalde. Een paar km verderop liepen we weer met zijn drietjes over de brede Haagse lanen. Gezamenlijk passeerden we de 10 km.

We liepen weer een stukje voor op Jaap, die bij de volgende drinkpost weer haasje over deed: van dit IJVL-trio was hij nu weer de koploper. Hans was duidelijk beter in vorm dan ik, ondanks zijn verkoudheid. We liepen met 26.14 en 52.10 nog steeds op een schema van onder de 1.50, maar bij het 12 kilometerpunt moest ik lossen. Hans liep langzaam maar zeker bij me weg, terwijl ik Jaap ook nog steeds niet zag in deze bontgekleurde stoet.
Bij de Van Boetzelaerlaan keek ik, of ik Jan Koopmans tussen het publiek ontwaarde, maar helaas....

De route liep, tot mijn verbazing, niet pal langs de Pier, maar over de brede wegen pal achter de boulevard. Ik vond dat helemaal niet erg, want ik begon toch al genoeg in te leveren op het schema van 5 minuten per kilometer. Op een wegversmalling zat ik niet te wachten.
De compressiekousen bevielen weer prima, net als de nieuwe schoenen. Je merkt, dat je meer demping hebt.

In een grote meute liepen we richting Malieveld, waarbij de bruto tussentijd op de 20 km 1.47.20 was.



De brutotijd kwam dus boven de 1.50 uit. Het werd uiteindelijk 1.53.24.



Hans was in 1.52.01 binnen, dus hij liep uiteindelijk 1.49.25. Jaap zat met 1.53.45 bruto vlak achter me. Ik moet hem ergens onderweg toch ongemerkt hebben ingehaald.



Hans wachtte nog op Theresa, een Cubaanse vriendin van Morena, die voor het eerst een halve marathon liep. Jaap en ik haalden onze tassen op en wandelden naar het Centraal Station, waar de intercity ons weer keurig afleverde in Leiden.
Thuis gekomen zag ik, dat mijn nettotijd, 1.50.49, na ook nog eens een behoorlijk vlakke race, tot mijn stomme verbazing beter was dan die van vorig jaar. Ik ben toch minder uit vorm dan ik dacht....

zaterdag 12 maart 2011

Invaller

Het zal je maar gebeuren: je bent reserve bij het Wereldkampioenschap afstanden en 's ochtends krijg je te horen, dat je in moet vallen en 's middags sta je met een bronzen medaille om je nek op het erepodium. Dit overkwam Jorien Voorhuis gisteren op de 1500 meter, waar de in vorm zijnde Marit Leenstra zich met darmklachten af moest melden.

Bij schaatsen is de rol van invaller meestal niet aan de orde, anders dan bij bijvoorbeeld voetballen, waar gemiddeld de 3 toegestane invallers per wedstrijd wel ingezet worden. En als zo'n invaller dan nog scoort ook, dan spreekt men van "een gouden wissel".

Waar een invalbeurt al bijna helemaal niet voorkomt is in de muziek, en zeker niet als het een dirigent betreft. Helaas is onze vaste dirigent Wim de Ru geveld door een ziekte en zal hij het project van "Die Schöpfung" niet meer voor het projectkoor staan. Na enig zoekwerk kwam het bestuur van de Stichting Leidse Koorprojecten uit bij Paul Valk als vervanger van Wim de Ru.

Nu wist Wim altijd met veel humor de repetities in goede banen te leiden, maar de invaller beschikt gelukkig ook over deze positieve eigenschap. Gezeten naast Sjaak Stuijt had deze bas in ieder geval een prima repetitie. Uiteraard missen we Wim en hopen we van harte op een voorspoedig herstel van onze vaste dirigent, maar we hadden het slechter kunnen treffen met een invaller.

Resteert mij nog één vraag: is Paul Valk familie van Ria Valk?

Zoeterwoude

Het was binnen de IJssport Vereniging Leiden weer eens een middagje Zoeterwoude. Het begon allemaal met Kjeld Nuis, die in het Zuidduitse Inzell bij het WK afstanden het zilver pakte op de kilometer. Zilver in de maand, dat de IJVL haar zilveren jubileum viert!
Nu moeten we het als Leidse schaatsvereniging vaak van Zoeterwoudenaren hebben. Met Sjaak Stuijt als voorzitter, maar ook op de vrijdagmiddagtraining, waar zowel Sjaak Hartman als Monica van Rijn training geven op "mijn" vrijdagmiddaguur. Gisterenmiddag hadden we de laatste schaatsles van 2010-2011 en hadden we als afsluiting een mini-Elfstedentocht voor de kinderen georganiseerd en deelden we aan het eind de schaatsdiploma's uit.

Voor mij was het een mooie gelegenheid om Zoeterwoudenaar Wil Verbeij, met zijn 2 meter lengte mijn grootste vriend, met een sixpack Grimbergen te bedanken voor de twee trainingen, die hij dit jaar van mij overgenomen heeft.

Terwijl ik dit stukje zit te typen, hoor ik op de radio nog een Zoeterwoudse schaatser, de eerste wereldkampioen op de 1500 meter: Jeroen Straathof.

En vraag ik me af: hoe kan, dat zoveel goede sporters afkomstig zijn uit het kleine Zoeterwoude?

donderdag 10 maart 2011

"Jij bent een lekkere...."

De titel van dit blokje had ook "Je bent zot!" kunnen luiden, maar deze kwalificatie is op mij natuurlijk niet van toepassing. Verre van dat zelfs. Toch?



Ik koos echter voor "Jij bent een lekkere...."
Deze opmerkingen kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd, toen ik het schema voor de voorlaatste donderdagochtendtraining van de krasse knarren in de Leidse IJshal bekend maakte. Het was, voor degenen, die een piramide verwachtten, dan ook een verrassende training: we begonnen met 30 ronden, daarna 25, 20, 15, 10 en 5 om af te sluiten met 4,3,2 en 1. Het aftellen van schaatsseizoen 2010-2011 was begonnen.
Na de eerste 30 rondjes kreeg ik van Bert Raaphorst "Jij bent een lekkere...." toegevoegd: "Ik heb nog geen rondje ingereden en krijg er meteen 30 voor mijn kiezen."

Ondanks dit gemopper aan het begin van de training verliep alles prima. De heren kregen er steeds meer lol in. Vooral aan het eind, bij de trits van 5, 4, 3, 2 en 1 ronde met telkens 1 rondje rust tussendoor, kreeg ik zelfs lovende woorden te horen. Het tempo werd bij deze korte sessies flink opgeschroefd. Ik kreeg zelfs het verzoek om dit blokje snelheidstraining volgend seizoen vaker in te lassen.
Een prima idee: het is altijd goed om nieuwe prikkels in de training in te bouwen.
Ik kan de donderdagochtendgroep trouwens op hun wenken bedienen. Volgende week keert dit zelfs al terug, als we echt gaan aftellen: we beginnen dan met 15 ronden, 2 rondjes rust, 14 rondjes, 2 rondjes rust en zo gaan we met telkens een rondje minder door tot 1 ronde.
Alleen een zot kan zo'n schema bedenken....