maandag 21 november 2011

Leestips door de Rijmpiet

Sinterklaas kwam ook dit jaar weer over de Noordzee
en hij nam voor de Katwijkers menig mooi boek mee.
Ook de bibliotheek heeft hij van nieuwe boeken voorzien,
waar de Rijmpiet nu uit put, zodat u thuis misschien
al een keus kunt maken om deze boeken te gaan lenen.
Ga dus snel naar de dichtstbijzijnde bibliotheek benen
voor het prentenboek met de titel “Mama kwijt”.
Van het voorlezen hiervan krijg je nooit spijt,
net zo min als van “Kas bij opa en oma” van Pauline Oud.
Bij voorlezen zit je altijd goed en nooit eens een keer fout!
Dat geldt ook voor de serie boeken van “Spuit elf”.
Leen en lees “Lente, zomer, herfst en winter” zelf
aan je eigen kinderen voor en ze zullen genieten.
Op de daken zijn het helden, Sint en de Zwarte Pieten,
dus zoek “Het grote heldenboek” op in de bibliotheek
en speur dan ook naar het ander heldenboek deze week,
het boek met de titel “Meester Jaap is een held (op sokken)”.
Verder zijn er ook nog mensen, die onverschrokken
een heus wereldrecord ergens in weten te vestigen
en dat in “Guinness World records” weten te bevestigen.
Een veelgelezen kinderboekenschrijver is Paul van Loon.
Met “Super Dolfje” trof Van Loon weer de juiste toon.
Bij deze laat de Goedheiligman u allen weten,
dat hij de volwassen lezers niet is vergeten.
Sinterklaas wil het liefst over “Stille wateren” varen
en de plot van de detective van Viveca Sten niet verklaren,
want dan is de “Glansrol” niet voor de goede Sint,
als u aan deze thriller van Loes den Hollander begint.
Sinterklaas doet beslist niet mee aan iets als “Overspel”,
maar maakte in zijn jeugd wel kennis met “De leprozenbel”.
Elisabeh Musser schreef de roman “Sinds ik jou ken”,
een boek dat menig Katwijker graag wil hebben.
Verder is er van Eleanor Moran “Ontbijt op bed”,
waarbij de gelukkige nu pepernoten krijgt voorgezet!
Arie Jonkind zocht het dit keer in “’t Spel met de waarheid”,
terwijl Tinus Udding veel woorden aan “Doemnevel” wijdt.
“Blijf!”, smeekte Alice Larkin in haar debuutroman.
“Nou vooruit”, zei Sinterklaas: “Tot 5 december dan.”
Want dan gaat deze bejaarde bisschop weer naar Spanje op reis
en maakt hij sporen op het water en geen “Sporen op het ijs”.
Nu we tenslotte over het glanzende ijs komen te praten,
de Rijmpiet kon natuurlijk deze leestip niet achterwege laten:
hier is het boek waar menig toerschaatser naar zocht
en dat getooid is met de titel “Molen- en Merentocht”,
en waarvan u dacht het nooit te mogen beleven,
maar het is door de Rijmpiet eigenhandig geschreven.

Tot slot: Marianne Grandia schreef “Witter dan sneeuw”
en dat is de baard van de Goedheiligman al menig eeuw!
Daar was het “Badwater” van Guurtje Leguijt niet voor nodig.
Maar beste mensen, het is na deze leestips overbodig
om u aan te sporen om naar de bibliotheek te gaan,
waar het personeel u vriendelijk te woord wil staan
om u te helpen aan de door de Rijmpiet aanbevolen boeken.
Ga allen dus in gestrekte draf de bibliotheek bezoeken
om er daarna thuis met volle teugen van te genieten.

Sinterklaas en al zijn Zwarte Pieten.

zondag 20 november 2011

"Ervaring is vooral weten, wat je niet moet doen!" of "Hup Papa!"


Een aantal jaren geleden vertrouwde Frits van Huis mij in een filosofisch moment toe: "Ervaring is vooral weten, wat je niet moet doen!" Deze volzin schoot mij door mijn hoofd, toen ik in de trein naar Nijmegen ene Hans uit Voorschoten mijn ervaringen op het gebied van duursporten doorgaf. Godfried Bomans heeft een boek geschreven met de hierop van toepassing zijnde titel "Adviezen van een oude rot".

Hans liep zijn eerste Zevenheuvelenloop, terwijl ik in de buurt van de 10 kom.
Het zat potdicht door de hardnekkige mist. Het zicht was ongeveer 200 meter, maar bij de Waal aangekomen, die door het kurkdroge najaar zeer laag stond, begon het zicht beter te worden.
Om half 12 brak de zon door de mist heen en je voelde het warmer worden. We wandelden naar de parkeergarage van de Rabobank, waar we de steile afdaling nu nog makkelijk namen. In de parkeergarage kwam ik Max Blondeau, bestuurslid van de IJVL, tegen. Hij zou starten in de bypass, dus ruim een half uur na mij vertrekken voor de 15 km.
Bij het inlopen kwam ik Peter Zwart tegen, die in het startvak voor mij mocht vertrekken. Hij begon in geel, ik in oranje. Ik wandelde naar het startvak, waar ik een plek in de zon zocht om te wachten tot het moment, dat wij van start mochten gaan.

Eerst vertrokken de Afrikaanse atleten, met Haile Gebrselassie, die snode plannen had. Zij waren het 5 kilometerpunt al gepasseerd, voordat wij bij de staartstreep waren. Deze passeerde ik na 16.59.

De vorm was goed, mogelijk doordat ik 3 tot 4 kilo lichter ben dan deze zomer en nog maar 66 kg weeg.

Ik ging dus maar meteen in een voor mijn doen pittig tempo van start. Het was bijna windstil, zonnig en een ideale temperatuur om te lopen. In een inhaalrace liep ik met startnummer 3351 op mijn buik naar het punt, waar de toplopers nog geen kwartier over liepen. Met mijn 23.20 was ik best tevreden. Over de wat smallere bosweg richting Groesbeek ging het nog steeds prima. We passeerden het houten huisje met "Free Tibet", terwijl de yoga-muziek uit de geluidsboxen schalde. Ik had echter geen tijd voor een meditatief moment. Ik was op weg naar de Zevenheuvelenweg, waar ik vooral in de afdalingen, dankzij het slap langs het lichaam het houden van de armen, flink wat mensen in wist te halen.


Op het 10 kilometerpunt zag ik, dat ik met 45.49 goed op schema lag voor een tijd onder de 1.10.

Ik bleef dus maar gaan. Als je in vorm bent, kun je dat.

Vooral als je door het vele publiek langs de kant af en toe persoonlijk wordt aangemoedigd. "Hup Bert", hoorde ik af en toe. Daar ik er niet van uit ga, dat ik in de omgeving van Nijmegen zo beroemd ben, vermoed ik, dat mijn voornaam op het startnummer daar debet aan is.

Bij het passeren van de 12 kilometer begon ik mijn linkerkuit wat te voelen. Het was nog geen kramp, maar als ik in hetzelfde tempo door zou gaan, zou het dat wel kunnen worden. En daar komt de gevleugelde uitdrukking van Frits van Huis weer om de hoek kijken: "Ervaring is vooral weten, wat je niet moet doen!"
Ik moest dus niet zo hard blijven lopen. Ik nam dus wat gas terug om de kuitspier zich wat te laten ontspannen. Dat ging vrij makkelijk, want het liep lichtjes bergafwaarts, dus zonder veel moeite kon je nog een behoorlijk tempo lopen.
En zo liep ik richting finish, terwijl ik voor de zoveelste keer naar de meest gehoorde aanmoediging van de Zevenheuvelenloop luisterde: "Hup, Papa!"
Ik wist niet, dat ik zoveel fans had....

Bij de eindstreep aangekomen zag ik, dat ik met een brutotijd van 1.25.34 dik onder de 1.10 was gedoken. Netto zou het uitkomen op 1.08.35, twee minuten onder mijn beste tijd op de Zevenheuvelenloop.

Hoe goed de vorm was bleek al ras bij de parkeergarage. Zonder al te veel problemen nam ik de steile afdaling. In de parkeergarage kwam ik Peter Zwart tegen, die met 1.05.35 ook een prima tijd gelopen had. Ik overhandigde hem, geheel volgens afspraak, "Molen- en Merentocht" en wandelde met hem mee naar de Schouwburg, waar hij met vrienden van zijn atletiekclub had afgesproken.
Met zijn zessen vertrokken we naar het station, waar we de trein naar Utrecht namen. Het was intussen weer helemaal dicht getrokken. We hebben onwijs gemazzeld met het weer tijdens de 28e editie van de Zevenheuvelenloop.
In de Domstad stapten we uit om in een café nog wat te drinken. Onderweg en in de kroeg praatten Peter en ik weer even bij. De laatste keer, dat ik hem gezien had, was bij Tim de Beer.
De atletiekvereniging bleef in het café eten, terwijl ik richting Leiden ging met de trein, waar Ada op me zat te wachten met het warme eten. In de dichte mist reed ik op huis aan.

zaterdag 19 november 2011

Missie voltooid

Vanmiddag was er een signeersessie bij Boekhandel Van den Berg in Katwijk aan den Rijn.


Met een tweetal Katwijkse schrijvers zat ik aan een tafel om boeken te verkopen en te signeren.

De eerlijkheid gebiedt me te vertellen, dat Harry Fennes met zijn boek "Missie voltooid" over de geschiedenis van "De Wilbert" in Katwijk aan den Rijn en de door Zwarte Piet vergezelde Bert van der Meij met het 5e stripalbum van de in Katwijk razend populaire "Kappie" aanzienlijk meer aanloop hadden van deze toertochtschaatser.

Ondanks dat ik slechts een paar boeken verkocht heb van "Molen- en Merentocht", waaronder eentje aan Jos Fugers, die nu al aan het trainen is voor de winterbiatlon van de IJVL in maart om Jaap de Gorter en mij te kloppen, was het een gezellige middag. Als bibliothecaris, die bijna zijn halve leven werkzaam is in Katwijk, kwam ik aardig wat bekenden tegen.
Maar ik had vandaag dan ook iets, wat iedere schrijver dolgraag wil: aanschuiven bij Witteman!
Vanochtend reed ik op mijn fiets naar het huis van de familie Witteman, waar ik op bezoek ging bij mijn trainingsmaat Peter, die bij een bedrijfsongeval naast diverse snijwonden ook een been had gebroken.

Nog voor het schaatsseizoen begonnen was, zat het er voor Peter al weer op.
Het "ziekenbezoek" was uitermate gezellig en we kletsten weer helemaal bij. Peter kon vertellen, dat alles met zijn been weer helemaal goed zou komen. Vergeleken met veel andere patiënten was hij uitermate opgewekt, want hij besefte, dat het heel wat slechter af had kunnen lopen.
Maar gelukkig voor ons allemaal is Peters missie op aarde nog niet voltooid!

vrijdag 18 november 2011

"Dat geef ik aan de buurvrouw, want mijn vrouw weegt genoeg!"

Gisterenavond was er in de kantine van de landijsbaan in Voorschoten een lezing van Arnold van der Poel, trainingscoördinator van het gewest Zuid-Holland van de KNSB. De ijsbaan was nog niet onder water gezet. Er liepen zelfs schapen te grazen. Nu weet ik, waar de uitdrukking "De schaapjes op het droge hebben" vandaan komt.
Met ruim 20 belangstellenden was het een leerzame avond met Huub van Schie als gastheer met veel gevoel voor humor.
De lezing van Arnold van der Poel was onderverdeeld in 4 blokken: de basis, de grondmechanische eigenschappen, de bocht en de start. Zelf diende ik als pauzeprogramma, waarbij ik wat mocht vertellen over de toertochttips in "Molen- en Merentocht". Aan het eind van de avond was er gelegenheid om de boeken te verkopen.

Ondanks dat ik inmiddels al aardig wat ervaring heb als trainer, waren er bij de lezing toch een aantal voor mij nieuwe inzichten. Bij de basisprincipes was dat het belang van de coördinatie tussen de enkel en de knie. Met filmbeelden van een training op de balk bij het CIOS in Heerenveen werd dit verduidelijkt. Daarna mocht Manouk op de tafel plaatsnemen. Als een soort Dansmarieke mocht ze in de schaatshouding op een ronde aluminiumbuis haar evenwicht proberen te houden. Een subtiele, maar voor schaatsers zeer efficiënte krachttraining.
De grondmechanische eigenschappen bestaan uit uithoudingsvermogen, snelheid, kracht en lenigheid. Zelf gebruik ik voor het laatste meestal het woord souplesse. Dat omvat net iets meer dan het woord lenigheid.
Wat uithoudingsvermogen betreft, kun je kijken naar de Koreaanse trainingsmethode.

Urenlang trainen zij in een laag tempo en slijpen zo de juiste techniek erin. Maar door dagelijks urenlang in een laag tempo te trainen, kweek je wel een enorm uithoudingsvermogen.
Hierna was het pauze en was ik aan de beurt. Volkomen terecht, want op de middelbare school was dit mijn sterkste onderdeel!
Bij de bocht kwam het A-blok ter sprake. Veel schaatsers versnellen in de bocht. Dat kan echter pas in het tweede gedeelte van de bocht. Dan pas kun je uitversnellen.
De ervaring van deze begeleider van veel later doorgebroken schaatstalenten is, dat je aan de tweede helft van de bochten kunt zien, of een schaatser een goede tijd gaat rijden. Kan een schaatser dan niet meer versnellen, dan gaan de rondetijden geheid omhoog. Toch een handig weetje, als je op tv of op de tribune naar schaatswedstrijden zit te kijken.
De oud-sprinter, die vroeger zelf ook aan shorttrack heeft gedaan, noemde het de grootste fout, dat in de jaren '90 het shorttack en de langebaan twee gescheiden circuits vormden. Het is inmiddels bekend, dat langebaanschaatsers profijt kunnen hebben van de bochtentechniek van de shorttrackers, maar omgekeerd kunnen de shorttrackers weer profijt hebben van de betere techniek op het rechte eind van de langebaanschaatsers, ook al is het bij shorttrack maar 2 slagen per recht eind.

Uiteindelijk was het de Amerikaan Shani Davis, die met zijn fabelachtige bochtentechniek beide disciplines weer dichter bij elkaar heeft gebracht. De eerste basishouding, die gisterenavond behandeld was, namelijk teen, knie en schouder in 1 lijn, die je op deze foto overduidelijk terug.
Het slot van de avond betrof de start, waarbij je 60% van je gewicht voor en 40% achter moet hebben. Je moet altijd vanuit de afzet denken, te beginnen met de eerste kleine stap.
Het slotwoord van deze leerzame avond met veel interactie met de zaal was voor Huub, die Arnold een doos bonbons overhandigde. Het honorarium van deze avond werd op verzoek van de trainingscoördinator gestort op de rekening van Stichting Topschaatsers Zuid-Holland.
Nadat Huub de vrijwilligers, zeer toepasselijk in deze Sinterklaastijd, ook van chocola had voorzien, kwam iemand uit de zaal de gastheer verrassen met een doos bonbons, die de zaal daarop verraste met DE uitspraak van de avond: "Die geef ik aan de buurvrouw, want mijn vrouw weegt genoeg!"

Met mist gaat de vorst in de kist


Iedere natuurijschaatser kent de gevreesde uitdrukking: "Met mist gaat de vorst in de kist". Deze wijsheid uit de volksweerkunde heeft een behoorlijk groot waarheidsgehalte. Gisterenochtend bleek weer eens, dat dit weer opgeld deed.
Waar het de nacht ervoor zo hard gevroren had, dat er een dun laagje ijs op ondiepe sloten gevormd was, dat op plekken in de schaduw 's middags er nog lag, was het na het onbewolkte zwerk 's avonds in de nacht mistig geworden.
Het resultaat: toen ik naar de Leidse IJshal fietste, was het op het normaliter koudste moment van de dag warmer dan de avond ervoor.
Met de "Krasse knarren" deden we met een man of 20 een piramide van 10, 20, 30, en nogmaals 30, 20 en 10 ronden. Het ging wat rustiger dan dinsdagavond, zodat je nog wat beter op techniek kon schaatsen.
Bij het schaatsen viel me op, dat Quick Boys-aanhanger Hans van der Plas rondreed in een oranje shirt en een zwarte broek, de clubkleuren van aartsrivaal v.v. Katwijk. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden, dat hij zich in deze kledij niet vertoont op het sportpark "Nieuw-Zuid".
Na afloop bij de koffie en warme chocolademelk in de kantine van de IJshal bleek, dat er ook een mist ontstaan was in de communicatie tussen Leiden en Katwijk.
Er rijden een paar Leidse restauranthouders mee met onze groep en zij gingen wat eerder weg om voorbereidingen te treffen voor het diner van donderdagavond.
"Moet je bij jullie restaurant in driedelig pak verschijnen?" vroeg Hans van der Plas.
"Nee, dat hoeft niet", antwoordde Eus, "Maar van het eten is het niveau goed."

Kennelijk had Hans zich de laatste tijd, in plaats van te luisteren naar Rubberen Robbie, erg verdiept in de boeken van Kappie, want zijn antwoord was: "Dit is de eerste keer, dat ik een restauranthouder hoor zeggen, dat zijn eten niet goed is!"

De mist was gisteren inderdaad behoorlijk hardnekkig.

woensdag 16 november 2011

Hamburg


Gisterenavond werd in Hamburg, de stad van Ougenweide, mijn favoriete Duitse folkrockgroep, de vroeger beladen voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland gespeeld. Zelf had ik hier weinig oog voor. Dinsdagavond is mijn vaste tainingsavond en voor voetbal kijken op t.v. blijf ik niet thuis. En met mij een stuk of 80 andere schaatsers.
Kennelijk doet de lichte vorst, die vannacht het eerste vliesje ijs op ondiepe sloten deed ontstaan, een aantal schaatsers uit hun zomerslaap ontwaken, want op de buitenbaan was het drukker dan de afgelopen maand. Gezellig druk. Je had nog alle ruimte om je slag af te maken.
Door het koudere weer was het ijs lekker hard en het gleed super. Technisch loopt het dit seizoen behoorlijk goed en de 45.23 bij de WAKZ-loop duidt er op, dat ik goed in vorm ben. Een prima combinatie.
Na op techniek in een behoorlijk tempo te hebben ingereden, kwam ik aan kop van een vrij grote groep te rijden. Martien Wijnands reed achter me. Een kleine 3 kwartier kon ik me aan kop van deze groep handhaven. Slechts een handjevol schaatsers, waaronder Mart Moraal, dubbelden me een aantal keren. Nico, één van deze schaatsers, zei bij het uitrijden aan het eind van de avond tegen me: "Je bleef maar gaan. Het duurde lang, voor we een rondje op je gepakt hadden!"
Inderdaad. Alles lijkt moeiteloos te gaan, als je in vorm bent.
Wie niet in vorm waren, waren de spelers van het Nederlands elftal. Nadat ze in september een maand lang de FIFA-ranglijst hadden aangevoerd, een unieke prestatie overigens, zit de sleet er op.
"You've reached your top,
and you just can't get any higher".

De kansloze 3-0 nederlaag tegen onze Oosterburen, lijkt me vooral een mentale kwestie. Een tijd lang lukte alles, met de nummer 1 plaats als een virtuele beloning. Daarna was de fut op een of andere manier uit Oranje. "The winning mood" is verdwenen. Nu komt het op wilskracht aan, over het algemeen niet het sterkste wapen van de Nederlandse voetballers.
In de kantine van de IJshal heb ik het staartje van Duitsland-Nederland gezien met het mooie derde doelpunt. Ik denk niet, dat ik veel lezers van mijn blog een plezier doe met een filmpje van deze wedstrijd.
Ik ben dus in het youtube-archief gedoken en vond wat beelden van Duitsland-Nederland van 23 jaar geleden in hetzelfde stadion.

Ook toen vond de wedstrijd op een dinsdagavond plaats. We hadden onder leiding van Erik van Kordelaar droogtraining met de IJVL die avond, bij de kantine van "Swift". We waren druk bezig op de schaatsplanken, terwijl de eerste helft gespeeld werd. Telkens ging iemand de kantine binnen, om de rest van de trainingsgroep van de ontwikkelingen in Hamburg op de hoogte te stellen.
Na ons gedoucht te hebben, keken we met nagenoeg de hele trainingsgroep naar het zinderende slot van deze wedstrijd. Met feest na afloop, dat spreekt.

maandag 14 november 2011

Euromast


Mijn in Rotterdam wonende zus Tineke werd gisteren 65 jaar en had ons uitgenodigd om dat te komen vieren in de Euromast.
Nu heeft een van mijn zwagers last van hoogtevrees, dus dat levert een arsenaal aan grappen op in de trant van: "Hopelijk zit de Euromast wat steviger in elkaar dan de Euro!"

Op de frisse, maar zonnige zondagmiddag fietste ik met Ada naar Leiden Centaal, waar we de trein naar Rotterdam namen. Bij Delft reden we de nevel in. Hoe zuidelijker we kwamen, hoe minder het zicht was.
We wandelden door het centrum van de Maasstad naar de Kunsthal en het Erasmus Medisch Centrum, waar we de Euromast, toch niet bepaald een kleine jongen, pas ontwaarden.

Door het park kuierden we hier naar toe, waar we de kersverse AOW-er konden feliciteren. Met mijn zwager Johan kon ik de kleedruimte bij de Bruggenloop nog eens doornemen: deze Ajax-fan mag zich omkleden in "De Kuip"! Via de mail meldde Johan, dat hij zou kijken, of er nog een plekje vrij was in de kelder.
Zelf dacht ik meer aan de kleedkamer van Feyenoord 1. Die met het bubbelbad.
Toen iedereen er was, gingen we met de lift omhoog naar het restaurant. De familie Breed is echter dermate groot, dat de supersnelle lift een paar keer op en neer moest, voor iedereen boven was.

Tineke en Johan zaten met de kinderen en kleinkinderen aan de middelste tafel, ruim geflankeerd door door de familie Breed en minder ruim door de familie Geurtz. De jarige zat in de wolken. Wij trouwens ook. Door het grijze wolkendek ging het prachtige uitzicht, tot aan Hoek van Holland toe, waar we ons op verheugden, volledig de mist in.
"Dit bedoelen ze nou met de vergrijzing", zei ik tegen mijn zus.

Daar dit de eerste keer was sinds de verschijning van "Molen- en Merentocht", was het een mooie gelegenheid om al mijn broers en zussen een gesigneerd exemplaar aan te bieden. De gastvrouw was natuurlijk het eerst aan de beurt.



Gezeten tussen mijn oudste broer Kees en mijn oudste zus Annie, toevaligerwijs ook nog mijn peter en meter, kreeg ik voor het heerlijke en gezellige diner van Annie een geschenk, waarvan ik niet eens wist, dat het bestond: mijn geboortekaartje.


U ziet het: ik ben op de wereld gezet om vreugde te brengen!