Dat past wel in het weerbeeld van de afgelopen 2 maanden.
Daar ik vanmorgen hard ging lopen en dat koppelde aan het aardbeienplukken op de volkstuin, vertrok ik direct na het ontbijt om 8 uur. Ik was de eerste op de volkstuin.
Na de planten in de kas water gegeven te hebben, kon ik beginnen aan mijn specialiteit: aardbeienplukken. Denk niet, dat je hiervoor niets hoeft te doen. Feitelijk is het een oefening, die in de buurt komt van het statisch zitten. Vooral als je op je hurken moet gaan zitten.
Je moet namelijk iedere aardbei beoordelen. Is deze rijp voor de pluk, of kan deze nog beter een paar dagen blijven hangen om verder te rijpen?
Na 4 bakjes vol geplukt te hebben, zette ik deze in het schuurtje. Ik liep naar huis om de fiets te halen. Vorig jaar had ik ervaren, dat het niet zo slim is om hard te gaan lopen met aardbeien in een rugzak.
Met de aardbeien in de fietstas reed ik langs mijn schoonouders. Jarenlang hebben zij mijn vrouw gevoed, nu kunnen we wat terugdoen. Zij kunnen meegenieten van een rijke aardbeienoogst.
Het is een vreemd idee om skeelertraining te moeten geven, terwijl je zelf nog geen meter hebt geskeelerd. Toch was dat vanavond het geval. Voor de marathon van Leiden skeeler ik nooit. Dan focus ik me op het hardlopen.
Vandaag stond ik op het rooster om skeelertraining te geven aan de G-schaatsers. Het was heerlijk weer, toen ik naar de skeelerbaan van Leiderdorp fietste. 's Avonds om 10 uur was het nog ruim 16 graden.
Het was een heel verschil met de laatste keer, dat ik op deze baan geweest was. Op 28 februari konden we in een snijdend koude wind schaatsen op natuurijs.
Toen ik bij de ijsbaan aankwam kreeg ik te horen: "Mooier dan vanavond zal het niet worden!"
Deze skeeleraar had gelijk. Maar dat betreft het weer. Wat mijn skeelertechniek betreft is er nog heel wat ruimte voor verbetering.
Onderweg naar Leiderdorp kwam ik Jos Drabbels tegen, die met een groepje IJVL-ers vanaf "De Bult" in de polder zou gaan skeeleren. Ik reed 28 kilometer per uur op de fiets en Jos reed gewoon van me weg....
Die snelheid zal ik nooit van mijn leven bereiken, maar dat geeft niet. Ik ben tevreden met het niveau, dat ik bereikt heb. En zelfs dat zat er vanavond niet in.
Toch ging het niet eens zo heel slecht. Na een paar rondjes had ik de slag een klein beetje te pakken. Toch handig, als je iets voor wilt doen.
Toevalligerwijze bestond mijn groep uit 2 skeeleraars: Daisy en Kevin. Zodoende kon ik hen veel individuele aandacht geven met nadruk op rust in de slag, het terugsturen en de zijwaartse afzet.
De tweede helft ging beter dan de eerste. Maar ja, ik ben dan ook een diesel.
Na afloop dronk ik een biertje met Wim Slootweg en Bertil Govers. We waren het er roerend over eens, dat het ijs op Le lac d'oiseaux momenteel onverantwoord dun was.
Begin de dag goed. Nou, daar was in Huize Breed vanmorgen sprake van. Ik waste me aan de wastafel, toen mijn vrouw constateerde, dat ik aan de val afgelopen zondag een blauwe plek had overgehouden.
Ik had er niets van gevoeld en er ook niets van gezien. Dat laatste is ook lastig als de blauwe plek op je rug zit.
Ik kreeg dan ook wat aanwijzingen van mijn liefhebbende echtgenote: "Je moet wat hoger voelen. Het zit op je vetkwab!"
Ik volgde de aanwijzing van deze subtiele terechtwijzing en inderdaad: als ik daar met mijn vingers op drukte, voelde ik daar inderdaad een blauwe plek.
Desondanks fietste ik met na het ontbijt met Ada mee naar haar werk. Ze had meer boeken voor de schoolbibliotheek dan ze zelf kon vervoeren. Met 2 volle fietstassen lukte het wel.
Zo kon ik weer een keer wat terugdoen voor alle goeds, dat Ada voor mij doet. Het gedicht van Hieronymus van Alphen mag dan moralistisch en oubollig zijn, het slotcouplet is wel waar!
Na mijn zelfgekozen taak volbracht te hebben, fietste ik door naar de huisarts, waar ik de uitslag van het bloedonderzoek van vorige week te horen kreeg. Alles was, net als een paar jaar geleden, helemaal in orde.
Er was één opvallende uitslag: het vetpercentage in het bloed was behoorlijk laag!
Maar ja, de rest van het vet zat natuurlijk in mijn vetkwab....
Fysiek en mentaal was ik helemaal klaar voor de eerste droogtraining, die ik dit jaar zou geven. De eerste 3 dagen van juni had ik 99,9 kilometer gefietst, een gemiddelde van 33,3 kilometer per dag. Een mooie verwijzing naar de actie, die de Leidse IJshal op dit moment organiseert onder de noemer 333m.nl.
De eerlijkheid gebied me wel te vertellen, dat ik zondag een klein beetje heb moeten sturen om precies op het gemiddelde van 33,3 kilometer uit te komen. Maar ja, mijn stuurmanskunst was zondag nou niet bepaald optimaal.
Hoe dan ook was mijn faam mij vooruitgesneld bij de eerste strandtraining van de IJVL van 2018. Een mailtje volstond met daarin de aankondiging, dat we 3 minuut 33 statisch zouden gaan zitten voor de 333-meterbaan. Het idee had ik van de Facebookpagina van 333m.nl.
De afspraak was, dat degenen, die het zouden halen, één lot zouden kopen voor de loterij van 333m.nl. Wie het niet lukte, zou er 2 moeten kopen.
Om de spanning niet te hoog op te laten lopen bij de 12 deelnemers aan deze training, had ik de 3 minuten 33 ongeveer halverwege de strandtraining gepland. Eerst hadden we ingelopen, de gebruikelijke strandstoelslalom gedaan, wat buikspieroefeningen en een Steigerung was het moment daar.
Nu zijn er 2 manieren, waarop je diep kunt zitten: zoals je zit als je een korte afstand rijdt of zoals je bij een lange tocht op natuurijs zit.
Het spreekt voor zich, dat ik eenieder adviseerde om op deze laatste statisch te zitten. Desondanks voelde je je bovenbenen wel, maar met echt diep zitten zouden je bovenbenen binnen een minuut "vol gelopen" zijn. Welnu, alle 12 deelnemers hebben het gehaald!
De volgende oefening was een stukje wandelen. Voor de rest deden we wat gevarieerde oefeningen, zoals nog een Steigerung, een stukje snelwandelen, een paar korte sprintjes, wat sprongen, wat buikspieroefeningen en een piramide van schaatsstappen.
Daarbij was het wel belangrijk, dat je zijwaarts afzet en als je dat goed doet, dan kom je telkens op ongeveer dezelfde plek terecht. Als ik dat bij de marathon van Leiden had gedaan, was ik nog steeds niet gefinisht.
Afgelopen week viel me op de aanwinstentafel een boek met een opvallende titel op: "Wie het mooist valt" van Sara Novic.
"Die titel moet ik onthouden", dacht ik: "Met schaatsen komt die ongetwijfeld een keer van pas."
Toen kon ik nog niet bevroeden, hoe gauw de titel toepasselijk zou zijn. Vanmiddag namelijk al. Mijn vrouw en ik kwamen uit de Leidse binnenstad gefietst en reden langs het Stevenspark.
We reden genoeglijk pratend naast elkaar. Een vrouw kwam ons tegemoet gereden. Zij keek naar het volkstuintje langs de kant van het fietspad en lette verder niet op. Als een volleerd spookrijder kwam ze op onze weghelft te rijden.
We konden niets anders meer doen dan snel uitwijken. Onze voorwielen kwamen daarbij tegen elkaar en iedere fietser weet, dat je dan onderuit gaat. Ik viel zijwaarts in het riet en het hoge gras langs de poldersloot. De schade was 2 kleine schrammetjes.
Mijn vrouw viel over het stuur van haar fiets. Zij kwam op het asfalt terecht. Met ontvelde knie en een paar blauwe plekken viel de schade gelukkig erg mee. Het had erger af kunnen lopen. Je kunt zeggen, dat we met de schrik vrij kwamen.
Nadat ik het stuur van Ada's fiets recht gezet had, konden we onze weg weer gewoon vervolgen.
Vanmorgen en een deel van de middag werkte ik in de bibliotheek van Rijnsburg. "De Burgt" bestond 5 jaar. 's Middags waren er allerlei activiteiten georganiseerd.
Zodoende kon ik pas om 3 uur naar De Engel fietsen, waar Ada al om 10 uur was om te helpen met het onkruid wieden. Een paar bedden uitgebloeide narcissen werden van het onkruid ontdaan, zodat er machinaal bollen gerooid konden worden.
Om half 4 ging ik een jaar of 45 terug in de tijd, toen ik bij mijn oudste broer Kees in de zomervakantie een vakantiebaantje had, die naast bollen rapen en pellen vaak ook bestond uit het onkruidvrij maken van bloembedden.
Dankzij het werk op de volkstuin was ik dat nog niet verleerd. Vooral perzikkruid kende ik nog goed. Welnu, ik had weinig instructie nodig om te weten, wat ik de komende anderhalf uur zou moeten doen.
Als arbeidsvitaminenkonden we luisteren naar het gezang van de veldleeuwerik.
Met Eric en Ada konden we twee bedden afmaken, waarna we naar binnen gingen. Daarna kon mijn neef zich volledig vinden in de uitdrukking: "Bert brengt vrolijkheid mee!"
Maar ja, dat krijg je met een geboortekaartje, dat hoge verwachtingen schept.
Daarna konden we ons op de literatuur storten. We aten en dronken bij de gezellige maaltijd, die Welmoed voor ons had bereid. Het gevoel was zoals is beschreven in de openingszinnen van "Akkerleven" van Hubert Korneliszoon Poot:
"Hoe genoeglijk rolt het leven
Des gerusten landmans heen,
Die zijn zalig lot, hoe kleen,
Voor geen koningskroon zou geven!
Lage rust braveert de lof
Van het hoogste koningshof."
Vanmiddag fietste ik vanaf mijn werk in de Bibliotheek van Katwijk naar de volkstuin. Terwijl de zeedamp vanaf de Noordzee binnen kwam drijven, waardoor het aardig afkoelde, fietste ik naar de Boulevard, waar ik een viertal mannen met bepakking zuidwaarts zag rijden.
Ik zat er vlak achter en bij het fietspad naar Wassenaar kwam ik naast een van hen te rijden.
Al fietsend vroeg ik aan hen, waar ze in Engeland gingen fietsen. Het bleek van Harwich naar Newcastle te zijn. Zij volgen goeddeels de route, die ik 2 jaar geleden met Ada had gefietst.
Ik gaf hen wat tips en kon hen geruststellen. Het was in het algemeen goed te doen. Het echte klimmen begon pas in The Wolds. Het pittige werk zit in the Yorkshire Dales en the Yorkshire Moors.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.