Sinds ik opa ben, zit dit nummer ook wel in mijn repertoire. Het is altijd weer een feest om met mijn kleinzoon op te mogen trekken. Je krijgt er een heel goede band mee. Het lied uit "Ja zuster, nee zuster" is dan geheel op mij van toepassing.
Dat samen wandelen en spelletjes doen lukt heel aardig, maar vooralsnog ontbreekt het volledig aan "Samen op 't ijs en met een sleetje in de sneeuw".
En gezien de weersverwachtingen voor de lange termijn ziet dat er ook niet florissant uit.
Faas had goed begrepen, dat het de Nationale Voorleesdagen waren, want hij kwam telkens met prentenboeken aanzetten, die we voor mochten lezen. Dat deden we met alle liefde, want goed voorbeeld doet goed volgen.
Om half 4 fietste ik naar Rotterdam Centraal, waar ik een overvolle trein naar Leiden had. Kennelijk ben ik zo populair, dat iedereen bij mij in de trein wil zitten.
Bij de Leidse IJshal aangekomen haalde ik de pilonnen uit de IJVL-kast, waarna ik op de net gedweilde buitenbaan in ging rijden voordat de kinderen kwamen.
Er waren vandaag 4 nieuwkomers op het ijs. Margreet Hetebrij nam de rest van mijn groep onder haar hoede, zodat ik mijn handen vrij had om de beginners extra aandacht te geven. Dat deed ik op het voorste deel van de binnenbaan. Op het achterste deel werd Eisstockschiessen gespeeld.
Naast 4 kinderen volgde ook een moeder mijn schaatsles, waarin ik de basisprincipes van het schaatsen uitlegde, voordeed en liet doen. Sinds we op de buitenbaan training geven, is er ruimte voor ouders om mee te schaatsen. Zo betrekken we hen meer bij de IJVL.
We sloten de les af met tikkertje, waarbij alle volwassenen tikker waren en de kinderen, die getikt werden een oefening uit moesten voeren, die de tikker hen opgaf. Zo hadden we direct profijt van de ouderparticipatie.
Ditmaal betreft het een tweedaagse staking: op donderdag 30 en vrijdag 31 januari.
Nu wordt er wel geklaagd, dat Nederland in rap tempo tradities verliest, maar er komen even snel nieuwe tradities voor in de plaats.
De traditionele Zwarte Piet verliest terrein, maar de Zwarte Pietendiscussie is inmiddels ook al een traditie geworden.
Hetzelfde lot is het vuurwerk beschoren.
Maar de schoolstaking is de laatste jaren mateloos populair geworden. Ik kan u verzekeren: dat had je in mijn jeugd niet!
En zo is er een nieuwe traditie geboren, die op zijn beurt weer nieuwe tradities oproept. Tijdens de schoolstaking op donderdag 30 en vrijdag 31 januari kunnen de kinderen voor het luttele bedrag van € 2,50 vanaf half 11 komen schaatsen in de Leidse IJshal. Op donderdag kan er tot 3 uur 's middags geschaatst worden, op vrijdag tot half 1.
"Tien kleine negertjes" is een klassieker van Agatha Christie, the Queen of Crime. Tegenwoordig verschijnt het boek onder de titel "En toen waren er nog maar...."
Toen ik vanmorgen op mijn fiets aankwam bij de Leidse IJshal waren er nog maar 2 schaatsers op het ijs. Maar gelukkig druppelden de "Krasse knarren" langzaam maar zeker binnen, zodat we om 9 uur met een peloton van 15 man konden beginnen.
Doordat dit vrijwel zonder uitzondering snelle schaatsers waren, ging het tempo af en toe fors omhoog. Zelf kon ik dit tempo niet altijd bijbenen. Eerst dacht ik, dat het aan mezelf lag, maar toen ik de 30 kilometer per uur op zag flitsen, stelde me dat wel gerust.
Dat bleek wel bij de 5 kilometer, die ik op kop reed. Ik kon vlak rijden met een gemiddelde van 26 kilometer in het uur. Ik was daar tevreden over.
Normaal gesproken zouden we het tweede deel van de piramide afwerken met 20, 15, 10 en 5 rondjes. Maar door een opmerking van Henk Distelvelt, dat hij het aftellen met telkens een rondje minder ook leuk vond, bracht hij me op een idee.
Beginnend met 10 rondjes zouden we aftellend uitkomen op 55 rondjes. Slechts 5 meer dan het normale tweede blok van onze training. Met een vrij klein peloton en ruim een handvol andere schaatsers op de buitenbaan werkte dit prima. Zoals te verwachten was, ging het tempo omhoog naarmate het aantal rondjes kleiner werd. De methode, die Agatha Christie in haar klassieke roman gebruikte, bleek op het gladde ijs in de Leidse IJshal ook prima te werken. We sloten de training af met een soort intervaltraining.
Bij binnenkomst maakte ik kennis met Cornelis Visser, de burgemeester van Katwijk. Hij kwam in het kader van de opening van de Nationale voorleesdagen voorlezen aan kinderen van de Willem-Alexanderschool.
Ik kwam de bibliotheek aan de Hoorneslaan binnen via de achteringang en had mijn Fryslân-muts op. Daardoor raakten we in gesprek en bleek Cornelis Visser een schaatsliefhebber te zijn en sinds 1990 lid van de Elfstedenvereniging. Het zou zomaar kunnen, dat wij bij de volgende Tocht der Tochten bij elkaar in dezelfde startgroep zitten, want ik ben in diezelfde periode lotend lid geworden. Dan kan ik bij tegenwind profijt hebben van de boomlange schaatser. Omgekeerd zal dat wel wat minder zijn....
Bij de start van de Nationale voorleesdagen had ik dus geen reden om te gaan mopperen.
Om kwart voor 1 zat ik op de fiets op weg naar de Vondellaan om schaatsles te gaan geven, Het weer was geheel conform de weersverwachting: "Een miezerregen, waar je niet nat van wordt."
In Ierland hebben ze een mooie benaming voor dit weerfenomeen: drizzle. Daar wordt je dus niet depressief van.
Goedgeluimd kwam ik dus aan bij wat in de volksmond nog steeds de "Ton Menken IJsbaan" heet.
Daar streden 92 kinderen van 11 Leidse basisscholen om de wisselbeker. Samen met Jeroen Straathof van de IHCL en Bert Hoogeveen van de IJVL verzorgde ik een training voor de 3 groepen kinderen, die niet aan de beurt waren om hun wedstrijd te schaatsen. Met meer dan een kwart eeuw ervaring met schaatsles geven aan kinderen had ik wel wat oefenstof voorhanden.
De mooiste opmerking, die ik na zo'n training te horen kreeg, was deze: "Deze training hadden we voor de wedstrijd moeten hebben!"
Na alle kussens opgeruimd te hebben, kuierde ik naar de kantine, waar de prijsuitreiking net begon. De Eerste Leidse Schoolvereniging won en doorbrak daarmee de hegemonie van de Sint-Jozefschool.
Aansluitend ging ik het ijs op om wat hand- en spandiensten te verrichten bij een training op de buitenbaan. Een meisje van IJsclub Voorschoten gaf les en deed dat heel leuk. Tal van oefeningen, die ik niet kende, passeerden de revue. Zo kon deze oude rot toch nog wat opsteken.
Tevreden fietste ik om een uur of 5 in de drizzle naar huis.Maar ja, je kan niet iedere dag 3 uur op het ijs staan. In mijn hoofd had ik flarden van een lied, dat ik aanvankelijk niet thuis kon brengen. Het lied bleef hangen. Onder de afwas wist ik ineens, dat het "Uncle Albert" was.
Het weer wordt deze dagen bepaald door een hogedrukgebied met écht hoge luchtdruk. Boven Engeland is zelfs 1050 millibar gemeten. Een echte krachtpatser.
In ons land zorgt dit voor rustig weer met wat vorst aan de grond. Meer zit er op dit moment helaas niet in.
Onder een grauw wolkendek fietste ik naar de Vondellaan. In de Leidse IJshal zou ik met een peloton van 15 "Krasse knarren" gaan schaatsen. Bij de start van de piramide werd "Bittersweet symphony" gedraaid.
Het bitter was voor een van de vaste bezoekers, die in een scheur in de bocht was gereden en op zijn knie was gevallen, het zoet was voor de rest van de 25 schaatsers op de buitenbaan. Het was wat rustiger dan gebruikelijk, want een handvol "Krasse knarren" was afgereisd naar de Weissensee om de Alternatieve Elfstedentocht te gaan rijden.
Om de scheur in het ijs te markeren werd er gebruikt gemaakt van een kleine pilon en een rode bidon. De pilonnen komen sporadisch voor in de laatste 20 jaar. Sinds steeds meer schaatsers zijn overgestapt op klapschaatsen zijn er nog nauwelijks scheuren voor in de bocht. Voordien was dat schering en inslag.
In deze eeuw was de 1000 rondjes van Leiden in 2012 één van die weinige keren. Wij losten dat op met slechts één kleine pilon en een ter beschikking gestelde bidon. De rechtmatige eigenaar huldigde het principe: "Die drink je alleen als die ijskoud is!"
Intussen werkten we ijskoud onze training van 25 kilometer af. Het tempo was wel wat rustiger zolang de bidon op het ijs stond. De schaatsers hadden de keuze om bij het uitgaan van de bocht de bidon links- of rechtsom te passeren. Niemand wilde het risico lopen om degene te zijn, die de bidon met het ijskoude vocht omgestoten had....
Vandaag is het Blue Monday, maar ik blijf het blauwe maandag noemen, hetgeen aardig overeenkwam met het kaartje van de vorst aan de grond afgelopen nacht.
Het zou de meest deprimerende dag van het jaar moeten zijn, maar daar valt wel wat op af te dingen. Allereerst was er zowel vanmorgen als vanavond tijdens mijn fietstocht naar en van mijn werk een schitterende schemering te bewonderen.
Aan het eind van de middag kreeg ik telefonisch een vraag over de twaalfde stad van Fryslân. Toevalligerwijze had ik daar eerder al iets over op mijn blog geschreven. Op mijn p.c. in het kantoor vond ik al vrij snel het verhaal over Berlikum onder de kop Berltsumer striid.
De klant was blij met de link naar de geschiedenis van Berltsum en dan met name het stuk over de Vikingen, die er in de Middeleeuwen flink hadden huisgehouden.
Volgens de overlevering was er zo weinig voedsel over, dat de inwoners om te overleven hun eigen honden opaten. De klant vertelde, dat de bijnaam van de Berlikumers sindsdien "Honden" is.
Hij vertelde ook over de koepelkerk van Berltsum, waarop op de top een ui te zien is.
Dus hoezo Blue Monday, pardon, blauwe maandag?
Maar eerlijk gezegd vind ik het in het Frysk nog het mooist klinken: blauwe moandei!
Je kunt wel stellen, dat de eerste helft van de winter extreem zacht is verlopen. Als we dezelfde temperatuurafwijking in juli krijgen, dan krijgen we een hittegolf, waarbij die van 2019 verbleekt.
Intussen kunnen we alleen maar jaloers kijken naar de Hellmanngetallen van winters uit het verleden. De Bilt scoort deze winter tot nu toe 0,1 Hellmannpunt.
We moeten ons tevreden stellen met af en toe wat vorst aan de grond. Het resultaat is, dat de natuur totaal van slag is. Vanmorgen was op "Vroege vogels" te horen, dat hagedissen al uit hun winterslaap ontwaakt zijn.
Zelf ontdekte ik vanmiddag op de buitenmuur van de Hooglands kerk een lieveheersbeestje. Dit is inmiddels de 65e winter op rij, waarop ik op aarde rondloop, maar een lieveheersbeestje in januari had ik nog nooit gezien.
Het was verder heerlijk weer om buiten te zijn. Via de Leidse binnenstad fietste ik langs de Vliet naar de ijsbaan van Voorschoten, waarop je de golven zag, via de Korte Vliet weer terug naar huis, waar ik na mijn brood te hebben gegeten nog 7 kilometer ging lopen langs de rand van de Stevenshof.
De komende week is er kans op wat nachtvorst. Tot meer is deze "winter" niet in staat. Bovenstaande pluim is er eigenlijk meer een voor begin maart dan voor hartje winter, hetgeen half januari natuurlijk is. Maar ja, als er dan al lieveheersbeestjes zijn....
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.