zaterdag 8 oktober 2016

40 jaar Ton Menken IJsbaan

In september 1976 draaide ik als kersverse student aan de "Frederik Muller Akademie" mijn eerste bardiensten in "De Hobbit" in Nieuw-Vennep.

In Leiden draaide men de eerste rondjes op de Ton Menken IJsbaan. Op 27 september 1976 werd deze kunstijsbaan aan de Vondellaan geopend.

Met een vertraging van 3 jaar arriveerde ik bij wat in het winterseizoen af en toe mijn tweede huis lijkt: de Leidse IJshal. In november 1979 woonde ik net in Leiden en mijn collega Peter Nierop nam mij mee naar de Menkenbaan. Overbodig om te zeggen, dat ik meteen verkocht was, zoals het ook overbodig is om te zeggen, dat ik vandaag volgaarne naar het jubileumfeest van 40 jaar Ton Menken IJsbaan ging.

Om kwart over 11 fietste ik naar de Vondellaan, waar het al behoorlijk druk was.






Na betaling van 40 cent mocht ik naar binnen, waar we met de "Krasse knarren" van kwart voor 12 tot half 1 onze rondjes mochten rijden. Dat was wel even wennen, want het was veel drukker dan op onze dinsdag- en donderdagochtenden. De piramide ging maar tot de 20 rondjes als piek.


Hoewel het tempo veelal behoorlijk hoog lag, werd er af en toe flink gas terug genomen. We hebben op de buitenbaan niet iedere dag te maken met kinderen, die met een rekje over willen steken.
Zonder brokken voltooiden we onze piramide, waarbij we bij de slotronden te maken kregen met een variant op de man met de hamer: de man met de ijshockeystick!

Na afloop van onze bijdrage aan de feestvreugde ging in met Aad van Tol, Frits van Huis en de "Twee van Breda" koffie en chocolademelk drinken in de kantine.

Deze testrijder kon daar als genodigde rond het officiële gedeelte van het 40-jarig jubileum blijven. Een man of 100 voornamelijk oudgedienden kon daar luisteren naar een vijftal toespraken.

De eerste was die van Ton Menken, die in 1976 in korte tijd de naar hem vernoemde IJshal uit de grond stampte. Hij had in Canada het idee opgedaan om relatief simpele kunstijsbanen op te bouwen met een ring rond een binnenbaan met minimum ijshockeyformaat in hoofdzaak gericht op recreatief schaatsen. Een gouden greep.

In het eerste jaar kwamen er 300.000 mensen op de Menkenbaan af. In Dordrecht, Rotterdam en Enschede volgden de volgende Menkenbanen. Om de kunstijsbanen financieel zeker te stellen, werd met derden in zee gegaan. In de jaren '80 ging deze organisatie failliet. Met horten en stoten overleefde de Leidse IJshal vooral door de inzet van een enorm regiment aan vrijwilligers.

Helaas kreeg Menken nooit de waardering, die hij verdiende. Wat bij hem de deur dicht deed, was een opmerking door 2 vrouwen: "Mag je hier nog komen?"
Je moet maar durven om dit te zeggen tegen degene, zonder wie je in Leiden nooit op kunstijs had kunnen schaatsen!

Er volgde nog toespraken van wethouder Paul Dirkse, Arie Koops van de KNSB, Dennis van der Hoorn van het district Sassenheim en tenslotte Jos Arts, de voorzitter van de Schaatshal.
Koops haalde Johannes le Franq van Berkhey aan, die in zijn "Natuurlyke historie van Holland" de schaatscultuur in Leiden beschreef.

Van de KNSB kreeg Ton Menken het boek "50 jaar kunstijs in Nederland".
Krasse knar Bas Koster praatte alles vakkundig aan elkaar.
Na afloop van de officiële plechtigheid liep ik met Pol Briët naar de aanstichter van al dit goeds af en gaf hem mijn 2 schaatsboeken met de mededeling, dat hij zeer veel mensen er enorm veel plezier met zijn initiatief had gedaan.


"Molen- en Merentocht" en "De Elfsteden toch gereden" beschrijven precies het schaatsplezier, dat ons door deze telg uit de ondernemersfamilie Menken is gebracht. Dat plezier wilde ik hem graag meegeven naar Frankrijk.

Onder het genot van een hapje en een drankje praatte ik met onder andere Huub en Marja van Ingen Schenau en met Aranka Keur, terwijl je vanuit de kantine op de ijsbaan keek, waar heel veel kinderen met zichtbaar plezier aan het schaatsen waren.

En dat is precies, waar we het allemaal voor doen!

Geen opmerkingen: