Vannacht is de wintertijd ingegaan. Ik heb er niet veel van gemerkt, want na 115 kilometer fietsen met aansluitend nog een schaatsles geven, was ik behoorlijk rozig. Ik sliep dan ook als een roos.
Vanmorgen regende het, maar na het ontbijt werd het langzamerhand droog. Een mooi moment om te gaan hardlopen. Ik doopte het derhalve maar om in de wintertijdloop.
Ik liep een rondje om de Stevenshof met een paar stukken extra, zodat ik 8 kilometer had afgelegd. Na de inspanningen van gisteren viel het me niet tegen, hoe soepel het ging. Ik was trouwens niet de enige loper. Onderweg ben ik zeker 10 andere hardlopers tegengekomen, die ook afscheid hebben genomen van de zomertijd.
Mijn vrouw had een rekenmethode, die op haar oude school niet meer gebruikt wordt, op Marktplaats gezet. Er was iemand uit Wilnis, die belangstelling had voor de rekenboeken uit 2 jaargangen. Ik had aangeboden om de boeken op de fiets te gaan brengen. Ik had ingeschat, dat het heen en terug in totaal 80 kilometer zou zijn. Nu is er een bekend gezegde in de wetenschap: meten is weten, gissen is missen. Vandaag zouden we proefondervindelijk met de wijsheid van deze spreuk te maken krijgen. Als opwarmronde had ik bij "De Helianth" de wekelijkse broodbestelling opgehaald. De eerste 9 kilometer stond al op de teller, toen ik het brood naar mijn schoonouders bracht, terwijl Ada nog een boodschap deed in Voorschoten. Vanaf de Blauwe brug fietsten we door de Vlietlanden onder de verlengde tunnel onder de A4 naar Zoeterwoude. Daar stapten we over van het oude parcours van de Leiden marathon naar het nieuwe parcours. Dit verlieten we vlak voor Groenendijk, waar we rechtsaf sloegen en het rustige weggetje ten zuiden van Rijksweg 11 namen. Via de Galgweg bereikten we Alphen aan den Rijn, waar de fractievoorzitter van Nieuw Elan voor galg en rad is opgegroeid. Aan de Zegerplas aten we de helft van ons brood alvorens we via Aarlanderveen naar Nieuwkoop fietsten en vandaar langs de plassen, waarop je heerlijk kunt schaatsen, naar Noorden. Langs de Amstel reden we door tot we deze rivier over konden steken vlak bij de "Groene Hart Camping". Vandaar was het nog 5 kilometer door de kale polder fietsen naar Wilnis, waar we heel makkelijk het adres vonden, waar we de stapel met Wizwijs uit de fietstas konden halen en aan de deur afgeven. We houden ons keurig aan de coronamaatregelen. Na het verste punt na ruim 60 kilometer bereikt te hebben, keerden we weer terug. De wind was 4 Beaufort en kwam uit het zuiden, zodat we hem zijtegen hadden. We besloten een wat directere weg te kiezen en wat mooie stukken achterwege te laten. Dat betekende, dat we via de Groene Jonker naar Noorden fietsten. We moesten wel, want zonder Noorden komt niemand thuis. Dat wilden wij voorkomen en langs de Nieuwkoopse plassen reden we westwaarts om bij Nieuwkoop af te buigen naar Aarlanderveen. Daar reden we een klein stukje door het centrum om bij "Het Rechthuis" linksaf te slaan. In 2009 begon voor Hans Boers, René Strelzyn en mij hier de eerste KNSB-toertocht in 12 jaar. Daarbij verzon ik het woord fileklûnen. Daarnaast had ik ook vanuit Aarlanderveen diverse keren meegedaan aan de Driemolenloop, dus deze mooie omgeving kwam me bekend voor. We reden via Alphen aan den Rijn, waar Ada een kop koffie wist te bemachtigen en ik mijn pakje chocolademelk leegdronk, naar Hazerswoude-Dorp. Vandaar reden we over rustige wegen naar het Bommelmuseum. Vandaar reden we via Cronesteyn naar huis toe, waar de kilometerteller aangaf, dat ik 109 kilometer had afgelegd en Ada exact 100.
Wie dacht, dat ik op mijn lauweren kon gaan rusten, vergist zich deerlijk. Ik stond op het rooster om de G-schaatsers schaatsles te geven in de Leidse IJshal en daar ik ben opgevoed met "een man een man, een woord een woord fietste ik om kwart voor 8 weer naar de Vondellaan.
Het kostte enige moeite, maar eenmaal op het ijs was de loomheid van de spieren snel verdwenen. Daar een van de G-schaatsers sinds kort op klapschaatsen reed, had ik al snel een hoorbaar argument gevonden voor het hoofdbestanddeel van mijn training: het terugsturen en daaraan gekoppeld de valbeweging. En ja, als trainer moet je het goed voordoen. Thuisgekomen stond de kilometerteller op ruim 695 kilometer, hetgeen betekent, dat ik vandaag 115 kilometer heb afgelegd. In oktober heb ik nog nooit zo'n afstand afgelegd. Een mooi moment om het van Jos Drabbels gekregen "Freiburger Bockbier" open te maken. Na alle inspanningen smaakte het heerlijk.
Aan de aanvang van het schaatsseizoen heb ik op vrijdag altijd een dubbelslag: eerst het uur van de Buitenschoolse sport en daarna van de IJVL. In de Herfstvakantie vervalt de eerste schaatsles, maar deze pensionado hoeft niet bang te zijn, dat hij zich gaat vervelen. Vanmorgen kon ik de schade inhalen. En doordat er een zeer dringend beroep op me werd gedaan, om Erik van Kordelaar te helpen bij het vinden van trainers voor de schaatslessen van Oegstgeest, heb ik me ook maar aangemeld voor het geven van schaatstrainingen op woensdagmiddag. Vanmiddag kon ik wel merken, dat veel mensen er nog op uit trokken in de Herfstvakantie. Mijn groepje behelsde slechts 3 kinderen. Dat hield in, dat ik de oefeningen vrijwel geheel op maat kon maken en elk kind individuele aandacht kon geven. Door het niveauverschil liet ik 1 kind 2 rondjes rijden met de opgegeven oefening, 1 kind 3 en de snelste 4. Zo kon ik met allemaal een rondje oprijden en aanwijzingen geven. In totaal heb ik deze week in 5 dagen 6 keer les gegeven. Morgenavond komt de 7e keer in 6 dagen. Het begint akelig veel op een lied van "The Beatles" te lijken.
Vanmorgen fietste ik het gebruikelijke ritje naar de Leidse IJshal. Het was de slotdag van de Herfstvakantie. De schaatslessen waren vervallen, maar ik had wel iedere ochtend schaatsles gegeven ook al mocht je het niet zo noemen. De slotdag van de Herfstvakantie had de drukste ochtend. Tot 11 uur kwamen er zo'n 30 kinderen. Niet echt druk in vergelijking met normale schoolvakanties in deze tijd van het jaar. Meteen om 9 uur begon ik met het individueel lesgeven aan kinderen en daar ging ik mee door tot ik om half 11 van het ijs af ging. Ieder kind behoeft een andere aanpak om de schaatstechniek onder de knie te krijgen. De basistechniek is voor iedereen hetzelfde, maar de details zijn heel verschillend. Het leuke was, dat er een stuk of 6 kinderen waren, die iedere dag geweest waren en de vooruitgang was merkbaar. Zo was er een trio, dat ik moest helpen met pootje over. Dat had ik maandag niet durven dromen!
Verder was er een viertal IJVL-kinderen, die ik de afgelopen jaren schaatsles heb gegeven. Bij een van hen herhaalde ik het achterop zitten. Met als gevolg dat dit kind al snel beter ging schaatsen. Dit kwartet klokte daarna met een stopwatch om beurten de tijd van 2 rondjes. Wat ik al vreesde geschiedde: ik had de langzaamste tijd genoteerd.
Ik zei, dat ik geen sprinter was, maar dat ik een tempo heel lang vol kon houden. Met een paar kinderen in mijn kielzog reed ik daarna 10 rondjes met een snelheid van 25 kilometer per uur. Dat kunstje ben ik nog niet verleerd. Ondanks de lagere opkomst kijk ik met tevredenheid terug op deze Herfstvakantie. Meer zat er deze week niet in. Of toch wel. Van een van de ouders, die de kinderen had gebracht, kreeg ik een zak met chocolade-eieren als dank voor het geven van de lessen. Een teken, dat mijn manier van schaatsles geven toch werd gewaardeerd. Voor de Herfstvakantie zat mijn slotronde erop, maar ik ben nog niet vrij. Vanmiddag geef ik nog een schaatsles voor de IJVL en morgen voor de G-schaatsers. Hoe het daarna gaat, zal voor iedereen een vraagteken zijn. Met meer dan 10.000 nieuwe besmettingen in een etmaal komt een echte lockdown toch wel heel dichtbij.
Voor de vierde dag op rij fietste ik naar de Leidse IJshal om me als enige volwassene op het ijs te begeven. Zo kon ik individuele kinderen wat aanwijzingen geven om hun schaatstechniek te verbeteren. Er waren ook enkele kinderen bij, die net als ik voor de vierde dag op rij kwamen schaatsen. Het ligt voor de hand, dat deze kinderen flink vooruit waren gegaan. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Bij een jongen ging ik verder met het pootje over oefenen, een van de lastigst aan te leren onderdelen van het schaatsen. Het naar links hangen in de bocht lukte al heel aardig.
Dat is het grote voordeel als je een kwartet dagen op rij komt trainen. Je verzamelt dan dag na dag wat nieuwe stukjes schaatstechniek. Op een gegeven moment heb je dan het kwartet compleet. Om 11 uur verliet ik de ijsbaan, terwijl er net 7 kinderen kwamen schaatsen. Het was een stuk drukker dan gisteren. Ik ging thuis even wat eten na ruim 2 uur schaatsles.
Voor de derde dag op rij fietste ik vanmorgen naar de Vondellaan om in de Leidse IJshal schaatsles te kunnen geven aan kinderen, die in deze zeer bijzondere Herfstvakantie naar de spiegelgladde ijsvloer toe kwamen in het zeer herfstige weer. De vraag of ik mijn regenbroek aan zou trekken was volstrekt overbodig. Ik stalde mijn fiets en ging om even over half 9 via de tent naar binnen. Vlak na mij kwamen twee meisjes de IJshal binnen. Zij hadden eerder hun schaatsen aan en vroegen, of ze het ijs al op mochten. "Natuurlijk", zei ik en ik zag in deze vroege vogels de voorbode voor een drukkere ochtend. Nou, dat viel tegen. Of het door de voortdurende regen kwam of door iets anders, dat vertellen de annalen niet, maar toen ik om half 11 het ijs verliet, was er slechts een tiental kinderen komen schaatsen. Zodoende had ik wel meer tijd om de helft van de kinderen individuele technische aanwijzingen te geven. De andere helft bestond uit kunstschaatssters. Daar waagde ik me niet aan.
Op het moment, dat ik de IJshal verliet, kwamen er net 4 kinderen naar binnen, die wilden gaan schaatsen. Wellicht dat het later op de dag nog wat drukker is geworden. Zelf had ik het druk genoeg. Na wat mailtjes naar de "Krasse knarren" gestuurd te hebben, lunchte ik met mijn vrouw, terwijl het net droog was geworden. Dat kwam mooi uit, want ik wilde vanmiddag een kilometer of 7 gaan hardlopen.
Ik liep naar de Maaldrift, waar ik het stille doodlopende weggetje eenmaal op en neer zou lopen. Op weg er naar toe zag ik in het tijdelijke fietstunneltje 4 lege bierflesjes staan. Deze nam ik op de terugweg mee. Als je ze laat staan, weet je een ding zeker: vroeger of later is er altijd wel een onverlaat, die ze kapot gooit op het asfalt met lekke banden als gevolg.
Met 2 lege flesjes in beide handen liep ik de anderhalve kilometer naar huis. Gelukkig was het een rustig fietspad, want men mocht eens denken, dat ik een alcoholist ben....
Nu zijn er trainingen, waarbij je met lichte halters een stuk hardloopt. Dus zo gek was het niet om met een klein gewicht in beide handen te lopen. Bovendien had ik € 0,40 voor het statiegeld verdiend. Zeg nou maar eens, dat ik niet professioneel sport! Ik zette de bierflesjes voor de deur en maakte de loop van 7 kilometer af, waarna ik me douchte na deze zeer alternatieve Wintertriathlon in zeer herfstig weer. Denk nu niet, dat ik daarna rust zou pakken. Ik fietste met een forse tegenwind naar de volkstuin, waar ik met Ada thee dronk. Daarna fietsten we door naar "Lentevreugd", waar we onder Hollandse luchten een wandeling maakten. Tijdens het wandelen in dit natuurgebied op een voormalig bollenveld zagen we prachtige paddenstoelen. Dat krijg je als je op "Lentevreugd" een herfstwandeling maakt.
Rien Poortvliet werd ooit beroemd door zijn boeken over de kabouters. Vanaf mijn kabouterschaatsen doe ik bij deze een oproep aan de "Krasse knarren". Dinsdag 27 oktober starten we weer met de trainingen in de Leidse IJshal. Normaal gesproken nodig ik graag andere schaatsers ook graag uit. Hoe meer zielen, hoe meer vreugde!
Maar nu even niet. Ik moet me als coördinator van de "Krasse knarren" conformeren aan de coronavoorschriften, die voorschrijven, dat er slechts 30 schaatsers aanwezig mogen zijn. En daar houd ik me aan. "Krasse knarren" gaan voor! "Ordnung muss sein", zeg ik vanaf mijn Heinzelmann Schlittschuhe.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.