De titel van dit stukje heeft wat weg van een thriller van Robert Ludlum. Spannende boeken, die ik van harte kan aanbevelen. Denk daarbij aan titels als "De Aquitaine samenzwering", "Het Bourne bedrog", "Het Matlock document" en "" De Scarlatti erfenis". Gaandeweg de avond werd ons gisteren duidelijk, dat er komend weekeinde sprake zal zijn van "Het Feyenoord-dilemma". Gisterenavond hadden we namelijk de eerste pre-droogtraining. We vertrokken vanuit het huis van Hans Boers. Naast hem waren Jaap de Gorter, Jos Drabbels en Wil Verbeij aanwezig. Met zijn vijven liepen we naar kasteel Duivenvoorde en vandaar onder het spoor door en langs het spoor terug naar Leidschendam. Onder het lopen door hadden we het onder andere over de deplorabele toestand van de Uithof, waarvan het momenteel onzeker is, of er volgend jaar ijs ligt op de 400-meterbaan, en over de bekerfinale Feyenoord-Ajax. Over en weer zaten Feyenoord-fan Jaap en Ajax-fans Hans en Bert elkaar te jennen. Zolang het maar goedmoedig gebeurt, is er niets aan de hand: daar is de sport ook voor bedoeld! Bij Hans aangekomen keken we op teletekst naar de tussenstand van AZ-Twente. De Alkmaarders stonden met 1-0 voor en dat bleef de rest van de wedstrijd zo. Toen dit de eindstand geworden was, hadden de Ajacieden een hele leuke avond, zeker gezien het resterende programma van F.C. Twente. De kans op een prachtige ontknoping van dit voetbalseizoen zit er dus dik in. "Op het kampioenschap van Ajax" zeiden Hans en ik. "Dat kun je vergeten" antwoordde Jaap: "Je gelooft toch niet, dat Feyenoord punten van Twente wil pakken en zo Ajax kampioen maken?" Zo hadden we het nog niet bekeken. Er zit zeker een kern van waarheid in deze dit keer wijze woorden van Jaap. Want welke Feyenoord-trainer wil de boeken in gaan als degene, die Ajax aan het kampioenschap heeft geholpen? Jarenlang zal hij met hoon worden overladen. En dan iedere wedstrijd in de Arena massaal toegezongen worden met een sarcastisch "Mario bedankt, Mario bedankt..." Trainer Mario Been en zijn spelers zitten dus opgezadeld met "Het Feyenoord-dilemma": opzettelijk verliezen, met de kans, dat NAC de ploeg uit Enschede alsnog beentje licht, of de aartsrivaal aan de landstitel helpen? Ga er maar aanstaan. Ik heb het idee, dat Mario Been wel eens lekkerder geslapen heeft. Nou, Jaap, laat ik sportief blijven. Als Feyenoord van Twente wint en zo Ajax aan het landskampioenschap helpt, mag je Hans en mij nogmaals trakteren op een Feyenoord-biertje.
De tweede training van 30 km zou vandaag in twee delen uiteenvallen. Ik zou vanuit Leiden naar Lisse lopen, waar op de atletiekbaan van "De Spartaan" het startschot zou klinken van de Keukenhofloop. Maar voordat je zo'n loop doet, is er eerst nog het een en ander te regelen. Allereerst moest ik regelen, dat ik vanuit Lisse mee terug zou kunnen rijden. Dat was geen probleem.
Verder belde ik de in Voorhout wonende Wim Beenakker, met wie ik al dik 40 jaar bevriend ben. Hij zou niet thuis zijn, daar hij zijn jongste zoon rond die tijd naar Schiphol moest brengen, omdat hij voor het laatste deel van zijn studie naar Boston moest.
Maar hij zou wat water voor me klaarzetten. Dat scheelde een hoop sjouwwerk op de eerste 12 km. De dag voor de Keukenhofloop vertelde ik mijn plannen voor deze zonnige zaterdag aan Irene van der Plas, een van mijn 3 hoofden. Tja, zoveel zijn er kennelijk nodig om mij in toom te houden! Irene's spontane reactie was: "Je wordt ook met het jaar gekker!"
's Ochtends bracht ik een tas met droge kleren en wat voedsel naar Jaap de Gorter, zodat ik om kwart over 1 redelijk licht bepakt vanuit de Stevenshof "Terug naar Oegstgeest" ging. Zo, die leestip is er ook weer uit!
In Oegstgeest belde ik aan bij Paul Verkerk, dé mentale trainer van de IJVL. Paul zou de 5 km lopen. Even staan kletsen, een paar marathonschema's bekeken, waaruit bleek, dat ik voor liep op het schema van 4 uur blank. Over mentale opsteker gesproken! Via de fietstunnel onder de A44 liep ik naar de slingerweg tussen Rijnsburg en Voorhout.
In deze open vlakte tussen weilanden en velden vol narcissen en hyacinthen was het goed te merken, dat er een flinke noordenwind stond. Dat betekende tegen de wind in buffelen. Maar goed, daar wordt je sterker van. In Voorhout was de doorgaande winkelstraat opengebroken, dus dat was een beetje laveren tussen het winkelende publiek door.
Zo kwam ik bij het huis van Wim Beenakker aan. Buiten stond een stoel met 2 flesjes bronwater en er lag een sinaasappel. Boven de stoel was een papier geplakt met: "Hier zit een echte sportman". Daar ging ik dus maar even zitten. Tot mijn verbazing ging de deur open. Wim was net thuis van Schiphol en hij wist zodoende een plekje in mijn sportweblog te veroveren. Wie dat op de lagere school of één van de twee middelbare scholen, waarbij wij bij elkaar in de klas zaten, voorspeld zou hebben, zou niet worden geloofd.
Laat ik een fraai en kenmerkend voorbeeld hiervan geven. Op "Porta Vitae", de MAVO in Hoofddorp, kregen we gymles van Theo de Cock, later in zijn leven coach van de basketballers van S.V. Hoofddorp, waarmee hij met het Damesteam landskampioen van Nederland wist te worden. Bij een oefening op de rekstok mochten de lenige leerlingen, zoals Jan Schoorl, Cor van der Geest en Bertus Spreeuw, de stijve harken als Wim Beenakker helpen. Wim hing zodoende keurig aan de rekstok met zijn hoofd naar beneden en zijn benen recht omhoog. Op dat moment zei Theo de Cock tegen de helpers: "Los!" De helpers deden dat, maar Wim ook. De wet van de zwaartekracht deed de rest van het werk....
Maar goed, er waren meer leerlingen, bij wie gymnastiek niet "hun ding" was. Lucien Boeting viel ook in deze categorie. Nu ken ik diverse voetballers, die wel eens een bal in eigen doel hebben geschoten, maar Lucien ging voor wat groters. Hij schoot met basketbal de bal netjes in eigen basket!
Nee, er gaat geen sporter in Wim schuil. Wim is een man van de cultuur. In die tijd, waarin iedere jongere met popmuziek bezig was, hield hij het bij klassieke muziek. Het was voor hem dan ook een geschenk uit de hemel, toen Guus Hölscher het gedicht "Der Erlkönig" van Johann Wolfgang von Goethe in de eindexamenklas behandelde met de mededeling, dat dit met het tentamen Duits behandeld zou worden. Wie het gedicht uit zijn hoofd op kon zeggen, kreeg een punt extra. Onder leiding van Wim heb ik samen met hem het opzeggen gründlich geoefend.
En dat kwam me 4 jaar later goed van pas. Op de HAVO kon ik Duits laten vallen ten faveure van mijn favoriete vak: geschiedenis. Toen volgde nog een jaar op dezelfde school, Pedagogische Academie "De la Salle" in Heemstede, maar mijn pedagogische kwaliteiten werden om een of andere duistere reden als ontoereikend beoordeeld. Zodoende ging ik naar 5 VWO op het Fioretti-college in Lisse, om in januari 1976 na ruim 4 maanden alsnog Staatsexamen VWO aan te vragen.
En daar kwam de ervaring in het doen van eindexamens goed van pas. Ik was het jaar ervoor aan mijn kaken geopereerd en was in het bezit van een nachtbeugel. Voor het mondeling examen Duits bij voor mij onbekende examinatoren had ik de leepheid om mijn beugel in te doen, daar licht theatraal uit te nemen onder het uitspreken van de ingestudeerde zin: "Ich muss meine Stange ausnehmen, weil ich eine Jahre her operiert bin worden an meine Zahnen." Vervolgens konden we een paar minuten praten over deze operatie.
De volgende slimheid was om op de literatuurlijst naast 2 boeken van Goethe, "Faust" en "Die Leiden des jungen Werthers", "Der Erlkönig" te zetten. Eén garantie heb je dan: er wordt gevraagd naar dat gedicht van 32 regels. "Ich habe es aus mein Kopf gelernt" kon ik geheel naar waarheid zeggen en zonder aarzeling zegde ik het klassieke gedicht op. De rest van de tijd hebben we het alleen maar over Goethe gehad. Kijk, zo kun je een mondeling VWO-examen met MAVO-kennis naar een goed cijfer sturen!
En dat allemaal dankzij de eindeloze oefening 4 jaar ervoor met Wim Beenakker. Helaas had ik nu maar een minuut of 10 om met deze (school)vriend te praten, want om 3 uur moest ik op pad voor de laatste 8 km naar de Keukenhof.
Vanuit Voorhout zocht ik een mooie route over rustige weggetjes langs de bollenvelden. Alle zintuigen werden geprikkeld: de ogen kregen een telkens wisselend Mondriaan-landschap te zien, waarvan de heerlijke geur van narcissen en hyacinthen tot mijn neus doordrong, de vogels zorgden voor het bijbehorende geluid, met een slokje sportdrank werden de smaakpapillen aan het werk gezet en de benen zorgden voor het prettige gevoel van een aangename cadans.
Doordat ik deze fraaie route gekozen had, miste ik wel de nieuwste verkeersborden, die bij de diverse kloosters in deze katholieke enclave in de Randstad geplaatst zijn.
Het lopen van deze 8 km ging heerlijk soepel en zo kwam ik om 20 voor 4 aan bij de atletiekbaan van "De Spartaan", waar een hele groep IJVL-ers uit de wind op een zonovergoten terras zat: Paul Verkerk, Jaap de Gorter, Juul Mentink, Annelies van Straalen, Jos Drabbels en Sophie Stein.
Jaap de Gorter zat geintjes te maken over het spoor van vernieling, dat hij achter zou laten in de bloemenperken van de Keukenhof.
Jaap is namelijk het meest beschaafde lid van onze droogtrainingsgroep. Het is onder het lopen bij hem altijd S.V.P. Dit is de afkorting van Strikt Volgens Pythagoras. Als er ook maar ergens afgesneden kan worden....
Eén ding is zeker: als je Jaap volgt, zul je geen meter te veel lopen! Onder deze les in hogere wiskunde had ik nog tijd om nog rustig wat te eten en te drinken, voor om 4 uur het startschot klonk van de 10 km.
En zeg maar eens dat ik niet luister: deze week raadde Johan de Wit aan om in de training veel wedstrijdelementen in te bouwen, en wat doe ik met deze 30-kilometer training? Juist...
Ik begon vrij rustig, daar ik niet wist, hoe mijn benen het zouden houden na 20 km, maar na anderhalf rondje op de atletiekbaan voelde ik wel, dat het goed zat. Jaap en Jos hadden inmiddels al een gat van 200 meter geslagen voor we de Keukenhof betraden.
Voor mij was het de tweede keer, dat ik kans had om deze prachtige bloementuin te bezichtigen.
De eerste keer was in 1976, toen ik me aan het voorbereiden was op het Staatsexamen VWO. Er was in die periode een groep Noord-Ierse kinderen, die in het kader van een vredesproject naar Nieuw-Vennep gekomen waren.
Een protestants en een katholiek kind verbleven bij gastgezinnen in mijn geboortedorp in de hoop, dat ze zo konden ervaren, dat de kinderen "van de andere kant" niet zulke engerds waren. Zo hoopten we kiemen van vrede te kunnen planten in het verscheurde Ulster. Nu was aan mij gevraagd, of ik als begeleider mee wilde. Nu moet je prioriteiten stellen in het leven, en mijn prioriteit ging uit naar vrede.
Alleen op de dagen, dat ik schriftelijk examen had, liet ik verstek gaan. De rest van de 3 weken ging ik mee naar oorden, waar je als geboren en getogen Hollander juist niet naar toe gaat: Volendam, de Zaanse schans en de Keukenhof. Ik was daar nog nooit geweest, ondanks dat ik op nog geen 10 km afstand woonde!
Door de begeleiders van de Noord-Ierse kinderen en door een aantal Ierse studenten, die in de prachtige zomer van 1976 regelmatig langskwamen in "De Hobbit", leerde ik de Ierse folkmuziek kennen, waaronder groepen als The Bothy Band.
Nu we het toch over de combinatie "De Hobbit" en Ierse studenten hebben, dat brengt mij het volgende verhaal voor ogen: eind augustus van die mooie zomer vierde ik daar, samen met Theo Claasen en, als mijn geheugen mij niet in de steek laat, met Ad Huiberts, mijn verjaardag. We hadden een paar vaten bier gekocht en er was voor onze gasten vrij drinken. Ik raakte in gesprek met Geraldine Sadler, afkomstig uit Limerick. Ja, zelfs op dit soort avonden blijf ik poëtisch.
De vriendschapsbanden tussen Nederland en Ierland werden steeds inniger en aan het eind van de avond, zo rond een uur of 4 's nachts, zou ik Geraldine naar Hillegom brengen, waar ze haar tent had staan.
Ik had een brommer geleend en we stonden klaar om te vertrekken, toen er een politiewagen aan kwam, die voor de brug over de Vennepertocht, die we over moesten, stopte. De agenten kwamen uit de wagen en ik zei meteen: "Jullie kunnen me niks maken, want ik ben nog niet gestart en ook niet op de openbare weg." En dat was maar goed ook, want we hadden allebei geen helm op, de brommer was opgevoerd en als ik had moeten blazen, dan had Bert Rijkse ongetwijfeld opgemerkt: "Zo, Kikker, jij dacht zeker, dat groen doorrijden betekent?"
Kortom, ik ontkwam zo aan een stevige prent. De agenten vroegen, waar we naar toe moesten en geheel naar waarheid vertelde ik, dat Hillegom onze bestemming was. Tegelijk wist ik ook, dat het niet slim was, om naar Hillegom af te reizen. Ongetwijfeld zou ik op deze vroege zondagmorgen ergens worden opgewacht. Er zat niets anders op, dan Geraldine achter op de fiets mee te nemen naar mijn ouderlijke huis aan de Hoofdweg, waar ik mijn tijd als bedrijfshulpverlener ver vooruit was: we waren druk bezig met de mond-op-mondbeademing.
De week erna ging ik naar de introductiedagen van de Frederik Muller Academie, de Bibliotheekacademie in Amsterdam. We hadden afgesproken bij het Centraal Station, maar zijn elkaar misgelopen. Zodoende heb ik alleen de foto nog.
Even voor de goede orde in dit tijdsgewricht: de onderste foto betreft een huldiging op het Midwinterfestival in Nieuw-Vennep.
Achteraf ben ik uiteraard blij, dat ik toen Geraldine gemist heb, zodat het bij een kortstondige verliefdheid bleef.
Door het mislopen werd een misstap richting Eire voorkomen. Zodoende ben ik de twee grote liefdes in mijn leven niet misgelopen: Ada en schaatsen op natuurijs.
Ierland heeft wel veel prachtige meren, maar we zullen op een IJstijd moeten wachten, voor deze dichtvriezen.
Maar mijn belangstelling voor het Groene eiland was wel gewekt en ik kan u verzekeren: Ierland is een fantastisch vakantieland met een zeer vriendelijke bevolking en gezellige avonden in "singing pubs". Ik kan geen mooi weer garanderen, maar ik kan het u wel van harte aanbevelen.
Met deze bespiegelingen in mijn hoofd betrad ik dus voor de tweede keer in mijn leven de Keukenhof, dit keer hardlopend. Het lopen ging steeds makkelijker. Maar ja, ik had me al 20 km warm gelopen.
Het mooiste gedeelte van de loop was om de vijver. Een kleurrijk palet van bloemenperken was hier te zien.
Hordes buitenlandse toeristen waren hier op afgekomen. Met pilonnen was een smal pad afgebakend, waar wij mochten rennen. Her en der werden we door de bezoekers aan de bloemententoonstelling aangemoedigd. Binnenkort zijn we te bewonderen in Japanse foto-albums.
De eerste ronde ging lekker. Het gat met Jaap en Jos werd niet groter. Het enige minpunt was, dat er bij het 5 kilometerpunt bij de atletiekbaan geen waterpost stond.
In de tweede ronde bevestigde Paul Verkerk zijn naam als mental coach. Hij was 10 minuten na mij gestart en terwijl ik de 7 km naderde, kwam ik in mijn tweede ronde Paul tegen, die op weg was naar de 4 km. Ik kan u verzekeren: dat geeft een kick.
Wat ook een kick gaf, was dat ik langzaam maar zeker naar Jos en Jaap toe trok. We liepen nog een ereronde tussen de toeristen bij de vijver, alvorens ik met nog anderhalve km te gaan Jos en Jaap bijhaalde. Ik had niet het idee, dat Jaap dit op prijs stelde...
Eén ding was zeker: ik liep een prima tijd. Met Jos liep ik een meter of 50 uit op Jaap, maar op de atletiekbaan wist Jaap me op de meet nog net te kloppen: 47.12 om 47.15. Jos was toen al 10 seconden binnen. Qua uitslag levert dit een ouderwetse uitslag op, zoals deze het afgelopen decennium vaak was te zien: Jos is gewoon de snelste loper van ons drieën, en Jaap klopt mij in de eindsprint.
Maar de 20 km inlopen maakte deze Keukenhofloop, en vooral de goede eindtijd, toch wel heel bijzonder.
Deze week kreeg ik op mijn werk een bericht van NBD/Biblion, dat de jaarlijkse nominaties voor het beste sportboek van 2009 bekend waren gemaakt: De jury van de Nico Scheepmaker Beker heeft tien boeken genomineerd voor het beste sportboek van 2009. Op 26 april wordt in het Olympisch Stadion de winnaar bekendgemaakt van deze vakprijs. Naast de vakprijs bestaat er ook een publieksprijs, waarvan de winnaar wordt aangewezen na een stemming op www.nicoscheepmakerbeker.nl. De Nico Scheepmaker Beker is een prijs voor de schrijver van het beste sportboek van het jaar. De prijs is vernoemd naar (sport)journalist Nico Scheepmaker (1930-1990), die vanaf 1957 schreef over sport en met zijn aanpak de Nederlandse sportjournalistiek heeft veranderd. Hij was volgens de initiatiefnemers niet alleen een pionier in de sportstatistiek, maar was tevens in staat sportgebeurtenissen in een bredere maatschappelijke context te plaatsen. De prijs voor het beste sportboek van het jaar werd in 2005 voor de eerste keer uitgereikt. De genomineerden voor 2009 zijn: - Ard Schenk. Bert Wagendorp, Frans Oosterwijk en Wybren de Boer (De Buitenspelers) - Bezeten. Ton Boot, de prijs van het succes. Igor Wijnker (Nieuw Amsterdam) - De tranen van Kuif den Dolder. Nico Dijkshoorn (Nieuw Amsterdam) - Killer in Kimono. Anton Geesink: van volksjongen tot VIP. Kees Kooman (Nieuw Amsterdam) - De Dordste magiër. De val van volksheld Karel Lotsy. Frank van Kolfschooten (Nieuw Amsterdam) - Acht seconden. De Tour van '89. Herman Chevrolet (Het Sporthuis) - Beter. Maarten van der Weijden (Ambo-Anthos) - De ereronde van de eland. Thijs Zonneveld - (LJ Veen) - Spartacus. De familiegeschiedenis van twee joodse Olympiërs. Erik Brouwer (LJ Veen) - Hardloper Huizenga. Job van Schaik (LJ Veen) Deze kans wil ik als echte bibliothecaris natuurlijk niet laten lopen om een hele serie sportboeken onder uw aandacht te brengen. De meeste sportboeken zijn te vinden onder voetbal en wielrennen. Uiteraard breng ik de 8 schaatsboeken onder uw aandacht. -Ard Schenk. De biografie. Bert Wagendorp, Wybren de Boer en Frans Oosterwijk (De Buitenspelers) -De hel van 63. Ontbering, wilskracht en liefde. Dick van den Heuvel (De Vuurbaak) -De laatste schaatser. Harmen Malderik (Aspekt) -De roman van een schaatsenrijder. Cyriel Buysse (Atlas) -Een eeuw Elfstedentocht. Ron Couwenhoven (Eerste Friesche Schaatsmuseum) -Henk Angenent. Een onbegrepen doordouwer. Huub Snoep (Spider Graphics) -Jan Ykema. Pikstart, verslaving en comeback van een hypersprinter. Menno Haanstra (AmstelSport) -Koek & Zopie. Over de liefde voor het schaatsen. Johan Faber (L.J. Veen) Een aantal van deze boeken heb ik al besproken op mijn weblog. Als u de groene titel aanklikt, dan komt u bij het betreffende boek terecht. Het leuke is, dat u op www.nicoscheepmakerbeker.nl mag stemmen voor de publieksprijs. Dat heb ik dan ook gedaan. Lang heb ik lopen twijfelen, of ik op "Een eeuw Elfstedentocht" van Ron Couwenhoven zou stemmen, maar uiteindelijk viel mijn keuze, verrassend misschien, toch op "Beter" van Maarten van der Weijden, daar dit boek toch wel heel aangrijpend is. Lezen!
Periodisering is een term, waar een waas van geheimzinnigheid omheen hangt. Het komt er op neer, dat je als sporter piekt op het juiste moment. Om een tipje van de sluier op te lichten rond de kunst van het pieken, had ik voor de IJVL een lezing geregeld met Johan de Wit, de pas 30-jarige trainer van het APPM-schaatsteam, dat in het afgelopen Olympische seizoen met Rhian Ket, Ted-Jan Bloemen en Ronald Mulder opmerkelijk goed presteerde.
De Duitsers zouden dan zeggen: "Die Planung hat gestimmt!"
Want dat is het geheim achter periodisering: een goede jaarplanning. De jaarplanning is de basis, waarop alles stoelt. Het begint heel simpel met het noteren van de data van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen, de wedstrijden, waarop je er moet "staan". Van hieruit ga je terugtellen in de kalender en vul je de vaststaande data en plekken in van bijvoorbeeld trainingskampen en de mogelijkheid van het trainen op zomerijs.
Als je dit allemaal hebt ingevoerd, ga je aan de periodisering beginnen. Je neemt de laatste 2 weken voor de belangrijkste wedstrijd in omvang gas terug, en vanaf dat moment ga je het seizoen met blokken van 3 weken terugtellen. Zo vul je het schema van het hele trainingsseizoen in.
De blokken van 3 weken hebben eenzelfde basisstructuur: omvang-intensiteit-rust. Dit wil zeggen: de eerste week zeer veel omvang, de tweede week nadruk op intensiteit en de derde week relatieve rust. Door minder intensiviteit en omvang krijgt het lichaam kans om zich te herstellen en krijg je de supercompensatie. Door het intensieve programma in de 2 voorafgaande weken is er het een en ander afgebroken in de spiermassa en dat wordt met wat extra spiermassa (de supercompensatie!) door het lichaam hersteld.
Nu moet je volgens de ervaren APPM-trainer altijd op blijven letten. Een schema is niet heilig. Als je ziet, dat iemand wat meer rust nodig heeft om te herstellen, moet je dat ook geven. Anders heb je kans op overtraining, een probleem, waar met name de TVM-ploeg de afgelopen jaren flink wat last van heeft gehad.
Als je deze trainingsopbouw van 3-weekse perioden van omvang, intensiteit en rust in je jaarplanning hebt opgenomen, dan ga je dit schema invullen met trainingsvormen. Denk daarbij aan snelheid uithoudingsvermogen, intensief en extensief interval, interval tempo, tempo, intensief en extensief duur, vaartspel en kracht.
Het gebruik van deze trainingsvormen heeft alleen zin, als je ze regelmatig terug laat komen. Als je een keertje krachttraining doet en een maand later weer een keertje, heeft dat niet zo veel zin. Johan de Wit is daarbij een groot voorstander van het gebruik van een vast ritme: bepaalde vaste dagen voor vaste trainingsvormen of juist rustdagen: hier gedijt het lichaam bij. Vooral als je de belasting van de spieren daarbij laat variëren.
Nu is het werken met een commerciële schaatsploeg, waar veel trainingen ook individueel ("thuis") plaatsvinden, natuurlijk wel anders dan het trainen in clubverband. Maar hetgeen bij beiden vast blijft staan: de trainingen moeten zich kenmerken door kwaliteit: intensief en op techniek gericht. Simpel gezegd: ook clubleden kunnen zelf wel een duurloop doen, daar hebben ze geen trainer voor nodig.
Johan de Wit gebruikt veel wedstrijdelementen tijdens de training: men is dan net even scherper! En dat klopt. Als ik in mijn eentje 10 km loop, gaat het in een gemiddelde van 11 km per uur, met een trainingsmaat komen we uit op 12 en in een wedstrijd is mijn gemmiddelde 13 km per uur.
Goede trainingsvormen zijn elastiektrainingen en sprongtrainingen. Bij beide vormen train je zowel op techniek als met kracht.
In de periodes van 3 weken kun je bijvoorbeeld een schema hebben van 10 dagen omvang, 7 dagen intensiteit en 4 dagen rust. De laatste 2 weken voor de belangrijkste wedstrijd ga je "taperen". In omvang ga je halveren, maar de oefeningen doe je wel intenser. Hier wordt je scherper van en deze snelheid neem je mee in de wedstrijd. Als je een piek langer vast wilt houden, ga je hier mee door. Dit moet soms ook, want als iemand zich geplaatst heeft voor wereldbekerwedstrijden, dan heeft deze schaatser bijna iedere week een wedstrijd.
Hoe de vorm van iemand is, kun je het beste zien aan de 1500 meter. Raakt iemand uit vorm, dan zie je dat terug in zowel de eerste 300 meter als in de laatste ronde.
Als bibliothecaris deed het me goed, dat de APPM-trainer een boek aanprees om te gebruiken bij de periodisering: "Elementaire trainingsleer en trainingsmethoden" van Henk Gemser en Tjaard Kloosterboer.
Tot slot kregen de ongeveer 25 opgekomen trainers en schaatsers deze cruciale tip mee: de gebruikte trainingsvormen altijd terug laten komen!
Na afloop van de lezing vertelde de APPM-trainer mij, dat hij Ted-Jan Bloemen veel sneller had laten schaatsen op de 5 en 10 km door juist zeer veel te trainen op de middenafstanden: 1500 en 3000 meter. De hierdoor verkregen hogere basissnelheid kon Bloemen op de 5 en 10 km bij het wereldkampioenschap allround vertalen in twee podiumplaatsen. Met daarbij als toevoeging: "Als we 2 weken meer hadden gehad, had Ted-Jan nog beter gepresteerd!"
We zullen proberen ons voordeel te doen met deze zeer leerzame avond over planning en periodisering.
Op Tweede Paasdag lag het schema al helemaal vast. Om 9 uur de deur uit om naar Aarlanderveen te fietsen, daar 10,5 km te gaan lopen en vervolgens weer naar huis te rijden. Om half 9 zat ik derhalve met Ada aan de ontbijttafel en om 10 over 9 zaten we op de fiets richting Koudekerk aan den Rijn. We hadden de wind in de rug, dus dat ging makkelijk. Op de grens van Alphen en Koudekerk nam ik afscheid van Ada, die via Woubrugge en Hoogmade weer naar huis zou gaan fietsen. Ik reed door Alphen heen naar Aarlanderveen, waar ik Wil Verbeij tegen kwam, die zich nog in moest schrijven. Om kwart voor 11 belde ik aan bij Zuideinde 19. Helaas, er was niemand thuis. Ook de auto van Hans Boers stond er nog niet. Hans zou toch niet te laat zijn??? Ik wandelde naar de kleedgelegenheid aan de rand van Aarlanderveen, maar ook daar niemand van GBA-accountants, het bedrijf van Hans, waar ik voor zou lopen. Er restte mij niets anders, dan naar de start te lopen, daar over een kwartier het startschot zou klinken. Bij de start kwam ik Wil weer tegen en uiteindelijk ook Hans. Mijn startnummer was niet meer te traceren, dus ging ik maar van start zonder nummer. Daar ik vlak achter Hans liep, probeerde ik in zijn slipstream te lopen. Dat viel niet mee, want Hans ging hard van start. Met hangen en wurgen lukte het me, om de eerste km tegenwind bij hem te blijven. Toen waren mijn spieren op temperatuur en konden we na de bocht dit hoge tempo volhouden met de wind in de rug. Zo haalden we nog een paar groepjes in, tot we bij de brug bij de Ziende en de Nieuwkoopse plassen een drinkpost hadden. Hier dronken we een beker water, terwijl de rest van ons groepje doorliep. Langs het water, waar we vorig jaar en eerder zo heerlijk geschaatst hadden, liepen we weer richting Aarlanderveen. Bij de volgende brug kregen we de wind schuin tegen. Ik liep op kop van een groepje van een man of 4. Degene, die pal achter me liep, haalde adem door zijn mond en deed dat zeer oppervlakkig. Nu weet ik, wat ze bedoelen met het gezegde: "Er liep iemand in mijn nek te hijgen!" Vlak voor Aarlanderveen wachtte ons een verrassing: we werden een boerenerf op gedirigeerd en konden zo naar de boerensloot, die mij vorig jaar inspireerde tot het woord "Fileklûnen". Over een fietspad renden we naar de dorpskern van Aarlanderveen, waar een tweede waterpost stond. We kregen hier een km meewind: en wat deden de drie "heren", die ik het hele stuk tegenwind uit de wind gehouden had, toen ik stond te drinken? Ze gingen er als een haas vandoor! De laatste 3 km had ik een duidelijk doel: hen kloppen. Dat viel echter niet mee, want voor de tweede keer liepen we over een boerenerf, waarna we een km lang tegenwind hadden. De drie namen kop over kop en zodoende werd het gat van 50 meter langzaam maar zeker 100 meter. Maar wat zij konden, kon ik ook. Toen ik werd bijgehaald door een vrouw, die heel lang 20 meter achter me liep, liepen wij ook kop over kop tegen de wind in. Bij het ingaan van de laatste km liepen we vlak achter het onsportieve trio. Was de laatste km tegenwind geweest, dan had ik mijn doel waarschijnlijk wel gehaald. Maar het was meewind. Jacinta van 't Schip, die als 3e vrouw zou finishen, kon de jump wel maken naar het groepje, mij lukte dat niet. Ze nam twee van hen op sleeptouw, zodat mijn wedstrijd in de wedstrijd in het zicht van de haven de mist in ging. Wat ook de mist in ging, was mijn klassering. Ik finishte immers zonder startnummer. Gelukkig stond er al iemand klaar van GBA-accountants, die mijn startnummer wist: 754. Dat werd met de eindtijd van 46.56 over de 10,5 km genoteerd op een notitieblok. Omgerekend naar de 10 km zou ik uitkomen op 44.26, één van mijn allersnelste 10 km. Als je in vorm bent, lijkt alles moeiteloos te gaan. En dan te bedenken, dat ik afgelopen vrijdag 30 km gelopen had! Even later kwam iemand van GBA aanzetten met mijn startnummer: 758. Ik liep weer terug naar de man met het notitieblok en de 4 werd in een 8 veranderd. Ik draaide me om en ik hoorde: "Hé, Kikker!" Ad van Aelst en Rika van Duijvenbode, die ik al meer dan 30 jaar ken, stonden in het finishvak. Heel eventjes met hen gekletst. Inmiddels was Hans Boers gefinisht in 49.08 en Wil Verbeij in 53.19. Met hen ging ik naar het Dorpshuis, waar we wat dronken en ons shirt ophaalden. Daar ik mijn startnummer inmiddels weer kwijt was, moest ik het hele verhaal van de start nog een keer vertellen, voor ik het shirt kreeg. In Het Oude Rechthuis zaten de lopers en supporters van GBA-accountants aan de broodjes en de groentesoep. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus ik hoefde niet bang te zijn om bij het naar huis fietsen last te krijgen van de hongerklop. Thuis gekomen, met heen en terug 61 km op de teller, wachtte mij nog een verrassing. Toen ik na de verkwikkende douche de uitslagenlijst raadpleegde, zag ik mijn naam niet bij de 10,5 km staan, waar ik met mijn tijd op de 32e of 33e plaats geëindigd zou moeten zijn.
Ik snapte er niks van. Toen ik de hele lijst nog eens doornam, kwam de aap uit de mouw: ik stond met een tijd van 33.23 als 61e geklasseerd, maar dan wel bij de 6,5 km! Dat krijg je ervan, als je zonder startnummer loopt...
U kent het wel, die reclames van met name supermarkten en andere grote winkels, die flinke kortingen aankondigen onder het motto "Prijzencircus".
Welnu, ook in ons gezin is er de afgelopen weken sprake van een waar prijzencircus. Ik mocht het bal openen met de Run-Skate-Run, waarbij ik op de eerste lentedag van 2010 voor het eerst van mijn leven het podium mocht betreden als tweede veteraan.
Vijf dagen later won Siebe als meesterknecht in dienst van Paul Kneppers, de drager van de gele trui, in Algerije de slotetappe van de Grand Prix de la Ville d'Alger.
En nu heeft mijn dochter het succes compleet gemaakt, door in Hoorn met een drietal andere leden van "Amaranth" bij het kunstschaatsen op het Nederlands kampioenschap showrijden bij de kwartetten op de tweede plaats te eindigen! Wederom een podiumplek. Zilver! Keurig werk, dames!
In Groningen zouden ze zeggen: "'t Kon minder!"
De Kenianen, die meedoen aan de marathon van Leiden, zijn bij deze alvast gewaarschuwd, want in Huize Breed hebben we de smaak te pakken gekregen bij dit onverwachtse prijzencircus!
Goede vrijdag is de dag, waarop op diverse plaatsen in ons land de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach wordt opgevoerd.
Maar meer nog is het de dag, waarop christenen in de hele wereld de dood van Jezus aan het kruis herdenken. Kortom, in het geloof van zeer veel mensen is Goede vrijdag een cruciale dag.
Kijken we in de Dikke van Dale bij het woord "passie", dan krijgen we deze betekenis:
pas·sie de; v 1 het lijden van Jezus 2 -s hartstocht, drift; hartstochtelijke liefhebberij
Op deze dag van het lijden had ik de euvele moed om een afspraak te hebben met de tandarts, maar gelukkig vond mijn trainingsmaat Arthur van Winsen, dat ik erg goed mijn best had gedaan met tandenborstel en tandenstokers. Derhalve restte mij nog een tweede mogelijkheid om te kunnen lijden: ik zou de eerste 30 km als training voor de marathon van Leiden gaan lopen. Maar dat valt niet mee, als je in vorm bent.
Om 1 uur vertrok ik van huis om naar Hans Boers te lopen. Hij woont ongeveer 10 km bij me vandaan. Onderweg moest ik onwillekeurig denken aan de kruiswegstaties, die deze middag in veel katholieke kerken gehouden zouden worden. In mijn jeugdjaren gingen we daar met de katholieke jongensschool altijd naar toe. Daarna begon de Paasvakantie. Die had je nog in die jaren.
Dit jaar zit de katholieke kerk echter in zwaar weer, doordat een (on)behoorlijk aantal geestelijken bij "het kruis" heel andere gedachten had. Vermoedelijk wist de leiding van dit misbruik af, maar keek ze even de andere kant op of kneep ze een oogje dicht. Gedogen is ook bij uitstek een katholiek woord. De leer is strak en streng, maar in de praktijk lichten we er massaal de hand mee.
Zo is in de media het beeld ontstaan, dat vrijwel iedere priester zijn handen niet thuis kon houden, maar dat is totaal bezijden de waarheid. Er waren rotte appels in de fruitmand en iedere rotte appel is er een te veel. Maar de meeste geestelijken zijn gewoon te vertrouwen en door de mildheid, die de meesten van hen kenmerkt, zijn het in het algemeen aangename gesprekpartners. Ook zij worden nu ten onrechte besmeurd, doordat de de wandaden van de rotte appels, naar katholiek gebruik, waren toegedekt met "de mantel der liefde".
Het valt inderdaad niet mee, om een het leven van een heilige te moeten leiden...
Bij Hans aangekomen besloten we door te lopen naar de sluizen van Leidschendam en vandaar over het fietspad aan de kant van de A4 naar de Kniplaan. We werden op dit laatste stuk door 3 mountainbikers ingehaald. Onder hen was IJVL-lid Jos Dohle. Al lopend kwamen we uit bij de Vogelplas, waar we de afgelopen 3 winters het laatste deel van de tweede verklaring van passie, te weten hartstochtelijke liefhebberij, naar hartelust uit konden leven.
Het tempo lag bij het lopen met Hans wel wat hoger, maar de benen konden het wel hebben vandaag. Terug bij het huis van Hans dronk ik een glas water en at ik wat, alvorens ik weer op weg ging voor de derde 10 km.
Tot station ging het vrij soepel, maar de laatste 4 km was de Schwung er wel uit. Het was werken geblazen, maar dat hoort er nu eenmaal bij: bij een marathon kom je dit punt ook altijd wel ergens tegen. Op deze verder droge doch winderige vrijdag kreeg ik een klein buitje te verwerken, maar dat mocht de pret niet drukken.
Het lopen van de eerste 30 km, normaal gesproken de zwaarste, was niet bepaald een lijdensweg geworden bij het uitleven van mijn passie.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.