maandag 22 augustus 2011

Valleikanaal

Boeren staan erom bekend, dat ze altijd vroeg uit de veren zijn, ook al spreken ze dat veelal uit als "altied". Het sprak dus vanzelf, dat deze tijdelijke bewoner van Hofstede Hooybroeck om half 6 al wakker was. De morgenstond heeft goud in de mond, nietwaar.
Daar er geen koeien gemolken hoefden te worden, sloot ik nog heel even de ogen met als verbluffend resultaat, dat ik ze pas om 8 uur weer open deed. In mijn wielerkleding liep ik om half 9, met een banaan achter de kiezen, naar de boerderij van de verhuurders van Hooybroeck, waar een eveneens rennende dochter me tegemoet liep.
"Ik heb gehoord, dat je hier kunt kanoën op het Valleikanaal", zei ik.
"Dat klopt", kreeg ik als antwoord. De boerin gaf 2 adressen op, waar ze kano's verhuurden. Bij het eerste gebouw was niemand aanwezig, bij het loonbedrijf met de twee herdershonden wel.

Ik zou bij het ontbijt informeren, hoeveel familieleden 's middags, net als destijds op de Regge, mee zouden gaan. Ik rende van de noordrand van Scherpenzeel weer terug naar onze boerderij, het laatste gedeelte over de dijk.

Na het zweet van 6 km hardlopen van mijn lijf gespoeld te hebben, kon ik aanschuiven bij het ontbijt. Bij de inventarisatie bleek, dat 10 personen mee zouden gaan roeien. Terwijl een paar personen met de auto boodschappen gingen doen, fietste ik naar het loonbedrijf, waar ik bij Ineke Schimmel kano's reserveerde. Op de terugweg pinde ik in Scherpenzeel geld en kocht een Trouw om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws.
Rond het middaguur was iedereen weer terug en konden we bij de koffie en thee de appeltaart aansnijden. Tegelijkertijd konden we uitzoeken, wie met wiens fiets naar de kanoverhuurder zou rijden. Over het fietspad langs het Valleikanaal gingen we er naar toe.
Om half 2 zaten Katrin, Camilla en Marja in de driepersoonskano, Ike en Elisabeth in de eerste tweepersoonskano en mijn middelste dochter en Maria in de tweede, terwijl Anton, Jeroen, Sebas en ik in een kayak plaatsnamen. Het is trouwens wel toepasselijk, de combinatie Scherpenzeel en Kayak. Toetsenist Ton Scherpenzeel was de motor van Kayak. Dus als ik wat lyrisch word....

Het was op het warmst van de dag, dat we van wal staken. Het was een prachtige tocht op het Valleikanaal, die ook wel de Grift genoemd wordt.

Aan de ene kant had je de dijk met veel bomen, aan de andere kant was veel riet en een afwisseling van bossen, akkers en weilanden en af en toe een boerderij. Zo roeiden we in verschillende tempo's naar Hooybroeck.

Ik was als laatste gestart en wie mij een beetje kent weet, dat deze sportman een achterstand nooit meer uit handen geeft. In mijn rode wielershirt in de rode kayak droeg ik met recht de rode lantaarn.

We legden aan ter hoogte van onze Hofstede, waar we met de achterblijvers kletsten, terwijl we wat aten. Ike en Elisabeth waren doorgeroeid naar de stuw, ik volgde, uiteraard op gepaste afstand, hun voorbeeld. Bij de stuw kon je niet verder, dus vanaf hier moest je drieënhalve kilometer terugroeien. Dat ging makkelijker door het lichte verval. Je ging sneller met minder moeite.
Het kanoën is trouwens een uitstekende training voor je rug- en armspieren en in mindere mate ook voor je buikspieren.

Om 3 uur waren we terug bij ons vertrekpunt. Na € 66,- betaald te hebben voor het peddelen pedaleerden we terug naar de Hofstede, waar we thee dronken, alvorens we met een man of 10 gingen wandelen. We liepen op de Grebbedijk naar de brug bij landgoed Lambalgen, om aan de overzijde van de Grift naar de stuw te wandelen. Hier liepen we langs de rand van een bos.
Om half 6 waren we terug bij Hooybroeck, waar de voorbereidingen werden getroffen voor de barbeque op deze warme en zonnige zomerdag.

Hofstede Hooybroeck

Ada trok de deur om 8 uur achter zich dicht. Ze moest gewoon werken. Ik had een vrije dag en vertrok om kwart voor 10 met alle spullen, die mijn vrouw her en der had klaargezet, op de fiets. Het voordeel van grote fietstassen.
Na de regendag van gisteren was het bewolkt, maar droog. Met de wind in de rug ging het eerste deel van de rit makkelijk.

(Foto: Gerard Leeuw, 2009)
Ik nam het Molenpad in Zoeterwoude en fietste langs de N11 naar het oosten, waar ik de Lagelandroute onder Alphen door nam.
Daar je slechts op een paar punten het Aarkanaal over kunt, pikte ik een randje Alphen mee en fietste naar Zwammerdam. Hier stak ik de Rijn over en nam de afslag naar Aarlanderveen, waarbij ik na 30 km een korte pauze nam om de banaan op te peuzelen.
Ik fietste langs de Ziende en over het fietspad dwars door de Nieuwkoopse plassen, waar ik diverse heerlijke tochten over het ijs heb gemaakt.

De fietstocht door Duitsland was mooi, maar dit is ook schitterend.

De zon was doorgebroken en met Hollandse luchten reed ik langs de kronkelende Meije met zijn talloze watervogels naar Woerdense Verlaat. Hier pikte ik een deel van de skeelertocht van begin juli mee. Bij De Geer nam ik een tweede korte eetpauze. Met 2 rozijnenboterhammen in de maag vervolgde ik de tocht naar Breukelen, waar ik via de Scheendijk bij het Tienhovens kanaal kwam, de uiterste zuidpunt van de Loosdrechtse plassen.
Door de Tienhovense polder fietste ik naar Molenpolder, een voor mij onbekend oord, maar op schaatsforum meestal één van de eerste plekken, waar je kunt schaatsen. Daar de weg door het dorp Molenpolder was opgebroken, reed ik langs Oud-Maarsseveen naar Westbroek. Bekend terrein, want vorig jaar hadden we hier een wandeling door het trilveen gemaakt.

In Achttienhoven at ik mijn laatste 2 boterhammen op om over een fietspad tussen de beuken naar Groenekan te trappen. Dwars door de bebouwing van De Bilt en Zeist reed ik naar station Driebergen-Zeist toe, waar Ada en onze middelste dochter om even voor half 3 waren aangekomen. Ik was er na 87 km op de afgesproken tijd.
We hadden de intentie om via de LF4 naar Scherpenzeel te rijden, maar deze loopt heden ten dage veel zuidelijker dan op de kaart met fietsroutes in de provincie Utrecht, die ik had. Op de weg naar Langbroek had Ada, die de gedetailleerde kaart voor zich op het stuur had, door, dat we op de verkeerde weg zaten.
Bij Sterkenburg stond een bord met een knooppuntenkaart, waarop de route naar Maarn stond aangegeven. Mijn dochter zocht op haar mobiel via GPS de kortste route op. Dat hebben we geweten. We reden al snel over onverharde wegen. Geen probleem, in Duitsland hadden we dit met regelmaat gedaan.

Maar voorbij Doorn werden de wegen zandpaden, die ook nog eens kapot gereden waren. Daar zit je na 100 km rijden op een flink bepakte fiets niet op te wachten.
Toen we een fietspad kruisten, zocht ik op de globale kaart een alternatieve route door de bossen. Ik kreeg echter geen navolging. Na een kleine km vond ik een beter begaanbaar pad in de richting van de A12. Ook hier wat stukken mul zand, maar over het algemeen kon je wel wat beter fietsen. Af en toe was er een stuk paarse heide.
Helaas moest ik weer een stuk terugbuigen. Er zijn weinig mogelijkheden om de A12 passeren. Bij Maarn kwam ik mijn vrouw en dochter weer tegen.
Om half 5 was ik na 118,4 km fietsen bij Hofstede Hooybroeck, waar we het Buijzenweekeinde door zouden brengen. Mijn schoonouders waren al op de boerderij, die Ada en ik vorig jaar in juli en oktober al 2 keer bekeken hadden.
In de loop van de middag en avond druppelde de rest van de familie binnen.

donderdag 18 augustus 2011

Schaats Instructie Cursus

Gisterenavond voor het eerst sinds onze fietsvakantie weer eens geskeelerd. Met trainer Jos Drabbels fietste ik naar de ijsbaan van Leiderdorp, waar we om half 8 weer een gevarieerde training hadden. De oefening met de felle afzet bij het uitkomen van de bocht sloot uitstekend aan bij de oefening in de elastieken bij de laatste droogtraining.
Op deze halfbewolkte maar droge avond was de eerste training na de vakantie voor mij meteen de laatste volledige skeelertraining van het seizoen. Volgende week begint de Schaats Instructie Cursus, waarmee we (aankomende) schaatstrainers een spoedcursus geven.

We gaan dieper in op het hoe en waarom van het schaatsen: o.a. de technische achtergronden van de schaatsbeweging (waarom ga je harder bij een bepaalde kniehoek?), hoe leer je deze iemand aan, en hoe maak je een training of een jaarplan.
Verder proberen we te laten zien, hoe je technische "mankementen" bij schaatsers kunt herstellen.
De cursus van 6 opeenvolgende woensdagavonden begint volgende week woensdag, op 24 augustus om 20.00 uur in het clubgebouw van IJsclub Leiderdorp, waar de IJVL ook dit jaar weer skeelertraining geeft. De 6 theorieavonden lopen dus af net voor de kunstijsbanen open gaan.
Op twee nog nader te bepalen avonden is er in de Leidse IJshal een praktisch gedeelte, waarin de geleerde stof in de praktijk wordt gebracht.
Voor IJVL-leden is de SIC-cursus gratis. Wel worden ze geacht om minimaal een jaar schaatsles te geven. Geen probleem, lijkt me, want het is hartstikke leuk om te doen.

Om toch nog even met het skeeleren te eindigen: op zondag 28 augustus wordt voor de tweede keer de Kaag- en Braassemtocht georganiseerd. U kunt kiezen uit de afstanden 10, 25 en 40 km. Vorig jaar heb ik deze gereden en het is me uitstekend bevallen. Deze tip wil ik u dus niet onthouden. Voor meer informatie: klik hiernaast op Monique Velzeboer Foundation.

woensdag 17 augustus 2011

"Jullie zijn niet verzekerd!"

Het was voor mij de eerste droogtraining van de IJVL in 4 weken. Voor de afwezigheid had ik een geldige reden: de fietsvakantie. Conditioneel zat het dus wel goed. Ook het hardlopen ging afgelopen week erg makkelijk. Maar het is altijd even afwachten, hoe de spieren de oefeningen verteren.
We begonnen op de trappen van Lammenschans met de bekende serie sprongoefeningen, waarna we in Cronesteyn op de ladder onder het mom van coördinatieoefeningen weer een serie fraaie "silly walks" ten tonele voerden.

De avond werd besloten met dribbelen, met tussendoor een piramide van telkens 20 seconden versnellen in diverse gradaties, met aansluitend buikspieroefeningen.
Maar het hoogtepunt was zonder twijfel de schaatsstappen in de elastieken.
De elastieken werden aan de bovenleuning van de houten brug vastgebonden, waarna we in de elastieken moesten gaan hangen in de schaatshouding en dam met veel kracht afzetten. Een heel verrassende oefening. Daar bij de uitgangshouding al veel spanning op het elastiek stond, werd je na de afzet vanzelf weer teruggetrokken in de uitgangshouding. Je kon dus continu doorgaan met deze gecombineerde techniek- en krachtoefening.
De trainer was zeer tevreden over onze inzet en liet ons er nog een schepje bovenop doen: "De laatste paar passen van de serie moeten jullie met al je kracht doen." Er was echter één voorbehoud: "Jullie zijn niet verzekerd!"

Nauwelijks waren deze historische woorden uitgesproken, of Robert Nozeman was het eerste IJVL-lid, dat er individueel in slaagde, om de tractorband te laten knappen.
Robert is nu wel verzekerd: van eeuwige roem!

maandag 15 augustus 2011

100 Schlösser Route


Door de bossen reden we naar Beckum, waar we de Werse volgden. We kwamen langs Mergelafgravingen. In de ontstane gaten waren meertjes ontstaan met blauwgroen water.


Het was inmiddels behoorlijk warm geworden. We waren goed op weg, tot we op een bord stuitten met de aankondiging, dat alle fietsroutes waren omgeleid. We reden via het industrieterrein van Ahlen en Ada wist ons hier feilloos naar de juiste afslag naar Vorhelm te loodsen.
Over de Alte Münsterweg trapten we tegen de wind in naar Sendenhorst, waar we op het terras van Hotel Waldmutter in het zonnetje een klein bord "gemischte Schnitte" namen. Om 6 uur konden we er weer even tegen. We reden door het gezellige centrum van Sendenhorst om over een wirwar van kleine, stille weggetjes door prachtig boerenland naar Wolbeck te fietsen, een oud stadje, maar tegenwoordig een buitenwijk van Münster.
Langs de Werse fietsend kwamen we om kwart over 8 aan op Campingplatz Münster, waar we vorig jaar ook gekampeerd hadden. Op de teller stond ruim 80 km. Niet gek voor een rustdag.
Nu tref je in vrijwel iedere vakantie wel een regendag aan. 's Nachts hoorden we de regen op het doek van onze Esvo-tent kletteren. Om half 7 was het droog. Weer ingedommeld en om 8 uur eruit. De binnentent opgeruimd en de buitentent hingen we te drogen over de bank, waar we ontbeten.
We informeerden nog even bij onze buren over hun ervaringen met hun Eureka koepeltent. Die waren zeer positief. Nu we voor de zoveelste keer met een natte buitentent zaten, zijn we toch op zoek naar een alternatief voor onze fietstrektochten.
Om 20 over 9 reden we over de brug over de Werse naar het centrum van Münster.

Bij het verlaten van deze universiteitsstad begon het hard te regenen, terwijl het door ons gekozen deel van de 100 Schlösser Route parallel liep met de R1, die we vorig jaar gefietst hadden.
Voor Haixbeck verlieten we deze route en reden door een groot bos bij Schloss Hulshoff, waarbij we een ree van het bouwland het bos in zagen schieten. Bij Tillbeck vonden we om half 12 een café op het terrein van een "Stift", in dit geval een psychiatrische instelling. Hier dronken we wat warms en aten 2 vruchtentaartjes. Ook kochten we een aantal mooie kaarten met wijze spreuken.

Terwijl de kerkklokken luidden, ten teken dat het inmiddels middag was, hesen wij ons weer in onze regenbroeken. Het was even droog geweest, maar de hemelsluizen gingen weer open, terwijl wij naar Schapdetten klommen. Via Heller daalden we af naar de Atobahn, die we via een viaduct overstaken. Vanaf Buldern, waar we onder een afdak schuilden voor een wolkbreuk, fietsten we 7 km langs een drukke weg naar Dülmen. De 100 Schlöser Route met een paar km onverhard fietspad leek ons na zo'n stortbui niet zo'n geslaagd plan.
In Dülmen brak de zon zowaar even door, terwijl we op het Rathausplatz lunchten. Vanaf Dülmen hadden we een prachtige route naar Haltern am See, waarbij de regenbroek weer tevoorschijn kon worden gehaald. Het grootste deel van deze etappe ging door het bos. Op de open velden, waar je de tegenwind goed voelde, kon je pas echt merken, hoeveel wind er stond.
Het stuwmeer van Haltern am See lag, in tegenstelling tot de Edersee, wel helemaal vol. Door de Innerstadt van Haltern am See, het zoveelste leuke Duitse plaatsje, trapten we naar Bergbossendorf en niet te vergeten: Freiheit.

De lucht werd in de verte donkerpaars, het teken, dat er een fikse bui aan zat te komen. Even hadden we de hoop, dat de bui langs zou trekken, maar het geluk van vrijdag met het Oranjezonnetje hadden we vandaag niet.
Vlak voor Wulfen zaten we midden in de tweede wolkbreuk van de dag, nog veel heviger dan de eerste. We schuilden onder een oude eik en zagen, hoe de licht glooiende weg in 10 minuten tijd veranderde in een heuse beek. Een paar bliksemflitsen en donderslagen maakten het beeld compleet.
Het kamperen hadden we uit ons hoofd gezet. In Wulfen gingen we op zoek naar een hotel. Helaas, het enige hotel van het dorp werd verbouwd en was zodoende gesloten. Het volgende hotel, Schloss Lembeck, ging een tikkeltje boven onze begroting.
Over gedeeltelijk onverharde wegen vervolgden wij onze route door de bossen. In Rhade, waar het weer regende, vroegen we nogmaals naar een overnachtingsplaats en zowaar, er was een Gasthof. Om half 6 betraden we Zimmer 7 van Hotel Pierick., waar we 's avonds na 91 km fietsen Münsterisches Zwiebelnfleisch aten. Het smaakte heerlijk.
De keuze voor een hotel was de juiste gebleken. 's Nachts kletterde het een paar keer stevig op het dak. Verder prima geslapen tot een uur of half 8. We namen een korte douche, ik vulde de bidons met schoon water, we vouwden op Zimmer Sieben de buitentent netjes op en ik sjouwde alle bagage naar beneden, alvorens we om 8 uur een Frühstück hadden.
Om kwart voor 9 reden we door Rhade. We zouden via Oestrich rijden en vandaar de weg naar de 100 Schlösser Route oppikken. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. In Duitsland staan kleine plaatsjes niet of nauwelijks aangegeven.
We zwierven in deze mooie omgeving met kromme wegen dusdanig, dat we in het akkerland halverwege Raesfeld en Erle uitkwamen. We kozen voor de verkeerde kerktoren, daar we op een andere weg waren terecht gekomen dan gedacht. In Erle maakten we een rondje om de kerk en reden tegen de wind in naar Raesfeld.
Het was bewolkt maar droog, maar er stond een hardere wind dan gisteren en het was een stuk kouder. Of, zoals het weerbericht in een Duitse krant een paar dagen geleden aangaf in een pakkende en toepasselijke kop: "Frühherbst im Hochsommer".

Vlak voor Raesfeld wilde Ada wat drinken, maar er zaten geen bidons op de fietsen. Deze stonden nog op kamer 7 van Hotel Pierick, boven de wastafel in het hoekje. Zodoende hadden we ze beiden over het hoofd gezien, toen we controleerden, of we alles hadden.
"Heb jij zin om ze te gaan halen?" was de retorische vraag? Nee dus, want 2 keer 12 km fietsen, terwijl we thuis nog een stuk of 6 bidons hadden staan, is niet zo'n geslaagd plan. We kochten in Raesfeld dus 2 flesjes bronwater, die ook in de bidonddragers pasten, waarna we een stukje klommen naar Isselquelle, de bron van de Oude IJssel.
Door een golvend landschap vak akkers en bossen reder we naar Rheden en vandaar naar Bocholt, waar we aan de Aasee wat dronken. Het was nog een paar km naar het centrum van Bocholt, waar we vlak bij het Alte Rathaus broodjes kochten voor onderweg en een ook voor wespen lekkere koek, die we op het marktplein oppeuzelden.

De klok sloeg 12 uur, toen we de Aa opzochten. De komende 12 km zouden we over verharde en vooral onverharde paden langs de Bocholter Aa rijden. Het landschap deed al wat Hollandser aan dankzij de dijk, waar we soms op reden. Na in een schuilhut tijdens een klein buitje geschuild te hebben, reden we een paar km op de grens van Nederland en Duitsland. Vlak voor Genderingen verlieten we de 100 Schlösser Route en daarmee tevens Münsterland.

We waren in het coulissenlandschap van de Achterhoek, waar we met een fikse tegenwind gedeeltelijk langs de Oude IJssel naar Doetinchem fietsten, waar we met een tweetal overstappen de trein naar Leiden namen. Om kwart over 6 waren we weer thuis, na 1058 km over de Oranjeroute en tal van andere schone oorden.

Lippetal

Om 9 uur zaten we op de fiets. Het eerste deel van onze tocht was het slotdeel van de etappe van de dag ervoor langs de Diemel. Vanaf deze kant hadden we een mooi uitzicht op de boven op de heuvel gelegen Altstadt van Warburg.

We bleven de Diemelroute volgen. Vanaf Germete begon het klimmen tot voorbij Wethen, waarna we als beloning kilometers lang konden afdalen naar Rimbeck, waar we langs een spoordijk fietsten. Ooit een sneltrein op oorhoogte voorbij horen komen?
Op weg naar Wrexen wachtte ons een onaangename verrassing: een vrij steile brug met trappen en een goot. Hierover moesten we de bepakte fietsen zeulen. Na Wrexen was het klimmen en dalen tot Orphetal. Nog een korte klim volgde en we konden afdalen tot Westheim.
Na een korte drinkpauze bij een Konditorei wachtte ons een klim van 5 km. Tot Oesdorf was het niet al te steil, maar de laatste en bochtige kilometers hakten er aardig in, ondanks het prachtige panorama. In Meerhof aangekomen besloten we om via de rand van het Teutoburger Woud naar Dalheim af te dalen. Een geweldige keus van Ada. Over een stille bosweg daalden we een km of 5 af langs een daar ontsprongen beek.
In Dalheim passeerden we het enorme pand van het voormalige klooster. We bleven de beek volgen, tot deze bij Husen uitmondde in de Altenau. Via Atteln kwamen we zo in Henglarn, waar we op een bankje bij het stijlvolle oorlogsmonument lunchten.


Het was inmiddels behoorlijk warm geworden. Ik kocht in een nabijgelegen winkel wat koele frisdranken. We verlieten het standbeeld in de toren van een voormalige kerk om langs de Altenau naar Etteln te fietsen, waar we over mooie, stille weggetjes tot Borchen probeerden te komen. Dat lukte tot halverwege, toen we op een drukke weg uitkwamen.
Deze reden we uit tot Kirchborchen, waar we afsloegen tot de tweesprong voor Alfen: rechtdoor was over een steile klim, linksaf volgden we de Alme naar Alfen. We kozen de Bach-variant.

In Alfen volgde de laatste echte klim van de dag over de weg naar Salzkotten. Daarna reden we over een licht aflopende hoogvlakte. Bij de eerste roronde volgde een Umleitung. De Duitse automobilisten kozen voor een omweg, zodat wij een stille weg door het bos voor onszelf hadden.
Salzkotten is de grootste plaats op deze hoogvlakte, waar wij dwars door het aardige centrum fietsten om via een saaie weg via Verne naar Mantinghausen aan de Lippe te trappen.
Het terrasje, wat we onszelf in het vooruitzicht hadden gesteld, was er niet. Bij een benzinestation kochten we een ijsje, alvores we langs de Lippe via Mettinghausen naar Lippstadt reden. Hier deden we inkopen voor het avondeten op de camping. Toen we de supermarkt ingingen, scheen er een waterig zonnetje, een kwartier later, bij het verlaten van de winkel, was regen ons deel.
In regenjassen gehuld probeerden we onze weg door een wirwar van beken en kanalen te vinden. Dit lukte. Via Benninghausen, waar we de jas uittrokken en Eickelborn, waar deze weer aan moest, hietsten we moeizaam naar Hovestadt. Logisch, we waren al 9 uur onderweg en hadden er 110 km op zitten. De laatste loodjes wegen het zwaarst, zeker op een zwaar beladen fiets in de regen.
We zwoegden voort via Heintrop naar Schmehausen, waar de camping op de kaart stond aangegeven. De Duitse Gründlichkeit is ook niet meer, wat het geweest is, want op de aangegeven plek stonden alleen recreatiewoningen. We fietsten terug naar Vellinghausen, waar we om half 8 een tweepersoonskamer vonden bij Hotel Schlotmann.
We konden niets meer eten, want er was die avond een groot feest. Geen nood, want we sliepen in een houten bijgebouw. Onder het afdakje kookte Ada de vanmiddag gekochte tortellini's met champignons.

Na ruim 126 km fietsen ging dat er wel in. De hotelkamer was prima, maar daar we niet kampeerden, konden we de rustdag van morgen wel op onze buik schrijven. Nu we het toch over rust hebben: ondanks de feestmuziek was ik 's avonds na alle lichaamsbeweging als een blok in slaap gevallen.
Om kwart over 8 verlieten we het hotelbed om de fietsen op te laden en aansluitend in het hoofdgebouw te gaan ontbijten. Onderweg kwamen we een groep van ongeveer 12 wandelaars tegen, die 26 km zouden gaan wandelen. In de ontbijtzaal kwamen steeds meer feestgangers met slaperige koppen binnen.
Om half 10 stapten we op de fiets om naar Heintrop te rijden, waar we gisteren al gesignaleerd waren. Onderweg kwamen we de groep wandelaars tegen. We werden hartelijk ontvangen door Vera en Ard en we konden ons nieuwe familielid Mattis in levenden lijve aanschouwen. Een leuk joch, dat al contact probeerde te zoeken.

We praatten over van alles en nog wat, o.a. over het gebruik bij de geboorte van een kind, dat Pinkeln heet. Terwijl de moeder nog in het ziekenhuis ligt, komen familie, buren, vrienden e.d.langs om een biertje te drinken op de boreling. Pinkeln betekent letterlijk plassen. Het eerste plasje is ook geel vocht, De symboliek is duidelijk, het eerste plasje is ook geel vocht. Dit is weer eens wat anders dan beschuit met muisjes. Alleen de door Dick Laan geschreven boeken over Pinkeltje bekijk ik nu met heel andere ogen....

We aten tomatensoep met broodjes, maar hoe gezellig het ook was, wij moesten weer op pad. Münster was de dichtstbijzijnde camping en dat was nog een behoorlijk eind fietsen. We namen hartelijk afscheid van Vera, Ard en Mattis en gingen op weg, terwijl de bewolking brak.
We staken de Lippe over bij Lippborg en vergisten ons meteen al in de route. Via het vergelijken van 2 kaarten kwamen we bij Assen weer op de goede weg. Hier begon het klimmen: die Beckumer Berge. Het was een mengeling van boerenland, waar we etage voor etage omhoog klommen.

Ik nam een slok water uit mijn bidon en het smaakte heel vreemd. Ada had bij Ard water in de bidon gedan. Er zat nog een laagje vocht in. Ik had 's nachts de bidon op de fiets laten zitten. Kennelijk had een van de feestgangers er een restant kruidenbitter of iets dergelijks in gedaan. Zwaar verdund levert dit een laffe smaak op. Ik ga er trouwens maar van uit, dat het kruidenbitter was en niet iets wat op Pinkeln lijkt....


Her en der waren trouwens mooie uitzichtspunten. Bij een ervan raakten we in gesprek met een Duitser, die ons wat over de lokale geschiedenis vertelde. Als het economisch slecht ging in Soest, een rijke stad, trokken de inwoners er op uit om vee e.d. van de omliggende steden te stelen. Beckum had, om dit te voorkomen, op deze berg een uitkijktoren gebouwd om de inwoners voor dit gevaar te waarschuwen: die Soestwarte.
Na een km fietsen door het bos kwamen we bij de Soestwarte uit. We liepen naar het terras, om even van het uitzicht te genieten en daar zat de groep wandelaars van 's ochtends. We hadden graag op het terras neergestreken, maar we moesten nog "weiter".
Het was onze laatste blik op het Lippetal.

zondag 14 augustus 2011

Oranier Fahrrad Route

Toen we gisterenavond naar bed gingen, begon het net te spetteren. De hele avond nacht kwamen er buien over ons heen, maar toen we om kwart voor 8 wakker werden, was het droog en een beetje zonnig. We fristen ons op en ruimden de binnentent op, waarna we de buitentent te drogen hingen over een voetbaldoel. Onderwijl ontbeten we.
Om half 10 reden we van de camping af. Dat ging gemakkelijk, want de R6 liep over de camping op een meter of 50 van onze kampeerplek. Over een glooiend, maar niet zo steil bospad langs de Edersee reden we onder de steile bergwanden met bossen, zoals we die gisteren in de andere richting vanaf Asel-Süd hadden gelopen.

Bij Bringhausen reden we ook over een camping. Asel-Süd was veel gemoedelijker. Langs de rand van het stuwmeer, dat vanaf Rehbach eindelijk een echt meer was, klommen en daalden we naar de stuwdam.


We reden de Talsperre Ederstausee op, waarna na een klein stukje vlak rijden aan de een klein stukje vlak rijden het klimmen naar Waldeck begon.

Het deed niet onder voor de klim naar Meerbornsheide. Alleen de vlakke aanloop ontbrak. Het ging met minstens 10% omhoog. In Waldeck reden we naar de Altstadt, waar we in een Konditorei wat aten en dronken en genoten van het mooie uitzicht op deze hoogte.

Aansluitend konden we een paar kilometer afdalen. We passeerden Netze, waarna we klommen en daalden in de richting van Selbach.

Vanaf Selbach volgde een lange klim, soms met vals plat, door het met bossen omzoomde boerenland. Boven onze hoofden zweefden een paar adelaars hoog in de lucht.

Vanaf de top van de heuvel daalden we 4 km af naar Freienhagen, waar we op een bankje wat aten. Over een vrij drukke weg klommen we naar de 425 meter hoge Brandrückenkopf. We reden hier 9 km door het bos, en aan de natte bospaden te zien, waren we de regenbui net mis gereden, terwijl wij tijdens onze lunchpauze een andere bui over zagen komen, waar we een half uur eerder gefietst hadden. Zoiets heet mazzelen.

Het traject door het bos werd alleen bij Volkhardingshausen even onderbroken door een open ruimte. Bij een boerderij waren enkele grote akkers. In de afdaling door het Langer Wald, met haarspeldbochten op een onverhard bospad, werd onze weg versperd door een omgevallen boom.
Met wat sjouwwerk wist ik de boom een klein beetje te verschuiven, zodat we er op een lager punt overheen konden. Gezamenlijk tilden we de fietsen over de boomstam om onze afdaling naar de Twiste te vervolgen.

Etage na etage klommen we naar Mengeringhausen. Dit steeds een stukje hoger klimmen ging door tot het eindpunt van de Oranier Fahrrad Route: Bad Arolsen.
In de geboorteplaats van koningin Emma gingen we op zoek naar kaarten van de omgeving net boven Hessen. Ik moet zeggen: dat viel niet mee. In de boekhandel was überhaupt niets, bij de Tourist Information wat globale kaarten.
We besloten de route te verleggen. Van de R6 namen we afscheid. We zouden naar de camping in Warburg fietsen.
Voor we zo ver waren, reden we langs het Schloss van Bad Arolsen.


Bij dit prachtige gele paleis zat de Oranjeroute er op!

Als ik nou nog geen lintje krijg....

We reden door naar Wetterenburg, waar we via een flinke omweg de Twistesee bereikten. Daar gekomen mochten we dezelfde weg weer terug rijden. Ik baalde.
Vanaf hier volgden we de Twiste, met alleen in Volksmarsen nog een keer fout rijden. Soms reden we langs de beek over stille weggetjes, maar ook regelmatig over drukke wegen. Via Welda kwamen we in Warburg uit, waar we camping Eversburg bereikten middels een laatste steile klim.
Om kwart over 6 kregen we daar te horen, dat we om 7 uur mee konden eten in het café van de camping. We maakten graag gebruik van dit aanbod, waarna we na 82 km fietsen de tent opzetten in het zonnetje op deze aan de fietsroute naar Praag gelegen camping.
Het enige raadsel, waar ik mee werd opgezadeld, was de verwelkoming van de eigenaresse: "U bent hier toch al eens eerder geweest?"
"Nee", kon ik uit volle overtuiging zeggen.
"Dan moet het iemand zijn geweest, die sprekend op u leek."
Ik ben benieuwd, wie dat is....