zondag 11 augustus 2019

Heidelberg en de Bovenrijnvlakte

"Het was een merkwaardige dag vandaag!", zei mijn vrouw, toen we gisterenavond om 11 uur in onze tent lagen. Ik was druk op zoek naar het Tour-de-France-t-shirt, dat ik net had uitgedaan en in mijn sloop wilde stoppen als deel van de kussenvulling.
Vanmorgen werd ik om kwart voor 6 wakker, Ada niet veel later. We ruimden alles op en ziedaar: mijn gele t-shirt kwam uit het sloop van mijn vrouw!
Gisteren was inderdaad een merkwaardige dag.
Er zullen ongetwijfeld mensen zijn, die het merkwaardig vinden om in de vakantie om 6 uur op te staan, maar in de ochtenduren is het relatief koel, zodat je dan het lekkerste fietst. Dat deden wij dan ook.
Na een mueslireep gegeten te hebben, fietsten we om 7 uur weg van camping "Schriesheim" en na 3 kilometer gedaald te hebben, reden we in Schriesheim de Heidelbergstrasse in. Via een mooie route met wat klimmetjes en afdalingen reden we langs de wijnvelden naar de oudste universiteitsstad van Duitsland toe.
De laatste 3 kilometer ging over een drukke toegangsweg. Om kwart voor 8 waren we in de Altstadt. We stalden de fiets tegen het Rathaus aan het marktplein en wandelden door het mooie centrum met tal van leuke hoekjes.




Vooral vanaf de Karlsplatz met het imposante kasteel van Heidelberg boven je had je een mooi uitzicht.

In een steeg tussen de Heiliggeistkirche en de Alte Brücke dronken we een glas koude melk en een cappuccino, voor we de Steingasse verlieten en nog even door het mooiste deel van de oude stad kuierden.




We aten brood met camembert op een bank op het Marktplatz, voor we via de Hauptstrasse op weg gingen naar het hoofdstation van Heidelberg.
Vanaf hier fietsten we naar het zuiden.
Het was al warmer dan gisteren om deze tijd, maar er stond ook meer wind, zodat we nog iets van verkoeling hadden. De druppel op een gloeiende plaat.
Na erst lang langs een drukke weg gereden te hebben, reden we bij Sandhausen een bos in. Bij de ingang van het bos stond een veertigtal fietsers. Toen zij onze bepakking zagen, werd er spontaan een erehaag gevormd en kregen we applaus.
Iets soortgelijks ken ik eigenlijk alleen van de marathon.
We reden 7 kilometer door het bos met als grote voordeel, dat we veel schaduw hadden. In Sankt Leon namen we een korte pauze, waar we water dronken en een banaan aten voor we op weg gingen. Ten zuiden van Sankt Leon reden we opnieuw een bos in. Hier zouden we 13 kilometer doorheen fietsen. In een schuilhut aan het eind van het bos hadden we klokslag 12 uur onze lunchpauze met brood met camembert of pindakaas en schijfjes komkommer.
Bij Forst kwamen we weer in de bewoonde wereld, waarna we via Bruchsal naar Untergrombach trapten. Bij een bakkerij namen we een jus d'orange. Obelix wist het al: "Rare jongens, die Gothen!"
We vulden daar ook onze lege bidons met koud water. Daarmee gingen we op pad. De eerste paar kilometer ging het goed, maar toen we bij het waarschuwingsbord voor overstekende kikkers de drukke weg overstaken, bleek het fietspad aan de overzijde na 500 meter dood te lopen.
We keerden ons om en de twee 64-jarigen staken de snelweg opnieuw over. Langs de akkers en de tuinen reden we Weingarten binnen. Door dit leuke dorp zigzagden we naar een volgend verkoelend bos op weg naar Grötzingen. 
Op het terras aan de Niddastrasse dronken we in de schaduw een Apfelschorrle en een alcoholvrije Hefe Weizen. We waren kennelijk net op tijd bij "Grezzo", want de volgende klanten kregen niets meer.
We begonnen aan het traject naar Pforzheim en volgden de Pfinz. Langs deze beek klommen we lichtjes. Dat werd anders, toen mijn vrouw op het illumineuze idee kwam om bij Berghausen naar het Naturfreundehaus te gaan klimmen. Ik was het er niet mee eens, maar berustte erin.
Het was volgens het bord 1,9 kilometer bij een stijgingspercentage van 6%.  Als je het zo leest, valt het mee, maar met 38 graden en een fiets met bepakking denk je daar toch anders over. Ik zat tegen de kramp aan, toen ik bij de top was en tot overmaat van ramp was het Naturfreundehaus ook nog eens dicht!
Op dat moment was mijn humeur minder zonnig dan dat van het weer op de dag, dat elders in Duitsland 40 graden Celsius werd gemeten.
De keuze was om 3 kilometer af te dalen op de weg, die we geklommen hadden, of aan de overzijde over een onverhard pad af te dalen. Ik duldde geen tegenspraak en we kozen voor het laatste.
Redelijk snel kwamen we een bord met een fietspad richting Singen tegen.  Meer onze richting op. Verderop in de afdaling zagen we zelfs Königsbach staan. Dat kwam nog beter uit en langs de akkers, waarop het graan net gemaaid werd, daalden we af.
Elk nadeel heb zijn voordeel: we hadden een prachtig uitzicht op de uitlopers van het Zwarte Woud. Na 6 kilometer dalen kwamen we in Königsbach.
Hotel "Badischer Hof" was echter gesloten wegens de freie Mittwoch.
Het volgende hotel was het luxueuze "Europäischer Hof" vlak bij Stein. Na 93 kilometer fietsen konden we eindelijk de fietsen stallen en een verfrissende douche nemen. Kamer 28 was ons domein voor een nacht.
Op de kamer was het lekker koel. De warmte viel als een deken op ons, toen we om half 7 plaats namen op het terras voor ons welverdiende diner op de verjaardag van onze zoon.
We hadden een salade met zeeduivel, hetgeen prima smaakte. Ik schreef in het vakantiedagboek, terwijl Ada verder las in "De verloren kinderen" van Diney Costeloe.
Mijn vrouw had witte wijn, ik Hefe Weizen. Naarmate de avond vorderde, werd het aangenamer qua temperatuur.
Ada had een grotere sorbet dan ik. Het zijn inderdaad merkwaardige dagen....

Geen opmerkingen: