vrijdag 30 januari 2026

"Je zult maar zo'n afwijking hebben!"

Na de lunch stapte ik op de fiets om naar IJshal De Vliet te pedaleren. Daar zou ik op de funbaan om 3 uur een kinderpartijtje leiden. De baan was op dat moment vrij leeg, zodat we alle ruimte hadden om de jonge kinderen op een speelse wijze de beginselen van het schaatsen bij te brengen.
Voor en na het partijtje reed ik een tiental rondjes op de 250-meterbaan. Daarna werd de baan geschaafd en gedweild. Ik ging naar de kantine, waar ik een warme chocolademelk met een klein beetje slagroom nam. Terwijl ik daar alleen aan een tafeltje zat, kwam Helen langs. Met haar raakte ik in gesprek.

"Hoe vaak sta jij op het ijs?"
"Zesmaal per week. Soms iets meer", antwoordde ik geheel naar waarheid.
"Je zult maar zo'n afwijking hebben!", kreeg ik te horen.
"Ik een afwijking?", luidde mijn weerwoord uit de grond van mijn hart.
Daar ik om 6 uur schaatsles moest geven, had ik de keuze om in de kantine te blijven of te gaan schaatsen. Ik koos voor het laatste.

Om half 5 klikte ik mijn ijzers weer onder en reed in mijn eentje 80 rondjes. Mijn benen voelden zwaarder aan dan gewoonlijk. Dat krijg je als je 's ochtends ruim 7 kilometer gaat hardlopen. Met geen andere schaatsers op de 250-meterbaan moest ik mezelf telkens weer op gang trekken. Gemiddeld gingen de rondjes in 42 seconden. Wat dat aangaat was het mooi vlak. Het was een prima training voor de wintertriatlon van 1 maart.

Met de dobbelsteen als belangrijkste hulpmiddel werd het een speelse schaatsles, waarbij de IJVL-kinderen me zelfs inspiratie voor een paar nieuwe oefeningen gaven.
Want die afwijking heb ik wel: ik zie altijd mogelijkheden om de schaatsles leuker en gevarieerder te maken....

Geen opmerkingen: