donderdag 18 juni 2026

Hitteprotocol

Het beloofde een warme dag te worden en dat klopte ook.
Ik had afgesproken om met Aad Kleijweg te gaan lopen. Ik had geen pijn meer in mijn rechterkuit, maar was wel voorzichtig. We dribbelden naar polderpark "Cronesteyn". Bij aankomst begon ik mijn maandagavond opnieuw opgelopen blessure weer te voelen. Het oprekken op het bruggetje kwam wat dat aangaat als geroepen.


De grote lisdodde stond er nog fier bij.

Na het oprekken ging het rustig haardlopen met af en toe een stukje wandelen best wel redelijk. Toen we 500 meter in eigen tempo wilden gaan leven, ging het mis. 

Voor mij werd het wandelen. Het was 10 uur, het moment dat het hitteprococol inging.

U ziet het, een braver burger dan deze 70-jarige moet u met een lantaarntje zoeken.

We pasten de stofzuigermethode toe. Aad liep een stuk meer dan ik, keerde zich dan om en liep mij tegemoet terwijl ik dezelfde richting op wandelde. We liepen langs de lepelaarskolonie, maar de lepelaars waren niet te zien hier. Wel een paddenstoel.

Doordat we een iets andere route liepen, kwamen we na de lopers van "Running blind" uit bij het bruggetje, waar we vroeger onder leiding van Pieter Smit bij de droogtraining een paar decennia lang onze spieren oprekten.


Na ruim 8 kilometer lopen dronken we volgens het hitteprotocol 3 koppen thee in plaats van 2. We zagen de koolmeesjes af en aanvliegen in ik keek naar een bloeiende passiebloem.

Met een tweetal stekjes van deze prachtige bloem fietste ik huiswaarts, waar ik mij douchte en mijn spieren insmeerde met spiroflor. De afspraak om verder te werken aan "Glibbers op glissen" verviel voor vandaag en morgen, zodat ik langs de voormalige Ton Menken IJsbaan aan de Vondellaan fietste.

Daar stonden de grote deuren open en kon ik voor het eerst sinds 2023 een kijkje nemen in het gebouw, waar ik talloze rondjes geschaatst heb.

Vanuit de deuropening zag het er zo uit.

Daar er druk geklust werd, besloot ik om via de officiƫle ingang de hal te betreden. Daar raakte ik in gesprek met iemand, die betrokken is bij de indoor padelbaan, die in juli haar poorten opent.

We maakten een ommetje naar het voormalige kantoor van de ijsmeesters. Het toegangspasje van Jan van Rijn was nog steeds aanwezig.

Vanuit het kantoor zag de baan er nu zo uit.


Al pratend maakten we daarna een rondje door de oude ijshal.


De muren waren grijs geschilderd voor het padelspelen. De tribune was verplaatst naar de andere kant van het juryhok. Tenslotte kwamen we uit bij de machinekamer.


Buiten was het, zoals een goede ijsbaan betaamt, een stuk warmer. Het hitteprotocol was nog steeds van kracht toen ik langs deze zomerbloemen naar huis fietste.

Geen opmerkingen: