Het zal niemand ontgaan zijn, dat Limburg afgelopen week getroffen is door een watersnoodramp.
Het is een onwezenlijk beeld als je zag, dat het water aan alle kanten naar beneden kwam zetten.
Zoals gebruikelijk waren er creatievelingen, die zich uitleefden op deze beelden.
Zelf ben ik heel wat keren in Limburg geweest om te fietsen en te wandelen. Het Mergelland is en blijft prachtig. Maar nu even niet.
Het is dus volkomen terecht, dat het Rode Kruis giro 777 heeft ingezet om geld in te zamelen voor de getroffen Limburgers. Natuurlijk is het een druppel op een gloeiende plaat, ook al is de vergelijking in dit geval niet helemaal juist, maar ik roep iedereen op om royaal te geven.
Het is een kwestie van solidariteit. Wat nu in Valkenburg aan de Geul geschiedt, zou ook in Valkenburg aan den Rijn kunnen geschieden en dan hopen wij, dat anderen ook klaarstaan om ons te helpen!
Het waren dan ook bizarre weerkaarten deze week.

Aan de westkust is geen druppel gevallen. Extreem weer derhalve. De klimaatopwarming laat zich voelen.
Een paar weken geleden 50 graden Celsius in Noord-Canada, nu overstromingen in Limburg.
En dan te bedenken, dat het noodweer in België en Duitsland nog harder toesloeg. Bij onze Zuiderburen zijn tot nu toe 27 doden geteld, bij onze Oosterburen 133, terwijl er nog honderden mensen vermist zijn.
Tijdens onze fietsvakanties in en om de Eifel zijn we door zwaar getroffen gebieden gereden, zoals over de mooie Ahr Radweg. Ook Erftstadt en Euskirchen behoorden tot de zwaar getroffen plaatsen.
Bij het stuwmeer van de Rursee was men bang, dat de dam instabiel zou worden. Dan zou de ramp niet te overzien zijn geweest.
Kortom, al ver voor de watersnoodramp waren wij al ramptoeristen.....
Posts tonen met het label Erft Radweg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Erft Radweg. Alle posts tonen
zaterdag 17 juli 2021
Watersnoodramp
dinsdag 10 september 2013
Nordrhein
Onze Poolse buren waren om half 7 al vertrokken. Ik had er niets van gemerkt. Daar de tent nagenoeg droog was, besloten we het voorbeeld van de Oosterburen van onze Oosterburen te volgen. Om half 8 verlieten we Campingplatz Rhein-Mosel.
Schuin tegenover de camping was een bakkerij, die net openging. Ada haalde een gesneden brood en 2 chocoladecroissants, die we meteen nuttigden.
We begonnen met een omleiding, die duurde tot de binnenhaven, waar we omheen moesten rijden. Aan der Rhein werd het tijd voor een ontbijt.

In Kesselheim vonden we een bank aan het water met uitzicht op Vallendar, dat aan de overzijde hoog op de heuvel lag.

We fietsten langs Weissenturm naar Andernach, waar we probeerden koffie te bestellen, maar wel snel. De diverse koffiemachines moesten nog worden afgesteld.
We reden door naar Namedy, waar we "Der Beulendoktor" aantroffen. Dat schept verwachtingen....
Via Bad Breisig en Knipp reden we Remagen binnen langs de pilaren van de brug, die in de Tweede Wereldoorlog een beslissende rol speelde bij de bevrijding van Europa.

In Remagen moesten wij ook een beslissing nemen: gaan we via Keulen en nemen daar de trein naar Aken, of fietsen we naar Aken toe? Bij een boekhandel vonden we de juiste kaart. Met Rheinland-Eifel moesten we er kunnen komen. Bij een Bäckerei hakten we bij een Mandelstamm de knoop door: we zouden de Rijn volgen naar Wesseling en daar vandaan via lokale fietsroutes op een camping bij Düren aankoersen.
Bij Oberwinter konden we aan de overkant de 185 meter hoge Leidenberg zien liggen.
Het was inmiddels erg druk op het fietspad, zodat we meer aandacht moesten geven aan de vele tegenliggers en iets minder aandacht konden besteden aan de mooie omgeving, zoals Königswinter (wat een prachtige naam!) en het Siebengebirge op de oostzijde.
Rond een uur of 1 reden we Bonn binnen, het voormalige regeringscentrum van toen nog West-Duitsland. In het kilometerslange park stonden meer dan 100 banken. We zouden rond die tijd gaan eten, maar Ada karde maar door. Zij wilde aan het water zitten. Die kans kwam op nog geen 100 meter van de Autobahn, die hier de rivier over een zeer hoge brug passeerde. Dat leek mij niet zo'n geslaagd plan, vooral omdat de opgang steil naar beneden liep.
We reden verder. Ada dacht, dat we niet verder mochten, terwijl de route hier liep.
"We kunnen even terug naar het eerste bankje", zei ze. Het eerste bankje lag pal onder de Autobahn....
Als Ada kan jagen, dan kan ik het ook.
Ik fietste door tot we de haven van Glanzheindorf gepasseerd waren. Op de eerste bank streek ik neer voor een niet al te gezellige lunch.
We fietsten door langs de rivier tot we bij Wesseling waren. We verlieten de Rijn, die we vanaf Plittersdorf bij Raststatt gevolgd hadden.
Aanvankelijk lukte het behoorlijk goed om de route te volgen, maar in Brühl ging het volledig mis. De route voerde door een park langs Schloss Falkenlust regelrecht het drukke centrum in. Net alsof je je op een drukke zaterdagmiddag door het winkelend publiek in de Haarlemmerstraat moet wurmen.
En de richtingsborden? Nergens te bekennen. We reden dus fout het centrum uit. En probeer dan maar eens de juiste route te vinden!
Na 3 keer navragen vonden we een bordje met Librarer See. We klommen behoorlijk en kwamen uit op een doodlopend woonerf. We moesten een pad omlaag hebben, maar konden het niet vinden. Een autochtoon hielp ons. Het bleek, dat een volle struik het richtingsbord aan het zicht onttrok. Hoezo, Deutsche Gründlichkeit?
We daalden af op een onverhard bospad en kwamen uit bij een driesprong, uiteraard zonder richtingbordjes. Op goed geluk kozen we per ongeluk het juiste pad: een steile afdaling naar de beek.
Een nog steilere klim volgde. Met een fiets met bepakking te steil voor mijn benen. Nadat een bosbouwer met tractor ons nogmaals op weg geholpen had, kwamen we uit bij de Librarer See, waar we vorig jaar gekampeerd hadden.
Vanaf hier fietsten we door het centrum van Erftstadt en wilden doorsteken naar Lechenich, maar we hadden met al 100 km op de teller onze dag niet. Weer ontbrekende bordjes, weer vragen, weer misrijden.

Uiteindelijk kwamen we in Lechenich en volgden de borden naar Nörvenich via Herrig. Het eerste plaatsje, dat we tegenkwamen, was echter Dirmerzheim. Weer terug. Mijn humeur was ver onder nul!
We reden op een soort lichtglooiende hoogvlakte en hadden op dit vrij kale boerenland de wind vrijwel steeds pal tegen. Het schoot dus niet op.

In Nörvenich troffen we vlak bij het Middeleeuwse kasteel een Italiaanse ijssalon. Een meevaller temidden van de tegenvallers.
Het was inmiddels bewolkt geworden en we trokken op deze wisselend bewolkte dag ons trainingsjack weer aan. Via Girbersrath reden we naar Düren. De stad bleek echter groter dan we dachten en daar de camping nog een stukje verder was, besloten we om een hotel te zoeken. Een taxichauffeur wees ons een goed hotel om de hoek. Zo kwamen we uit bij Hotel Post. Voor € 88,- hadden we een tweepersoonskamer. De fietsen stonden in de afgesloten parkeergarage.
Na 135 km fietsen konden we ons om kwart voor 7 douchen. We wandelden naar het centrum van Düren, waar de keuze in restaurants zeer beperkt bleek.
Uiteindelijk kwamen we terecht in een Mexicaans restaurant aan het enige tafeltje met 2 leren fauteuils pal voor een spiegel van 2 meter bij 1 meter.
We namen allebei hetzelfde menu: maïssoep vooraf en een verrassingsschotel met allerlei Mexicaanse gerechten. De muziek was toepasselijk in het genre van de Buena Vista Social Club.
Na een wandeling door het centrum waren we om 10 uur terug bij Hotel Post.
Voor we in slaap konden vallen, moest er eerst een ruzie beslecht worden. In de doorgang naar de parkeergarage stonden een man en een vrouw elkaar schreeuwend verwijten te maken. Op een gegeven moment kwamen ook anderen zich ermee bemoeien. Toen ze eindelijk hun kop hielden, zakten we weg in een diepe, diepe slaap.
Om 20 voor 8 stapten we uit bed. We namen een ochtenddouche en begaven ons naar de ontbijttafel. Het leek wel, of we in het hotel in Dartmoor waren, zoveel keuze was er. Kwark met muesli, fruit, croissantjes, bolletjes in allerlei vormen, beleg te kust en te keur en er was zelfs gebakken bacon.
Om 9 uur fietsten we weer door Düren. Het eerste reisdoel was Langerwehe. We zaten in de uitlopers van de Eifel en dat betekende klimmen en dalen. In Eschweiler namen we op het terras van "Der Grieche" koffie en chocolademelk. Vanaf hier volgde de een lange, vrij steile klim, de zwaarste van de dag.
Via Würstelen reden we naar Herzogenrath, waar een pittige klim ons bij klooster Rolduc weer in Nederland terugbracht.
Via knooppunt 43 fietsten we naar Kasteel Erenstein en daalden we af op een steile weg, die bekalkt was met veel namen van wielrenners. We zaten dus op het parcours van het NK wielrennen.
Op een grote kei in de schaduw lunchten we. Bij het wegrijden kwam Ada er achter, dat ze haar wielerhandschoen verloren had, toen we de eerste klim achter de rug hadden. Ze reed terug en vond hem. Die handschoenen willen wat deze vakantie!
Om kwart voor 2 hadden we de trein naar Utrecht, om 5 uur waren we terug van 3 weken fietsvakantie. De dagteller stond op 62 km, waarmee we in totaal op 1732 km uitkwamen. De rondreis door Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Zwitserland en Frankrijk is verreweg de verste fietsvakantie, die Ada en ik ooit gemaakt hebben.
Schuin tegenover de camping was een bakkerij, die net openging. Ada haalde een gesneden brood en 2 chocoladecroissants, die we meteen nuttigden.
We begonnen met een omleiding, die duurde tot de binnenhaven, waar we omheen moesten rijden. Aan der Rhein werd het tijd voor een ontbijt.
In Kesselheim vonden we een bank aan het water met uitzicht op Vallendar, dat aan de overzijde hoog op de heuvel lag.
We fietsten langs Weissenturm naar Andernach, waar we probeerden koffie te bestellen, maar wel snel. De diverse koffiemachines moesten nog worden afgesteld.
We reden door naar Namedy, waar we "Der Beulendoktor" aantroffen. Dat schept verwachtingen....
Via Bad Breisig en Knipp reden we Remagen binnen langs de pilaren van de brug, die in de Tweede Wereldoorlog een beslissende rol speelde bij de bevrijding van Europa.
In Remagen moesten wij ook een beslissing nemen: gaan we via Keulen en nemen daar de trein naar Aken, of fietsen we naar Aken toe? Bij een boekhandel vonden we de juiste kaart. Met Rheinland-Eifel moesten we er kunnen komen. Bij een Bäckerei hakten we bij een Mandelstamm de knoop door: we zouden de Rijn volgen naar Wesseling en daar vandaan via lokale fietsroutes op een camping bij Düren aankoersen.
Bij Oberwinter konden we aan de overkant de 185 meter hoge Leidenberg zien liggen.
Het was inmiddels erg druk op het fietspad, zodat we meer aandacht moesten geven aan de vele tegenliggers en iets minder aandacht konden besteden aan de mooie omgeving, zoals Königswinter (wat een prachtige naam!) en het Siebengebirge op de oostzijde.
Rond een uur of 1 reden we Bonn binnen, het voormalige regeringscentrum van toen nog West-Duitsland. In het kilometerslange park stonden meer dan 100 banken. We zouden rond die tijd gaan eten, maar Ada karde maar door. Zij wilde aan het water zitten. Die kans kwam op nog geen 100 meter van de Autobahn, die hier de rivier over een zeer hoge brug passeerde. Dat leek mij niet zo'n geslaagd plan, vooral omdat de opgang steil naar beneden liep.
We reden verder. Ada dacht, dat we niet verder mochten, terwijl de route hier liep.
"We kunnen even terug naar het eerste bankje", zei ze. Het eerste bankje lag pal onder de Autobahn....
Als Ada kan jagen, dan kan ik het ook.
Ik fietste door tot we de haven van Glanzheindorf gepasseerd waren. Op de eerste bank streek ik neer voor een niet al te gezellige lunch.
We fietsten door langs de rivier tot we bij Wesseling waren. We verlieten de Rijn, die we vanaf Plittersdorf bij Raststatt gevolgd hadden.
Aanvankelijk lukte het behoorlijk goed om de route te volgen, maar in Brühl ging het volledig mis. De route voerde door een park langs Schloss Falkenlust regelrecht het drukke centrum in. Net alsof je je op een drukke zaterdagmiddag door het winkelend publiek in de Haarlemmerstraat moet wurmen.
En de richtingsborden? Nergens te bekennen. We reden dus fout het centrum uit. En probeer dan maar eens de juiste route te vinden!
Na 3 keer navragen vonden we een bordje met Librarer See. We klommen behoorlijk en kwamen uit op een doodlopend woonerf. We moesten een pad omlaag hebben, maar konden het niet vinden. Een autochtoon hielp ons. Het bleek, dat een volle struik het richtingsbord aan het zicht onttrok. Hoezo, Deutsche Gründlichkeit?
We daalden af op een onverhard bospad en kwamen uit bij een driesprong, uiteraard zonder richtingbordjes. Op goed geluk kozen we per ongeluk het juiste pad: een steile afdaling naar de beek.
Een nog steilere klim volgde. Met een fiets met bepakking te steil voor mijn benen. Nadat een bosbouwer met tractor ons nogmaals op weg geholpen had, kwamen we uit bij de Librarer See, waar we vorig jaar gekampeerd hadden.
Vanaf hier fietsten we door het centrum van Erftstadt en wilden doorsteken naar Lechenich, maar we hadden met al 100 km op de teller onze dag niet. Weer ontbrekende bordjes, weer vragen, weer misrijden.

Uiteindelijk kwamen we in Lechenich en volgden de borden naar Nörvenich via Herrig. Het eerste plaatsje, dat we tegenkwamen, was echter Dirmerzheim. Weer terug. Mijn humeur was ver onder nul!
We reden op een soort lichtglooiende hoogvlakte en hadden op dit vrij kale boerenland de wind vrijwel steeds pal tegen. Het schoot dus niet op.

In Nörvenich troffen we vlak bij het Middeleeuwse kasteel een Italiaanse ijssalon. Een meevaller temidden van de tegenvallers.
Het was inmiddels bewolkt geworden en we trokken op deze wisselend bewolkte dag ons trainingsjack weer aan. Via Girbersrath reden we naar Düren. De stad bleek echter groter dan we dachten en daar de camping nog een stukje verder was, besloten we om een hotel te zoeken. Een taxichauffeur wees ons een goed hotel om de hoek. Zo kwamen we uit bij Hotel Post. Voor € 88,- hadden we een tweepersoonskamer. De fietsen stonden in de afgesloten parkeergarage.
Na 135 km fietsen konden we ons om kwart voor 7 douchen. We wandelden naar het centrum van Düren, waar de keuze in restaurants zeer beperkt bleek.
Uiteindelijk kwamen we terecht in een Mexicaans restaurant aan het enige tafeltje met 2 leren fauteuils pal voor een spiegel van 2 meter bij 1 meter.
We namen allebei hetzelfde menu: maïssoep vooraf en een verrassingsschotel met allerlei Mexicaanse gerechten. De muziek was toepasselijk in het genre van de Buena Vista Social Club.
Na een wandeling door het centrum waren we om 10 uur terug bij Hotel Post.
Voor we in slaap konden vallen, moest er eerst een ruzie beslecht worden. In de doorgang naar de parkeergarage stonden een man en een vrouw elkaar schreeuwend verwijten te maken. Op een gegeven moment kwamen ook anderen zich ermee bemoeien. Toen ze eindelijk hun kop hielden, zakten we weg in een diepe, diepe slaap.
Om 20 voor 8 stapten we uit bed. We namen een ochtenddouche en begaven ons naar de ontbijttafel. Het leek wel, of we in het hotel in Dartmoor waren, zoveel keuze was er. Kwark met muesli, fruit, croissantjes, bolletjes in allerlei vormen, beleg te kust en te keur en er was zelfs gebakken bacon.
Om 9 uur fietsten we weer door Düren. Het eerste reisdoel was Langerwehe. We zaten in de uitlopers van de Eifel en dat betekende klimmen en dalen. In Eschweiler namen we op het terras van "Der Grieche" koffie en chocolademelk. Vanaf hier volgde de een lange, vrij steile klim, de zwaarste van de dag.
Via Würstelen reden we naar Herzogenrath, waar een pittige klim ons bij klooster Rolduc weer in Nederland terugbracht.
Via knooppunt 43 fietsten we naar Kasteel Erenstein en daalden we af op een steile weg, die bekalkt was met veel namen van wielrenners. We zaten dus op het parcours van het NK wielrennen.
Op een grote kei in de schaduw lunchten we. Bij het wegrijden kwam Ada er achter, dat ze haar wielerhandschoen verloren had, toen we de eerste klim achter de rug hadden. Ze reed terug en vond hem. Die handschoenen willen wat deze vakantie!
Om kwart voor 2 hadden we de trein naar Utrecht, om 5 uur waren we terug van 3 weken fietsvakantie. De dagteller stond op 62 km, waarmee we in totaal op 1732 km uitkwamen. De rondreis door Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Zwitserland en Frankrijk is verreweg de verste fietsvakantie, die Ada en ik ooit gemaakt hebben.
Labels:
Eifel,
Erft Radweg,
Fietsen,
Fietsvakanties,
Rijndal,
Wandelen,
Zuid-Limburg
zaterdag 18 augustus 2012
Erft Radweg

Na 2 km flink klimmen vanuit het Ahrdal in Blankenheim, reden we ten noorden van dit stadje over een onverhard pad over op en neer golvend bos naar Frohngau. In het bos stak een ree een meter of 20 voor mijn voorwiel over.
In Frohngau moesten we een heuveltje over, waarna we 2 km konden gaan dalen naar Holzmühlheim, waar de Erftquelle was.
Hier stopten we even voor wat foto's.
De Erftquelle was heel wat overtuigender dan de Ahrquelle.
Het grote voordeel van een Quelle is, dat je op het hoogste punt bent. Je kunt dan heel lang afdalen. In het mooie dal daalden we af via Schönau naar Bad Münstereifel. Alleen voor Bad Münstereifel was er nog een stevige klim.
Bad Münstereifel was het zoveelste leuke stadje op onze fietstocht door de Eifel.
Ondanks dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels in puin is gebombardeerd, is het oude karakter van dit Eifelstadje goed bewaard gebleven.
Op een terras aan het water namen we cappuccino, koude melk en Käsetorte. Dit had veel weg van een rijstevlaai.
We bleven ruim een uur in dit leuke plaatsje.
Op een bankje bij de Wechter Tor aten we wat boterhammen, waarna we bij de fietsenmaker bij het station twee paar wielerhandschoenen kochten.
Om kwart over 2 waren we op weg naar Euskirchen. Bij Iversheim reden we even verkeerd, maar via Arloff trapten we over vrij vlak terrein naar Euskirchen, waar we bij de Italiaan, waar we vorig jaar gegeten hadden, nu een ijsje namen op het zonnige terras.
De weg naar de Erft was vrij snel gevonden. Hier was goed te zien, dat we de Eifel nu echt achter ons gelaten hadden. Niet dat het nu Hollands vlak was, maar de heuveltjes stelden niet veel meer voor.
Via Hausweiler, Weilerswist en Bliesheim reden we tegen de wind in naar Erftstadt, waar we om half 6 inkopen deden voor het avondeten. Na enig zoeken waren we om kwart over 6 op de camping. Bij Campingplatz "Liblarer See" was het lastig om binnen te komen. Ik kreeg een sleutel van het toegangshek, maar moest wel mijn ID-kaart afgeven: "Ausweis bitte!"
Waar hebben we dat meer gehoord?

Op de tentweide stond een grote tafel met een stuk of 20 Duitsers. De keus, waar we de tent op konden zetten, was dus beperkt. Maar elk nadeel heb zijn voordeel.
Net toen Ada wilde gaan koken, vroegen onze Duitse buren, of we mee wilden eten. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen. We schoven aan aan de lange tafel en kwamen naast Jurriaan Vreeburg te zitten, een Duitser, wiens vader in de Tweede Wereldoorlog via de Arbeitseinsatz in Duitsland te werk was gesteld en die daar zijn grote liefde vond. Zijn vader kwam uit Katwijk aan den Rijn!
Na 75 km gingen de barbecuestokjes er de diverse salades er wel in.
Om 8 uur gingen we nog even zwemmen in de Liblarer See. Het water was 23 graden, dus heerlijk.

's Avonds las Ada "De schaduw van de wind" van Carlos Ruiz Zafon uit. Ik deed hetzelfde met "De ooggetuige" van Simone van der Vlugt.

We werden de dag erop verwelkomd door een onbewolkte hemel. De van de dauw kletsnatte Susten 3XP hingen we droogstomen, terwijl we ontbeten. Om half 10 kon ik sleutel 71 inleveren, € 11,- betalen en konden we Kamp "Liblarer See", pardon, Campingplatz "Liblarer See" verlaten.
We fietsten naar Erftstadt, waar we in het prachtige park om Schloss Gracht heen reden en vandaar naar de Erft Radweg. Deze hervatten we tot Gymnich, waar we op zoek gingen naar de Gymnicher Mühle.
Dat was niet zo eenvoudig als we dachten. Bij deze watermolen verschijnt een heel natuurinformatiecentrum, maar dat was duidelijk nog niet klaar. Dat gold ook voor de cappuccino. Het zou een kwartier duren, voor het apparaat deze koffie zou leveren.
We reden dus verder, maar de richtingborden stonden zo vreemd, dat we het niet vertrouwden. Aan een paar werklui vroeg Ada de weg.

Zo reden we 5 minuten later over een voor vrijwel alle verkeerafgesloten viaduct over een Autobahn. We kwamen in een bos zonder duidelijke fietspaden. Het spoor van een mountainbikers bracht ons door het prachtige Wald, tot we op een groot grasveld kwamen. Een smal spoor liet ons zien, waar mountainbikers ons voor gegaan waren. Een kleine kilometer crossten we door het gras, tot een hardloopster ons de juiste weg wees.
We waren vlak bij Kerpen en hadden door de Kerpener Bruch gezworven. In Kerpen namen we op het Marktplatz latte macchiato, koude melk en 2 dunne flensjes.
Om klokslag 12 uur zaten we op de fiets naar Aussichtspunkt Frechen, pal naast Burg Modrath. Doordat de bomen inmiddels flink gegroeid waren, was niet veel te zien van deze 250 meter diepe bruinkoolwinningsput.

Langs de Erft fietsten we naar Bergheim. Vlak bij de Aachener Tor namen we om 1 uur op een bank onze lunch. We wandelden, stepten en fietsten door het voetgangersgebied van dit leuke stadje voor we aan ons laatste deel van de Erft Radweg begonnen.
We passeerden de enorme tuin van Schloss Paffendorf. Op weg naar Bedburg werd de rivier steeds breder.
Dit deel was het mooiste deel van de Erftradweg vanaf Euskirchen. Bedburg was een aardig stadje, maar we hebben in de Eifel wel leukere gezien.
Al met al was dit vanaf Euskirchen de saaiste tocht, die we in 2 weken fietsvakantie in de Eifel en aan de Moezel hebben gemaakt.

Na Schloss Bedburg stapten we over op de mooiere Wasserburgenroute.

Labels:
Boeken,
Eifel,
Erft Radweg,
Fietsen,
Fietsvakanties,
Mountainbiken,
Zwemmen
Abonneren op:
Posts (Atom)
