"Start the place where dream breed". Deze tekst op een fotolijst boven de urinoirs viel me vannacht op, toen ik onder een zeer heldere sterrenhemel naar het toiletgebouw gewandeld was.
Voor de rest had ik zeer vast geslapen en Ada nog vaster, daar ik om half 7 wakker werd en zij om kwart over 7. Behoudens de weg door Ettelbrück was het zeer stil op camping "Kalkesdelt". De tent was kurkdroog, dus dat ruimde makkelijk op op deze al warme morgen.
Op een tafelbank in de schaduw ontbeten we, waarna we om kwart over 9 de camping af reden naar het centrum van Ettelbrück, waar we al snel het fietspad langs de Sauer vonden. Zo reden we vrij vlak, zodat we ondanks de tegenwind flink opschoten.
Het landschap was mooi met de beboste heuvels aan beide zijden van de Sauer. Via Gilsdorp, Moestrof en Reisdorf gingen we met gezwinde spoed naar Wallendorf, waar we bij een hotel langs de weg koffie en jus d'orange dronken. Langs de route, waar ik in 2004 met een paar kinderen, die toen mee waren op vakantie naar Beaufort, gekanood had, fietste ik nu met mijn vrouw door Dillingen en Bollendorf naar Echternach.
In deze bisschopsstad, die vooral bekend is van Sint-Willibrordus en de befaamde Echternach-processie, gingen we op zoek naar een kaart van Saarland of van de Saar-Radweg. Deze vonden we niet, maar wel kregen we bij het Tourist Information een handig overzicht van fietsroutes rond Eifel, Mosel en Hunsrück met daarbij het begin van de fietsroute langs de Saar tot Saarburg.
Na een kijkje in de Dom, de aankoop van een camping gaz-tankje en een bezoekje aan het terras van een bakkerij voor een koffie, jus d'orange en 2 punten kwarktaart, stapten we gelaafd weer op de fiets om via Rosport en Born naar Wasserbillig te trappen, waar we na een lunchpauze in Born om 2 uur aankwamen.
De veerpont tussen Wasserbillig en Oberbillig kwam er net aan, zodat we voor € 2,80 de Moezel over konden steken.
Op een stukje Mosel-Radweg reden we naar de Saar-Mündung bij Konz.
Hier gingen we verder langs de Saar. Via Könen en Biebelhausen kwamen we in Saarburg aan.
In dit leuke stadje vonden we al snel het VVV, waar we een leporello-fietskaart van de Saar-Radweg vonden, die voor € 12,99 ons eigendom werd. Tevens hoorden we, waar de campings in Saarburg lagen.
Op grond van de naam kozen we voor camping "Leuktal", maar bij aankomst bleek deze pal langs een snelweg te liggen. Het werd dus camping "Waldfrieden", waar we zeer tevreden over waren.
Op veld 66 zetten we onze tent op. Gelukkig in de schaduw van de hoge bomen, want het was wederom een bloedhete dag. Na ons gedoucht te hebben fietsten we naar Rewe, een winkel waar een flinke IJshal in zou passen. Hier deden we inkopen voor het avondeten.
Met een dagtotaal van 87 kilometer waren we terug op "Waldfrieden", waar Ada de rijst met champignons, paprika, tomaat en courgette kookte. Er was yoghurt met perzik toe.
Om half 9 gingen we naar het terras van de camping, waar ik het dagboek bijwerkte, Ada de route van de komende dagen bekeek en we genoten van een witte wijn en een Weissbier op deze zwoele zomeravond.
Over een oude spoorbaan was aan de Duitse zijde van de Sauer een fietspad aangelegd. Dat volgden we tot het punt, waar de Sauer in de Moezel uitmondde. In Wasserbillig kochten we wat spullen voor de lunch, die we aan der Mosel nuttigden. De zon was door de wolken gebroken en het was weer bloedheet.
Met een veerpont staken we de Moezel over om na een korte onderbreking in Luxemburg weer door Duitsland te fietsen.
Tot Temmel was het vrij saai, maar daarna veranderde dat. De Mosel Radweg leek veel op het gedeelte, dat we vorig jaar langs de toeristische benedenloop van de Moezel gefietst hadden: wijnvelden tegen de hellingen op, leuke dorpjes en robuuste doch sierlijke kerken boven de brede rivier.
Op een kleine pauze na fietsten we de 27 km van Wasserbillig, dat aan de Duitse kant met de potsierlijke naam Oberbillig is getooid, in één keer door tot de camping tegenover Remich. Hier namen we op het balkon van het restaurant een ijsje. Het spetteren, wat begonnen was bij de bocht bij Pelzem, was opgehouden en het was meteen weer warm. In de verte zagen we een onweersbui hangen.
Nadat ik voor de tweede keer van die dag de schroef in de voorbagagedrager had vastgedraaid, staken we tussen Perl en Apach het Drielandenpunt over. Er stond een mini-Eiffeltoren.
Je merkte aan alles, dat je in Frankrijk was.
We klommen naar Sierck-les-Bains, waar we inkopen deden voor het avondeten.
Daarna gingen we op zoek naar een camping, die we vonden bij Malling. Na 103 km fietsen door 3 landen konden we onze tent op gaan zetten met op de achtergrond de stoomwolken van de kerncentrales langs de Moselle.
Communicatieproblemen zijn van alle tijden. Vooral communicatie tussen verschillende talen levert nogal eens hilarische taferelen op.
Zo bracht General Motors in de jaren '60 met veel bombarie de Chevrolet Nova op de markt in Mexico.
De Chevrolet verkocht echter niet. Niet zo heel gek trouwens, als je weet, dat "no va" in het Spaans "rijdt niet" betekent....
Vooral bij talen, die nauw aan elkaar verwant zijn, doet dit probleem zich voor. Alles kan net even anders zijn, dan je denkt.
Zo stuitte ik tijdens mijn fietsvakantie langs de Moezel op het bordje "Judengasse". Je denkt dan meteen aan de donkerste bladzijde uit de Duitse geschiedenis: de Holocaust met de gaskamers in Auschwitz. Maar dat is fout gedacht. Gasse betekent gewoon steeg. In het verleden hebben vermoedelijk veel Joden in deze steeg gewoond.
Een tweede voorbeeld deed zich voor in Daun.
Bij een Konditorei schreven we de laatste Ansichtkarten bij latte macchiato en chocolademelk. Ada was hier lekker bezig. Ze griste de landkaart van de Eifelsteig uit mijn handen, liet haar aantekeningenboekje vallen en bij het oprapen daarvan nam ze het talellaken mee. De helft van mijn chocolademelk kwam op het schoteltje of op het tafelkleed.
"Das ist nicht schlimm!" zei de serveerster.
Ik vond het ook niet slim van Ada! Dat was het natuurlijk ook niet, maar de serveerster bedoelde gewoon: "Het is niet erg!"
Een ander voorbeeld werd me aangereikt door mijn collega Bernadet Bakker, die aan kwam met het voorbeeld van een appelwijn met de naam Viez. Ik denk niet, dat het in Nederland goed zal verkopen....
Nu we het toch over levensmiddelen hebben: in Duitsland kom je regelmatig Neukauf binnen.
Het heeft niets te maken met studentes, die hun examen in het bed van de professor halen of met secretaresses, die zich in liggende positie omhoog werken in de organisatie.
Nee, Neukauf betekent gewoon Nieuwkoop. En dan heb je het over heel andere glijbewegingen.
Weer een misverstand de wereld uit. Blijft er voor mij nog eentje over. Dat mijn trainingsmaat Frank Damen zich gevleid voelt bij lezingen in Duitsland, dat kan ik me goed voorstellen. Deze beginnen bij onze Oosterburen steevast met "Meine Damen und Herren."
De vraag, die me intrigeert, is welk toilet hij bezoekt.
Het bordje op de deur is toch heel duidelijk....
Het Moezeldal zag er heel anders uit dan het Kylltal. Wijdser, minder hoge heuvels, veel wijngaarden en een veel bredere en veel trager stromende rivier. Bovendien kwamen we veel meer fietsers tegen, om over het autoverkeer maar te zwijgen.
De camping, die we uitgezocht hadden, bleek pal onder een Autobahn te liggen. We lieten camping Alte Fährturm voor wat die was en fietsten door naar Mehringen.
Hier deed Ada inkopen, voor we de Moezel overstaken om bij "Mehringer Schweiz" onze tent op te zetten. We hadden 89 km gereden.
Het veldje, waar we kwamen te staan, was prima geschikt voor de familie Flodder. En vandaag voor ons ook. Na de aardappels met gyros en prei met yoghurt toe, gingen we naar het terras van "Mehringer Schweiz"" met uitzicht op de Moezel en de wijngaarden. Het was een aangename avond met Moezelwijn en Bitburger bier.
De volgende ochtend begon met een vrijwel onbewolkte hemel en benevelde bergen. We begonnen nu echt aan onze tocht langs die Mosel. De rivier meanderde enorm. Dit deel van de rivier was stukken mooier dan het gedeelte, waar we gisteren langs gereden waren.
De zuidoever is trouwens een stuk rustiger dan de noordoever. Het zou vandaag een korte etappe worden. We zouden bij Bernkastel-Kues een camping zoeken.
We reden door het wijnbouwgebied. Op alle op de zonkant gelegen hellingen stonden rijen druivenplanten keurig in het gelid. Het dat was hier wat smaller, de heuvels wat hoger. We daalden lichtjes ag vanaf Mehringer Schweiz.
Bij Thörnich verlieten we de Moezel even om over vals plat tussen de druivenstruiken naar Köverich te fietsen. De zon stond inmiddels flink te branden. Bij Trittenheim staken we die Mosel over.
In Trittenheim zagen we diverse terrassen aan het water. Op een ervan zaten 2 mannen koffie te drinken. Toen zij weg gingen, was er nog steeds geen bediening langs gekomen. Dat klopte. Beide deuren zaten op slot.
We fietsten rond, maar hoeveel horeca er ook was, alles was om half 11 nog dicht. Uiteindelijk vonden we bij een Italiaan een terras onder een grote plataan. Bij de latte macchiato, koude chocolademelk en Schwarzwaldertorte werden de plannen bijgesteld. We zouden richting Cochem fietsen.
In Neumagen-Dhron troffen we een Tourist Information, waar we een niet zo gedetailleerde kaart van de Moezel kochten, waarop de Mosel Radweg was aangegeven.
We verlieten dit goed onderhouden en letterlijk en figuurlijk kleurrijke plaatsje om te trappen naar Piesport. Via Wintrich, Brauneberg en Mülheim reden we lichtjes dalend naar Bernkastel-Kues.
Onderweg kwamen we in dit prachtige rivierdal zeer veel fietsers tegen, maar ook enkele tientallen skeeleraars. Er ligt op dit gedeelte langs de oever van de Moezel behoorlijk veel skeelerasfalt.
In Bernkastel staken we de brug over om boodschappen te doen voor de lunch. Op een bank in de schaduw aten we aan de oever van de Moezel onze vers ingeslagen proviand.
Ik werd in het Nederlands aangesproken door een keurig geklede heer: "Komt u uit Leiden?"
Waar een IJVL-wielershirt al niet goed voor is.
Deze Duitser zou over 2 weken weer op vakantie naar Noordwijk gaan. Ada schatte hem in als reisleider op een van de vele rondvaartboten.
We bekeken de prachtige Altstadt van Bernkastel.
Allerlei leuke hoekjes en verrassende doorkijkjes, maar het was er vergeven van de toeristen.
Het leek de Haarlemmerstraat op zaterdagmiddag wel.
Om half 3 gingen we weer op pad langs de volgende slinger van die Mosel. Bij Zeltingen-Rachtig werd het jaarlijkse kermisterrein volgebouwd.
De vele wijnhuizen bleven hun Moezelwijn aanprijzen en dorpjes als Erden en Lösnich waren schattig.
Bij Wolf was er enige onenigeid. We kwamen langs een leuke camping, waar ik best zou willen staan, maar Ada vond het nog te ver weg van Cochem. We fietsten een km of 5 door, tot we in Trarbach stopten voor een ijsje. We staken de brug over naar Traben, waar we naar het station reden.
Voor € 11,- konden we naar Cochem. De fiets kon gratis mee. Dat zouden we de volgende dag doen. We deden inkopen bij Neukauf, waarna we noordwaarts reden naar camping "Rissbach".
Hier mocten we op een caravanplaats staan. Niet echt een fijne plek, maar daar Ada na 75 km niet meer verder wilde fietsen moesten we het er mee doen.
De volgende ochten waren we om 9 uur klaar met ontbijten en zaten we op de fiets naar Traben. Om 9.43 hadden we de boemeltrein naar Bullay, waar we over moesten stappen op de stoptrein naar Cochem. Vanuit de trein konden we al een flink deel van de tocht van 's middags verkennen.
Om half 11 waren we in het mooie, maar zeer drukke Cochem, waar we onze fietsen bij het busstation onder een afdakje stalden.
We wandelden de smalle straatjes in, op zoek naar een terras. De meeste bleken aan de Moezelzijde te liggen met behoorlijke prijzen. Het begon bij € 4,-. Wij waren bij Altstadt iets goedkoper uit.
Daarna begonnen we onze zwerftocht door de soms zeer steile straatjes van Cochem.
Via de Klosterberg klommen we naar het kasteel, dat hoog boven Cochem uittorende.
Vandaag was er echter ein Burgfest. De toegang was € 7,- p.p.
Daar we maar kort zouden kunnen blijven, lieten we dit achterwege.
We daalden af via de Schlossstrasse. Hoe Duits wil je het hebben?
Via Burgfrieden klommen we tot de Peterskappelle. Vanaf deze hoogte had je een prachtig uitzicht over die Mosel.
Via de Markt met de prachtige fontein wandelden we door een wirwar van Zuid-Europees aandoende smalle straatjes terug naar de fietsen.
Om 1 uur zaten we weer op de Mosel Radweg. We reden door tot Ernst. Het spreekt voor zich, dat iemand als ik, die immer ernstig is, hier graag wat langer wilde blijven. Dat kon ik alleen voor elkaar krijgen, zonder dat Ada argwaan kreeg, door een lunchpauze voor te stellen. Een bank onder een dak van druivenstruiken bood een prima lunchplek.
We vervolgden de route langs de noordoever. Het was er prachtig, maar achteraf hadden we beter bij Beilstein het pontje kunnen nemen naar de zuidzijde van de Moezel.
Nu reden we tot de brug bij Senhals pal langs een drukke provinciale weg. Bij Bremm namen we op deze wederom warme dag een appel een appel en konden weer op het boekje "Südeifel" gaan rijden.
We konden via een brug bij Neef, het zoveelste leuke plaatsje langs de Moezel, op de rustige zuidoever gaan rijden.
In Bullay sloegen we bij het dorpsplein met het prachtige beeld Brautrock af naar het pontje naar Alf. Hadden we toch onze vaartocht over de Moezel!
Ter hoogte van Merl volgde de enige echte klim van de dag.
We reden naar Marienburg, waar we een prachtig uitzicht hadden over die Mosel en de wijngaarden in het slingerende dal.
Na een half uurtje rondgewandeld te hebben, daalden we af naar de veerpont van Pünderich, die we passeerden op weg naar Reil, waar we een Italiaans ijsje namen.
Onder een grauw wolkendek reden we van Köverich naar Traben. Om 6 uur reden we met 56 km op de teller camping "Rissbach" op.
's Nachts passeerden enkele regenbuien onze camping. Ik haalde om 8 uur de bolletjes en croissantjes. We ontbeten onder de acacia om droog te kunnen zitten. De tent werd half nat opgeborgen en na € 25,50 betaald te hebben verlieten we Rissbach.
We volgden de noordoever van die Mosel. Het dal zag er totaal anders uit dan op de heenreis. Zo kwamen we door het prachtige plaatsje Kinheim.
In mijn jeugd heb ik wel eens tegen Kinheim gevoetbald, maar deze club ging met IEV op in KIC.
Bij Erden gingen we toch maar op de zuidoever fietsen, daar we anders een km of 7 op de rijbaan moesten rijden op deze warme, zonnige dag. Bij Wehlen staken we de Moezel weer over. Langs deze rivier vervolgden we de weg naar Kues, waar we bij een Weinkeller Milchkaffee, Kakao en Apfelküche bestelden.
Vanaf Kues was het nog maar 5 km tot het begin van de Maare Mosel Radweg bij Lieser.
Geboren en getogen in Nieuw-Vennep in een gezin met 12 kinderen en sinds 1979 woonachtig in Leiden. Mijn vader was de oprichter van het transportbedrijf B.Breed & Zonen in Nieuw-Vennep, dat nog steeds bestaat.
Ik ben in 1983 getrouwd en vader van 4 kinderen.
Ik train al sinds mijn verhuizing naar Leiden voor de Elfstedentocht en ben uiteraard een groot liefhebber van schaatsen op natuurijs.