Posts tonen met het label Ardennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ardennen. Alle posts tonen

zaterdag 5 augustus 2017

Clervaux

We werden 's nachts wakker van het gekletter op het tentzeil. De slaap kwam weer, maar om half 7 werden we wakker. Het regende opnieuw, terwijl de vogels hun vrolijke riedeltjes lieten horen.
Toen de regen was opgehouden verlieten we de tent om alles in te pakken en als laatste de nog natte tent op te breken. Om half 10 reden we van camping "Wiesenbach" af.

Vandaag zou het meer klimmen en dalen worden dan de afgelopen dagen. Dat begon al bij Neidingen. De eerste klim ging prima, de afdaling uiteraard ook, maar na een bocht volgde een behoorlijk steile klim. In een te groot verzet betekende dit lopen. Bij Auel kwamen we op onverharde wegen te rijden door het boerenland.

Bij Burg Reuland stond een bord van Hotel "Val de l'Our" aan de Vennbahn Radweg. Na een uur fietsen waren we wel toe aan iets lekkers. We liepen over de houten loopbrug over de Ulfbach en via de gebouwen achter het hotel kwamen we bij het restaurantgedeelte. Hier bestelden we koffie en vers sinaasappelsap met rabarbertaart. Het smaakte heerlijk.

Een kilometerslange klim over iets meer dan vals plat bracht ons in dit typische Ardennenland steeds hoger. Kilometer na kilometer kwamen we dichter bij de Luxemburgse grens.

Helaas was de treintunnel gesloten vanwege vleermuizen. Voor ons betekende dat eine Umleitung met het nodige klimwerk. Het fraaie uitzicht vergoedde veel.



De rest van de route was van hetzelfde laken een pak tot Troisvierges.

Met 182 kilometer op de teller hadden we de 127 kilometer van de Vennbahn Radweg volbracht. Op een bank aan de rand van Troisvierges aten we onze laatste boterhammen op, terwijl we met een Nederlandse wandelaarster praatte, die in haar eentje deze omgeving verkende.

Wij gingen op weg naar Clervaux en dat betekende 2 kilometer klimmen om af te dalen naar Sussel. Vandaar trapten we naar het dal van de Clerve. Via Maulesmillen legden we de laatste 5 kilometer naar Clervaux af. We werden gepasseerd door tal van Lotussen. Deze sportwagens scheerden langs ons heen.
In Clervaux konden we gelukkig brood kopen, zodat we morgenochtend in ieder geval op de camping konden ontbijten.

We fietsten door naar "Camping Officiel Clervaux", waar we voor 23 euro onze tent op veld 66 neer konden zetten. De natte tent stoomde droog. Terwijl Ada de was deed, ruimde ik de tent in. Ik smeerde de ketting van de fietsen voor we samen gingen zwemmen in het zwembad op de camping.
We utterden nog wat bij de tent, ik zette "Oorlog en vriendschap" in de campingbibliotheek en samen wandelden we naar Clervaux. We beklommen de berg naar de abdij toe.



In dit Benedictijner klooster was juist een vesper bezig toen wij er aan kwamen.


We bekeken op eigen houtje een paar toegankelijke delen van het klooster voor we voor een ander pad aan de bergwand afdaalden.

Zo kwamen we bij de Dekanale kerk, die we even bekeken.

Het was inmiddels 6 uur en het werd etenstijd. We streken neer op het terras van "De Lonati". In de schaduw, want in de zon was het net even te warm. Ik had een soort ravioli met tonijn, Ada een pastaschotel met pistache en pesto. Het smaakte erg goed, net als de amuse van bulgur en het broodje. Ik had een Franziskaner Weissbier, Ada een glas witte wijn. Zo kwamen we zonder nagerecht op al € 48,50.
Op de camping kochten we bij de Nederlandse eigenaren twee Mövenpick-ijs, voordat we bij de tent thee zetten. Ada las verder in "Een meisje uit Oradour", ik werkte het dagboek bij en begon aan "Verhalen over de Tour de France", een bijlage van het tijdschrift "Fiets".

Nu we het daar toch over hebben: vandaag hebben we ruim 44 kilometer gefietst. Bij Troisvierges zagen we een geel geverfde oude fiets langs de kant van de weg.
"Hier zal de Tour de France wel een keer langs gekomen zijn", zei ik tegen Ada.
Het bleek onlangs te zijn geweest. Op het terras van "Da Lonati" zat een gezelschap van 5 Nederlanders en Luxemburgers. Eén van hen vertelde, dat de Tour dit jaar niet door Clervaux, maar wel door Troisvierges was gekomen.

We mochten vandaag niet door de vleermuizentunnel. Vanavond konden we ze toch zien. Ze vlogen over onze hoofden op de camping.

Hautes Fagnes

Om een uur of 7 werd ik wakker na de eerste keer, dat ik in een kasteel heb geslapen.

Ada had wat minder vast geslapen dan ik, terwijl kasteelvrouwen nogal eens heel diep plachten te slapen.

We ruimden alles netjes weg en deden om half 8 de fietstassen op de fiets. Het was droog maar zwaar bewolkt. We haalden de lakens van de matrassen, deden het matras, dat op de vloer lag, weer terug op het bovenbed en wandelden rustig naar de ontbijtzaal, waar we tot 8 uur moesten wachten voor we wat konden eten.

Tijdens het wachten las ik een folder over de Monschau Marathon op zondag 13 augustus. Als je het profiel van het parcours zag, dan wist je, dat deze een stuk zwaarder is dan de vlakke marathon van Leiden.


Om half 9 hadden we ontbeten. We namen een paar cupjes honing en chocoladepasta mee voor onderweg en gingen afrekenen. Een nachtje op het kasteel kostte ons € 62,-. Niet gek voor een nachtje op stand.

De receptionist van de jeugdherberg van Monschau, die wel met eenzelfde kapsel, baardje en bril wel wat weg had van Bas Warnink, gaf ons een goede tip voor de route naar de Vennbahn Radweg: "Drei Mal links, beim Brauerei rechts und über die blaue Brücke rechts."
Het klopte helemaal en langs de Rur klommen we door de bossen over een onverhard pad naar Reichenstein.

Over de Vennbahn reden we naar Kalterherberg, waar we er al weer vanaf gingen.



We staken de brug over en fietsten naar Küchelscheid, waar we 4 jaar geleden gekampeerd hadden en de Vennbahn voor het eerst waren tegengekomen.

Over een weg met veel klimmen en af en toe een afdaling reden we door de bossen naar de Hoge Venen. Tot de rand van Sourbrodt was het helder, welke route we moesten nemen, daarna was het even zoeken. Vooral in het bos richting Signal de Botrange was het een beetje gokken, hoe de route liep.
Na een stukje klimmen op een mountainbikepad kwamen we goed uit. We werden beloond met een prachtig uitzicht op de Hautes Fagnes.

Vanaf het uitkijkpunt trapten we het laatste stukje naar het Signal de Botrange, met 694 meter het hoogste punt van België.

Hier zouden we wat gaan drinken, maar om 10 voor 11 zag het er nog gesloten uit. Het zou om 11 uur open gaan, dus we gingen naar het informatiecentrum, waar we de Bikeline-gids "Vennbahn Radweg" zagen. Daar de route tot Luxemburg-Stad doorging, besloten we het boekje voor € 13,50 te kopen.

Buiten gekomen was het inmiddels 5 over 11. Het restaurant zat nog steeds potdicht. We daalden een kilometer af naar het natuurcentrum, waar we koffie en warme chocolademelk namen met een stuk appel-abrikozentaart.
Met de gedetailleerde kaart uit de Bikeline-gids daalden we zonder problemen af naar Sourbrot en Bosfagne, waar we de Vennbahn weer oppikten. Daar we lichtjes daalden naar Weywertz schoot het lekker op.
In Faymonville namen we een pauze. In de schuilhut aten we brood en dronken melk. Via Waimes vervolgden we de route. Er zou een onverhard stuk komen tot aan St.-Vith, maar dat viel erg mee. Er lag skeelerasfalt, waar een enkele skeeleraar gretig gebruik van maakte.

Aanvankelijk was het vals plat omhoog tot Born, waarbij Ada af en toe gewoon van mij wegreed. Of zij is erg in vorm, of ik heb ingeleverd ten opzichte van vroeger.
Waar niet op ingeleverd was, was het uitzicht. Daar we in opener gebied reden hadden we prachtige vergezichten. De zon kwam nu wat vaker door het wolkendek, dus het was een stuk aangenamer dan vanmorgen, toen het aardig koud was.
Na de waterscheiding tussen Rijn en Maas gepasseerd te zijn, trapten we naar St.-Vith, waar we boodschappen deden voor het avondeten.

We keken nog even in de kerk, waarin de botten van Sint Vitus zouden liggen en fietsten naar Wiesenbach, waar de laatste camping was voor Troisvierges.

Om half 4 betaalden we € 15,- bij het café voor een plekje op veld 8 van camping "Wiesenbach". De kilometerteller stond op 150, zodat we vandaag 61 kilometer gereden hadden.
Bij de tent utterden we wat, dronken thee en ik douchte me, terijl Ada een bonenschotel klaar maakte. De salade was komkommer met als toetje stukjes gebakken appel.

We maakten plannen voor na Luxemburg en terwijl Ada verder las in "Een meisje uit Oradour", werkte ik het dagboek bij en las "Oorlog en vriendschap" van Dolf Verroen uit bij een Diekirch-biertje in het café tegenover de camping.

woensdag 2 augustus 2017

Vennbahn Radweg

Om 6 uur werd ik wakker. Er werd ergens in de buurt van de camping op het land gewerkt, maar het klonk alsof het heel vlakbij was. De slaap kwam niet meer terug en om kwart voor 7 stapten we uit de slaapzak om ons in onze wielerkleding te hijsen.

De tent was nagenoeg droog. Nadat alles op de fiets zat, gingen we aan de tafel zitten. De 3 Vlaamse broers vertrokken op 2 fietsen naar Boedapest.

Na het ontbijt fietsten we linea recta vanaf camping "De Gastmolen" via Vaals naar Aachen. Daar stalden we de fietsen bij de Dom en gingen op zoek naar Tourist Information. Nadat we de eerste aanwijzingspijl, die we zagen, volgden, kwamen we uit bij onze fietsen....

Uiteindelijk bleek het VVV de andere kant op te liggen, zo'n 200 meter bij onze fietsen vandaan. Hier kregen we een plattegrond van Aken met het precieze begin van de Vennbahn Radweg.
We wandelden terug naar de Dom, waar we een kijkje namen in deze prachtige Romaanse kerk, waar we naast gebrandschilderde ramen ook veel mozaïekwerk zagen.












Bij een bakkerij namen we een Urbrot en met een paar aardbeientaartjes zaten we op het terras. Rond het middaguur fietsten we naar het begin van de Vennbahn Radweg. Op weg er naar toe werden we 2 keer aangesproken door enthousiaste Duitse fietsers.


Direct na een viaduct begonnen we aan de route naar Troisvierges. Het was een verademing om niet langs het autoverkeer te fietsen ook al reden we de eerste kilometers door de buitenwijken van Aken.



Bij Brand trapten we over een inderdaad vrij vlakke route naar Kornelimünster. Het werd steeds bosrijker. Na Walheim gepasseerd te zijn vonden we in de buurt van Schmithof een bank, waar we konden lunchen.

Door de bossen vervolgden we de weg naar Raeren en Roetgen. Op de grens van België en Duitsland dronken we koffie en jus d'orange.
Tot Lammersdorf was er prima skeelerasfalt, waar we inderdaad een skeeleraar zagen op dit kilometerslange vals plat door de bossen. Daarna werd het een onverhard pad. Op het leem reed het verder wel goed.
Wat minder was, was het weer. Het begon te regenen. Niet echt hard, maar hard genoeg om de jassen aan te trekken.

We begonnen bij Könzen te dalen richting Monschau. Hoewel de Vennbahn Radweg Monschau links liet liggen, wilde Ada hier toch naar toe. Hier zouden we inkopen doen voor we op weg zouden gaan naar de camping in Küchelscheid. Het liep echter ietwat anders.

In dit zeer toeristische stadje zagen we echter geen levensmiddelenwinkel. We besloten om eerst wat te drinken bij een Bäckerei. We deelden een grote koek. Wat we buiten zagen was echter andere koek. De regen kwam met bakken naar beneden. En het zag er niet naar uit, dat het gauw zou stoppen. Voor ons een teken om ons plan bij te stellen.
We wisten, dat er een jeugdherberg was in Monschau. We besloten om er in de stromende regen naar toe te rijden. We hadden al snel door, dat we fout zaten. Terug naar het centrum, waar het Tourist Information nog open was. Een vrouw belde of er nog plaats was in de herberg. Deze was er gelukkig. We kregen de weg uitgelegd.
Eerst klopte het. We klommen. Maar toen we daalden, dachten we, dat we fout zaten. Terug en de volgende weg proberen. Deze bleef echter langs de Rur lopen. Weer terug. De eerste weg bleek toch de juiste te zijn.


Na de afdaling begon een flinke klim over de kasseien. Met het lichtste verzet lukte het netaan om boven te komen, zodat we de toegangspoort tot het kasteel bereikten. Daar konden we eerst niet verder. Een vrachtwagen met tribuneonderdelen kon de steile klim niet maken. Twee man op de voorbumper waren niet genoeg tegenwicht voor de lading hout en staal. Er kwam zelfs rook van de banden van de voorwielen, toen de chauffeur gas gaf.
Gelukkig liet hij een klein gaatje vallen, zodat we ruimte hadden om onder de tweede poort door te gaan en het kasteel te betreden. In het hoofdgebouw was de jeugdherberg gevestigd. Hier zouden we de nacht doorbrengen.

De fietsen zetten we onder een afdak, de tent lieten we erop zitten. Met 4 Ortlieb-voortassen en 2 achtertassen gingen we naar de tweede verdieping, waar we in de Turmfalke zouden slapen.

Het eerste, dat we deden, was een warme douche nemen en droge kleren aantrekken. Daarna hingen we alles te drogen, terwijl we de vloer klaarmaakten om 's avonds het matras van het bovenbed neer te leggen. Dat leek ons beter dan dat 's nachts een van ons in het donker van de trap van het stapelbed af moest.

We wandelden via de trappen naar het centrum van Monschau, waar we aan het 's middags nog volle plein een restaurant vonden na bijna 75 kilometer fietsen.



Hier bestelden we in restaurant "Flosdorff" een forel. Ada nam er een met kruiden, ik met gebrande amandelen. Mijn vrouw nam een karafje witte wijn, ik een Eifeler Landbier. Als toetje namen we een sorbet. Inclusief fooi kwam dit uit of € 47,-.


In de frisse avondlucht wandelden we om 9 uur door Monschau op zoek naar hoe we morgen het handigste terug konden keren naar de Vennbahn Radweg. We liepen langs de Rur naar het punt, waar we Monschau in reden.


We beklommen de trap weer om hier de Burgkehr, de Bergstrasse en de Burgring op een viertal manieren te bekijken alvorens we naar de Burg zelf zouden gaan, waar we om 10 uur onze kamer opzochten.