Posts tonen met het label Ploegenachtervolging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ploegenachtervolging. Alle posts tonen

dinsdag 17 februari 2026

Rijden als een natte krant

Vandaag stond de ploegenachtervolging op het programma op de Olympische Spelen in Milaan. Om met het goede nieuws te beginnen: WE hebben zilver. 

De Nederlandse vrouwen om precies te zijn. Joy Beune, Marijke Groenewoud en Antoinette Rijpma-de Jong verloren in de finale van Canada na in een bloedstollende halve finale Japan te hebben verslagen.
Tot zover klopte het verhaal in De Speld, dat beter leesbaar wordt als u er op klikt, helemaal.

Een tikkeltje anders ligt het bij de ploegenachtervolging voor de mannen. Zij grepen net naast het brons door in de troostfinale met 0,09 seconden van China te verliezen.

De eindsprint van Jorrit Bergsma, Chris Huizinga en Stijn van de Bunt was ijzersterk, maar net 100 meter te laat ingezet. Je kunt dus niet zeggen, dat zij reden als een natte krant. 
Maar de boos wegbenende Marcel Bosker zal ongetwijfeld de krant van morgen halen.

Je moet maar durven als je voor de tweede keer op rij op een wild card naar de Olympische Spelen mag ten koste van een schaatser, die zich geheel volgens de regels WEL geplaatst had voor de Winterspelen.
Tim Prins mag zich echt bekocht voelen. De grotere kans op een medaille bleek dus een grote fout. 
En beste keuzeheren, als er bij de mannen afgeweken kon worden, waarom dan niet bij de vrouwen? Joy Beune is wereldkampioene op de 1500 meter, had alle wereldbekerwedstrijden op de schaatsmijl dit seizoen gewonnen en deze GROTE kans op goud moet zij missen. Is het verbazingwekkend, dat zij nu minder in vorm is dan in het najaar? Welnee, door deze beslissing is ze uit de winning mood gehaald. 

Een schaatser, die gaat piekeren, raakt uit balans op mentaal gebied. Iedereen, die wat weet over mentale training, kan deze conclusie zelf trekken.
Nu we het toch over kranten hebben: dit artikel uit het Leidsch Dagblad kan ik u van harte aanbevelen.

(Afbeelding openen in nieuw tabblad om te vergroten)


Ik ken Erik van Kordelaar al bijna 40 jaar en geef op woensdagmiddag met hem schaatsles in IJshal De Vliet. Over dit verhaal is een film gemaakt: Tien jaar wachten op applaus.
Daarnaast is er nog iets, waar we al jaren op moeten wachten: de Molen- en Merentocht. Mocht het weer een keer meewerken, dan verhinderde de bureaucratie dit grootste schaatsfestijn in onze omgeving. Gelukkig kwam ook daar blijkens dit artikel uit het Leidsch Dagblad een kentering.

donderdag 15 oktober 2020

Ab Krook

Vandaag werd bekend, dat oud-bondscoach Ab Krook  afgelopen dinsdag op 76-jarige leeftijd is overleden aan de gevolgen van een herseninfarct. Als schaatser heet hij geen hoogvlieger te zijn geweest, hoewel menig schaatser er blind voor zou tekenen, als hij überhaupt op een Nederlands kampioenschap zou mogen starten.

Als trainer was Krook een regelrechte topper, die menig schaatser kampioen gemaakt heeft. Uit die jaren stamt de gevleugelde uitspraak: "Waar Krook is, is vuur!" Een van die kampioenen was Rintje Ritsma,

Daarover vertelde Ab Krook destijds smakelijk tijdens een clinic, die ik gewonnen had bij de Nierstichting Elfstedentocht op de ijsbaan van Haarlem. Als hij naar de indertijd onrustig rijdende Ritsma "Pizza" riep, wist de viervoudige wereldkampioen  allround meteen, waar hij op moest letten.

Tijdens die clinic leerde ik de simpele manier om de basishouding goed uit te leggen. Ruim een decennium later gebruik ik deze uitleg nog steeds: "Maak een vuist, hou deze tussen je knieën en ga op de wc zitten. Haal de vuist weg en schaats in deze houding weg."
Dat ik deze uitleg nog steeds gebruik is niet voor niets. Deze klopt namelijk als een bus!

Verder heb ik voor de IJVL een keer een lezing geregeld, waarin deze bondscoach uitlegde, hoe je het beste een ploegenachtervolging kunt rijden.
Daarbij gaf Krook ook nog een wijsheid mee, die ik onder de aandacht wil brengen bij iedere schaatstrainer: "Trainen op techniek als je al moe bent heeft geen zin. Integendeel zelfs. Je slijpt er dan foute patronen in."

Ab, rust in vrede.

woensdag 21 februari 2018

Het geheim van Oranje

Vandaag stond het moeilijkste maar mooiste onderdeel van het schaatsen op het programma: de ploegenachtervolging. In Sotsji wonnen we daar tweemaal goud, dus dat zouden we vandaag ook wel weer doen. Het liep een tikkeltje anders.
De dames plaatsten zich keurig voor de finale door de Verenigde Staten in de halve finale te verslaan.
Daarin delfden ze het onderspit tegen Japan, dat het hele seizoen al oppermachtig is op de ploegenachtervolging, dus Johan de Wit heeft de Japanse vrouwen structureel op een hoger plan gebracht. Mijn lof daarvoor.
Bij de mannen, met Sven Kramer als de nimmer aflatende diesel in de gelederen, ging het in de halve finale al mis tegen de Noren, mede dankzij een gebroken klapveer van Jan Blokhuijsen. Je mag het pech noemen, maar je zou toch verwachten, dat op dit niveau niets aan het toeval wordt overgelaten.
Nederland greep nog wel het brons tegen Nieuw-Zeeland, waarna Noorwegen in een zinderende finale afrekende met thuisland Zuid-Korea, getraind door onze eigen Bob de Jong.
Het goede nieuws is, dat Noorwegen weer helemaal terug is op het hoogste podium met 2 gouden en een bronzen medaille.
Het slechte nieuws is, dat ik jullie een geheim moet verklappen. Het geheim van Oranje. Ik weet niet, of het jullie is opgevallen, maar het begin van de Olympische Spelen in Pyeongchang was een ware goldrush voor Nederland. Dat kwam, doordat de schaatsers tot grote hoogte werden opgestuwd door niemand minder dan Elfstedencrack Willem-Alexander van Buren.
Maar nauwelijks had het koningspaar de hielen gelicht, of het aantal gouden medailles liep drastisch terug.
Toeval? Ik dacht het niet. Dan kent u de Vaderlandsche geschiedenis niet goed. Daarin stond tijdenlang de leus "Voor koning en vaderland" centraal.
Onder het toeziend oog des konings deed eenieder zijn of haar Vaderlandsche plicht, doch daarna werd het toch wat minder.
Jullie zijn nu op de hoogte van het geheim van Oranje.
Maar niet verder vertellen hoor....


zaterdag 22 februari 2014

Lenteloop

Zelden is de benaming "Krokusvakantie" zo raak gekozen als dit jaar. De krokussen schoten de afgelopen anderhalve week door het veel te warme februariweer als paddenstoelen uit de grond, terwijl de sneeuwklokjes ook nog vol in bloei stonden.


Met het oog op de finale van de ploegenachtervolging in Sotsji had ik om 12 uur met Hans Boers te gaan lopen. Ik fietste naar station Voorschoten, nadat ik iets bij mijn schoonouders had afgeleverd.
We liepen over de Papelaan naar de fietstunnel van Den Deyl, een klein stukje langs de A44 en door het park, dat het gemeentehuis van Wassenaar omzoomt. Over de landgoederen gingen we door tot de tunnel onder de A44 bij de voormalige dierentuin. Over de Horstlaan en de Velostrada kwamen we bij temperaturen van een graad of 10 weer bij station Voorschoten uit.

Overal om ons heen was duidelijk: de lente zat in de lucht. Of in het Engels: "Now that the spring is in the air".

Na me na deze lekkere lenteloop van 12 km thuis gedoucht te hebben, kon ik gaan genieten van de hogeschool van het schaatsen. De Nederlandse dames hadden het makkelijk: zowel Japan als Polen legden zich vanaf de eerste meter neer bij de Nederlandse suprematie.

Bij de mannen moest Nederland vol aan de bak tegen Zuid-Korea, maar dit trio wist ook goud te behalen.

Voorafgaand hieraan was er een relletje rond het zich terugtrekken van Jorrit Bergsma als reserve bij de ploegenachtervolging. Erben Wennemars en Rintje Ritsma gaven hier hun visie op, waarbij ik opveerde, toen ik deze wijze woorden van de Beer van Lemmer hoorde: "Schaatsers zijn allemaal individualisten. In teamverband rijden vinden ze erg lastig. Eigenlijk zijn het allemaal haantjes!"
Waar heb ik dat eerder gehoord?

Ploegenachtervolging en zo

Bij de schaatsles van de IJVL haakte ik gisterenmiddag aan bij de Olympische Spelen. Waar ik bij de instuif in de Leidse IJshal slechts een door pilonnen afgebakend stuk van de baan tot mijn beschikking had, daar hadden we nu meer ruimte tot onze beschikking.
Allerlei oefeningen, die afgelopen week rond het thema "Olympische Spelen" aan bod waren gekomen, passeerden ook nu weer de revue.
Er waren 9 kinderen in de groep van Walter Boon en mij, waarvan één proeflesser. Zie dat laatste met nog slechts een tweetal schaatslessen te gaan maar als een investering in het nieuwe seizoen.
De kinderen hadden het prima naar hun zin. De basis om te leren schaatsen is immers schaatsplezier. Een heel scala aan oefeningen zorgde voor de nodige variatie, maar de nadruk lag toch een beetje bij de ploegenachtervolging. Zo konden de kinderen aan den lijve ervaren, hoe moeilijk het is om in drietallen 6 rondjes met elkaar te schaatsen en na ieder rondje van kop wisselen. Terwijl bij zowel de dames als de heren Oranje liet zien, hoe het moest.

In de Leidse IJshal konden we het ons veroorloven om het Olympische motto te hanteren: "Meedoen is belangrijker dan winnen!"
Aan het slot deden we met alle aanwezige kinderen tikkertje. Dit keer was het "medailles verzamelen". Als een kind getikt was, moest hij of zij aansluiten bij de tikker. Dat ging zo bij ieder volgend getikt kind. Zo werd de sliert steeds langer.
De eerste sessie was met 2 tikkers, de tweede met 3 en de laatste met 4. Uit eigen ervaring kan ik u meedelen, dat je als trainer ook goed op moest letten....

vrijdag 21 februari 2014

Het loon van de angst


We hebben er weer een medaille bij. De Nederlandse mannen staan in de finale van de ploegenachtervolging, het mooiste onderdeel bij het schaatsen. Wat is het een genot om als schaatsliefhebber te kijken, hoe mooi drie atleten perfect in elkaars slag vallen.
Daar ik al dik 30 jaar iedere week in de Leidse IJshal in kleine groepjes of pelotons schaats, weet ik hoe moeilijk het is om precies in iemands slag te rijden.

Het Nederlandse trio, bestaande uit Sven Kramer, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen, treft in de finale Korea.
Wie er niet bij zijn, zijn de Noren en de Russen. Zij ontvangen het loon van de angst. Hadden ze maar niet de 10 kilometer moeten laten schieten. Vooral in Noorwegen zelf, een land met een enorme traditie op de 10.000 meter, is dit verkeerd gevallen, zoals blijkt uit dit gedicht, pardon, dit loflied, op deze foute beslissing.
Zie hier het fel realistische epos van Frode Grytten: "Waar was je toen er nul Noren meededen aan de 10 km in Sjotsji?"

zaterdag 27 februari 2010

Een koude douche


Gisterenavond kreeg de Nederlandse delegatie bij de ploegenachtervolging een koude douche te verwerken. Door misverstanden verloor een ploeg met twee winnaars van goud op de Olympische Spelen in Vancouver in de halve finale tegen het team van de Verenigde Staten. Onnodig, maar hier wreekte zich het onvoldoende getraind hebben op dit prachtige onderdeel van de schaatssport.
Een paar jaar geleden heeft Ab Krook een lezing gegeven bij de IJVL over de ploegenachtervolging. Je moet bij zo'n ploegenachtervolging elkaar blindelings weten te vinden, anders gaat het, ondanks de aanwezigheid van Sven Kramer en Mark Tuitert in de ploeg, alsnog fout. Het surplus aan individuele kwaliteit kon niet uitgebuit worden en de uitschakeling kwam als een koude douche.
Nu we het daar toch over hebben: in de jaren '80 was shorttrack nog geen Olympische sport. Dat werd het pas na 1988, toen het als demonstratiesport bij de Olympische Spelen in Calgary mocht "proefdraaien". In die tijd was Nederland een toonaangevend land in het shorttracken en daar veel toppers uit de buurt van Leiden kwamen, kon je zeggen, dat de wereldtop in de Ton Menkenhal trainde, met Monique en Simone Velzeboer, Richard Suyten, Charles Veldhoven en Peter van der Velde.
In die tijd kwamen er veel mensen kijken naar het shorttracken. Zo gebeurde het, dat mijn trainingsmaat Wierd Wagenmakers in die jaren als veertiger tegen deze toppers aan mocht treden. Wierd was destijds de oudste Nederlandse shorttracker met wedstrijdlicensie. Alleen een Italiaanse shorttracker was nog ouder.

Welnu, tijdens die bewuste wedstrijd hadden de toppers afgesproken, om Wierd niet te vernederen voor het massaal opgekomen publiek. Ze zouden tot 2 ronden voor het einde bij elkaar blijven en dan om de winst sprinten. Nu kon één van de toprijders zijn zenuwen niet bedwingen en hij ging er eerder vandoor. De anderen hadden hier niet op gerekend en gingen er spoorslags achteraan. Het resultaat van deze aktie was, dat ze twee van de drie onderuit gingen en Wierd, die op enige achterstand reed, als tweede van deze heat de finishlijn passeerde en zelfs nog een niet gevallen toprijder achter zich hield!
De rest van de avond hadden de toppers geen medelijden meer met deze veertiger en reden hem er finaal vanaf. Toen Wierd na afloop van de wedstrijd in de kleedkamer kwam, was het ijzingwekkend stil. Voor Wierd er erg in had, werd hij door vier man vastgepakt en als straf voor de vernedering, die de toppers hadden moeten ondergaan met kleren en schaatsen aan onder de koude douche gezet....

vrijdag 15 augustus 2008

Een broodje Krooket


Op 29 september hield oud-bondscoach Ab Krook een lezing over de ploegenachtervolging, volgens velen hét mooiste onderdeel van de Olympische Winterspelen in Turijn. In 2004 is besloten om van de ploegenachtervolging een Olympisch nummer te maken. Daar veel landen niet over 4 goede schaatsers beschikken, bestaat een team uit 3 rijders in plaats van 4, zoals bij wielrennen gebruikelijk is. De tijd van de derde rijder na 8 ronden bij de mannen en 6 bij de vrouwen is beslissend.
In een korte tijd moest iedereen aan de bak om uit te vinden, aan welke voorwaarden schaatsers moeten voldoen om een goed team te kunnen vormen. De allereerste vraag is: over welke schaatsers kun je beschikken. Uitgaande van een optimale samenstelling van een team kom je uit op een 1500 meterrijder met voldoende duurvermogen voor de laatste 4 ronden, een “miler” die ook op de 5 kilometer tot de top behoort en een 5 kilometerrijder, die een hoge basissnelheid heeft.
Heb je deze 3 personen gevonden, dan is het in verband met de luchtweerstand handig, als de lichaamsbouw enigszins overeen komt. Iemand van 2 meter samen met iemand van 1.60 werkt niet echt super, daar de kleine prima in de slipstream van de grote kan rijden, maar omgekeerd…. Daarnaast moet het trio in elkaars slag kunnen rijden in een strakke trein. Ze moeten zichzelf weg kunnen cijferen om optimaal te kunnen profiteren van elkaar. Een solo als Einzelgänger a la Chad Hedrick levert geen teamprestatie op!
Heb je eenmaal een team, dan moet je uitvinden, wat de beste “wisseltruc” is. Is dit 1 x of 2 x per ronde, of is pas na 600 meter het beste, of een combinatie van deze mogelijkheden. Op een goede wissel moet zeer veel geoefend worden om zo snel mogelijk na de wissel weer een treintje te vormen. Er zijn twee methodes mogelijk: de meest gebruikte is dat rijder 1 van kop af gaat en rijder 2 en 3 onderdoor komen. De tweede is de zogenaamde Telfort-methode. Rijder 1 en 2 gaan samen naar buiten en rijder 3 neemt de koppositie over.
Voor het tweede gedeelte van de race, als er een rijder niet meer in staat is om de kop over te nemen, kan deze in de slipstream van de andere 2 blijven, die om en om de kop nemen.
Bij de start zijn er 3 posities mogelijk: nagenoeg op één lijn, een driehoekstart en een schuine lijn. Voor Nederland was bij het uiteindelijk bronzen team gekozen voor een start met de als één na snelste als eerst (Sven Kramer), de minst snelle in het midden (Carl Verheijen) en de snelste starter achteraan (Erben Wennemars). Het is verleidelijk om de snelste starter vooraan te zetten, maar het is een garantie voor het al meteen uit elkaar trekken van het team.
Jos de Koning en Floor Hettinga van de Vrije Universiteit hebben op het zomerijs in Heerenveen, bij Worldcup-wedstrijden in Hamar, Berlijn en Baselga en bij fietstesten op de VU in Amsterdam, onderzoeken gedaan naar de ploegenachtervolging. De conclusies zijn, dat een wissel 0,15 seconden kost, maar ook dat bij het optimaal achter elkaar rijden de luchtwrijving met 23 % afneemt. Als je dan weet, dat met elke kilometer, dat je harder rijdt de luchtweerstand verdubbelt, dan kan deze afname van luchtweerstand het verschil maken tussen winnen en verliezen. De cruciale vraag is: win je de “verloren” tijd van de wissel terug in het stuk tot de volgende wissel.
De beste plek om te wisselen is vroeg in de bocht. Het trainen van deze wissel en het in elkaars slag rijden is essentieel, daar slingeren en zigzaggen over de baan ongunstig is. Tevens kun je, door veel te trainen, een bepaalde communicatie ontwikkelen, zodat je later tijdens de race razendsnel kunt reageren op elkaar.
Kortom, op de ploegenachtervolging valt van alles te trainen. Het is trouwens tijdens de training ook uitstekend als trainingsvorm te gebruiken! Uit eigen ondervinding als trainer kan ik dit onderschrijven.
Werd het een paar jaar geleden door de meeste schaatsers nog gezien als een verplicht nummer, sinds de Olympische Spelen van Turijn, waar “we” tot Sven Kramer op een blokje stapte op schema lagen voor een gouden medaille, is het een succesnummer.
Maar wel een succesnummer, waarvan we pas aan het begin van de ontwikkelingen staan.
Na de pauze vertelde Ab Krook nog over de voorwaarden voor een goede training. “Trainen op techniek als je al moe bent heeft geen zin, integendeel zelfs, je slijpt er dan foute patronen in.” De avond werd besloten met een boeiend verhaal over teambuilding.
Na afloop van deze leerzame avond was het aan de bar nog lang gezellig bij een broodje Krooket.